Gemeentemuseum Den Haag - De Haagse School op Scheveningen (07 juli - 16 september)

Civis Mundi Digitaal #62

 

 

Het strand van Scheveningen is wereldberoemd. Kunstenaars als Jan Hendrik Weissenbruch, Anton Mauve en de gebroeders Maris kiezen het als onderwerp voor hun tekeningen en schilderijen. De aantrekkingskracht schuilt in het visserleven, de opkomende badcultuur, maar vooral ook in het magistrale samenspel van licht, lucht en water. Het Gemeentemuseum toont deze zomer de mooiste zeegezichten gemaakt ‘op’ Scheveningen door de schilders van de Haagse School. Met de tentoonstelling sluit het museum aan bij de viering van het 200-jarig bestaan van de badplaats.  

Rond 1870 verzamelt een groep kunstenaars zich in Den Haag, waarmee de hofstad het centrum van de schilderkunst wordt. Zij trekken erop uit om het Nederlandse landschap te schilderen. Naast de bossen rond de Veluwe en de polders in het gebied dat we nu het Groene Hart noemen, domineert de Noordzeekust het werk van deze schilders van de Haagse School. Ze hebben een voorkeur voor het arme vissersleven, zoals dat zich in Scheveningen (of ‘op Scheveningen’ zoals de lokale bewoners zeggen) afspeelt. Zo nu en dan, met name in hun tekeningen en schetsboeken, laten ze ook de andere kant van het vissersdorp zien: de zonnige wereld van de welgestelde burgers. 

Verdwijnende wereld
Jacob Maris (1837-1899) legt de ploeterende vissers vast, terwijl zijn broer Willem (1844 – 1910) de ezels voor plezierritjes op het strand schildert. Anton Mauve (1838-1888) toont de botters die met behulp van paarden op het strand worden getrokken, maar ook de elegant geklede badgasten. Andere kunstenaars specialiseren zich in de natuurpracht van de kust. Zij verbeelden de voortdurende veranderende zee en de rijk geschakeerde luchten bij verschillende weersomstandigheden. Ongeacht de thematiek zetten de schilders van de Haagse School hun strand- en zeegezichten op in zilvergrijs. Het is de kleur van het Noordzeelicht dat over het spiegelende water naar land wordt getransporteerd.

Tezamen bieden de schilderijen en tekeningen in de tentoonstelling een uitgebreide verkenning van een verdwijnende wereld. De Haagse School op Scheveningen is als een reis door het vissersdorp aan de vooravond van grote veranderingen. In 1904 krijgt Scheveningen een haven waar boten kunnen aanmeren. Vanaf dat moment behoren de grote vissersschepen op het strand tot het verleden. Scheveningen verliest daarmee een belangrijke publiekstrekker en de twee werelden - enerzijds de hardwerkende vissers, anderzijds de flanerende burgerij – raken meer van elkaar verwijderd.

Schetsboeken
Het Gemeentemuseum Den Haag, mede opgericht door de schilders van de Haagse School, bezit een uitgebreide collectie van deze Hollandse meesters uit de negentiende eeuw. Een groot aantal topstukken is al in de negentiende eeuw al verworven, gedurende het leven van deze kunstenaars. Naast ruim zeventig schilderijen, tekeningen, foto’s en archiefmateriaal, is een bijzondere groep schetsboeken van Mauve te zien. Vanwege hun kwetsbaarheid zijn de boeken in het verleden slechts spaarzaam getoond. In de tentoonstelling worden ze, deels in gedigitaliseerde vorm, gepresenteerd. De tekeningen geven de bezoeker een levendig beeld van het vissersdorp van weleer. 

Deze tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door Nationale-Nederlanden.

Zomerprogramma
Een week na de opening van De Haagse School op Scheveningen is ook Aan Zee te zien, een tentoonstelling met werken van Piet Mondriaan, Jan Toorop, Jacoba van Heemskerck en Ferdinand Hart Nibbrig (14 juli t/m 18 november). Aan het begin van de vorige eeuw verbleven zij graag op het Zeeuwse eiland Walcheren waar zij inspiratie opdeden voor hun luministische werken. In tegenstelling tot de schilders van de Haagse School willen ze het strandlandschap niet op een realistische wijze verbeelden, maar als experimenten van licht en kleur.

Cultuur aan zee
De Haagse musea presenteren in het kader van Feest aan Zee van 1 april tot 1 juli het gezamenlijke programma Den Haag, cultuur aan zee. Ervaar welke sporen de zee, het strand en de duinen achterlaten in Den Haag en zie hoe de stad en de zee met elkaar zijn verbonden. Vanaf 10 april zet een groot aantal Haagse cultuurinstellingen een voor de stad essentieel object of onderwerp in de spotlights. Dat gebeurt in de musea, maar ook via een gratis toegankelijke openluchttentoonstelling op de boulevard. In het Gemeentemuseum spelen drie tentoonstellingen in op dit thema: Max Liebermann – Een zomers impressionist (t/m 24 juni), De Haagse School op Scheveningen (7 juli – 16 september) en Aan Zee (14 juli t/m 18 november).