Belangenverstrengeling is veeleer regel dan uitzondering: Monsanto en andere bedrijven

Civis Mundi Digitaal #61

door John Ramsingh

De werkwijze van Monsanto lijkt veeleer regel dan uitzondering bij invloedrijke multinationals. Het verschil lijkt veeleer gradueel dan substantieel en meer kwantitatief dan kwalitatief. Een vergelijking met andere bedrijven en andere (case) studies kunne hierover meer opheldering geven. Als we de zwarte piet aan Monsanto geven, lijken andere bedrijven vrijuit te gaan en zien we over het hoofd hoe het met andere bedrijven en industriële praktijken gesteld is die meer algemeen zijn.

Het is de vraag in hoeverre Monsanto slechter is dan vergelijkbare bedrijven. Monsanto was bijv. niet het enige bedrijf dat het ontbladermiddel Agent Orange leverde tijdens de oorlog in Vietnam. Dow Chemical was het andere bedrijf. Veel meer chemische en andere bedrijven hadden een belangrijk aandeel in de wapenindustrie. Monsanto lijkt een succesvolle onderneming, die erin geslaagd is de wereldmarkt te veroveren met grensverleggende producten en daarin verder lijkt gegaan dan andere ondernemingen. Om dit te kunnen bevestigen, is vergelijkend onderzoek nodig. In haar manier van zaken doen, laat Monsanto  zich vergelijken met zeer succesvolle zakenlieden. Bijv. de legendarische miljardair Rockefeller, die wordt beschreven in het boek van C F van der Horst, Dodelijke leugens. Dit boek biedt relevant vergelijkingsmateriaal uit de farmaceutische en de agrochemische industrie, die bevestigen dat Monsanto geen uitzondering is, maar veeleer regel en ‘common practise’. Dit wordt o.a. bevestigt door onderzoek van Peter Götzsche  en Joris Luyendijk dat in eerdere nummers is besproken.

De samenwerking van Monsanto met regelgevende en toezichthoudende instanties, politici en wetenschappers was zeer succesvol, afgezien van enkele dissidenten, die gevoelige nederlagen leden. Het lijkt een schoolvoorbeeld van succesvolle lobbying en een gebruikelijke gang van zaken bij multinationals. De werkwijze van Monsanto is veeleer een specimen van succesvol ondernemen fdan een uitzondering. Het is hier dus niet de bedoeling Monsanto de zwarte piet toe te spelen. Er zijn talloze medeplichtigen. Ook degenen die zich hebben laten misleiden en niet hebben geweten, maar ook niet hebben onderzocht wat de mogelijke effecten konden zijn van de producten van Monsanto.

 

Verstrengeling van de industrie met politiek en wetenschap

De  case study van Monsanto laat zien hoe ons industriële systeem kan werken en hoe verstrengeld de industrie is met de politiek, hoe de wetenschap door de industrie wordt gefinancierd, en hoe in toezichthoudende instanties veel ex-werknemers hun loopbaan voortzetten en hun diensten verlenen aan hun voormalige bedrijven. Bevindingen van eerdergenoemde auteurs en anderen over de farmaceutische industrie en de voedingsindustrie geven een vergelijkbaar beeld. In de wereld van banken en financiële instellingen is het niet veel anders, zoals Luyendijk heeft laten zien in zijn boek over banken.

Onderzoek wordt vaak gedaan door de bedrijven zelf of erdoor gefinancierd. Onafhankelijk onderzoek door integere wetenschapper lijkt steeds meer te verdwijnen, omdat ze gewoon geen geld krijgen. En als er onderzoek plaatsvindt dat ingaat tegen de belangen van bedrijven worden ze met alle mogelijke middelen bestreden. Het is zorgwekkende dat de wetenschap steeds meer zijn onafhankelijkheid verliest en meer en meer in de greep komt van de industrie. Onafhankelijke beoordeling van producten laat ernstig te wensen over. Ze worden ons steeds meer, steeds overtuigender en steeds moeilijker te weerleggen opgedrongen.

Bedrijven worden gedreven door winst en moeten winst maken om te kunnen overleven. Dat is hun doel en de hoogste waarde. Andere doelen en waarden worden ondergeschikt aan het winstoogmerk gemaakt. Het is niet zozeer een probleem van kwade wil van malafide bazen, maar lijkt ingebakken in het systeem. Wat in de case study van Monsanto aan het licht komt, geldt niet alleen voor Monsanto. Het geldt in beginsel voor het hele industriële systeem, dat wordt geleid en vorm heeft gekregen door degenen die er leiding aan geven.

In de VS kunnen directies niet persoonlijk aansprakelijk worden gesteld en worden berecht als een bedrijf zich schuldig maakt aan malversaties of ontoelaatbare schade veroorzaakt. Zo kunnen ze hun gang blijven gaan. Zoals bijv. een directeur die wegens ongewenste intimiteiten wordt ontslagen en in een volgende directiefunctie bij een ander bedrijf zijn loopbaan voortzet. Op deze manier verandert het systeem niet en worden mensen alleen maar vervangen door anderen, die dan vaak op dezelfde voet doorgaan met winst maken. Als bedrijven boetes krijgen, wordt daaraan vaak voldaan, terwijl ze gewoon verder gaan met de veroordeelde productie en praktijken, zolang deze meer winst opleveren dan de boetes kosten. Dit zien we bijv. ook in de farmaceutische industrie, zie de eerdere boekbespreking van Götzsche, Dodelijke medicijnen.

Het web van industrie, politiek, toezicht en onderzoek lijkt aan elkaar te hangen van leugens, bedrog, belangenverstrengeling met draaideuren die overal naar binnen kunnen komen. Onderzoekers en klokkenluiders die dit aan de kaak stellen, trekken vaak aan het kortste eind. Onderzoeksjournalistiek lijkt erop gericht te zijn beleidsmakers verantwoordelijk te stellen en schuldigen aan te wijzen. Maar als deze het veld ruimen verandert het onvoldoende en volgt er vaak meer van hetzelfde. Er zijn meer drastische veranderingen nodig in ons industriële systeem, dat ongebreideld zijn gang lijkt te gaan zonder voldoende tegenwicht van wetenschap en politiek. Slechts kritische consumenten, wetenschappers en milieubewegingen hebben een weerwoord dat te weinig wordt gehoord en vaak ter zijde wordt geschoven door de verantwoordelijke verstrengelde politici en toezichthouders. Het hele stelsel van toezichthoudende instanties lijkt op een groot lobbynetwerk van de industrie, blijkt uit deze case study van Monsanto, die wordt bevestigt door genoemde auteurs.

 

Vergelijkbare praktijken bij banken, farmaceutische industrie en voedingsindustrie

Monsanto is dus niet de enige onderneming die over de schreef gaat. Dit lijkt veeleer schering en inslag te zijn. De vraag is welke bedrijfstakken en bedrijven nog integer zijn en hoe dit beoordeeld kan worden als toezichthouders falen en worden misleid of lobbyisten zijn van de industrie of voor hun positieve beoordeling worden betaald. Haast overal valt geld aan te verdienen. Dat is een noodzakelijke, overheersende en vaak niets en niemand ontziende bezigheid geworden.

Waar het om gaat is niet een bedrijf aan de schandpaal te nagelen maar de mechanismen en invloeden bloot te leggen en te bestuderen die de samenleving corrumperen en bedreigen, waaronder de invloedrijke praktijken van multinationals. Met opgeheven vinger te wijzen naar een onderneming die onder de loep wordt genomen, is niet genoeg. Er zullen ook daar heus fatsoenlijke mensen werken, die daar niets vermoedend hun dagelijks brood verdienen, melk drinken van met hormonen behandelde koeien en producten eten van genetisch gemanipuleerde gewassen, zonder te beseffen wat daarvan de consequenties kunnen zijn op langere termijn. We mogen aannemen dat Monsanto ook waardevolle bijdragen en producten levert die in menselijke behoeften voorzien, die in het boek van Robin niet worden vermeld. Robin gaat in op de schaduwzijden, die aan het licht dienen te komen omdat burgers en bestuurders dat dienen te weten om adequaat te kunnen handelen en zich niet te laten misleiden door wat een bedrijf als Monsanto voorspiegelt.

 

De sociale, politieke en culturele context

Het functioneren van een bedrijf als Monsanto staat niet op zichzelf en is niet alleen te verklaren uit het gedrag van de directeuren en verantwoordelijke personen. Deze geven uitdrukking aan het collectieve functioneren van een heel land, in een wisselwerking waarbij de betrokken personen zowel oorzaak als gevolg zijn. Met name de bestuurders en toezichthoudende instanties die bij de regelgeving en besluitvorming zijn betrokken, spelen hierbij letterlijk een beslissende rol.

Dit betekent allerminst dat verantwoordelijke directeuren vrijuit gaan, maar dat we hun gedrag in een politieke, sociale en culturele context dienen te zien. Niet als verdoezeling van feitelijk gedrag, maar ter verheldering op zoek naar een antwoord op de vraag: hoe kunnen mensen komen tot het gedrag dat ze vertonen?

Wat betreft de culturele context heeft de geschiedenis van de VS het verschijnsel van de ‘Robber Barons’ laten zien, roofzuchtige industriëlen in de ‘Gilded Age’ aan het eind van de 19e eeuw. Na de val van het communisme en de Berlijnse muur in 1989 , zien we de ‘triomf van het (neo)liberalisme’. Volgens historici als Turchin en anderen zou dit sindsdien gepaard gaan met een toenemende ongelijkheid en kapitaalconcentratie, deregulering, toenemende vrije marktwerking en privatisering van staatsbedrijven. Ondernemers, maar ook bazen van woningbouwcorporaties en dienstverlenende instellingen kunnen daardoor met minder scrupules en minder regulerende belemmeringen hun gang gaan. Iets dergelijks speelt zich ook af bij Monsanto in de tijd van liberalisering en deregulering van de economie en industrie tijdens het presidentschap van Ronald Reagan en George Bush. 

De directeuren van Monsanto zijn  geen marionetten van sociale en historische processen, maar geven uitdrukking aan die processen als exponenten en vormgevers daarvan. Sociale systemen, structuren en processen zijn niet autonoom, maar vormen de gesystematiseerde en geformaliseerde gestolde collectieve actie van talloze betrokkenen. Met hun gedrag schrijven met name de leidende figuren geschiedenis, als collectieve processen mede door hun gedrag vorm aannemen en richting krijgen. Zoals vroeger koningen en veldheren met hun vorstenhoven en legers de loop van de geschiedenis markeerden, zijn nu multinationals invloedrijker dan legers en regeringen die hun belangen dienen.

Eerdere bevindingen van sociologen zoals Thornstein Veblen in zijn Theory of the Leisure Class over de‘roofsamenleving’ en Wright Mills over The Power Elite kunnen hierbij interessant en relevant zijn. Dat geldt ook voor de weliswaar gedateerde analyse van Hetkapitaal van Marx. Maar met de nodige aanpassingen kunnen dergelijke werken nog altijd veelzeggend zijn voor onze tijd als tegengeluid tegen het amorele vrije markt credo van het neoliberalisme. Ook de cultuurhistoricus Christopher Lasch heeft hierover verhelderende beschouwingen  geschreven. Onder meer in The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy. In dit laatste werk van hem betoogt hij dat elites steeds meer voor eigen gewin gaan en verraad plegen aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid die een democratie met zich meebrengt. We zien dit bij industriëlen, politici en toezichthouders, die de belangen van de industrie laten prevaleren boven die van de burgerbevolking, zoals de case study van Monsanto laat zien.

Deze bevindingen gaan verder dan vingerwijzingen naar foute daden van foute mensen in bedenkelijke ondernemingen, die niet goed te praten zijn maar wel meer begrijpelijk kunnen worden gemaakt en min of meer te verklaren zijn. Dat is de taak van sociale wetenschappen zoals desociologie die “sociaal handelen wil begrijpen (verstehen) en daardoor oorzakelijk verklaren”, in de  zin van Max Weber. Klassieke sociologen en andere onderzoekers verhelderen verbanden die ook in tijden als de onze relevant kunnen zijn. Zie bijlage.

 

De beslissende rol van het collectieve gedrag van de consument

Uiteindelijk blijkt het collectieve gedrag en het bewustzijn van de consument en van een mondige bevolking die zich roert, vaak beslissend te zijn als het gaat om substantiële veranderingen en trendverschuivingen, We zien dit bijv. bij de weerzin tegen gentech producten en de groeiende interesse voor biologische producten. Daar konden ook de bazen van Monsanto niet omheen, toen zij afzagen van de productie van gentech tarwe vanwege de reserve van de consument en een paar kritische wetenschappers en opinieleiders, zoals Prins Charles en Greenpeace.

Verandering van het collectief bewustzijn en gedrag komt niet alleen door informatie van buitenaf. De invloed van informatie kan in uiteenlopende richtingen gaan en mensen zijn vaak nogal beïnvloedbaar, leert de studie van collectief bewustzijn en massapsychologie. Het gaat er vooral ook om dat mensen zich weer bewust worden en voeling krijgen met hun authentieke kern waardoor ze meer mondig en minder manipuleerbaar worden en meer natuurlijk willen leven. Spirituele ontwikkeling en bewustwording kan worden gerelateerd met meer bewust consumeren en een meer mens- en natuurvriendelijke duurzame levenswijze. Daarnaast dienen ook zeker misstanden en vervuilers adequaat te worden aanpakt op een manier die beter werkt dan boetes en regelgeving waar zij zelf het meest de hand in hebben.

Nadere studie van collectief gedrag en bewustzijn gaat het bestek van dit stuk te buiten, en lijkt een meer hoopgevend perspectief te bieden dan alleen misstanden aan de kaak te stellen en schuldigen aan te wijzen, die gedragen worden door een al of niet medeplichtig collectief, en accentueren wat schering en inslag is in het bedrijfsleven en de politiek. Een verwijzing naar de artikelen van Toon van Eijk lijkt hier op zijn plaats. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd en geschreven. Wordt vervolgt (met andere boekbesprekingen).

 

Nawoord / nabeschouwing

Mijn artikel in vorig nummer ging over mystieke inzichten en ervaringen van Dionysius de Areopagiet. Dat lijkt totaal iets anders dat hiermee niets te maken heeft. Toch ligt de sleutel tot integrale en substantiële bewustwording in de alles verbindende ervaring van onze authentieke kern en van verbondenheid met de hele schepping inclusief mensen en andere levende wezens. Het onoprechte leven van winst en lustbevrediging najagen kan zo worden doorbroken door een meer zinvol leven, waarin meer wezenlijke menselijke waarden en behoeften van onszelf en anderen worden behartigd.

Het is moeilijk voor te stellen hoe mensen vreugde kunnen beleven aan het rijk worden van producten die de natuur verminken en vervuilen en mensen verarmen en afhankelijk maken, waarbij zij zichzelf en anderen te bedriegen met informatie die het tegendeel beweert en die ze ook zichzelf wijsmaken. Zijn mensen dan niet ver afgedwaald en vervreemd van hun menselijke kern, waarin meer wezenlijke vreugde is te vinden die ons met anderen verbindt en niet ten koste van hen gaat?

Is het niet hoog tijd ons te verbinden met onze menselijkheid en onderliggende eenheid te terug te vinden in een meer authentiek bewustzijn van onszelf met mededogen en zelfrespect? Maar wie kent zichzelf? Wie weet er wat bewustzijn is? Wie weet er wat wij in wezen zijn? Wie kijkt voorbij behoeften en verlangens en de onophoudelijke stroom van gedachten en gevoelens, die wij hebben maar niet wezenlijk zijn? Wie vindt de weg naar innerlijke vrede en bereikt de overkant van de stroom van moeilijk te verzadigen behoeften en verlangens, die ons aanzetten tot steeds meer produceren en consumeren, en ons beletten te mediteren en vrede te vinden in onszelf? In vrede in onszelf gevestigd zijn we minder vatbaar voor misleidende informatie en reclame, die ons een vette worst of een rijk belegde boterham voorschotelt. Maar in feite laten we ons daarbij vaak de kaas van het brood eten. Als we niet uitkijken is het kaas van met hormonen bespoten koeien en brood van genetisch gemanipuleerd graan.

 

Bijlage: enkele klassieke sociologen over machtsconcentratie*

De pioniersvisie in zijn bekende boek The Theory of the Leisure Class en andere werken van de Amerikaanse socioloog Thornstein Veblen wordt als volgt samen gevat in Goddijn, e.a. Geschiedenis van sociologie (p 179-188). Veblen was een boerenzoon, die in een besloten gemeenschap opgroeide van Noorse boeren die naar de VS emigreerden.

“Het hoofdprobleem… is de onderwerping aan de meedogenloze logica van industrie en geldwereld, die elkaar bevechten… Hij observeert met grote aandacht de verkoopstrategie en monopolietactiek van het bedrijfsleven… Kapitalisten zijn geen vernieuwers, maar vernielers, verspillers, saboterende rover-baronnen, die door reclame en verkoopkunde de uitbuiting van de mens organiseren… Hij prijst de deugden van de omgang op kleine schaal tussen buren en boerengemeenschappen, maar blijkt toch ook bewonderaar van de industriële techniek.”

In The Power Elite benadrukt Charles Wright Mills in het voetspoor van Veblen al in 1956 de rol van multinationals, zoals ook Marius de Geus herhaaldelijk doet in zijn boek De filosofie van eenvoud. In dit baanbrekende boek, dat weinig van zijn actualiteit verloren lijkt te hebben, analyseert Mills de belangenverstrengeling van de industriële, politieke en militaire elite, de media en de ‘celebreties’ of beroemdheden, enigszins te vergelijken met Bekende Nederlanders in ons land. Hij gaat ook in op de recrutering van de elite uit de maatschappelijke bovenlagen en hun opleiding aan prestigieuze onderwijsinstellingen, waar ‘the brightest and the best’ komen bovendrijven. Last but not least gaat hij in hun amorele gedrag en gebrek aan moraal: ‘the higher immorality’. Ook de rol van het collectieve bewustzijn in de vorm van ‘the public mood’ komt aan de orde, die voor een groot deel door de media en de elite wordt beïnvloed en gevormd of vervormd met een cruciale rol van spraakmakende mediamagnaten zoals Carnegie en meer recent Rupert Murdoch, die als mediatycoon optreedt in het boek over Monsanto bij het de kop indrukken van onwelgevallige informatie. Dit alles heeft weinig van zijn actualiteit verloren, zoals het gedrag van de bazen van Monsanto en hun collega’s van andere bedrijven laat zien. Alsof de geschiedenis zich herhaalt, of nauwelijks is veranderd.

Veblen en Mills waren overigens geen marxisten of socialisten, hoewel ze daarvoor wel zijn uitgemaakt. Het waren veeleer radicale liberalen, zoals er meer zijn in de VS. Zoals veel sociologen zijn ze wel beïnvloed door de visies van zowel Marx als Max Weber, die niet alleen op de sociologie maar ook de economie een stempel hebben gedrukt. Mills gebruikt anders dan eerdere onderzoekers van elites, zoals Pareto, Mosca en Michels niet de term ‘ruling class’ omdat het geen klasse is van politieke leiders, maar een verstrengeling van de politieke, militaire en economische elite, die nergens is zo effectief is georganiseerd als in de VS. (p 283).

Ten opzichte van de politieke en militaire elite is de industriële elite dominant geworden. Dit zien we bij het WTE complex van techniek, wetenschap, economie, waarbij de industrie de politiek bepaalt. Zie mijn eerdere artikel hierover. President Eisenhower waarschuwde reeds voor het Militair Industriële Complex. Van de industriële elite is de financiële elite wellicht het meest invloedrijk, volgens het motto ‘wie betaalt die bepaalt’. Een website van onderzoeksjournalistiekmet de naam Follow the Money wijst ook in die richting. Het gaat nu meer om het Financieel Industriële Complex dan om een Militair Industrieel Complex, hoewel dat laatste nog niet is onbtmanteld. Zie o.m. C Freeland, Plutocrats:The New Global Super-Rich en Joris Luyendijk, Dit kan niet waar zijn: Onder bankiers.

Wright Mills vat zijn theorie aldus samen: “Voor zover er beslissingen genomen worden is de vraag wie bij die beslissingen betrokken is, het kernprobleem van de macht… De top van de samenleving wordt steeds meer een eenheid en lijkt soms bewust gecoördineerd: aan de top is een elite ontstaan die waarschijnlijk meer macht heeft dan enige andere kleine groep mensen ooit heeft gehad. Het middenniveau… verbindt de basis en de top niet met elkaar. De basis is politiek versnipperd en zelfs als passieve entiteit steeds machtelozer:.. de massamaatschappij.” De massa wordt beïnvloedt door de massamedia en vormt de basis van de top. Ondanks interne verschuivingen van elites gelden deze hoofdcontouren nog steeds in aangepaste vorm, aldus H Hoefnagels, Hoofdfiguren van de sociologie (p 235-36) enThe Power Elite (1.8 p 28-29, 13.6 p 324).

In mijn eerdere artikelen hierover en over de medische industrie is de vraag gesteld of de betrekkelijk ongeorganiseerde massa van de burgerbevolking een partij is voor de goed georganiseerde en gefinancierde multinationals en hun lobby’s. Zij beheersen samen met de financiële sector niet alleen de economie en industrie maar ook de regeringen en de media en beïnvloeden onze consumptieve levensstijl met uitgekiende reclame en marketing zonder dat we er erg in hebben.

“Financiële instellingen kunnen landen en landenblokken tegen elkaar uitspelen en dat doen ze… schaamteloos… De politiek is steeds minder een rem op de macht van de financiële sector, en steeds meer een springplank… richting die sector,” schrijft Luyendijk (p 190-92).  Mede daarom faalt de politiek “en slagen westerse democratieën er niet in oplossingen te formuleren”.

Veblen en Wright Mills wijzen op een belangentegenstelling en toenemende ongelijkheid tussen de machtselite en de bevolking. Veblen beschreef dit in The Vested Interests and the Common Man (1919). Hij sympathiseerde met de populaire utopische socialist Edward Bellamy en met  radicale hervormingsgezinde volksbewegingen onder boeren en arbeiders, die zich inzetten voor directe democratie en solidariteit en zich verzetten tegen sociaal onrecht en uitbuiting. Dit populisme had toen niet de negatieve associatie van volksmanipulatie. De Geus (p 207) spreekt met Schumacher van ‘power to the people’ en ‘directe zeggenschap’, die ver te zoeken is.

Momenteel zien we enerzijds de ‘vested interests’ van de multinationale industrie met grote invloed in het WTE complex, de media en de hele maatschappij. Daartegenover anderzijds het groeiende collectieve bewustzijn bij steeds meer mensen die de noodzaak inzien van een andere levenswijze. Daardoor zijn ze minder vatbaar voor reclame en marketing en geneigd meer zelfstandig te denken en te leven. Zij vormen echter een weinig georganiseerd geheel.

Voorlopig lijken de multinationals aan de winnende hand, al hapert de economie. Milieubewegingen moeten bedelen om hun acties te financieren en kunnen slechts speldenprikken uitdelen, die soms niettemin significant effect hebben. Ook spirituele bewegingen bieden geen tegenwicht tegen georganiseerde multinationals. Toch kan een vlieg het een reus knap lastig maken, zou Gandhi hebben gezegd, zeker een zwerm vliegen.

De vraag is wanneer de kritische massa wordt bereikt en een noodzakelijke omslag plaatsvindt. Reeds in de jaren 70 werd hierover geschreven door alternatieve auteurs, zoals Fridjof Capra in The Turning Point, Marilyn Ferguson in De Aquarius samenzwering, Theodore Rozak in De opkomst van een tegencultuur en Het einde van niemandsland, Ivan Illich in Naar een nieuwe levensstijl, Bart van Steenbergen in De post-materialistische maatschappij en in Wenkend perspectief: Nieuwe sociale bewegingen en culturele veranderingen. Veblen, Wright Mills, Sorokin en Schumacher schreven hierover al veel eerder. Sindsdien lijkt echter de macht van multinationals, de farmaceutische industrie en de financiële sector van banken en geldhandel eerder gegroeid dan verminderd. De invloed van deze machten lijkt weinig transparant.

Machtsconcentratie, beïnvloeding en misleiding van intellectuelen

Er zijn aanwijzingen dat de macht zich verder concentreert in de handen van een gering aantal superrijken. Achter de schermen kunnen zij een enorme macht hebben, in de financiële sector, in de industrie, in de media en in regeringen. Met name bij de Europese Unie zijn er sterke lobby’s, omdat de leiding van de EU zich onttrekt aan directe democratische controle door de volksvertegenwoordiging. Daarom is meer kennis en inzicht hierin gewenst en verspreiding van inzicht bij brede lagen  van de bevolking. Intellectuelen kunnen daarbij een voorhoede vormen als zij niet direct of indirect al te zeer onder invloed staan van het WTE complex.

Mills werkt de  rol van intellectuelen uit in zijn meest gelezen bestseller De sociologische visie en in ‘Mass Society and Liberal Education’, in Power, Politics and People, Collected Essays (p 353-73). In ‘The Social Role of the Intellectual’ (p 294, 298) beschrijft hij met een vooruitziende blik het “tragische levensgevoel… dat voortkomt uit het feit dat in de centra van publieke besluitvorming machtige mensen zijn, die niet lijden onder de gewelddadige resultaten van hun beslissingen… In een wereld van grote organisaties worden de lijnen tussen machtige besluiten en ‘grass-root’ democratische controle vertroebeld en wordt ogenschijnlijk onverantwoordelijk handelen aan de top aangemoedigd… Anderen zijn afhankelijk en lijden onder de consequenties van hun onwetendheid, zelfbedrog en bevooroordeelde motieven. Het gevoel van tragiek van de intellectueel die dit beziet, is een persoonlijke reactie op de politiek en economie van georganiseerde onverantwoordelijkheid.”

“Daardoor moeten hooggeplaatsten de feiten verbergen om hun macht te handhaven… Als waarden niet evenredig worden gedeeld, vinden we een algemeen gepraktiseerde misleiding bij degenen die de beslissingen nemen… Een toenemend aantal intellectueel geëquipeerde mensen werkt in machtige bureaucratieën voor de weinigen die de beslissingen nemen. En als de intellectuelen niet direct worden ingehuurd… proberen zij op vele zelf-misleidende manieren hun meningen te publiceren conform de beperkingen die deze organisaties stellen.”

In haar boek Plutocrats, the Rise of New Global Super-Richschrijft Christa Freeland (p 269): “Als zij hun honorarium voor lezingen ontvangen van de super-elite, geven deze academici vorm aan de wijze waarop wij allen denken over de economie. Vooral door hun onderwijs en hun computers, maar ook in hun rol als ‘onafhankelijke’ experts.” In mijn artikel over de medische industrie bleek dit al.

De lobby van de chemische industrie met giftige stoffen is: een voorbeeld. Het TV programma Zembla zond bijv. op 10 juni 2015 een documentaire uit over de chemische industrie, die Europese regenten beheerst. Multinationals dreigen met verlies aan werkgelegenheid, zoals recentelijk bij het druk uitoefenen op de omstreden afschaffing van de divident belasting onder invloed van de lobby van multinationals als Shell en Unilever. Politici zwichten daarvoor, want banen gaan voor. Politici en intellectuelen maken deel uit van de lobby van de industrie en laten zich lucratief ‘inhuren’, zoals Wright Mills reeds aangaf. Een politieke en wetenschappelijke opleiding biedt een geschikte voorbereiding voor goed betaald werk als lobbyist.

Geproduceerde vergiftige schadelijke stoffen blijken schadelijk, in het bijzonder voor voor zwangere vrouwen, waardoor schade en ‘ongeprijsde lasten’ worden afgewenteld op kwetsbare ongeorganiseerde groepen en toekomstige generaties. Zolang intellectuelen en politici industriële grootmachten steunen, lijkt de ongeorganiseerde onbewuste bevolking de dupe. Milieubewegingen en critici kunnen slechts met speldenprikken en muggenprikken de gemoederen in beroering proberen te brengen. Als mensen eenvoudiger zouden leven, hoeven ze minder hard te werken om rond te komen en het werk kan beter worden verdeeld. Vergif produceren is geen adequate oplossing voor werkloosheid. De Geus en Wilterdink beschrijven hoe ‘ongeprijsde lasten’ worden afgewenteld op arme landen en toekomstige generaties en sluitende controle te wensen overlaat (Zie Wilterdink, Samenlevingen, 9.3 het milieu).

Mills spreekt van geïnstitutionaliseerde ‘georganiseerde onverantwoordelijkheid’, waarbij de waarde van geld boven andere waarden is gesteld. “Er is geen stel Representatieve Mensen, van wie het gedrag en karakter boven de ontaarding van de geldmoraal uitkomt... Morele mensen kunnen niet worden ontwikkeld in een immorele samenleving, maar een morele samenleving kan niet worden ontwikkeld zonder morele mensen… Dit is geen kip-en-ei probleem. Er is eenvoudig een volgorde van kippen die eieren leggen en eieren waaruit kippen worden uitgebroed. Evenzo worden mensen geselecteerd en gevormd door instituties en mensen creëren hun instituties… Toch zijn het de morele mensen - en vooral de sociaal zichtbare Representatieve Mensen - die door morele verandering te vragen het best morele issues onder de aandacht kunnen brengen,” aldus Wright Mills, ‘Diagnosis of Our Moral Uneasiness’ in Collected Essays (3.6, p 337) en The Power Elite, hfst 15 ‘The Higher Immorality’. Dit komt treffend overeen met recente bevindingen van Luyendijk onder bankiers.

De rol van de elite is letterlijk beslissend bij sociaal-culturele veranderingen. De elite en hogere sociale lagen, zoals de vernieuwende intellectuele elite, spelen meer dan ‘het volk’ en ‘de massa’ een sleutelrol bij sociale verandering en handhaving van de bestaande orde. Maar uiteindelijk kan de macht van het collectief beslissend zijn, wanneer het in beweging komt en zich bewust wordt van zijn prominente rol. Over de werking van collectief bewustzijn heeft Toon van Eijk geschreven in eerdere artikelen. Daarin wordt meer inzicht gegeven in de dynamiek van het collectief. Want niet alleen Veblen en Wright Mills hebben hierover zinnige dingen geschreven, die meer inzicht in de onderhavige problematiek geven.