Civis Mundi Digitaal #6
Steven van Schuppen *
De streep onder het Nationaal Historisch Museum biedt de kans te breken met de overbenadrukking van de betekenis van Nederlandse natie in zijn huidige vorm. Het ontstaan daarvan is minder vanzelfsprekend dan vaak onwillekeurig gedacht wordt. Het voortbestaan is al evenmin een wet van Meden en Perzen. Onderzoek naar de interactie tussen Nederland en het nabije buitenland, naar hun verschillen en overeenkomsten, kan een beter inzicht bieden in de eigen geschiedenis. Inzicht ook in de mogelijkheid van toekomstige bestuurlijke verschuivingen in dit deel van Europa. Welke vorm zo’n blikverbreding zou moeten krijgen? Dat zou tot een interessante samenwerking kunnen leiden binnen Benelux-verband met Nordrhein Westfalen.
Geschiedenis en toekomst van de relatie met het Duitse Rijnland
De gebruikelijke benadrukking van de continuïteit van de 17e-/ 18e-eeuwseRepubliek der Zeven Verenigde Nederlanden met het Koninkrijk der Nederlanden dat in de vroege 19e eeuw ontstond is discutabel. Veelzeggend in dit verband is dat ín de Canon van Nederland de Bataafse Republiek als zogeheten "venster"ontbreekt. Toen kreeg de centralistische eenheidsstaat gestalte, het fundament waarop koning Willem I kon voortbouwen. De focus op de vanzelfsprekendheid van dit centralisme maakt blind voor de ontwikkeling die onze oosterburen hebben doorgemaakt van hun uit de middeleeuwen stammende Kleinstaaterei via het 19e-eeuwse Duitse keizerrijk onder Pruisische dominantie tot en met het succes van de naoorlogse Bondsrepubliek, een federale staat op basis van de gelijkwaardigheid van de deelstaten die er deel van uitmaken. Een moderne staat die meer dan opgewassen lijkt tegen de uitdagingen van de 21e eeuw. De gelijkwaardigheid en grote mate van zelfstandigheid van de deelstaten van de Bondsrepubliek heeft ook tot gevolg dat het naburige Nordrhein Westfalen een interessante partner voor de landen van de Benelux vormt. Deze deelstaat heeft zijn ontstaan te danken aan de Duitslandpolitiek van de eerste Engelse labourregering van na de oorlog. Het grondgebied van de huidige Duitse deelstaat hoorde na de oorlog tot de Britse bezettingszone. Het was de Britten er veel aan gelegen het economisch belangrijke Ruhrgebiet los te koppelen van Pruisen. Tegelijkertijd wilde Groot Brittannië voorkomen dat het revanchistisch ingerichte Frankrijk( dat de vroegere zuidelijke Rijnprovincies binnen zijn bezettingszone invloed had) zijn invloed zou uitbreiden naar het Ruhrgebiet. De Engelse politiek was daarentegen niet gericht op revanche maar op wederopbouw, dit om te voorkomen dat er opnieuw een voedingsbodem zou kunnen ontstaan voor Duitse revanchisme zoals dat was opgestoken als gevolg van de zware herstelbetalingen die Duitsland na de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog waren opgelegd. De Britten streefden daarom een sterke zelfstandige deelstaat na en wisten dit realiseren door de voormalige noordelijke Rijnprovincies van Pruisen samen te voegen met het oostelijker gelegen Westfalen.
Groot Brittannië zocht en vond in de eerste naoorlogse jaren in zijn Duitslandpolitiek behalve van de Amerikanen ook steun van de landen waarvan de regeringen in ballingschap in 1944 de douane-unie Benelux hadden opgericht. Van deze drie landen was de wederopbouw van het Ruhrgebiet vooral van belang voor Nederland, in het bijzonder voor wat tegenwoordig de zuidvleugel van de Randstad betreft. Aan de opkomst van de industrie in het Ruhrgebiet in de tweede helft van de 19e eeuw had vooral Rotterdam zijn opkomst als transitohaven te danken. En de relatief snelle economische heropleving van het Ruhrgebiet heeft de Nederlandse economie in de jaren vijftig gered, toen Indië verloren ging en de gasbel van Slochteren nog niet ontdekt was. De economische betekenis van het Ruhrgebiet / Nordrhein Westfalen voor met name de Randstad is de laatste decennia allen maar gegroeid. De Duitse deelstaat is er in geslaagd na een zware crisis in de steenkolenwinning zijn kapitaalgoederenindustrie te handhaven en te versterken. De Randstad Holland is meer dan ooit afhankelijk van de Nordrheinisch- Westfaalse motor. Een intensivering van de staatkundige samenwerking tussen Benelux en Nr- Wf lijkt zich recentelijk af te tekenen, ondermeer getuige het samenwerkingsverband tussen beide uit 2008. Maar in Nederland groeit nog maar zeer schoorvoetend de belangstelling voor de naburige Duitse deelstaat. Misschien wel op economisch gebied , maar nog nauwelijks op historisch vlak. En voor de taal? We lezen pas de laatste maanden de allereerste pleidooien in de dagbladpers om Duits als eerste taal boven het Frans op de middelbare school aan bod te laten komen. Tja, als een Nederlandse minister van financiën in een onderhoud met zijn Duitse collega zich niet in het Duits verstaanbaar blijkt te kunnen maken en zijn toevlucht moet nemen tot het Engels, is dat geen beste beurt. Maar langzamerhand lijkt de betekenis van het nabije Duitsland langzamerhand tot Holland door te dringen, zoals bij de succesvolle presentatie van het Ruhrgebiet als culturele hoofdstad van Europa.
Geschiedenis en toekomst van de relatie met België
Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (inclusief het huidige België) zoals dat tussen 1815 en 1830 heeft bestaan wordt tegenwoordig maar al te vaak als een historisch incident beschouwd. Bij het Weense Congres van 1815 ontstond er ruimte voor een samenvoeging van het gebied van de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het noorden en de Oostenrijkse Nederlanden in het zuiden als buffer tegen Frankrijk. Op het vlak van de internationale politiek vormde deze samenvoeging het tegendeel van een incident. Al sinds de late 17e eeuw had de Republiek met succes weten bedingen dat zij in de Zuidelijke Nederlanden een reeks vestingsteden, de zogeheten barrièresteden, in handen kreeg ter bescherming tegen Franse agressie. De herinnering van de barrièresteden waren onderdeel van de minimumoptie waarmee koning Willem I in 1815 de onderhandelingen inging. De oorzaken voor de betrekkelijk snelle mislukking van de samenvoeging ligt al in zijn ontstaansgeschiedenis besloten. Internationale krachtsverhoudingen alleen vormden een onvoldoende basis voor een solide en stabiele staat. Daarvoor lagen de economische, politieke, culturele en religieuze verschillen en belangen tussen het noorden en het zuiden te ver uiteen. Die verschillen zouden nog verder uiteen gaan lopen om tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog nog scherper te worden. België werd wél meegezogen in de grote wereldbrand en was in de frontlinie komen te liggen, terwijl de steenrijke koopmansnatie Holland zijn neutraliteit maximaal commercieel wist uit te buiten.
Toch zijn er naast contrasten en tegengestelde belangen ook parallellen tussen Nederland en België aan te wijzen, met name in de positie van Vlaanderen in België en de twee zuidelijke provincies Limburg en Noord Brabant in Nederland. Emancipatie is hier het sleutelwoord, zowel economisch als cultureel. De tweede industriële revolutie in de late 19e eeuw met de ontwikkeling van electriciteit en chemische industrie was niet alleen een aangelegenheid van het Waalse kapitaal. In Vlaanderen ontwikkelde zich in die tijd een eigen industrie. Het was een ontwikkeling die bijdroeg aan het Vlaamse zelfvertrouwen. De emancipatie van het katholieke zuiden van Nederland die in de tweede helft van de 19e eeuw op gang kwam had niet in de laatste plaats religieuze wortels, maar niet alleen. De emancipatie was ook economisch-industrieel gefundeerd. In een land waar de industrie nog later op gang kwam dan in Vlaanderen wist het industrialiserend zuiden in te lopen op de rest van het land. Politiek kreeg de emancipatie van zuid- Nederland zijn beslag onder de rokken van de rooms-katholieke kerk . Zijn eerste echte erkenning kreeg het in de jaren twintig van de 20e eeuw met Ruys de Beerenbrouck als eerste katholieke en uit het zuiden afkomstige premier van een land dat tot dan toe eeuwenlang totaal door calvinisten van ‘boven de grote rivieren’ gedomineerd was.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de emancipatie in een stroomversnelling . Het meest spectaculair is wel de ontwikkeling in Vlaanderen. Naast de dramatische teloorgang van de Waalse industrie ontplooide zich het Vlaamse ‘Wirtschaftswunder’. De politieke emancipatie resulteerde in federalisering van België met een grote mate van onafhankelijkheid van Vlaanderen. De volgende stap lijkt onvermijdelijk te leiden tot een confederatie waarmee Vlaanderen veel losser komt te staan van het armlastige Wallonië.
In Nederland zien we een vergelijkbare ontwikkeling, zij het later en vooralsnog veel minder duidelijk. Nederland buiten de Randstad had midden jaren zestig van de 20e eeuw nog een flinke economische achterstand op Randstad Holland, maar had die aan het einde van die eeuw ondanks de sterke financiële bevoordeling van de Randstad weten in te lopen. Vooral Noord Brabant steekt Holland naar de kroon, met Eindhoven e.o. als juweel. Daar ontwikkelde en ontwikkelt zich de nieuwe kapitaalgoederenindustrie op het gebied van electronica en ICT, terwijl in de zuidvleugel van de Randstad Holland met de ondergang van de scheepsbouw een niet onbelangrijk deel van de maakindustrie goeddeels ten onder ging. Een en ander heeft zich nog niet vertaald in een verdere politieke emancipatie van Zuid-Nederland , al wordt het gemor uit met name het Noord-Brabantse provinciehuis wel luider. Onderhuids is het onbehagen echter onmiskenbaar met als niet mis te verstane tekenen de implosie van de christendemocratie in het oude bolwerk van de Katholieke Volkspartij en de extra sterke opkomst van de PVV in Limburg.
Een megastad in een driehoek.....
Terwijl onderdelen van Nederland en België uiteengroeien, wordt tegelijkertijd aansluiting gezocht bij landsdelen aan gene zijde van de staatsgrens. Noord-Brabant en Limburg oriënteren zich in sterkere mate op Vlaanderen en het RheinRuhrgebiet. En niet alleen daar, ook rivalen van weleer als Holland en Vlaanderen vinden elkaar steeds beter. Het bericht dat de havenbedrijven van Rotterdam en Antwerpen onlangs een meerderheidsaandeel hebben genomen in de Duisburgse Rijnhaven wijst in deze richting. Er doemt een patroon op van een netwerk van de stedelijke agglomeraties in de vorm van een driehoek. De hoekpunten worden gevormd door de Randstad Holland, het RheinRuhrgebiet en de Vlaamse Ruit. In het hart van de driehoek bevindt zich een relatief minder verstedelijkt gebied, het groene hart van de driehoeksmegapool. Zou dit gebied zich kunnen ontwikkelen tot een groene campus voor de driehoeksmegapool op het gebied van technische innovatie?
......binnen een proeftuin voor Europees middenbestuur nieuwe stijl
Wat voor consequenties zou dit kunnen hebben op staatkundig gebied? België wordt een losser confederatief verband. De positie van de Benelux wordt na de Hollandse Alleingang onder Balkenende bij de G20 juist weer sterker. De gezamenlijke wisselzetel van Benelux-landen in het IMF is een teken in die richting. Het samenwerkingsverband van de Benelux en Nordrhein Westfalen biedt de mogelijkheid uit te groeien tot een proeftuin voor een Europees middenbestuur nieuwe stijl. Weg van het Europa van de lidstaten, die relicten van de 19e-eeuwse natiestaten. Op naar het Europa van de stedelijke netwerken. De driehoeksmegapool biedt als de enige megapool in een langzaam demografisch krimpend Europa het ideale laboratorium. Het is de geografische onderwijs- en onderzoekseenheid bij uitstek voor toekomstgerichte historische research. Hebben we daar een museum voor nodig? Vooralsnog niet. Digitale netwerken bieden een groeiend potentieel aan informatieuitwisseling. Maar als het er op den duur toch van zou komen , dan liefst in de vorm van een federale verzameling van geschiedenishuizen als geografische uitdrukking van de stedelijke netwerkstructuur van de megapool. Het voorbeeld bestaat al. Vlak vóór de Wende opende het Haus der Geschichte zijn deuren in....Bonn. Alleen al de plek van het museum onderstreept dat na de oorlog definitief Schluss werd gemaakt met de Pruisische dominantie. De Val van de Muur heeft daar geen verandering in kunnen brengen. Naast Bonn verrezen er Häuser der Geschichte in Berlijn en Leipzig, dat wel. Maar op gelijkwaardige basis in de nu al weer 65-jarige traditie van de Bondsrepubliek zelf.
* Steven van Schuppen is cultuurhistoricus. (www.dubbelkrimp.nl)