Contact maakt (extra) bewust van de eigen cultuur

Civis Mundi Digitaal #70

door Hans Feddema

Cultuur is, ook in een fluïde samenleving als de onze, onderhevig aan verandering. Zeker ook als er sprake is van samenleven met nieuwkomers van elders. In de antropologie heet zo’n proces acculturatie of ook wel transculturatie. Ik doel hier niet op wrevel jegens nieuwkomers met een andere cultuur en religie. Nee, het is daarin de vraag of dan zowel autochtonen als nieuwkomers, al of niet in gelijke mate, cultuurelementen van elkaar overnemen. Toegespsitst op religie de vraag of het leven in contact met andere culturen voor de nieuwe Nederlanders positieve gevolgen heeft wat betreft het proces van verandering, ook in de vorm van ‘vermenselijking’, (door sociologen ‘interne civilisering’ genoemd), van de religie waarin men is opgegroeid.

 Ik deed zelf enige jaren onderzoek in zuidelijk Afrika, waar toen al in meerdere landen in groten getale blanke ‘settlers’ woonden tussen inheemse dorpen en tribale gemeenschappen. Een situatie waarbij vele Afrikanen, mannen en vrouwen, werken bij de ’settlers’ op hun diverse bedrijven en ook in hun huishouding zowel in de keuken als via het opvoeden van kinderen. Vooral bij dat laatste is het cultuurcontact intensief. In Zuid-Afrika was het nog de apartheidstijd, dat ik er en later ook in het naburige Botswana woonde te midden van de Tswana in hun tribale gemeenschappen of ‘stammen’. Ik kwam toen ook weleens op bezoek bij blanke ‘Boeren’. Hoorde dan nogal eens van hun mede door angst gevoede haat jegens de zwarte meerderheid in hun land, eraan toevoegend, dat ze daarin een uitzondering maakten voor de Afrikaanse ‘nanny’, van wie ze als kind warmte of liefde hadden gekregen. Uit mijn acculturatieonderzoek van toen kwam als conclusie naar voren, dat dit contact vooral bij de Tswana mensen bewust maakte van de eigen cultuur, soms of vaak ook in constructief-kritische zin. Voorts dat in zo’n contactsituatie betrokkenen bijna altijd cultuurelementen van elkaar overnemen, zij het dat een moderne en sterk zich voelende cultuur dit minder doet dan een wat zwakkere tribale cultuur. Legt men zich meestal neer bij de eigen ook onpopulaire waarden en gewoonten, in het proces van ‘interne civilisatie’, die alle religies veelal ondergaan, - bij het christendom mede door de invloed van Renaissance en de Verlichting - zijn er intern bijna altijd ‘hervormers’ naast degenen, die graag alles in hun cultuur bij het oude willen laten. Cultuurcontact, waardoor men gaat inzien dat het qua waarden ook anders kan, zal zo in principe de ‘hervormers’ versterken. Zo herinner ik mij hoe een Afrikaanse vrouw, net terug van haar werk in de huishouding bij een blanke ‘Boer, zich huilend verzette, toen haar man, thuiskomend het besluit van de familieoudsten meedeelde, dat hij volgens oud Tswana-gebruik moest ploegen voor de weduwe van zijn recent overleden jongere broer. Ieder wist, dat dit impliceerde dat hij dan ook minstens1 keer per week de nacht bij de weduwe moest doorbrengen; dit omdat zijn broer toen hij stierf nog te weinig kinderen had. Wat opviel was, dat de vrouw bij haar ‘ik wil dit niet’ als argument toevoegde: ‘bij de blanken doen ze dit ook niet’. Het leek op de attitude enige jaren terug, van de Marokkaanse Nederlander, weer voor korte of lange tijd terug in z’n vroegere thuisland, daar tegen de imam in zijn lokale moskee, toen hij er sterk pleitte voor vernieuwingen, betoogde, dat ‘wat hij bepleitte alles wel kon in de moskee in Nederland’. Behoudende krachten kunnen uiteraard in dit acculturatieproces een vertragende factor zijn, maar over het algemeen kan gezegd dat het proces van verandering en vernieuwing van niet in de laatste plaats de cultuur van nieuwkomers en dus ook van hun religie veel baat heeft van het cultuurcontact met hun autochtone mede-landgenoten. Zo’n op zich positief proces is niet iets van korte adem, maar zij lijkt niettemin een verschijnsel dat gaande is. En ook effect heeft, zeker indien op het werk, de leefomgeving of in de diverse taalcafés, een wat diepere contact niet uit de weg wordt gegaan. Het is hoe ook een proces dat weleens wordt vergeten, als mensen klagen over uitwassen als de `IS’ in Syrië of zelfs denken dat de islam, hoewel best ook troost en warmte biedend, qua interne civilisering vergeleken bij andere een ‘achtergebleven’ religie wordt genoemd. Achterstand? Het zou weleens kunnen zijn dat de gewone islam, dus het omstreden geweldsjihadisme niet meegerekend, die dan behoorlijk aan het inlopen is, niet in de laatste plaats door intensief cultuurcontact. Niet in de laatste plaats door verblijf van islamieten in Europa, met daarin tevens een zekere uitstraling naar de thuislanden van voorheen, zij het niet alle. Het is kortom, hoezeer dit ook een proces van lange adem is, om meerdere redenen zaak de integratie van vluchtelingen en/of van migranten in bredere zin in ons land zo goed mogelijk te doen verlopen, ja liefst gepaard te doen gaan met een hoge graad van liefdevol met elkaar omgaan.

(dr. Hans Feddema is antropoloog, voorheen universitair docent (VU), historicus, vredesactivist tijdens de Koude Oorlog, medeoprichter van GroenLinks en publicist.)