Religie en groepsidentificatie

Civis Mundi Digitaal #39

door Piet Ransijn

Na mijn derde artikel over de islam in antwoord op Benedict Broere leek dit niet compleet. Alsof ik er naast zat en ik niet alleen. Het probleem is niet zozeer de islam als religie maar de etnische en nationalistische identificatie met het oorspronkelijke land en volk. Dit werd mij vooral duidelijk bij Turkije. De islam heeft in potentie of in essentie voldoende universele tolerante aspecten in zich om zich te kunnen afstemmen op andere culturen, ook de moderne westerse, lijkt mij, hoewel dat een huidige uitdaging is.

Die afstemming laat echter vaak te wensen over. Feitelijk geeft een intolerante fundamentalistische interpretatie hier en elders problemen, met name binnen de islam. Dat komt mede door de etnische en nationalistische groepsidentificatie die zich verzet tegen deze afstemming en vaak een belangrijker rol speelt dan de religie als zodanig. Identificatie betekent vereenzelviging, menen dat je dat bent waarmee je sterk verbonden bent, of je identiteit daaraan ontleend, zoals de groep waar je bijhoort. 

Religie ondergeschikt aan groepsidentificatie

Essentiële, universele en tolerante religieuze en humanitaire waarden worden vaak ondergeschikt aan de groepsidentificatie. Bijverschijnselen die een indirect verband met het religieuze als zodanig hebben krijgen dan de overhand, zoals hoofddoekjes, voedingsvoorschriften en andere gebruiken die de groepsidentificatie zichtbaar accentueren. De term afstemming, met behoud van de eigen culturele identiteit, heeft mijn voorkeur boven aanpassing of integratie.

Het religieuze aspect in de zin van de relatie met ‘het goddelijke’ of de ‘kosmische of transcendente dimensie’ is niet zozeer het probleem, maar de groepsidentificatie en onderscheidende bijverschijnselen die met conflicten en problemen gepaard kunnen gaan.

Met de islam kun je net als met andere religies diverse kanten op, ook de tolerante kant.

De rol van etniciteit werd mij duidelijk na lezing van het artikel hierover van Jaak Peeters in dit nummer en de theorie van van Ibn Khaldun waarbij ‘asabiya’, solidariteit of collectieve actie de sleutelfactor is bij interne cohesie en externe conflicten. Dit wordt ook wel de ingroup-outgroup groepsdynamica genoemd1. De theorie van Ibn Khaldun is het uitgangspunt van de studie van Turchin, War, Peace and War: Rise and Fall of Empires

Nationalistische groepsidentificatie en de Gülenbeweging

Nationalistische etnische en religieuze groepsidentificatie en intolerantie speelt ook bij de reacties op de Gülenbeweging, die als gevaar wordt voorgesteld voor Turkije, maar feitelijk een bedreiging vormt voor de politiek van Erdogan, zie het artikel van Feddema hierover. Het wordt in Nederland problematisch als veel Turken in ons land zich identificeren met Turkije en de Turkse leider. Wat wordt voorgesteld als bedreigend voor Turkije, de eigen nationale etnische groep, wordt aangevallen, ook al is het een andere Turkse religieuze groep. De intolerante islam wordt gebruikt om een andere religieuze groep aan te vallen, die mogelijk een meer tolerante en progressieve interpretatie of een andere politieke interpretatie van de islam zou kunnen voorstaan. Religie wordt gebruikt als dekmantel van politieke aspiraties en consideraties, zoals door de eeuwen heen het geval is geweest.

Met de islam als religie kan men dus verschillende kanten op. Dat geldt ook voor groepsidentificatie: voor of tegen Erdogan, de Gülenbeweging of andere (etnische of religieuze) groepen zoals de Koerden of de sji’ieten, of ‘het Westen’. Bij deze groepsidentificatie en ingroup-outgroup conflicten spelen interne collectieve spanningen, die voor de hele (islamitische) wereld gelden en vaak in religieuze strijd vermengd met politieke strijd hun uitdrukking krijgen. Religie wordt dan intolerant geïnterpreteerd en ondergeschikt gemaakt aan identificatie met groepsbelangen, terwijl religie ook anders geïnterpreteerd kan worden, zie mijn artikel over het soefisme.

Identificatie van Turkse jongeren met Turkije

Vorig jaar las ik in een artikel dat de identificatie van in Nederland geboren Turkse jongeren met Turkije veel sterker is dan met Nederland. Ze kiezen vaak voor de dienstplicht in Turkije en voor het Turkse voetbalteam. Dit betekent echter niet dat ze negatief zijn tegenover Nederland. Veeleer dat ze een dubbele identificatie hebben, want mensen kunne zich met diverse groepen identificeren en in verschillende mate.

Jaak Peeters bevestigt dat de etnische identificatie zich over meer generaties kan voortzetten, zoals bij veel Molukkers, maar niet bij allemaal leren mijn geïntegreerde Molukse kennissen. Andere groepen, zoals de Indische Nederlanders zijn in grote getalen (meer dan 200.000) haast geruisloos opgenomen en ook bij Surinamers die voor Nederland hebben gekozen na de onafhankelijkheid, is dat minder het geval.2 Eén van mijn eerste vrienden was een jongen uit Indonesië, die in het Nederlandse leger is gaan werken, anders dan veel Turkse jongeren. Hun identificatie met Turkije heeft vermoedelijk weinig te maken met religie en meer met etnische groepsidentificatie en voetbal.

Ook solidariteit met Nederlanders

Ook het volgend voorbeeld gaat over groepsidentificatie. Eén van onze zoons voetbalt met Turkse jongens in zijn team. Hij werd een keer onverhoeds aangevallen door een halfdronken Nederlandse jongen die ruzie zocht. Zulke dingen gebeuren soms in het uitgaansleven. Hij wist het vege lijf te redden en vertelde erover aan zijn Turkse teamgenoten. Zij verklaarden zich meteen solidair en zei dat hij hen meteen kon berichten als hij weer problemen had. Dan zouden zij het wel helpen oplossen, zo nodig met hun vrienden. Hun solidariteit breidde zich uit naar hun (voetbal)teamgenoot. Waar het in dit voorbeeld om gaat is de sterke groepsidentificatie, die zo nodig voor een teamgenoot defensief geweld niet schuwt. Dit voorbeeld geeft aan hoe bijvoorbeeld sport verbroederend kan werken en identificatie kan verruimen naar teamgenoten van andere etnische groepen. Religie speelt hier geen rol meer.

 

Ook Nederlanders hebben hun nationale groepsidentificatie: het Oranje-gevoel, maar zijn over het algemeen relatief  individualistisch ingesteld

Jan Blokker jr en sr schreven een boek over de vaderlandse geschiedenis getiteld Het vooroudergevoel (2005), dat wij maar al tegoed kennen

Collectivistische wij-culturen en individualistische westerse culturen

Toen ik sociologie gaf over allochtonen3 ging dit over collectivistische mediterrane G(roeps)culturen of wij-culturen en individualistische westerse culturen, die niet zo lang geleden ook meer collectivistisch waren, aldus Elias e.a.4 Deze culturele kenmerken, waar Geert Hofstede onderzoek naar heeft gedaan, kunnen worden overgedragen naar de volgende generatie. De culturele integriteit heeft dus te maken met etnische groepen die ook onderling kunnen botsen. Het naast en tegenover elkaar bestaan van etnische groepen werd mij ook gerapporteerd door scholen waar ik als onderwijsadviseur mee te maken had. Deze groepen discrimineerden ook elkaar. Als religie hierbij een rol speelde, was deze ondergeschikt aan de groepsidentificatie. In Nieuwsuur 15 aug. met staatssecretaris Dekker van onderwijs kwam naar voren dat ook kinderen van ouders die betrokken zijn bij de Gülenbeweging worden bedreigd. Hier zien we de nationalistische Turkse identificatie en loyaliteit botsen met (de loyaliteit naar) Nederlandse waarden en wetten, die de grens van de Nederlandse tolerantie overschrijden.

Groepsidentificatie en intolerantie

Sterke groepsidentificatie gaat vaak samen met intolerantie naar andere groeperingen, maar dat hoeft niet per se. Men kan zich identificeren met de eigen groepering, bijv. Nederland, en ook andere landen en groeperingen de ruimte geven en in hun waarde laten, zolang zij niet al te intolerant zijn, zoals een sterke persoonlijkheid6, anderen in hun waarde kan laten, maar een sterk ego vaak niet. Groeps-egoïsme is hiermee vergelijkbaar, dat te onderscheiden is van groepsidentiteit of identificatie, die niet intolerant of veroordelend hoeft te zijn naar anderen toe, maar vaak wel kan zijn.

Mogelijk heeft een sterkere nationalistische en/of etnische of religieuze identificatie, fundamentalisme en nationalisme te maken met problemen bij de afstemming en aanpassing aan een andere meer individualistische cultuur, waarbij men niet voldoende is voorbereid door het socialisatie-, enculturatie- en acculturatieproces. Deze termen geven aan dat migratie naar een andere cultuur en samenleving een complex en langdurig proces is. Zeker als de culturen niet congruent zijn.

“Als de groepen van een persoon met elkaar in strijd zijn; als zij hem aanzetten tot tegenstrijdige daden, plichten, gedachten en overtuigingen; als bijvoorbeeld de staat vraagt wat wordt afgekeurd door de godsdienst of de familie [of het land van oorsprong aanzet tot wat in het gastland niet is wordt goed gekeurd], dan zullen de respectievelijke sociale ego’s [groepsidentiteiten] wederzijds strijdig zijn [antagonistisch]. De persoon zal dan een huis zin dat innerlijk verdeeld wordt door innerlijke conflicten. Er zal geen innerlijke vrede zijn, geen onbewolkt geweten, geen werkelijk geluk, geen innerlijke samenhang in een dergelijke persoon. Hij zal als een bal in verschillende richtingen worden geduwd door diverse krachten,” zo luidt het motto van het boek Leven in meervoud door psychiater J van den Berg, ontleend aan de Russisch-Amerikaanse socioloog Sorokin, Society, Culture and Personality, p 351.

Hieruit blijkt dat een meervoudige identiteit mogelijk is maar problematisch kan zijn, niet alleen bij allochtonen. Volgens Van den Berg kenmerkt de moderne samenleving sinds de 20e eeuw zich door ‘meervoudig leven’, ‘other-directedness’ en meervoudige identificatie met diverse groepen en betekenisvolle andere personen. Als men identificatie met één groepering nastreeft en een enkelvoudige groepsidentiteit kan men zich gaan verzetten tegen andere groeperingen en gaat dit gepaard met intolerantie. Het kan een manier zijn om innerlijke conflicten repressief te reduceren door één groepsidentiteit te laten domineren. Een andere oplossing die Sorokin (p 355) geeft is het opheffen van antagonistische elementen door universele waarden en normen, zoals de gouden regel die in diverse religies geldt, te laten prevaleren boven de exclusieve of intolerante waarden en normen van verschillende groepen en mensen adequaat te socialiseren.

Meervoudige groepsidentificatie en loyaliteit en botsende identiteiten en loyaliteiten

Groeperingen die een primaire identificatie en loyaliteit houden met hun land van oorsprong, bevorderen vaak niet de cohesie en coherentie in het gastland. Als er antagonisme of aversie is kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. Meervoudige identiteiten kunnen echter ook goed samengaan. Op scholen zijn vergelijkbare situaties en processen te zien met diverse etnische groeperingen met hun eigen groepsidentificatie. Als ze botsen geeft dat problemen binnen en buiten de school, waar conflicten in het verlengde van elkaar liggen en verder kunnen worden uitgevochten.

Leerlingen die ‘in de goot terecht komen’, zoals dat werd genoemd bij mijn contacten met scholen, en geen schoolopleiding afmaken zijn kwetsbaar en vervallen eerder tot delinquent gedrag. Daarom doen scholen hun uiterste best dit te voorkomen en schade voor de leerling en de samenleving te voorkomen. Gedesillusioneerde leerlingen zonder toekomstperspectief zijn eerder geneigd elders een toekomstperspectief te zoeken en zijn meer vatbaar voor een ‘heilsleer’ of fundamentalistisme als houvast

Groepsidentificatie met het land van oorsprong blijkt vaak maar niet altijd langdurig bestaan. Daarom is daarnaast identificatie en loyaliteit met het gastland gewenst, dus een meervoudige identificatie en loyaliteit met beide landen en culturen. Dat blijkt goed mogelijk te zijn, maar vraagt de nodige socialisatie, enculturatie en acculturatie, dat wil zeggen cultuuroverdracht binnen een land en van de ene cultuur naar de andere cultuur. Identificatie met de ene groepering hoeft niet strijdig te zijn met identificatie met een andere groepering of land en kan harmonisch samengaan, zoals dat vermoedelijk bij de meeste allochtonen het geval lijkt. Maar het kan ook misgaan en dan valt het meer op vanwege de problemen die dit geeft. We kunnen Amsterdammer of West-Fries, Noord-Hollander, Nederlander, Europeaan en wereldburger zijn of worden. Zo is het ook mogelijk allochtoon bijv. Surinamer en Nederlander tegelijk te zijn met een meervoudig identiteit.

Als misgaat is ditr een vorm van ‘het probleem van de onduidelijke identiteit’, zoals dat wordt genoemd in de sociologie van Peter Berger5, die dit ook als probleem ziet in  de moderne cultuur en samenleving. Het vraagt zoals gezegd een passende socialisatie, waarover Berger en andere sociale wetenschappers ook het nodige te berde brengen.

 

Socialisering in de islam www.inbijbelsperspectief.weebly.com/alleen-angst-houdt-de-islam-in-stand.html

Individualisering en mondialisering

Volgens sociologen als Norbert Elias4 en Nico Wilterdink6 verruimt onze identificatie zich naar grotere sociale verbanden van lokale gemeenschappen, naar landen, samenwerkingsverbanden van landen zoals Europa naar de hele wereld. Identificatie met wereld(delen) zoals Europa en het Midden Oosten is echter (nog) problematisch. Een wereldsamenleving laat nog op zich wachten. Er zijn nog veel conflicten op de wereld op te lossen en ook een verenigd Europa loopt moeizaam.

Opmerkelijk is dat dit proces van vorming van grotere verbanden samengaat met individualisering. Gaat een meer zelfstandige persoonlijkheid samen met minder exclusieve identificatie met  kleinere groeperingen en meervoudige identificatie met kleinere en grotere verbanden? Wilterdink beschrijft dit als individualisering op microniveau (kleinere groepen), solidarisering en mondialisering op macroniveau (grote groepen). Dit hoeft niet te betekenen dat de (affectieve) bindingen met kleinere groepen minder worden, veeleer dat er identificatie en verbindingen op kleinere en groter schaal tegelijk kunnen zijn. Dat geldt ook voor de meervoudige identificatie van allochtone met het land van oorsprong en het gastland, die zich bijvoorbeeld uitdrukt in een dubbele nationaliteit. Dit hoeft niet gepaard te gaan met intolerantie (naar het gastland of andere landen), maar er bestaat wel een voorkeur. Gezien de collectivistische etnische of culturele achtergrond van allochtonen is de individualisering  daar mogelijk minder of meer geleidelijk, in samenhang met de afstemming op de meer individualistische cultuur van het gastland.

In hoeverre is individualisme een typisch westerse moderne verworvenheid?

Individualisme is een betrekkelijke recente verworvenheid, die zich vooral heeft ontwikkeld na de Renaissance’, maar ook voordien bij In Noord-West Europa sterker aanwezig was, met het kerngezin als samenhangend verschijnsel. Bij de Germanen wordt dit individualisme getypeerd als ‘een collectief egoïsme, dat streefde naar voorspoed van de familie, het geslacht en de stam.”8

Deze typering is niet heel veel anders dan bij vroege islam. De positie van de vrouw was echter meer egalitair, zoals tot op heden. Ook democratisch bestuur, vrijheid en autonomie ten opzichte van gezag is van Germaanse, mogelijk Indo-Europese oorsprong, met een gekozen koning en een volksvergadering, een voorloper van het parlement, dat geen directe maar indirecte democratie is.

Wat betreft het gedrag ten opzichte van vreemdelingen schrijft het oude Germaanse geschrift de Havamal: “Hij is nuttig, neemt gij hem aan, brengt voordeel, volgt gij hem op: hoon niet de vreemde, jaag hem niet van uw hek, ontvang hem vriendelijk als gast.” Ze waren echter wel op hun hoede. ‘Hostis’, betekende gast zowel als vreemdeling, maar later vijand. het Engelse host betekent gastheer, maar ‘hostile’ betekent vijandig. “Dezelfde houding van gul onthaal en verregaande ontvankelijkheid tonen zij ten opzichte van vreemde volken en culturen. Daarvan zijn bewijzen in overvloed… de belangrijkste hun bekering tot het christendom... Dit gebeurt zeer oppervlakkig… Zij werden vrij vlug opgenomen als ‘wereldburgers’ door andere volken.., die zij bestreden.”8 Bijvoorbeeld door de Romeinse legioenen die later vooral bestonden uit Germanen.

Bij de islam vinden we aanvankelijk een vergelijkbare receptiviteit voor andere meer ontwikkelde culturen die door moslims werden veroverd en getolereerd. Dit is vergelijkbaar met de overname van de meer ontwikkelde Griekse en Romeinse cultuur bij de Europese volkeren, met behoud van hun eigen identiteit of volkskarakter.

De identificatie met de stam maakte bij de islam plaats voor identificatie met de islam, die steeds op gespannen voet bleef staan met etnische identificatie met het eigen volk of de eigen stam of eigen richting, zoals we nu in Libië, Turkije en het hele Midden Oosten zien. Vandaar de voortdurende conflicten die de islam als bovennationaal verbindend gegeven niet kan oplossen omdat de universele en tolerante interpretatie wordt overheerst door intolerant fundamentalisme. In feite lijkt dit veel op de Europese geschiedenis. Het christendom leek vooral in de Middeleeuwen een bovennationale verbinding te geven, maar wordt daarna verscheurd door intolerantie en godsdienstoorlogen. Zie mijn artikel over De christenheid of Europa van Novalis in nr 36. Hoe interessant dit ook is: terug naar Elias.

Afbeeldingsresultaat voor wereldburger

Indische Nederlanders: een voorbeeld van geslaagde integratie

Ontwikkeling van ik-identiteit en meervoudige wij-identiteiten

Elias heeft het over de ik-identiteit en de wij-identiteit die min of meer met elkaar in balans kunnen zijn balans, of een individueel of collectief accent heeft. Individuele mensenrechten ten opzichte van elkaar en van de staat, die eerst beperkt waren tot de ‘hogere kringen’, hebben zich sinds de Renaissance ontwikkeld, vooral na de Verlichtingstijd en de Franse Revolutie en de Industriële Revolutie werden burgerrechten geleidelijk uitgebreid tot vrouwen en arbeiders, toen ook zij stemrecht kregen.7 Daarom is het begrijpelijk dat de ontwikkeling van de ik-wij balans bij allochtonen ook enige tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen.

Op grond van de inzichten van Elias is een toenemende ontwikkeling van meervoudige identificatie te verwachten in de richting van mondialisering, waarin mensen sterker zijn geïndividualiseerd,

en de “lokale, regionale en nationale wij-identiteit op den duur zal transformeren in een wij-identiteit gericht op de mensheid als geheel… De sociale identiteit verandert in die van een wereldburger… in een lange termijn proces… De producten van de wereldmarkt, het wereldnieuws, het toerisme en de migratie hebben andere landen en continenten dichtbij huis gebracht, en daarmee ook onze betrokkenheid vergroot en onze gevoelens van verantwoordelijkheid versterkt.”

Dit vraagt m.i. een ruimer bewustzijn en een sterkere persoonlijk identiteit of individualiteit die meervoudige identiteiten en identificaties kan omvatten en daarbij zichzelf blijft. Het samengaan van individualisering en mondialisering is niet toevallig. Als een boom groter wordt en meer takken krijgt, dienen er ook meer wortels steviger in de grond te groeien. Als er meer groepsidentiteiten en loyaliteiten zijn vraagt dit een meer omvattend bewustzijn en een persoonlijkheid die zichzelf kan blijven in verschillende groeperingen, zonder door een groepering te worden meegenomen ten koste van een andere en zichzelf.

Volgens Sorokin10 worden de verschillende sociaal-culturele ego’s, groepsidentiteiten of sociale zelven geïntegreerd in het egoloze Zelf, ook wel het bovenbewuste (supra-conscious) genoemd of puur bewustzijn zonder bewustzijnsinhouden. Voor diepere bewustwording en integrale morele en spirituele ontplooiing in de richting van altruïsme is het zaak om hiervan bewust te worden. Zie eerdere artikelen over bewustzijn  en kwantumfysica in nr 25, 26 en 27.

Volgens Elias speelt bij dit proces van  mondialisering geen religie of spiritualiteit als zodanig geen rol, howel het wel een proces van bewustwording is. Volgens Sorokin, Saint-Simon, Durkheim, Mannheim, Berger, Laeyendecker en andere sociale wetenschappers is religie en spirituele ontplooiing wel van belang zo niet essentieel. Saint-Simon11, grondlegger van de sociologie en het socialisme,  zou op zijn sterfbed hebben gezegd: “De godsdienst kan niet ondergaan, ze kan slechts omgevormd worden,” en wel tot een religie van de mensheid in een industriële (wereld)samenleving.

“De overgang… gebeurt niet in één stap… De mogelijkheid van een terugval naar weer wat losser verband van individuele staten werd door Elias niet uitgesloten,” wat betreft verbanden als de Europese Unie en de Sovjet Unie. Elias is en was niet de enige met een dergelijke mondiale visie. In eerdere artikelen4 zijn Saint Simon, Durkheim, Sorokin en Couwenberg genoemd. Daar zijn velen aan toe te voegen. Bijvoorbeeld deze reactie die ik toevallig op internet tegenkwam, waar  ook een discussie wordt gevoerd over de islam.

“De Euro-Islam, dat de Sharia (wet) niet bezigt en de westerse denkwijze c.q. cultuur kan begrijpen of eigen maakt, zou een brug kunnen vormen tussen oost en west. Dit ook omdat de Islam het begrip van Christus in zich heeft. Een land als Nederland heeft baat bij eenheid, niet bij verdeling… Het is wel een verdienste dat men zich duidelijk tegen de Sharia (het stenigen, amputeren, verminken, straffen etc.) en tegen vrouwen besnijdenis uit. En daarmee ook het extremistische en terrorisme ten zeerste veroordeelt . Doch de wijze waarop zou bij bepaalde bevolkingsgroepen, geen stigma mogen oproepen.” http://www.anjameulenbelt.nl /weblog/2010/09/30/wilders-visie-op-de-islam-in-flagrante-strijd-met-de-feiten/#comments

Sociale wetenschappen

Vanuit de sociale wetenschappen is duidelijk dat etnische groepen en groepsidentificaties een belangrijke rol spelen in het maatschappelijke en culturele leven. Cultuur ook de cultuur van een volk is een cruciaal begrip, net als de sociaaleconomische structuur. Het begrip ‘collectief bewustzijn’ een centrale rol speelt in de sociologie vanaf Emile Durkheim, een variant van sociaall karakter of volkskarakter, is ontleend aan de Völkerpsychologie van Wilhelm Wundt, die Durkheim heeft gekend en bestudeerd, met name het begrip ‘Volksseele’ en ‘Volksgeist’ (Hegel), dat in onbruik is geraakt en als onwetenschappelijk en verdacht wordt beschouwd.11

Ook in de Amerikaanse sociologie, omdat Amerika een multi-etnische samenleving is, geen smeltkroes maar een lappendeken van etnische groepen. Vroeger werd culturele antropologie etnologie en etnografie genoemd en werden allochtonen etnische minderheden genoemd, een veel duidelijker begrip.

Waarom zijn deze adequate etnische termen in onbruik geraakt? Om de factor etniciteit te verhullen? Werd het een beladen begrip, net als nu de term allochtonen aan het worden is? Is de etnische factor onder tafel geschoven? Maar daarmee geldt etniciteit nog steeds een factor van betekenis, zoals bekend is in de sociale wetenschappen.

Het collectieve bewustzijn kan een variabele mate van coherentie of incoherentie en verdeeldheid hebben in etnische, politieke, economische en andere groepen en sociale lagen. Een tegenstander of vijand in  de vorm van een andere groepering van de groepscohesie versterken. Een groepering kan een tegenstander nodig hebben voor de interne coherentie. Met name etnische of andere vooral afwijkende minderheden lenen zich hiervoor beter dan meer verwante groepen. Hierbij spelen diverse factoren  een rol, waarop ik ben ingegaan in eerdere studies1, die nog steeds toepasbaar zijn bij nadere bestudering van etnische, nationale en andere groepsidentificatie, fundamentalisme, (in)tolerantie en hetgeen in de diverse artikelen over de islam naar voren kwam maar in dit bestek niet past om dieper op in te gaan.

Conclusie: combinatie van meervoudige groepsidentificatie en wereldburgerschap

Mijn conclusie is nogmaals dat religie als zodanig niet het probleem is en een tolerante interpretatie en afstemming met de moderne cultuur mogelijk is. Dat geldt ook voor groepsidentificatie, waarbij meervoudige identificatie met verschillende groepen mogelijk en wenselijk is, op weg naar wereldburgerschap.

Andere etnische, politieke en nationalistische identificaties kunnen hierbij een problematische rol spelen als samenhangende of concomitante factoren, zoals dat heet in methodologische termen. Deze etnische groepsidentificaties vragen nader onderzoek in plaats van ze te negeren, omdat ze zonder gedegen onderzoek op basis van ‘de gevoelens van het volk’ op de agenda staan van ‘rechts populistische partijen’, zoals Jan de Boer deze noemt in zijn artikelen. Deze geven uiting aan problemen die de kiezers bezighouden, zonder een gedegen onderbouwde oplossing te bieden, die niet zo eenvoudig is als politieke meningen en ‘oneliners’ suggereren.

Sterkere identificatie met kleinere lokale gemeenschappen, volken en nationale staten lijkt een stap terug in het proces van mondialisering en interdependentie van grotere verbanden, zoals Elias en Wilterdink dat schetsen. Bij de ontwikkeling van meervoudige identificatie kan de lokale en nationale integriteit en identiteit ook een stap in mondiale richting zijn die we niet kunnen overslaan ten koste van lokale verbanden, die de basis vormen van grotere verbanden. Een sterkere organisatie vraagt sterkere organen. Een bos is groen als de bomen  en bossages groen zijn en de bomen geworteld zijn. Hierover valt veel meer te zeggen. Voor dit stuk volstaat het bovenstaande.13

 Afbeeldingsresultaat voor wereldburgerschap

Wereldburgerschap

 

Meervoudige idenificatie

Als men leeft in twee culturen

heeft men veelal twee naturen

Twee verschillende loyaliteiten

die horen bij twee nationaliteiten

Waarbij men zich zozeer kan identificeren

dat men een ander mores wil gaan leren

 

Het zijn twee manieren van denken en leven

Als de een de ander geen ruimte kan geven

Dan zijn er conflicten en problemen

De één kan de ander de vrijheid ontnemen

 

Waarachtig beleden religiositeit

is in strijd met haat en nijd

Is God niet de vader en moeder

de beschermer en behoeder

van de hele mensheid?

 

Het godsprincipe is in strijd met strijd

het godsbegrip een verenigende waarde

Het verbindt de kosmos met de aarde

Verruimt het niet ons aller bewustzijn

naar hetgeen waarin wij leven bewegen en zijn?*                           *Handelingen van da apostelen, 17:28

 

Noten

Vanwege ontbreken van internet en boeken op vakantieadres beperkt ik mij tot herinneringen en toegevoegde paginering, alsmede het stuk over Norbert Elias.

  1. Zie P Ransijn en N Schulte, Bewustzijn als bewapening: Vrede en ontwapening door groei van collectief bewustzijn (1982) geschreven toen de vredesbeweging actief was; en mijn Ph D Dissertatie Collective Consciousness and Peace: A Sociological Study. Deze ondertitel staat erbij, omdat het een interdisciplinair proefschrift is bij de studierichting sociologie.
  2. Sommigen roeren zich in het debat over Zwarte Piet, die van Germaans origine zou zijn. Het Sinterklaasfeest dateert van voor het kolonialisme en zou er weinig of niets mee te maken hebben. Er zou dan sprake zijn van ‘hinein interpretieren’.
  3. Zie Siep van der Werf, Allochtonen en Sociologie in de praktijk, p 203. Hij ontleent de termen ik- en wij-cultuur aan Andreas Eppink, Interculturele communicatie.
  4. M J van Dijk, Grootmeesters van  de sociologie, Norbert Elias, p 206 e.v. Mondialisering en individualisering: naar een wereldsamenleving van individuen.
  5. Noot 4, over Peter Berger, p 258
  6. “The desire of a great man rises to support others and rejoices in the happiness that others derive from such support.”Bhagavad Gita, commentaar van Maharishi Mahesh Yogi,  I-32. Een overleden vriend ontving dit citaat op een kaart.

Over de persoonlijkheid, het ego, emoties, het superego en identificatie, zie H Bloem en H Komen, Gevangen door het ego, resp. hfst 1,2,3,4,5, p 441 e.v. gaat over identificatie: “een hechting aan een illusoir egobeeld en dat beeld is voor een groot deel gebaseerd op de sociale conditioneringen”, p 450-51. Het berust op vereenzelviging met onze gedachten, gevoelens en sociale conditioneringen, opgaan in iets anders dan jezelf, je essentie, je eigen bewustzijn.

  1. Nico  Wilterdink e.a., Samenlevingen (2007), p. 32, 136 e.v.
  2. P Lambrechts e.a. Basisculturen van de Europese mens: ‘Typering van de oud-Germaanse mens’ door K Roelandts, p 45, 59, 60, 64 (Havamal), 65.

Zie ook C Brinkgreve en A de Regt, ‘Ontwikkeling van het gezinsleven in West-Europa, in Wilterdink, noot 2, p 207 e.v. Zie ook mijn artikel in nr 31 over ‘Het individualisme en de intellectuelen’ van Emile Durkheim (L’individualisme et les intellectuals).

  1. Zie o.m. S W Couwenberg, Opstand der burgers: De Franse Revolutie na 200 jaar en Wilterdink, p 100 e.v.: Staatsvorming en politiek in Nederland over uitbreiding van kiesrecht en burgerrechten.

10.P.A. Sorokin, Society, Culture and Personality: Their Structure and Dynamics, p 345 noot; The Ways and Power of Love: Types,  Factors and techniques of Moral Transformation; Social and Cultural Dynamics: A Study of Change in Major Systems of Art, Truth, Ethics, law andSocial Relationships; The Reconstruction of Humanity en andere werken.

11.L Rademaker en E Petersma, red., Hoofdfiguren van de sociologie, deel 1, Saint-Simon en Comte door B Laeyendecker

12 Zie Lewis Coser, Masters of Sociological Thought, Emile Durkheim, p 155-56

13 Deels ontleend aan een lezing van de Libanese neurowetenschapper en bewustzijnsdeskundige Tony Nader te Vlodrop, Limburg, 19 aug.