Nieuwe linkse aanval op gevestigde machtsstructuren op sociaal - economische en sexueel terrein

Civis Mundi Digitaal #23

door Wim Couwenberg

Bespreking van: Bart van der Steen ea. (red,)  Butler, Negri en Žižek. Een inleiding op de hedendaagse linkse filosofie. Uitgeverij Damon, Budel, 2013.

Nieuwe linkse aanval op gevestigde machtsstructuren op sociaal - economische en sexueel terrein

Wim Couwenberg

Bespreking van: Bart van der Steen ea. (red,)  Butler, Negri en Žižek. Een inleiding op de hedendaagse linkse filosofie. Uitgeverij Damon, Budel, 2013.

In de marge van de hedendaagse toonaangevende neoliberale ideologie is er toch nog iets dat herinnert aan het radicaal – linkse denken van weleer, met name op filosofisch niveau. In dit boek worden ter illustratie hiervan drie linkse denkers voorgesteld: in de eerste plaats een radicale exponent van het feministische denken als Judith Butler ongetwijfeld is; en op sociaal – economisch terrein: de Italiaanse filosoof Toni Negri en de Sloveense filosoof Slovoj Žižek. Negri is iemand die zich als linkse filosoof onderscheidt op thema’s als arbeid en globalisering en geldt als een van de belangrijkste ideologen van de globaliseringbeweging; Žižek doet dat op thema’s als ideologie en bewustzijn, in het bijzonder de manipulatie van ons bewustzijn door het heersende neoliberale denken. Wat hen bindt is een verdere radicalisering van het gelijkheidsbeginsel van de moderniteit. Het is daarmee een nieuwe filosofische aanval op heersende machtsstructuren. Probleem is dat deze linkse denkers zich daarbij bedienen van een obscure, en dus moeilijk toegankelijke schrijfstijl. Daarom valt de uitgave van dit boek zeer toe te juichen. Het beoogt hun ideeën meer toegankelijk maken voor een breder publiek.

Radicalisering feminisme

Butler onderscheidt zich door een verdere radicale doorbreking van sekse verschillen. Zij doet dat door nog als natuurlijk beschouwde sekse verschillen ook te historiseren als product van bepaalde machtsverhoudingen en daarmee samenhangende maatschappijstructuren. Het geslachtsverschil is in haar ogen veel meer maatschappelijk bepaald dan de eeuwen door is gedacht. Het maatschappelijke feit dat mensen als man of vrouw, als homoseksueel/lesbisch of heteroseksueel in het leven staan, ziet zij als gevolg van bepaalde maatschappelijke machtsverhoudingen. Zij komt daar tegen op en zet zich in voor een post – identitaire vorm van politiek denken waarin niet langer uitgegaan wordt van maatschappelijk gefixeerde identiteiten als zojuist genoemd, maar die juist theoretische en politiek ter discussie stelt hand in hand met de normatieve dominantie van heteroseksualiteit, dat zij associeert met racisme en nationalisme.

Zij vecht ook het onderscheid aan tussen sekse en gender in de huidige vrouwenbeweging: het eerste als zou dat een natuurlijk biologische gegeven zijn; het tweede en daarmee samenhangende ongelijkheden tussen man en vrouw als een sociale constructie en dus resultaat van bepaalde machtsverhoudingen – en structuren. Dat laatste was natuurlijk van groot belang voor het politiseren van die ongelijkheden. Maar Butler gaat verder. Zij ziet sekse als maatschappelijk fenomeen eveneens als een historisch en cultureel bepaalde constructie en als zodanig dus ook een product van bepaalde machtsverhoudingen.

Met het deconstrueren van alle identiteiten komt zij wel in botsing met een van de centrale premissen van de feministische theorie en politiek: de vrouwelijke identiteit als natuurlijke gegeven. Daarmee heeft zij ook in feministische kringen veel kritiek uitgelokt. Wat opvalt in haar theorie over identiteiten is de radicale verbreding van de werking van het machtsmotief als primaire historische drijfkracht. Op basis van die radicale verbreding van dat motief is zij van oordeel dat subjecten tot man of vrouw, homoseksueel of heteroseksueel gemaakt worden evenals de daarmee samenhangende maatschappelijke ongelijkheden. Zij verwoordt dat nader als heteroseksuele matrix. Biologie is geen lotsbestemming. Al die biologisch onderbouwde identiteiten en ongelijkheden zijn sociaal en cultureel bepaald in haar visie.

De kritiek op haar werk spitst zich vooral toe op de a-historische wijze waarop zij de werking van dat machtsmotief opvat. Onduidelijke blijft ook hoe die heteroseksuele matrix als dominerend machtfenomeen is ontstaan en zich historisch ontwikkeld heeft. Gaat het in haar zienswijze om een universele a-historische machtsstructuur? Dat alle sociale ongelijkheden, dus ook die op het terrein van het geslacht te maken hebben met het machtsmotief en daarmee samenhangende machtsstructuren kan ik wel onderschrijven

Communisme opnieuw uitvinden

Op sociaal economisch terrein vinden we een nieuwe radicalisering van het gelijkheidsstreven vooral in het werk van de Sloveense filosoof Slovoj Žižek en de Italiaanse filosoof Toni Negri die beiden een nieuwe versie van het communisme voor ogen hebben. Eerst genoemde treedt als zodanig het meeste op de voorgrond. Vandaar dat ik mij tot hem beperk. Dat het tijdperk van de ideologieën voorbij is, dat is in zijn ogen een ultra – ideologische uitspraak, gezien immers de dominante positie van de neoliberale ideologie in de westerse samenleving. Het einde van het ideologische tijdperk betekent mijns inziens echter niet het einde van iedere ideologie, maar het einde van de ideologische strijd tegen de heerschappij van de liberale ideologie. Dat bevestigt de Sloveense filosoof trouwens zelf. En de inzet van zijn werk is juist die strijd nieuw leven in te blazen door het communisme als idee en beweging opnieuw uit te vinden. Hij doet dat door centrale marxistische begrippen zoals klassenstrijd, het proletariaat en de dictatuur van dat proletariaat te herformuleren en te actualiseren en de revolutie in de geest van Lenin weer als politiek doel van een nieuwe antikapitalistische strategie te propageren.

Uitgangspunt daarvan is zijn hypothese van de vergaande gespletenheid van de laat kapitalistische maatschappij als gevolg van onoverbrugbare tegenstellingen met de klassenstrijd als overkoepelende conflictsituatie. Alle conflicten, niet alleen over sociaal economische kwesties, maar ook die over seks, ras, culturele identiteit en dergelijke maakt hij daarvan onderdeel. Vandaar ook zijn verzet tegen het multiculturalisme dat aan die klassenstrijd voorbijgaat door zijn eenzijdige concentratie op erkenning van etnisch - culturele verschillen tussen mensen in plaats van hun overeenkomsten en zodoende gevangen blijft in een enge identiteitspolitiek. Die antikapitalistische klassenstrijd impliceert tevens het op de helling zetten van de liberale democratie, die hij in marxistische zin blijft voorstellen als een dictatuur van de bourgeoisie. Politieke conflicten worden daarin gesmoord in parlementaire debatten en opgelost met het sluiten van compromissen. Als alternatief hiervan komt hij met een nieuwe versie van de dictatuur van het proletariaat, te weten een radicale omvorming van de staat door de introductie van nieuwe vormen van participatie.[1]

Het probleem van deze nieuwe versie van een nieuw radicaal links alternatief is zoals gezegd het obscure taalgebruik, waarin dat wordt gepresenteerd. Ondanks zekere weerklank heeft dat geleid tot scherpe kritiek, ook bij bekende linkse denkers als Chomsky. Door hun obscure, en vaak moeilijk toegankelijke schrijfstijl blijft men steken in academische bespiegelingen en is men zodoende niet in staat het beoogde links - radicale alternatief tot inzet te maken van nieuwe ideologische strijd.



[1] Naar het voorbeeld van de regering – Chavez in Venezuela die van Morales in Bolivia en de Maoïstische in Nepal