Populisme is geen oplossing voor vervaging van waarden. Reactie op Jan de Boer

Civis Mundi Digitaal #38

door Piet Ransijn

Populisme komt van het Latijnse ‘populus’: volk. Het begrip omvat geen vastgelegde politieke visie maar staat symbool voor een stijl van politiek, namelijk regeren namens en door het volk, met vaak de afkeer van de heersende elite. Eén van de oudste voorbeelden van populistische politiek stamt uit het Romeinse Rijk: de ´Populares´ in de 2e eeuw v Chr., een factie binnen de Romeinse senaat die zich afzette tegen de elite van conservatieve senatoren, de ´Optimates´. De Populares richtten zich met name tegen de uitbuiting van de armen en ontleenden hun macht aan de steun van het volk, maar zelf behoorden zij tot de elite. http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/populisme-in-de-oudheid

 

Populisme is geen oplossing voor vervaging van waarden. Reactie op Jan de Boer

Kan links populisme een complement zijn van rechts populisme? Of is dat meer van hetzelfde? Terug naar de jaren ’60? Populisme in de geperverteerde vorm van demagogie appelleert vaak aan (lagere, egocentrische) onderbuikgevoelens en is vaker tegen iets of tegen anderen dan voor iets of iemand en exclusief voor de eigen groep en eigen leider. Iedereen heeft het recht voor zijn belangen op te komen. Deze zijn echter vaak, maar niet altijd, onverenigbaar met die van anderen. En gaat ook om de manier waarop, bijv. de mate van agressie daarbij. De oorspronkelijke 19e eeuwse betekenis als volksbeweging, van en voor het volk had niet de negatieve bijklank en gevoelswaarde die nu vaak aan populisme wordt toegedicht door opinieleiders. Als het volk niet voor zichzelf opkomt, is het onwaarschijnlijk dat de elite dat zal doen, tenzij het in hun eigen belang is en het niet anders kan.

De term populisme heeft geen eenduidige betekenis en is zeer breed en gevarieerd1. Dit geeft begripsverwarring en varieert van demagogie tot democratie2 en een politieke stijl die aansluit bij wat het volk beweegt. Jan de Boer doelt op deze laatste betekenis. Deze lijkt (helaas) niet meer de meest gangbare in de media, die worden gedomineerd door de intellectuele elite, die de term vaak in demagogische zin lijkt te gebruiken. Populisme is uiteraard niet in het belang van de elite waar het tegen is gericht. Het is niet onmogelijk dat de term (ook) vanuit elitaire hoek verdacht is gemaakt en daardoor een negatieve gevoelswaarde heeft gekregen.

Vanwege het uiting geven aan emoties van ongenoegen, soms zelfs gepaard gaand met haat en geweld, zoals bij het fascisme, lijkt hier naast opkomen voor eigen belangen ook de sociale functie in werking te treden van het ventileren van emoties.2 Dat is volgens psychologen en psycho-analytici beter dan verdringen, hetgeen volgens Freud c.s. tot neurosen en agressie zou kunnen leiden. Daarvan hebben velen al genoeg last.

In de paragraaf ‘Von den grossen Ereignissen’ schrijft Nietzsche in Also Sprach Zarathustra over ‘de vuurhond’, een zinnebeeld voor luidruchtig revolutionair, opstandig en agressief ‘geblaf’. Die größten Ereignisse - das sind nicht unsre lautesten, sondern unsre stillsten Stunden.  Zijn conclusie is dat de wereld niet draait om nieuw lawaai maar om nieuwe waarden, waartoe wij in onze stilste uren bezield kunnen worden. In de bijlage staat een samenvatting van de parabel van de vuurhond, die ook op het populisme van toepassing kan zijn.

www.google.nl/search?q=populisme&espv=2&biw=929&bih=619&site=webhp&source=lnms&tbm=isch&sa=X&sqi=2&ved=0ahUKEwiVkN6q1NzNAhXHJsAKHXeECZIQ_AUIBigB#imgrc=TRXFFa8gAQ8nLM%3A Ma 5 juilliet, Pierre Vial, La voix du peuple La voix de la libertë

 

Nihilisme, wegvallende waarden, gebrek aan moraal en anomie of normvervaging

Het cruciale probleem volgens Nietzsche is het nihilisme, de ‘ontwaarding’ of het wegvallen van de hoogste waarden, van diepere zin en doel in het leven3. Dit is een consequentie van wat hij ‘de dood van God’ noemde, het ontbreken van een bovenpersoonlijk transcendent perspectief, een geestelijke werkelijkheid, ‘rijk van  waarden’ of Platoonse wereld van ideeën. Wat dan overblijft is de materie, materialisme en hedonisme, zingenot dat inherent kortstondig is, omdat je er moe van wordt of verzadigd van raakt. Freud legt dit uit in Jenseits des Lustprinzips (zie nr 32).

“Alle lust wil eeuwigheid,” zegt Nietzsche/Zarathustra, in het ‘Ja en amen lied’. Dat lukt niet met lust, die kortstondig van aard is. “Wat betekent de aarde in het aanzien van één enkele van onze lusten,” merkt de markies De Sade op in De mens in opstand van Albert Camus. Het materialisme biedt geen alternatief voor wegvallende geestelijke waarden. Dat geldt evenmin voor het daaruit voortvloeiende eigenbelang en egoïsme, dat haaks staat op gemeenschappelijke waarden en normen, die voor een adequaat functionerende samenleving nodig zijn.

Nihilisme en anomie of normloosheid en normvervaging hangen met elkaar samen en ook met de amoraliteit of immoraliteit, waarvan antropoloog Luyendijk gewag maakt in zijn boek over bankiers Dit kan niet waar zijn en socioloog Wright Mills in The Power Elite, zie Civis Mundi, nr 32. Dit gebrek aan moraal lijkt tekenend voor veel van de moderne industrie en politiek. Met name voor de farmaceutische industrie, volgens Götzsche in zijn boek Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad, zie nr 35. Ook voor de auto-industrie, de chemische industrie, die ons en onze planten en dieren, waaronder onze onontbeerlijke bijen, met dodelijke pesticiden vergiftigt om geld te verdienen en winst te maken. Kortom, gebrek aan waarden te over. Reden genoeg om nader in te gaan op waarden, waar het volgens Nietzsche om draait.

 

Wat zijn waarden?

Waarden zijn gevoelvolle geestelijke principes die wij waarde-vol vinden. Gevoelvol heeft een andere betekenisnuance dan emotioneel. Dat betreft meer de grovere emoties, passies, driften en affecten die een voelbaar fysiek aspect hebben, waaronder genoemde onderbuikgevoelens die bij het huidige demagogische populisme een grote rol zouden spelen, meer dan op waarden. De vraag is welke waarden dit populisme uitdraagt. Eigenbelang en groepsbelang behoren daartoe als algemene belangen die evenzeer gelden bij andere bewegingen en politieke partijen.

Voorbeelden van (hogere geestelijke) waarden zijn: waarheid, schoonheid, goedheid bij Plato; (naasten)liefde, vriendschap, mededogen, medemenselijkheid bij het christendom en boeddhisme; vrijheid, gelijkheid en broederschap of solidariteit bij de Franse Revolutie; ‘the pursuit of happiness’ bij de Founding Fathers van de VS, enzovoort.

Nietzsche onderscheidt aristocratische waarden van slaafse waarden in zijn heren- en slavenmoraal. Het woord virtue, deugd, dat gerelateerd is aan waarden, komt van de stam ‘vir’. Dat betekent man(nelijk) of kracht, ook in het Indiase Sanskriet. Medemenselijkheid en mededogen kan volgens Nietzsche ontaarden in zwakheid, zoals kracht en macht in geweld kan ontaarden.

 

De juiste maat

Volgens Plato en Aristoteles gaat het om de juiste maat. Daarom beschouwen zij matigheid in de zin van maat houden als de belangrijkste waarde. Teveel of te weinig van goede eigenschappen kan het verschil uitmaken, zoals Daniël Offman laat zien in zijn boek over kernkwaliteiten. Nietzsche noemt dit maat houden ‘apollinisch’, naar Apollo, de god van de maat, muziek, schoonheid en evenwicht. Zijn tegenpool is Dionysos, bij de Romeinen Bacchus, de god van de roes, passie, vervoering, bezieling en gedrevenheid. Het zal duidelijk zijn dat beide complementaire goden, waarden of principes elkaar nodig hebben voor gebalanceerde bezieling. Bij het populisme en in de politiek in het algemeen is deze balans niet altijd duidelijk aanwezig. Evenmin is duidelijk welke geestelijke waarden daarbij worden uitgedragen in onderscheid van de emoties en eigen belangen.

 

Emoties in politiek en economie

Emoties spelen een grote rol in onze politiek en economie. Dat bleek bijvoorbeeld bij het fascisme.4 Veel politici hullen zich in holle retoriek en vage beloften, die vaak niet worden nagekomen. Ook wanneer er geen directe noodzaak is tot het sluiten van compromissen, zoals in onze coalitiepolitiek. Dit geldt voor linkse en rechtse regeringen. Het verschil tussen beide zit hem vooral in welke doelgroepen het meest worden gedupeerd of gesteund.

Ook de economie wordt verregaand beïnvloed door emotionele drijfveren, lusten en lasten, die al of niet aanvaardbaar zijn. Dat geldt bijv. voor consumptie, koopgedrag, reclame, marktwerking en vooral bij paniek en crises bij beurskoersen en investeringen. Zoals het hele leven, zijn politiek en economie verstrengeld met emoties.

“Twee belangrijke prikkels voor economisch handelen zijn angst en hebzucht… de menselijke psyche en kuddegedrag zijn onvoorspelbaar… Centrale banken kunnen wel honderden miljarden nieuw geld in de economie pompen, als mensen angstig zijn gaan ze dat niet uitgeven… Mensen kunnen ook handelen vanuit altruïstische motieven. Gedragseconomen proberen deze factoren in modellen te incorporeren… Economie wordt samengebracht met psychologie, sociologie en zelfs neurowetenschappen… Het [oude] vak economie voldoet niet meer in de huidige tijd,” schrijft Peter de Waard in De Volkskrant 26 jan 2016. Economie gaat nu onder meer over elitaire banken die geld uit het niets creëren en daarvoor rente vragen aan het volk. Geen wonder dat de ongelijkheid en kapitaalconcentratie toeneemt. Ook hier is collectief bewustzijn een cruciale factor, zie mijn artikel hierover in nr.37.

 

Waardenvervaging wordt niet opgelost door populisme, liberalisme en socialisme

Het probleem van de vervanging van waarden door passies en emoties lijkt mij niet op te lossen door links of rechts populisme, dat vooral uitdrukking geeft aan emoties. Psychologen als Le Bon en Freud en sociologen als Durkheim en Mannheim hebben de werking van collectieve emoties uit de doeken gedaan in baanbrekende werken. Collectief bewustzijn als cruciale factor bij cohesie en verandering van de samenleving heb ik toegelicht in Civis Mundi nr 36.

Terug naar links populisme. Het socialisme was een belangrijke sociale beweging die voor velen een wenselijk tegenwicht bood voor het liberale kapitalisme. Het socialisme wilde de invloed van verschillende sociale lagen en hun belangen meer evenwichtig verdelen. Meer gelijkheid, loon naar werk en vermindering van parasitisme en uitbuiting werden hierbij gehuldigd als belangrijke waarden en principes. Het communisme en de SDAP hebben echter geleid tot het tegendeel. Dat geldt ook voor het ‘salonsocialisme’ bij andere politieke partijen. Wat heeft de opstandigheid van de jaren 60 opgeleverd? Zonder streven naar gelijkheid en rechtmatige verdeling geldt vrijheid vooral voor de rijken en machtigen en geldt broederschap en solidariteit alleen in eigen kring.

Groeiende sociale tegenstellingen en conflicten bevorderen niet de maatschappelijke consensus en samenwerking, die nodig is voor geïntegreerde samenlevingen, aldus o.m. de historicus Turchin, zie nr. 33. Teveel conflict werkt destructief. De bevolking komt in opstand tegen de elite en staakt zijn coöperatie, vaak letterlijk. Polariteit van complementaire factoren is een universeel gegeven in de natuur en in de geschiedenis, volgens de dialectiek van Hegel en Marx en het werk van Couwenberg, Dialectiek van macht en emancipatie.

De elite poogt volksverzet te sussen http://vorige.nrc.nl//opinie/article2239388.ece/Onderschat_rol_van_emoties_in_de_politiek_niet

 

Het belang van complementaire ideologieën en waarden

De belangrijkste complementaire politieke stromingen of ideologieën zijn volgens Mannheim het liberalisme, het socialisme en het conservatisme. Zij worden resp. gekenmerkt door vrijheid, gelijkheid en broederschap, gemeenschapszin of consensus als belangrijkste waarden die elkaar complementeren. Voor het maatschappelijk (belangen)evenwicht is de verzwakking van het democratisch socialisme ten gunste van liberale triomf van het (neo)liberalisme niet gunstig, zie Couwenberg, Wereldgebeuren sinds de jaren ’60. Van linkse dominantie naar liberale triomf. Zo was volgens hem de dominantie van het socialistisch links in de media ook niet gunstig, omdat dit de vrijheid van meningsuiting beperkte. ‘Links’ is ons land echter nooit politiek dominant geweest in de zin van een politiek overwicht, zoals ‘rechts’: de VVD samen met het CDA en kleine christelijke partijen.

Christelijk komt globaal overeen met conservatief in genoemde zin van gericht op traditionele waarden en normen, gezin en gemeenschapsvormen. Deze waarden, die typerend zijn voor het conservatisme, vormen een belangrijk aspect van de maatschappelijke integratie. Sociologen als Durkheim, Mannheim en Sorokin benadrukken dit aspect dat door links en liberaal vaak wordt onderschat.

Het CDA neemt in deze optiek geen middenpositie in, zoals bij Couwenberg, maar helt over naar conservatieve waarden, ondanks integratie van sociaal democratische aspecten, die gemeengoed zijn geworden in de naoorlogse verzorgingsstaat en ook bij de VVD te vinden zijn. De liberalen begonnen in 1874 met de sociale wetgeving met de kinderwet van Van Houten. In Duitsland begonnen hiermee de conservatieven onder leiding van Bismarck met de zgn. socialistenwetten. Maar daarom zijn ze nog geen  socialist geworden. Dit geeft aan dat de sociaaldemocratie een brede maatschappelijke invloed had en breder was en verder ging dan socialistisch links.

 

Nadelige effecten van liberale triomf en dominantie

De dominantie van het (neo)liberalisme heeft meer ingrijpende gevolgen dan de ‘linkse dominantie’ in de media, waarvan Couwenberg en anderen last hadden. De door hem geroemde ‘liberale triomf’ leidt tot een groeiende kloof tussen rijk en arm en sociale tegenstellingen. Economen als Pikkety en historici als Turchin beschouwen en onderbouwen deze toenemende ongelijkheid als ongunstig. Andere gevolgen zijn de eenzijdige nadruk op winst en geld als hoogste waarden, excessief materialisme, consumentisme en hedonisme, dat overgaat in eerder geschetst amoreel nihilisme en normloosheid. Ook dit gaat vooral ten koste van de minder draagkrachtigen, maar werkt materieel gezien ten gunste van de rijken. Op langere termijn zijn zij echter ook niet gebaat zijn met sociale conflicten en ontwrichting, zoals de geschiedenis leert volgens Turchin (zie nr 33).

 

Waarden en stille lagen van het bewustzijn

Morele en geestelijke waarden zijn noodzakelijk voor maatschappelijke regulering en integratie. Dat heeft het conservatisme laten zien en wordt toegelicht door sociologen zoals Comte, Durkheim, Parsons en anderen. Deze waarden komen volgens Nietzsche naar boven in ‘onze stilste uren’. Met andere woorden: uit diepere stille lagen van ons bewustzijn, zoals veel oosterse en westerse filosofieën leren. Over bewustzijn: zie mijn artikelen in nr 25-27.

Bewustzijn en de daaruit voortvloeiende ideeën en waarden worden verondersteld een relatieve autonomie en eigen werkelijkheid te hebben, die ondanks alle pogingen hiertoe nog niet uit materiële hersenwerking  afgeleid kan worden, maar wel met hersenprocessen samenhangen. Hoe dat precies zit is een ander verhaal dat dit stuk te buiten gaat en waarover nog veel te ontdekken valt.7

 

Het licht van het bewustzijn

Om nihilisme of het verval van waarden te compenseren is meer inzicht nodig in ons bewustzijn en in het belang van geestelijke waarden. Links en recht populisme voorzien daarin niet. Het werkt niet prettig en vaak ook niet effectief om kwaad met kwaad en geweld met geweld te bestrijden en geblaf met geblaf in termen van Nietzsche’s parabel van de ‘vuurhond’. Sorokin licht dit toe in The ways and the Power of Love: Types, Factors and Techniques of Moral Transformation en andere werken na harde levenslessen in de tijd van na de Russische revolutie, waarbij hij aan de dood ontsnapte.  “Violence begets violence, Hate begets hate and love begets love.” Duisternis verdwijnt door licht te introduceren niet door de duisternis te analyseren, aldus Maharishi Mahesh Yogi in zijn commentaar op de Bhagavad Gita (II-45), die overigens geweld als uiterste middel niet uitsluit als recht en rechtvaardigheid in het geding is: ‘dharma in decay’. Het gaat hier om ‘het licht van het bewustzijn’, dat C F von Weizsäcker noemt in mijn eerdere artikelen in nr 25 e.v. en nr 36. Diverse filosofieën hebben hiervoor hun eigen terminologie.  Systematische methoden van bewustwording zijn hierbij belangrijk om interessante ideeën en menselijke mogelijkheden te realiseren, zoals ook Toon van Eijk heeft toegelicht in nr 33 en 36. De samenleving kan niet beter zijn dan de mensen die haar samenstellen en ontwikkelt zich verder naar conform hun individuele en collectieve bewustzijn. Zie mijn artikel hierover in nr 37.

 

Noten

1. Over populisme zie bijv. De Grote Spectrum Encyclopedie en Wikipedia:

“Populisten zeggen in naam van het volk te spreken. Het slaat op een politieke stijl, eerder dan op een ideologie als een discours dat het volk centraal stelt. Als communicatiestijl is het populisme door eender welke ideologie te gebruiken. Het gaat uit van de onderdrukking van de bevolking door een elite en streeft naar een samenleving waar het volk de staat beheert. Hierbij refereert het aan de economische en sociale status van de "gewone man". Gevestigde politieke partijen bestempelen soms nieuwkomers als populistisch. Gewoonlijk begonnen die partijen ook als ‘een stem’ uit ‘het volk’. "Politicologen kennen kenmerken toe aan populistische politici[5]: 1. afkeer van het partijestablishment; 2. het volk staat op een voetstuk en aan zijn wil wordt constant gerefereerd; 3. charismatisch leiderschap; 4. er wordt een beroep gedaan op eenheid en vaderlandsliefde”. Verder worden volgens Wikipedia de belangen van het volk gesteld tegenover de corrupte elite. De populist zou het volk in zijn strijd tegen de corrupte elite vertegenwoordigen. Het afzetten tegen representatieve politiek, afkeer van gevestigde partijen en gevestigde politieke agenda’s en gebruiken. “Het volk zou een homogene groep mensen zijn die hard werken, oprecht en moralistisch zijn, en die zouden lijden onder het leiderschap van de elite. Normaal zijn deze mensen niet politiek actief, maar ze worden gemobiliseerd door de populist. Tot slot is populisme een ideologie zonder kernwaarden. Populistische stijl en retoriek kan op alle posities binnen het politieke landschap worden ingezet. Het populisme pretendeert in alles het tegengestelde te zijn van het elitarisme. De eigenschappen die een elite kenmerken, zoals een hoge mate van politieke invloed, lidmaatschap binnen machtige klieken (de zogenaamde incrowd), een hoge mate van academische kwalificatie, een hoge mate van intelligentie, een hoge mate van beroepsmatige ervaring en het houden van bepaalde esthetische waardeoordelen kenmerken het populisme vaak juist niet.

De Grote Van Dale (1984) refereert evenals Koenen naar 1. (minachtend) neiging zich te richten naar de massa van de bevolking en editie 1984: richting in de Franse literatuur, die belangstelling vroeg voor de lagere volksklassen en 2. Anti-kapitalistische volksbewegingen van vooral agrarische bevolkingsgroepen in Zuid Amerika en de VS in de 19e eeuw. Zie over dit laatste de Amerikaanse socioloog Thornstein Veblen, genoemd in mijn artikel over de filosofie van de eenvoud in nr 32.http://www.encyclo.nl/begrip/populisme geeft het volgende overzicht:

1.stijl van politiek bedrijven waarbij de suggestie wordt gewekt dat maatschappelijke problemen heel eenvoudig kunnen worden opgelost Voorbeeld: `Linkse arrogantie zet deur open voor populisme.` Zie http://www.woorden.org/woord/populisme;

2. Politieke en economische dogma`s van de populisten, die voorstanders zijn van agrarische belangen, vrije aanmunting en een overheidstoezicht op monopolies. Zie http://www.encyclo.nl/lokaal/10491;

3. Populisme is een manier van communiceren waarin eenvoudig taalgebruik en gerichtheid op het volk centraal staan. Deze manier van communiceren heeft vaak tot doel de gevestigde orde ’wakker te schudden’ en ’omver te werpen’. Soms wordt populisme ook in verband gebracht met het ’meewaaien met de wind’ in het vormen van de mening van de partij. Zie http://leiden.christenunie.nl/Woordenlijst_Politiek_Jargon;

Beweging die gebaseerd is op de tegenstelling tussen de heersende klasse en het volk. De beweging zet zich af tegen de heersende klasse. Zie http://www.encyclo.nl/lokaal/10664;

4. Politieke stroming die nadruk legt op een sterke en directe band tussen de leider en de grote massa van het volk. Hoewel hier in theorie misschien wat voor valt te zeggen, treedt in de praktijk vaak misleiding door de machthebbers op. Propaganda wordt dan gebruikt om het volk de misleidende indruk van betrokkenheid te geven. Zie ook peronisme. http://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=2619

5. Het nastreven van populair zijn, om bij veel mensen geliefd te zijn. Politici dienen de wil van het volk zo goed mogelijk uit te voeren. De wil van het volk, dat is dus datgene dat populair is. Een populist is daarmee iemand die de wil van dat volk zo goed mogelijk verwoord. De ultieme democraat dus. De wil van het volk is echter een collectivistisch [idee]… http://www.vrijspreker.nl/wp/lezersservice/woordenlijst/

6. Populisme komt van het Latijnse `populus`, wat ‘volk’ betekent. Populisten zeggen in naam van het volk te spreken. Het slaat op een politieke stijl, eerder dan op een ideologie als een discours dat het volk centraal stelt. Als communicatiestijl is het populisme door eender welke ideologie te gebruiken. Ze gaat uit van de onderdrukking van de bevolking... Zie op http://nl.wikipedia.org/wiki/Populisme

2. Stroming in de Franse literatuur met aandacht voor de lagere volksklasse. Zie http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/populismeZie http://www.visionair.nl/politiek-en-maatschappij/nederland/het-populisme-ontmaskerd; http://www.visionair.nl/politiek-en-maatschappij/nederland/hoe-kan-de-elite-de-democratie-afschaffen/

3. Misschien enigszins te vergelijken met “de zgn. ‘ventielzeden’, waarin een sociaal systeem op gezette tijden een uitlaat biedt voor interne spanningen,” Van Doorn en Lammers, Moderne sociologie, p 274, refererend naar de sociologen Vierkandt, Parsons en Sorokin

4. E Fromm, De angst voor vrijheid; Karl Mannheim, Man and Society in an Age of Reconstruction; Enzo Traverso, De oorsprong van het nazigeweld.

5Zie J Goudsblom, Nihilisme en Cultuur, p 11 e.v.; Paul van Tongeren, Het Europese nihilisme: Friedrich Nietzsche over een dreiging die niemand schijnt te deren

6. Gustave Le Bon, La psychologie des Foules

Sigmund Freud, Het ik en de psychologie der massa

Emile Durkheim, diverse werken

Karl Mannheim, Man and Society in an Age of Reconstruction

Zie P Ransijn en N Schulte, Bewustzijn als bewapening

P Ransijn, Collective Consciousness and Peace, ongepubliceerde dissertatie

7. Bewustzijn is in deze visie geen epifenomeen van de hersenen en de materie. Het materialisme is een denkwijze en een product van ons bewustzijn, dat overigens niet los staat van materiële maatschappelijke factoren maar wel een relatieve autonomie heeft, zoals ik heb toegelicht in nr. 36. Bewustzijn is geen ding en is iets anders dan materie, zoals de meeste filosofen al door hadden, onder hen Descartes, Sartre en vele anderen.

In zijn Meditationes - geschreven in Nederland, want in Frankrijk mocht je toen zoiets niet denken - schreef Descartes onder meer dat het eigen zijn en bewustzijn overblijft als onbetwijfelbare basis, die ook aan zichzelf kan twijfelen maar er dan nog steeds is. Ook de kwantumfysica kan niet om het bewustzijn heen, de waarnemer die niet tot de materie is te reduceren.

 

Bijlage

Nietzsche, Von den grossen Ereignissen, Also Sprach Zarathustra,

over ‘de vuurhond’, die met het populisme te vergelijken is:

Was es mit dem Feuerhund auf sich hat, weiß ich nun; und insgleichen mit all den Auswurf- und Umsturz-Teufeln, vor denen sich nicht nur alte Weibchen fürchten…

Höchstens für den Bauchredner der Erde halt’ ich dich: und immer, wenn ich Umsturz- und Auswurf-Teufel reden hörte, fand ich sie gleich dir: gesalzen, lügnerisch und flach.

Ihr versteht zu brüllen und mit Asche zu verdunkeln! Ihr seid die besten Großmäuler und lerntet sattsam die Kunst, Schlamm heiß zu sieden.

Wo ihr seid, da muß stets Schlamm in der Nähe sein, und viel Schwammichtes, Höhlichtes, Eingezwängtes: das will in die Freiheit.

 

›Freiheit‹ brüllt ihr alle am liebsten: aber ich verlernte den Glauben an ›große Ereignisse‹, sobald viel Gebrüll und Rauch um sie herum ist.

Und glaube mir nur, Freund Höllenlärm! Die größten Ereignisse – das sind nicht unsre lautesten, sondern unsre stillsten Stunden.

Nicht um die Erfinder von neuem Lärme: um die Erfinder von neuen Werten dreht sich die Welt; unhörbar dreht sie sich.

 

Und gesteh es nur! Wenig war immer nur geschehn, wenn dein Lärm und Rauch sich verzog. Was liegt daran, daß eine Stadt zur Mumie wurde, und eine Bildsäule im Schlamme liegt!

Und dies Wort sage ich noch den Umstürzern von Bildsäulen. Das ist wohl die größte Torheit, Salz ins Meer und Bildsäulen in den Schlamm zu werfen.

Im Schlamme eurer Verachtung lag die Bildsäule: aber das ist gerade ihr Gesetz, daß ihr aus der Verachtung wieder Leben und lebende Schönheit wächst!

Mit göttlicheren Zügen steht sie nun auf, und leidendverführerisch; und wahrlich! sie wird euch noch Dank sagen, daß ihr sie umstürztet, ihr Umstürzer!

Diesen Rat aber rate ich Königen und Kirchen und allem, was alters- und tugendschwach ist – laßt euch nur umstürzen! Daß ihr wieder zum Leben kommt, und zu euch – die Tugend! –«

Also redete ich vor dem Feuerhunde: da unterbrach er mich mürrisch und fragte: »Kirche? Was ist denn das?«

»Kirche?« antwortete ich, »das ist eine Art von Staat, und zwar die verlogenste. Doch schweig still, du Heuchelhund! Du kennst deine Art wohl am besten schon!

Gleich dir selber ist der Staat [dwz de politiek PR] ein Heuchelhund; gleich dir redet er gern mit Rauch und Gebrülle – daß er glauben mache, gleich dir, er rede aus dem Bauch der Dinge [zoals onderbuikemoteis PR]

Denn er will durchaus das wichtigste Tier auf Erden sein, der Staat; und man glaubt’s ihm auch.« –

Als ich das gesagt hatte, gebärdete sich der Feuerhund wie unsinnig vor Neid. »Wie?« schrie er, »das wichtigste Tier auf Erden? Und man glaubt’s ihm auch?« Und so viel Dampf und gräßliche Stimmen kamen ihm aus dem Schlunde, daß ich meinte, er werde vor Ärger und Neid ersticken.

Endlich wurde er stiller, und sein Keuchen ließ nach; sobald er aber stille war, sagte ich lachend:

»Du ärgerst dich, Feuerhund: also habe ich über dich Recht!

Und daß ich auch noch recht behalte, so höre von einem andern Feuerhunde: der spricht wirklich aus dem Herzen der Erde.

Gold haucht sein Atem und goldigen Regen: so will’s das Herz ihm. Was ist ihm Asche und Rauch und heißer Schleim noch!

Lachen flattert aus ihm wie ein buntes Gewölke; abgünstig ist er deinem Gurgeln und Speien und Grimmen der Eingeweide!

Das Gold aber und das Lachen – das nimmt er aus dem Herzen der Erde: denn daß du’s nur weißt – das Herz der Erde ist von Gold

Als dies der Feuerhund vernahm, hielt er’s nicht mehr aus, mir zuzuhören. Beschämt zog er seinen Schwanz ein, sagte auf eine kleinlaute Weise Wau! Wau! und kroch hinab in seine Höhle. 

Also erzählte Zarathustra… Also sprach Zarathustra. (Cursivering door PR.)