Italiaanse verkiezingen met een versplinterd politiek landschap. Een gevaar voor Italië, Europa en het voortbestaan van de Euro

Civis Mundi Digitaal #56

door Jan de Boer

Komende zondag, 4 maart, gaat Italië naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. Brussel houdt zijn adem in, want deze verkiezingen beloven ook voor Europa weinig goeds. De voorzitter van de Europese Commissie Juncker verklaarde op 22 februari dat Europa zich voorbereiden moet op het meest beroerde scenario met een forse negatieve reactie op de beurzen. Paolo Gentini, de huidige minister-president van de Italiaanse regering, haastte zich om Europa en de beurzen te verzekeren dat hoe de uitslag van de verkiezingen ook zal zijn, Italië een Europa welgezind land zal blijven. En op zijn beurt verklaarde Juncker nog diezelfde avond dat hij toch vertrouwen bleef houden in Italië, dat een centrale hoofdrol in Europa heeft ook wat de toekomst betreft. Europa spreekt zichzelf moed in mee omdat er sprake is van een lichte economische groei in Italië die ten gunste zou moeten komen van onder meer de Democratische Partij van Mateo Renzi, een voorstander van Europa. Deze zwakke economische opleving blijft overigens zeer kwetsbaar met een staatsschuld van 130% van het PPB (het bruto binnenlands product) direct achter dat van Griekenland en met het einde in zicht van het goedkope geld van de Europese Centrale Bank wordt het er voor Italië niet beter op en is de ruimte voor belastingverlaging of meer staatsuitgaven uiterst klein of zelfs nihil.

 

Gouden bergen

De leiders van de drie belangrijkste politieke groeperingen trekken zich daar niets van aan en beloven de kiezers, waarvan 45% nog niet weet op wie ze hun stem gaan uitbrengen, gouden bergen. Mateo Renzi van de Democratische Partij met 25% van de stemmen volgens de jongste peilingen belooft de kiezers een verlaging van de inkomstenbelasting voor gezinnen ter grootte van 9 miljard euro en de afschaffing van onder meer de luister- en kijkbijdrage van radio en televisie waarmee 2 miljard euro is gemoeid. Hij is daarmee nog de minst onverstandige van de drie politieke groeperingen die elkaar bestrijden. Het rechtse bondgenootschap, goed voor 35% van de stemmen, van Forza Italia met de weer onbegrijpelijk opgestane Silvio Berlusconi, bekend van zijn bunga-bunga -seksfeestjes en fraudezaken, van de extreemrechtse Liga Nord met Matteo Salvini en van de neo-fascistische Fratelli d’Italia, belooft onder meer een "flat tax" van 23% voor de inkomstenbelasting hetgeen 50 miljard euro minder in de staatskas brengt. Dit rechtse bondgenootschap en de derde grote politieke groepering in Italië, de 5-sterrenbeweging met Luigi di Maio met 28% van de stemmen volgens de peiling, beloven respectievelijk voor iedereen een gegarandeerd inkomen (kosten 45 miljard euro) en een zogeheten "burger-inkomen " voor arme gezinnen (kosten 29 miljard euro). Beide groeperingen beloven ook de wet af te schaffen die de leeftijd voor ouderdomspensioen op 66 jaar bracht. De vroegere minister van economische zaken van de regering Monti die tijdens de financiële crisis van 2008 orde op zaken stelde, Corrado Passera, liet weten dat de leiders van al deze drie belangrijke politieke groeperingen "gek, inconsequent of leugenaars zijn".

De eurosceptische 5-sterrenbeweging heeft om de Europese gemoederen te sussen gezegd dat het referendum over de euro geen dagorder meer is. Deze verklaring kan onmogelijk de ongerustheid in Brussel wegnemen, want de 5-sterrenbeweging wil om de druk van de enorme staatsschuld te verlichten snel de Europese regel van de 3% van het overheidstekort afschaffen en - een bewijs van totale incompetentie - tegelijkertijd de staatsschuld van 130% van het BBP terugbrengen naar 90%, met als gevolg een woede-uitbarsting in Brussel. Overigens gaat er bijna geen dag voorbij zonder populistische wervende uitspraken zoals onlangs van de gewiekste Berlusconi die 600.000 vluchtelingen uit het land wil zetten.

 

Geen parlementaire meerderheid

Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zullen de verkiezingen geen meerderheid in het parlement voor een van de drie groeperingen opleveren. Bij het rechtse blok speelt ook de concurrentie tussen Forza Italia van Berlusconi die Europa steunt maar zelf niet verkiesbaar is wegens een veroordeling wegens fraude, en Liga Nord van Matteo Salvini die niets van Europa moet hebben, en die beide ongeveer evenveel kiezers weten te trekken. Ze vinden elkaar op het terrein van de migratie, van de vluchtelingen die ze massaal het land uit willen zetten daarbij meer dan van harte gesteund door de neo-fascisten, maar of dat voldoende is om een regering te vormen? Het verhindert in ieder geval een coalitie met de Democratische Partij van Renzi. Berlusconi probeert Brussel te paaien met de belofte dat zelfs als rechts wint, hij nooit Matteo Salvini een ministerspost zal geven, in Rome heeft hij evenwel regelmatig verklaard hij dat deze zeer extremistische leider van Liga Nord de post van minister van binnenlandse zaken zal toewijzen. Heel misschien dat met het doen van concessies het Berlusconi lukt om voor zijn kandidaat een relatieve meerderheid in het parlement te krijgen als iedereen tenminste akkoord gaat om Paolo Gentini weer als minister-president te benoemen met als doel de huidige electorale wet te hervormen met nieuwe verkiezingen binnen een jaar.

Hetgeen zich nu allereerst aftekent, is een versplinterd politiek landschap in Italië waarin de eurosceptische partijen als sterkste uit de bus komen: een gevaar voor Italië zelf, voor Europa en voor het voortbestaan van de euro.