Militarisering buitenlandse politiek van Amerika

Civis Mundi Digitaal #10

door Wim Couwenberg

Militarisering buitenlandse politiek van Amerika

 

Wim Couwenberg

 

De herwaardering van oorlog is een tendens die voornamelijk in de VS in het oog springt en in het volgende hoofdstuk (sub 4) nader ter sprake komt. Wat daar uit de periode van de Koude Oorlog onverminderd blijft doorwerken als antwoord op oude en nieuwe internationale conflictstof, is de invloed van het militair-industriële complex op de Amerikaanse buitenlandse politiek. Van een structurele beperking van de defensie-uitgaven - het zgn. vredesdividend als vrucht van de verhoopte nieuwe vreedzame wereldorde - is in de VS dan ook geen sprake geweest. In het licht van de Amerikaanse economie is dat wel begrijpelijk. Die uitgaven zijn namelijk pure noodzaak om de Amerikaanse economie draaiende te houden. Het Amerikaanse militair-industriële complex is uitgegroeid tot de grootste industrie ter wereld. Elke staat in de VS heeft daarin zijn aandeel. Elke bezuiniging op die uitgaven impliceert vele duizenden werklozen en stuit derhalve in de regel op verzet in het Congres, al valt daar nu niet meer aan te ontkomen gezien de actuele budgettaire problematiek in de VS.

Dat na het militarisme in het vroegere Duitsland in de VS een nieuwe uiting van militarisme de kop opsteekt, valt mede in het licht hiervan te verklaren, evenals de toenemende militarisering van de Amerikaanse buitenlandse politiek die daarvan het gevolg is.[1] Dat uit zich ook hier in het streven naar een zo groot mogelijk militair machtsapparaat en de neiging dat te maken tot belangrijkste maatstaf van nationale grandeur en machtsontplooiing. Het is vooral onder invloed van de neo-conservatief georiënteerde politiek van president Bush dat dat militarisme tot volle ontplooiing komt en militaire macht het voornaamste instrument wordt om de gevaren te bezweren die de Amerikaanse dominantie in de wereld bedreigen. Stond in de Koude Oorlog het voorkomen van oorlog via nucleaire afschrikking centraal als strategische doelstelling, nu is dat niet langer het geval. Oorlog is in de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie niet alleen legitiem ter verdediging tegen reële agressie, maar ook als verweermiddel tegen echt of vermeend gevaar. Ik kom daar nog op terug. ‘The business of America is business’ is een befaamde oneliner van de Amerikaanse president Calvin Coolidge in 1925. ‘Nowadays’, zo stelt de Britse journalist Stan Winer[2],’the business of America is the business of war’. "Oorlogvoeren is het belangrijkste wat we als land doen. Het bepaalt ons imago in de rest van de wereld. En het verklaart ons ook wie we zijn", stelt in een interview[3] Bob Woodward, auteur van het boek De Oorlogen van Obama (2010), en eerder bekend geworden als onderzoeksjournalist van de Watergate-affaire. Onder president Obama speelt internationale diplomatie in de buitenlandse politiek wel een grote rol dan onder zijn voorganger.

 

 

 


[1] Zie: R.D. Kaplan, Het einde van Amerika, 1998, p. 22; en A. Bacevich, The New American Militarism. How Americans are seduced by War, 2005;

[2] S. Winer, Between the lies, 2004

[3] Zie het interview met hem in NRC Handelsblad, 17 november 2010 (p. 6)