Brexit: Tony Blair maakt zich op voor een heroïsche comeback

Civis Mundi Digitaal #55

door Dirk Jan van Baar

  Tony Blair heeft zich in de frontlinie gemeld om de Brexit te keren. Dat zal niet meevallen, want de man die New Labour tussen 1997 en 2005 naar drie opeenvolgende verkiezingsoverwinningen leidde, heeft een geloofwaardigheidsprobleem. Sinds de inval in Irak staat de ’master of spin’ te boek als leugenaar, wat de ’loony left’, dat nu onder Jeremy Corbyn Labour leidt, Blair nooit heeft vergeven. Erger: Blair geldt als Thatchers beste leerling.

  In de stammenstrijd die de Britse politiek is, weten de brexiteers daar wel raad mee. Met hun karikaturale opvattingen over Europa hebben zij de beeldvorming mee en zij schrikken zelf niet voor leugens terug. Onder aanvoering van Boris Johnson, nu minister van Buitenlandse Zaken en een biograaf van Churchill, vertolken zij de eilandmentaliteit  van ’never surrender’, waar Blair zich sterk maakte voor deelname aan ’the heart of Europe’. Voeg daarbij Blairs reputatie uit de Iraktijd als het schoothondje van Bush, en het is ’game, set and match’ voor het Brexitkamp.

  Blair is ongetwijfeld te stellig geweest met zijn claims over de Iraakse massavernietigingswapens, die het VK binnen drie kwartier zouden kunnen treffen en achteraf niet aanwezig bleken. Maar is hij daarmee de leugenaar die zijn tegenstanders (vooral op links) van hem maken? Geen politicus in de westerse wereld is daarover door allerlei onderzoekscommissies zo doorgezaagd als Blair, maar hij verweerde zich als een leeuw en overleefde ze allemaal. De Britse oud-premier heeft nooit spijt betuigd en zelfs gezegd dat hij alles zo weer zou doen. Niet het soort zelfkritiek waar journalisten van houden. Maar ook niet het politieke gedraai van Theresa May, die als minister tegen de Brexit was en die nu als conservatief premier wil uitvoeren omdat dit de ultieme wens van het Britse volk en haar tot op het bot verdeelde partij zou zijn.

  Vergelijk dit met Blair, die met impopulaire standpunten tegen zijn eigen partij inging en ook de media (de BBC en kwaliteitskranten als The Independent) van zich vervreemdde. Toch zette hij zich in voor de speciale band met Amerika, en zorgde hij ervoor dat George W. Bush inzake Irak de VN-route bewandelde. Dat die route verraderlijk bleek, doet niks af van aan de inzet van Blair, die in lijn was met Britse constanten. Niemand kan zeggen dat het Irak van Saddam geen duistere put was die ooit moest worden gedempt. Zoals ook niemand kan zeggen dat de analyse waarmee Blair zijn bezwaren tegen de Brexit uiteenzet ondeugdelijk is. De spinmaster draait er niet omheen, hij legt de verantwoordelijkheid waar die hoort, bij de Tories en het Britse volk, dat zich door de anti-Europese agitprop van de rechtse tabloids en valse profeten als Nigel Farage heeft laten misleiden.

  Er hebben vaker grote Britse politici in de wildernis verkeerd. De grootste was Winston Churchill, die na zijn Dardanellenavontuur in 1915 in de woestijn belandde en naar wiens waarschuwingen in de jaren dertig pas geluisterd werd toen het te laat was. Of Tony Blair die statuur heeft, zal moeten blijken. Maar mocht hij erin slagen het momentum voor de Brexit te keren, dan heeft hij – nu 64 – zijn ’finest hour’ nog voor zich.