Onafhankelijkheidsideaal als moderne pretentie getoetst aan de realiteit

Civis Mundi Digitaal #26

door Wim Couwenberg

Bespreking van: Onaf. Over de zin van onafhankelijkheid in cultuur en media. Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam, 2013.

Onafhankelijkheidsideaal als moderne pretentie getoetst aan de realiteit

Wim Couwenberg

 

Bespreking van: Onaf. Over de zin van onafhankelijkheid in cultuur en media. Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam, 2013.

 

Is onafhankelijk denken een achterhaald ideaal? Met die vraag presenteert de uitgever deze uitgave ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan vanuit het Stimuleringsfonds Culturele Mediaproducties. Het antwoord op die vraag is natuurlijk: volstrekt niet. Dat het een ideaal is met allerlei problemen, is onmiskenbaar een feit. Die problemen worden in dit aardige boekje door een reeks van betrokken schrijvers helder en scherp in beeld gebracht, te beginnen door de filosoof Ger Groot, die in een mooi essay er danig relativerend op reageert. Dat het onafhankelijkheidsverlangen in wetenschap, kunst, journalistiek en politiek iets utopisch heeft, zoals hij meteen te berde brengt, is te kras gesteld, maar wel iets dat een permanente opgave is en tot permanente kritische discussie noopt. Dit boekje is er een saillant voorbeeld van. Groot haalt er de absolute onafhankelijkheid van God bij, maar dat lijkt mij niet ter zake. Het gaat hier uitsluitend om een pretentie van de moderniteit in liberale zin te toetsen.

Maarten Doorman stelt fraai in het licht hoe aan het gestage afscheid van de autonomie van de kunst een nieuw verlangen naar die autonomie ontspruit, zonder welke die kunst geen toekomst heeft. Het onafhankelijkheidsideaal in de journalistiek is een dierbare pretentie, die niettemin permanent ter discussie staat. Hoe objectief en onpartijdig wordt verslag gedaan, en hoe open voor discussie is de opinievorming? Die onafhankelijkheid staat van velerlei kanten onder druk: in het begin vooral van politieke en religieuze zijde, met name tijdens het ideologische tijdperk, in Nederland de tijd van de verzuiling; en sinds het klassieke verdienmodel (advertenties) afbrokkelt, doen allerlei economische belangen en invloeden zich gelden. De NRC-journalist Sjoerd de Jong brengt die hele problematiek prachtig in beeld onder de welsprekende titel: Journalistiek als publiek goed. In een democratie is dat de cruciale en onvervangbare betekenis van de journalistiek.

Ook de andere medewerkers, resp. Jos de Putter, Coco Schrijber, Xandra Schutte en Rutger Bregman, onderzoeken vanuit hun eigen praktijk en expertise de intellectuele inhoud en betekenis van het onafhankelijkheidsideaal, hoe relevant dat nog is of weer kan worden. Al met al een heel geslaagde uitgave over een dierbare pretentie van onze moderne democratische samenleving en cultuur.