Onkunde over burgerschap

Civis Mundi Digitaal #47

door Lode Goukens

Bespreking van: Jef Peeters (red.), Veerkracht en burgerschap. Sociaal werk in transitie. Uitgeverij EPO, Antwerpen.

Hoewel de ondertitel van het boek ‘sociaal werk in transitie’ luidt, blijkt Veerkracht en burgerschap compleet irrelevant voor wie over dat onderwerp wil lezen. Het klinkt als een spoiler waarbij de recensent de plot van een thriller verklapt in de lead, maar hoe deze verzameling onsamenhangende theorietjes ooit voorbij een eindredactie raakte zal wel altijd een mysterie blijven. Zelfs het voorwoord door Paul Verhaeghe kan de pil niet vergulden. Ik wens Verhaeghe alvast toe dat hij het niet eerst moest lezen alvorens een voorwoord te plegen. De redacteur Jef Peeters blijft oeverloos ideologische constructies spuien en ondanks de tientallen literatuurverwijzingen slaat hij de plank meer dan eens volslagen mis. Het enige compliment dat aan de auteurs te geven valt is dat de onkunde zeer consistent blijkt.

 

Bovendien zijn de bijdragen slecht geschreven en bovendien in een zeer ideologisch gekleurde taal. Scheldwoorden als neoliberaal vliegen over de pagina’s, maar nergens staat een duidelijke definitie van wat dit dan wel mag betekenen. Zelfs neomarxistische concepten zoals de multidimensionele mens halen de auteurs vanonder het stof. In tegenstelling tot neoliberaal is neomarxist geen scheldwoord maar een aanduiding van een stroming filosofen. Herbert Marcuse de bekendste onder hen is door zijn boek One Dimensional Man nog steeds terecht beroemd.[1] Marcuse was de ideoloog van mei 1968 en bedacht de boeiende bewering dat de moderne mens door technologie zijn vrijheid kwijtspeelt. Dit illustreerde hij met de boeiende vergelijking tussen vrijen in het veld en vrijen in een auto. Idyllische vrijheid om zo te zeggen. Ondanks het erudiete geposeer en Duitse zwaarwichtigheid in zijn Engelse tekst was en is een deel van zijn sociale kritiek terecht. Het consumentisme (of consumerisme) en de technologische impact op de persoonlijke vrijheid verloren nog niets aan actualiteit. Net als één van zijn voorbeelden Vance Packard die vaststelde dat de mens in de 20ste eeuw in de greep van afvalmakers of waste makers was geraakt.[2] De planned obsolence waarbij apparaten, lampen enzovoort stuk gaan na zorgvuldig gepland verloop van tijd wordt zelfs steeds actueler.

In principe zou de ‘sociaal-ecologische transitie’ die Peeters aankondigt dus boeiende lectuur moeten zijn, maar het verzandt in dogmatisch geweep, eindeloze herhalingen van lichtzinnige beweringen en vermenging met een activistisch discours. Onbewezen conventional wisdom en marketing speak voeren de boventoon. Ook bij de andere auteurs zoals Philippe Vandenbroeck. De meeste andere auteurs dan Peeters beperken zich tot een paar vellen algemeenheden of een pet project.

De lectuur begint op sadisme te lijken. Een voorbeeld: “Om aan te tonen dat de ecologische crisis tegelijkertijd een sociale crisis is vertrekken we van de mondiale ecologische voetafdruk. dat is een samengestelde indicator die, op basis van de best beschikbare wetenschappelijke gegevens, een schatting geeft van de totale menselijke impact op het ecosysteem van de aarde.” en vervolgens verwijzen ze naar een website van een actiegroep. Zelden een slordiger cirkelredenering op basis van onzekerheden gelezen.

Andere redeneringen die wel van pas zouden kunnen komen bij sociaal werk grenzen aan het absurde: “Mensen kunnen best alles krijgen waar ze ‘recht op hebben’ en toch net op dat fundamentele vlak aan hun lot overgelaten worden (bijv. problemen van vereenzaming). Het kan nog erger, bijvoorbeeld wanneer mensen vernederende procedures moeten ondergaan om aan hun recht te komen.” Een goede verstaander zal allicht weten dat het hier om een zorgethisch probleem gaat, maar er bestaan betere manieren om een ethisch minimum minimorum te verwoorden. Qua ethiek laten de auteur(s) tal van waardevolle pistes links liggen om een gekleurd discours te voeren dat tijdens het lezen op een soort mantra begint te lijken. Helaas wordt een sociaal-ecologische visie geen wetenschappen door eindeloos herhalen van ongefundeerde beweringen.

Peeters raakt helemaal de pedalen kwijt als hij beweert dat het begrip autonomie herzien dient te worden. Zweverig gefilosofeer over samenredzaamheid of autonomie in verbondenheid moeten een bruggetje leggen naar zijn burgerschap uit de titel. Vervolgens steekt Peeters weer een tirade af over sociaal-ecologisch activisme. Mocht het betoog nog degelijke opgebouwd zijn, maar het los zand verandert al snel in dodelijk saai drijfzand.

Al lezend worstelt men zich voorbij bruto national geluk en andere prietpraat die zelfs in een gemiddelde preek niet te harden zijn.

Hoofdstuk 4 met titel Sociaal werk, ecologie en duurzaamheid biedt de lezer helemaal niets zinnigs over sociaal werk. De sloganeske kolder die pagina na pagina opduikt is tenenkrullend. Platitudes zoals “de sociaal werker in eerste instantie een partner en geen expert” of een warrige uitleg dat niet vraaggestuurd maar dialooggestuurd dient gewerkt. Gevolgd door modetermen als empowerment krijgt de lezer opnieuw een obligaat pleidooi voor politiek activisme voor de kiezen.

onwaarschijnlijke onkunde

Zelfs de meest plichtsbewuste en ruimdenkende lezer zal bij hoofdstuk 6 zin hebben om tot gewelddadig verzet of zelfs boekverbranding over te gaan. Niet alleen slaat Peeters de bal helemaal mis, maar wanneer hij met het concept “sociaal kapitaal” komt aanzetten blijkt dat hij niet weet waarover hij schrijft. Bijvoorbeeld wanneer hij het concept sociaal kapitaal ter berde brengt verzand hij in vaag vendelzwaaien met de woorden sociaal en kapitaal. Niet alleen heeft Peeters de betekenis van sociaal kapitaal niet begrepen, maar de belangrijkste auteurs over dit onderwerp negeert hij straal. Geen Bourdieu, geen Homans, geen Putnam, geen Coleman, geen Parsons, geen Durkheim... Sociologen van formaat die het denken over de mens als sociaal wezen de afgelopen eeuw veranderden en van sociaal en cultureel kapitaal de boeiende twee concepten maakten in de sociale wetenschappen. Wat rest is warrig. Een vleugje community building, een snuifje opinie. Leuk voor een powerpointpresentatie voor een slapend publiek van beleidsmakers maar volslagen irrelevant en zowel sociologisch als historisch pijnlijk fout. “Sociaal kapitaal” klinkt misschien goed. Het past zeker in elk stappenplan van de gemiddelde minister, maar van een auteur over sociaal werk zou men minstens mogen verwachten dat hij de basiskennis in het vakgebied beheerst. Alsof het nog niet gênant genoeg is komt Peeters op pagina 130 nog eens terug op “Sociaal kapitaal: verbinden voor verandering”. Opnieuw volgt een warrige betoog wars van alle gangbare kennis of inzichten en Peeters gooit nog een paar modewoorden in de strijd: bridging en linking. Even besloop me het vermoeden dat hij alsnog Putnam gelezen had, maar dan zou bonding natuurlijk niet linking worden en bridging juist begrepen zijn. Het lijkt wel het spelletje bij de jeugdbeweging waar iemand iets in het hoor fluistert van de volgende in de kring en die bij de volgende totdat de kring rond is.

Met steun van UC Leuven Limburg zou de lezer toch minstens mogen verwachten dat de betogen niet op krantenknipsels, beleidsdocumenten, manifesten, websites van activisten en dergelijke gebaseerd zijn, maar op originele denkers en wetenschappelijk verantwoorde bronnen. In het ideologisch slecht onderbouwd verhaal over sociaal-ecologisch benaderd sociaal werk moet de lezer met een vergrootglas op zoek naar iets dat met sociaal werk te maken heeft.

De lezer meent geluk te hebben dat hierna een reeks zeer summier passages door andere auteurs volgt. Helaas is ook het hoofdstuk over cocreatie een hoop sloganesk geratel. Het aangekondigde sociaal artistiek werk blijkt onvindbaar. Ieder mens met een greintje gezond verstand zou het boek al uit een rijdende trein gegooid hebben, maar deze letterknecht had beloofd een recensie te schrijven. De lijdensweg gaat dus verder langs “de geneeskundige kracht van gewoon onkruid”, “In de kunst van herstelondersteunende zorg en binnen structureel sociaal werken is de versterking van de macht van de patiënt in de relatie patiënt/cliënt-werker een van de zeven sleutelelementen.” of “In combinatie geven ze vorm aan menselijke samenlevingen, en dus ook aan economische ordening ervan.”. “sommige economiehistorici”, “een postkapitalistisch scenario”, “vernieuwde sociaal-economische praktijken”, “deeleconomie als actief burgerschap”, “geld als doping”... Bijzonder pijnlijk allemaal. De goesting bekroop me om de passages als anoniem werkstukje van studenten aan professoren met enige authoriteit te laten lezen, maar het zou mensonterend zijn.

326 pagina’s compleet absurde pseudowetenschappelijke kopij over vanalles en nog wat behalve over sociaal werk, veerkracht of burgerschap. Zelfs voor een politiek manifest is dit boek te slecht geschreven en te onsamenhangend. Het is onbegrijpelijk dat de auteurs met dit pak papier hun reputatie zo te grabbel gooien. Ze hadden net als de lezer best deze kelk aan zich voorbij laten gaan.


[1] Marcuse, Herbert: One Dimensional Man. Abacus (geen jaartal vermeld in mijn exemplaar)

[2] Packard, Vance (1970):The Waste Makers, London: Penguin Books (Pelican)