De website van Civis Mundi is vernieuwd. Werkt de nieuwe site voor u niet goed? Bezoek dan de oude site via oud.civismundi.nl en stuur ons een email: webmaster@civismundi.nl.

Gena Turgel, overlevende van de Shoah

Civis Mundi Digitaal #64

door Jan de Boer

De verschrikkingen die de overlevenden van de Shoah hebben meegemaakt en aan ons doorgeven "opdat wij niet vergeten..." zijn in feite niet in woorden te vangen. Het is ook onmogelijk deze verschrikkingen in films weer te geven. Hooguit kunnen wij in woorden en beelden deze genocide, deze misdaden tegen de menselijkheid duiden. Mijn oom Ebbe, een overlevende uit de Duitse concentratiekampen, kon hetgeen hij moest doorstaan niet vertellen, "woorden schieten daarvoor te kort", zei hij. Toen hij later de ziekte van Alzheimer kreeg, brak zijn weerstand, gevangen in zijn concentratiekamp-verleden trok hij zich ineengekrompen terug in een hoek van de kamer en huilde en huilde tot de dood hem verloste.

 

Gena Turgel is een van de overlevenden van de Shoah, die een belangrijk deel van haar leven de schande van de Shoah aan schoolleerlingen heeft doorgegeven. Het is goed om in deze tijd waarin fascistische en neonazi groeperingen weer overal opduiken, het verhaal van een overlevende van de Shoah, hier van Gena Turgel, te vertellen " opdat wij niet vergeten…"

 

Toen het Britse leger op 15 april 1945 het concentratiekamp Bergen-Belsen bevrijdde zag de joodse sergeant Norman Turgel de jonge Gena Goldfinger, raakte hopeloos verliefd op haar. Zij trouwden 6 maanden later in een Duitse synagoge. Haar trouwjurk gemaakt van de zijde van een parachute is te zien in het Imperial War Museum In Londen. Deze romantische geschiedenis heeft haar de bijnaam van " de bruid van Bergen-Belsen "gegeven. Zij schreef in 1987 haar mémoires: "I light a candle". Zij laat ook in haar mémoires weten dat haar geschiedenis, de geschiedenis van een overlevende, de geschiedenis is van 6 miljoen anderen die deze niet kunnen vertellen.

 

Gena Goldfinger werd met nog acht broertjes en zusjes geboren in 1923 in een joods bourgeois milieu in het Poolse Krakow. Na de inval van en de bezetting door Nazi-Duitsland in 1939 werden hun bezittingen: een textielonderneming en een huis, geconfisqueerd en bevond de familie Goldfinger zich in het getto van Krakow. Na de sluiting van dit getto in 1942 werd zij met haar moeder en haar zussen Miriam en Hela geïnterneerd in het dwangarbeiderskamp van Plaszow, een buitenwijk van Krakow, waar het belangrijkste deel van de film van Steven Spielberg "Schindlers lijst" zich afspeelt. In de winter van 1944 wordt zij gedeporteerd naar het dodenkamp Auschwitz - Birkenau. In haar mémoires beschrijft zij hoe zij met anderen naakt een gebouw ingejaagd werd onder voorwendsel dat zij daar een douche met een desinfecterend middel kregen. Maar daar gebeurde niets, uiteindelijk kwam uit de douchekoppen water. Later begreep ze dat dat gebouw een gaskamer was en dat zij gered werd door een tekort aan gas of door een ander incident.

Andere leden van het gezin Goldfinger hadden dit geluk niet. Een broer van haar werd door een

SS-er doodgeschoten, een andere broer werd als vermist opgegeven toen hij probeerde te vluchten om zich bij het verzet in Frankrijk aan te sluiten. Haar zus Miriam, 17 jaar, werd vermoord omdat zij probeerde voedsel in het kamp van Plaszow binnen te smokkelen. " Miriam had de gewoonte om tegen mijn linkerzij aan in slaap te vallen in onze barak, en sindsdien voelt mijn linkerzij koud aan alsof daar een deel van mijn vlees is weggesneden", schrijft zij in haar mémoires. Haar andere zus onderging de meest verschrikkelijke medische experimenten, kreeg injecties met petroleum en stierf uiteindelijk in Auschwitz. In januari 1945 werd zij met haar moeder op transport gesteld in de zogeheten "dodenmarsen" door de SS die vluchtten voor de opmars van het Russische leger... Richting concentratiekamp Buchenwald, niet ver van Weimar: een lijdensweg, vaak blootvoets, van 650 km gedurende vier weken. Wie niet mee kon komen, werd doodgeschoten. Haar moeder overleefde deze dodenmars niet.

Uiteindelijk werd zij met anderen in veewagens overgebracht naar het concentratiekamp Bergen-Belsen, waar zij in maart 1945 arriveerde. Daar, 22 jaar oud, trof en verzorgde zij de jonge 15 jaar oude Anne Frank die later met "Het dagboek van Anne Frank" wereldwijd bekend werd. Anne Frank stierf in Bergen-Belsen aan tyfus. Gena Turgel: "Ik waste haar gezicht, gaf haar te drinken. Ik zie nog voor mij haar gezicht, haar haren, haar hele verschijning". Bergen-Belsen werd een maand later bevrijd. Sergeant Norman Turgel, de latere echtgenoot van Gena Goldfinger arresteerde er de commandant van het concentratiekamp, Josef Kramer.

Gena Turgel 95 jaar oud overleed op 7 juni 2018.