Afscheid van linkse vernieuwing: een korte reactie

Civis Mundi Digitaal #28

Afscheid van linkse vernieuwing: een korte reactie

 

Politieke nivellering

Maatschappelijke initiatieven worden zelden bewust ‘opgeheven’. Wel verliezen ze hun urgentie of functie, bloeden ze dood, of raken in vergetelheid. Voor de redactie van het digitale tijdschrift Waterstof speelde deze zomer de vraag of men het tienjarig jubileum van de Waterstandstichting in december van dit jaar zou vieren met het feestelijk opheffen ervan. Linkse samenwerking en vernieuwing speelt geen rol meer in Nederland. Een bestaande organisatie per se willen behouden lijkt eerder conservatief dan links, zo stelt de redactie van Waterstof. Maar ze doen het toch niet; ze gaan gewoon door. Niet met de strijd zoals vroeger, wel met schrijven, omdat er veel gedaan en gedacht wordt in progressief Nederland, en zij daaraan willen bijdragen, maar zonder hoogmoed, wel prikkelend.

We ontlenen dit aan de redactionele introductie van het laatste nummer van dit digitale, links georiënteerde tijdschrift. Linkse samenwerking en daarmee samenhangende vernieuwing ziet de redactie dus niet meer zitten. Dat is een interessante observatie. In lijn hiermee ligt de deceptie van een traditioneel linkse denker als Marcel van Dam, die hij als columnist van de Volkskrant van 20 november jl. uit onder de titel Linkse malaise. De min of meer vaste verhouding tussen links en rechts is blijkens opiniepeilingen vrij drastisch aan het verschuiven naar rechts, constateert hij met spijt. En hij wijt dat aan het politieke falen van linkse partijen. In lijn hiermee ligt voorts een artikel van de hoofdredacteur van ‘Socialisme en Democratie’, Menno Hugenkamp, in de Volkskrant van 21 november jl. onder de sprekende titel: ‘Het gaat slecht met links, omdat rechts linkser wordt’. Een voorbeeld dus van politieke nivellering, die betreurd wordt.

Met de ontwikkeling van ideologisch gefundeerde naar pragmatische politiek is het overigens veel moeilijker geworden links of rechts in algemene zin te onderscheiden, zoals dat wel mogelijk was toen de ideologische machtsstrijd ideologisch duidelijk gemarkeerde posities tot inzet had, oorspronkelijk bijvoorbeeld de keuze vóór of tegen emancipatie van onderdrukte groepen. Dat verklaart ook de problematiek van linkse politieke samenwerking, die al zolang op de linkse politieke agenda staat, maar niet lijkt te lukken.

Afgezien van links of rechts extremisme, valt de spanningsrelatie tussen links of rechts nu voornamelijk te herleiden tot niet meer dan politieke varianten en verschuivingen binnen de toonaangevende liberale beschavingstraditie. Die verschuivingen gaan soms zo ver dat links geheten politiek eerder als rechts gestempelde opvattingen overneemt en ze als links presenteert en omgekeerd. Zo is in Nederland bijvoorbeeld opkomen voor een fatsoenlijke samenleving, tot in de jaren ’80 nog als rechtse oubolligheid weggehoond, nu een links item geworden. En religiekritiek, eens een uitgesproken links of progressief thema, is inmiddels gekaapt door rechts geheten krachten en vooral toegespitst op islamkritiek, terwijl er aan linkse zijde nu sprake is van een reli-revival als reactie daarop.[1]

Wat we in deze tijd meer dan voorheen waarnemen, is de ontwikkeling van politiek syncretisme, de vermenging van ideeën van verschillende ideologische herkomst en van meer links- en rechts- geheten standpunten als antwoord op de problemen en knelpunten die de maatschappelijke ontwikkeling belasten en in de weg staan. De Fortuynrevolte was daarvan een opvallend voorbeeld, al werd dat meestal niet begrepen. PvdA-prominent J.T.H.J. van den Berg zag in die revolte terecht een doorbreking van de klassieke links-rechts polarisatie[2].

 

Is het Jalta-reveil van rechts denken een serieuze optie?

Wij complimenteren de redactie van Waterstof voor haar moed afscheid te nemen van linkse vernieuwing, temeer omdat veel mensen van links daar nog wel de nodige moeite mee hebben. Onder de naam Jalta.nl is sinds kort gestart met een nieuw digitaal tijdschrift, waarin gepoogd wordt het denken in rechtse termen op intellectueel niveau nieuw leven in te blazen. Of dat een serieuze optie is, is in lijn met het voorgaande een serieuze vraag. De politieke marges in nationaal verband zijn door toenemende globalisering en Europeanisering van de politiek zo smal geworden, dat ook om die reden er weinig speelruimte is om het traditionele links-rechts schema in deze tijd een relevante politieke inhoud te geven, temeer omdat het gepaard gaat met een vergaande ontideologisering van de politiek. Het eens zo verachte en miskende politieke midden is de plek geworden, waar de politiek zich nu met wisselende, meer conservatieve en meer progressieve accenten afspeelt.

Voor zover er nog in linkse en rechtse termen geredeneerd wordt, duidt dat mijns inziens niet meer zozeer op een ideologisch gefundeerde en als zodanig verantwoorde objectieve positiebepaling, waarbij links een moreel superieure uitstraling cultiveerde, maar veeleer op een gevoelsmatig reactiepatroon, gevoed door de nawerking van tradities en sentimenten uit het voorbije ideologische tijdperk, en heeft het dus een sterk subjectieve inslag. Het overtuigt alleen wie nog in die irrationele nawerking deelt. In de complexe en diffuse context waarin politiek nu plaatsvindt, is het belangrijkste criterium de vraag geworden of een idee of voorstel  zakelijk overtuigend onderbouwd wordt en werkt in de geest van de pragmatisch geduide werkelijkheid.

 

S.W.C.


[1] Zie voor de achtergronden van dat laatste K. Haegens, God is rood,De Groene Amsterdammer, 9 december 2010

[2] J.T.H.J. van den Berg, Een jaar van extremen, in: Jaarboek parlementaire geschiedenis,2005, p. 181.