De moderniteitsvisie van Wim Couwenberg. Deel 2: De universaliteit van de moderniteit en de problematische kanten ervan

Civis Mundi Digitaal #76

door Piet Ransijn

Dreigt de moderniteit ten onder te gaan door overstromingen en milieuproblemen?

 www.dearchitect.nl/architectuur/blog/2018/08/verzonken-moderniteit-101194590

 

De moderniteitsvisie van Wim Couwenberg

Deel 2 De universaliteit van de moderniteit en de problematische kanten ervan

Piet Ransijn

 

Samenvattend overzicht

Enkele  historisch-sociologische theorieën passeren kort de revue, zoals

- de botsende culturen van Samuel Huntington,

- de cultural lag theorie van Ogburn,

- de cyclische theorie van de ‘secular cycles’ van Turchin e.a.,

- de civilisatietheorie van Norbert Elias over de groeiende interdependentie, en

- de cutuurtypologie van Sorokin over de polariteit van materiële en geestelijke aspecten.

Daarna komen problematische kanten van de moderniteit aan bod. Toch lijkt onze beschaving minder barbaars dan in vroegere tijden, behalve in oorlogstijd. Er is meer coöperatie en interdependentie of onderlinge afhankelijkheid. De samenwerkingsverbanden zijn meer omvangrijk en mondiaal geworden en omvatten de hele wereld.

 

Botsing van culturen

Wat betreft de hamvraag naar universaliteit van de moderniteit ben ik geneigd tot een wat meer pluralistische visie, enigszins te vergelijken met die van Samuel Huntington in De botsing van culturen. Deze gaat niet (meer) uit van de hegemonie van de westerse beschaving, maar van een aantal beschavingen, conform de feitelijke situatie in de wereld, waarin de westerse invloed eerder afneemt dan toeneemt. Dit betekent niet dat de moderniteit ophoudt of omkeert. Op technische en industrieel gebied verspreidt zich de moderniteit wereldwijd. Op cultureel gebied, qua normen, waarden, religie en levensbeschouwing, lijkt dat minder het geval. Religie lijkt in het Westen te wijken in een onttoverde geseculariseerde wereld. Maar elders in de wereld wordt de eigen cultuur en religie meestal (nog) niet verdrongen door de moderniteit, wel gewijzigd.

De ongelijke ontwikkeling van technische en culturele aspecten komt overeen met de ‘cultural lag’ theorie van de socioloog Ogburn. Technische ontwikkelingen worden sneller overgenomen dan culturele ontwikkelingen, die langzamer gaan en minder snel worden overgenomen. In plaats van een andere cultuur over te nemen behouden landen in vergaande mate hun eigen veranderende cultuur, die per cultuur varieert.

Mijn pluralistische visie is te vergelijken is met die van Couwenberg en gaat uit van een onmiskenbare diversiteit van beschavingen. Deze visie is beïnvloed door mijn antropologische en sociologische studie, afgerond met een promotiestudie in India in 1983-84. Daarbij heb ik een andere cultuur leren kennen en gezien hoe de moderniteit daar wordt aangepast. De botsing met de westerse cultuur valt daar wel mee. Conflicten tussen intolerante interpretaties van het hindoeïsme en de islam steken weer de kop op. De botsing van culturen hangt mede af van de relativering van etnocentrisme en cultureel imperialisme en van wederzijdse openheid en tolerantie. De moderniteit heeft een humane, tolerante kant van respect voor menselijke waarden, maar kan ook een dogmatische kant krijgen.Het westerse vooruitgangsgeloof met een universele pretentie kan ook worden opgedrongen, zoals vroeger het christendom, met bijbehorende missionering en verwestersing ‘to make the world save for democracy’.

 

 

 

Onstuitbare westerse industrie

De westerse industrie en wetenschap lijkt onstuitbaar en lijkt alleen te kunnen worden gestuit door onoverkomelijke ecologische, economische en andere crises, die niet denkbeeldig zijn. Ook mondialisering is een onmiskenbaar fernomeen, dat zich door Brexit en toenemend nationalisme niet meteen meer laat terugdraaien. We zien dat andere culturen de westerse techniek en wetenschap overnemen, maar in mindere mate onze westerse waarden. Hoe dat verder zal gaan, is onvoorspelbaar.

Inherent in de wetenschap zijn ook bepaalde waarden, zoals waarheid, objectiviteit, eerlijkheid, betrouwbaarheid, en een zekere vrijheid van denken. Dit laat zich moeilijk rijmen met wetenschap onder dwang, hoewel dat niet is uitgesloten. Zie bijv. het atoombom project van de Nazi’s waaraan prominente fysici als Heisenberg en Von Weizsäcker moesten meewerken, die naar hun zeggen het project zouden hebben getraineerd, aldus Werner Heisenberg in Physics and Beyond.

 

Is onze moderne samenleving minder barbaars dan vroeger?

De geschiedenis lijkt een zekere menselijk ontwikkeling te tonen van ‘barbaarse’ samenlevingen en elkaar gewelddadig bestrijdende stammen naar de meer humane moderne samenleving met minder onderdrukking en geweld. De wereldoorlogen zouden echter meer grootschalig geweld en doden hebben gebracht dan alle voorgaande oorlogen. Niet voor niets werd dit een omkering of dialectiek van de Verlichting genoemd. De gruwelen van de totale oorlog laten zich vergelijken met die van de bijv. de Assyriërs en de Mongolen en hun wrede heersers, die ook hele volken zouden hebben uitgemoord. Het kolonialisme en de slavenhandel waren ook niet mis. Kortom, de tekenen van vooruitgang en verlichting wijzen niet altijd eenduidig in dezelfde progressieve richting en tonen vaak een ernstige terugslag, die tot enige relativering maant, zoals Couwenberg reeds heeft aangegeven.

 

http://www.inter-dependance.org/interdependentie-wanneer-wetenschap-filosofie-ontmoet/index.html

 

Meer samenwerking en interdependentie

Evolutiewetenschapper Peter Turchin ziet op de lange termijn een progressieve ontwikkeling naar meer samenwerking en de daarop gebaseerde grotere sociale verbanden in zijn boek Megasociety: How 10.000 years of war made humans the greatest coöperators on earth. In  eerdere boeken Secular Cycles en War Peace and War: The Rise and Fall of Empires laat hij een progressieve cyclische ontwikkeling zien van toenemende en afnemende ongelijkheid en samenwerking van bevolkingen en elites. Daarmee bevestigt hij de cyclisch visie van Couwenberg.

Onze historische ontwikkeling toont ook volgens de socioloog Sorokin voordurend fluctuaties van perioden van oorlog en vrede, recessie en vooruitgang. Zie zijn hoofdwerk Social and Cultural Dynamics, eveneens op basis van statistisch verwerkte gegevens, die aan de moderniseringsvisie van Couwenberg meer onderbouwing en nuancering kunnen geven. In zijn latere werken wijst Sorokin evenals Auguste Comte, de grondlegger van de sociologie, op het belang van altruïsme, spirituele ontwikkeling en samenwerking. In de naoorlogse tijd van ‘no nonsens’ werd dit nauwelijks serieus genomen.

Sorokin heeft evenals Weber en Couwenberg meer oog voor levensbeschouwelijke factoren dan voor economische factoren. Die krijgen bij Marx en Habermas meer nadruk. De ideële en idealistische cultuurtypen tonen bij Sorokin Middeleeuwse trekken en zijn misschien enigzins geïdealiseerd. Het was voor hem even wennen aan de moderne materialistische en hedonistische consumptiecultuur, toen hij als Russische revolutionair uit een premoderne samenleving verbannen werd en naar de VS emigreerde. Zoals de meeste sociologen heeft hij een sociologisch onderbouwd oog voor de keerzijde van de moderniteit.

 

 

De keerzijde van civilisatie

 

Het civilisatieproces

De civilisatietheorie van Norbert Elias wijst op een toenemende internalisering van omgangsvormen, normen en waarden onder invloed van toenemende interdependentie van sociale relaties en netwerken of figuraties, toegelicht in Der Prozess der Zivilization en Die Gesellschaft der Individuen. Deze interdependentie gaat in de richting van toenemende mondialisering in grootschalige verbanden. Op microniveau gaat dit gepaard met toenemende individualisering en autonomie.

Veel sociologen en filosofen hebben zich bezig gehouden met het thema modernisering. Reeds genoemd is de Frankfurter Schule. Couwenberg knoopt aan bij het concept van het Algemeen Menselijk Patroon van historicus Jan Romein. Anderen noemen dit patroon gewoon de agrarische samenleving. Het agrarische samenlevingspatroon gaat vooraf aan de moderne industriële samenleving, die zich in het Westen ontwikkelt en wereldwijd lijkt te worden overgenomen. De postmaterialistische informatiemaatschappij die daarna volgt, lijkt meer op een latere fase daarvan dan een alternatief. Er wordt nog gezocht naar een duurzame variant met minder problematische aspecten.Zie Nico Wilterdink e.a. Samenlevingen (hfst 2) en Bert de Vries en Johan Goudsblom, Mappae Mundi: Humans and Their Habitats in a Long-Term Socio-Ecological Perspective: Myths, Maps and Models; Marius de Geus, Ecologische Utopieën: Ecotopia’s en het milieudebat.

Vaak wordt een verband gelegd tussen de productiewijze en het cultuurpatroon. De agrarische en de industriële productiewijze vinden we bij uiteenlopende culturen. Het cultuurpatroon van agrtarische samenlevingen is meer complex dan bij jagers-verzamelaars en kenmerkt zich door hiërarchie en centraal gezag met een bijbehorende religieuze ideologie. Net als bij de fase van de moderniteit en modernisering zien we ook in eerdere beschavingsfasen uiteenlopende varianten en ontwikkelingen.

De vraag is dan wat nu de specifieke kenmerken zijn van de moderniteit. Genoemd worden enerzijds de productiewijze en anderzijds het mens- en wereldbeeld, zoals dat eerder door Couwenberg is geschetst. Het zijn interessante vragen in hoeverre een agrarische samenleving zonder industrie modern kan zijn en hoe economische en culturele factoren samenhangen. Een groot deel van het werk van sociologen sinds Marx en Weber is aan de beantwoording van dergelijke vragen gewijd.

 

 

Traditioneel en modern in India

 

De ‘Achsenzeit’ bij voorgaande beschavingen

De moderniteit wordt aangepast aan de cultuur, waarbij vooral de techniek en industrie worden overgenomen. De vraag is dan wat er van de modernisering overblijft als voornamelijk technische verworvenheden worden overgenomen en veel minder de culturele waarden en het mens- en wereldbeeld dat bij de moderniteit hoort. Dan komt het neer op industrialisering. Rationalisering en modernisering blijken niet alleen typisch westerse verschijnselen en komen ook in andere culturen in andere ontwikkelingsfasen voor. Couwenberg beperkt zich tot de westerse cultuur en de verbreiding daarvan. In eerdere publicaties gaat hij in op de ‘Achsenzeit’ waarin wereldwijde religieuze en culturele omwentelingen zouden hebben plaatsgevonden in de richting van meer universaliteit, zoals het ontstaan van de wereldreligies. Het christendom en de islam hebben zich pas later uit het jodendom en de Grieks-romeinse en Midden-Oosterse beschavingen ontwikkeld. Zie Karl Jaspers, Karen Armstrong, Peter Turchin e.a.

In de ‘Achsenzeit’ werden er ook (meer) universele waarden en wetten geformuleerd. Die waren nodig om de megarijken bijeen te houden van China, India, Babylonië, Perzië, de Grieken en Macedoniërs en de Romeinen. De vorming en handhaving van deze rijken ging gepaard met een ruimer, meer kosmopolitisch bewustzijn van een universele kern in alle mensen c.q. rijksgenoten, aldus Turchin e.a.

De huidige industriële en liberaal-democratische modernisering is een typisch westerse ontwikkeling. Veel van de moderne westerse waarden komen uit oudere bronnen, maar de democratische staatsvorm is betrekkelijk nieuw. Bij de Grieken, de Germanen en in het oude India bestond ook een lokaal soort democratie zoals de dorpsraad of het stamoverleg en een vorm van constitutioneel koningschap. Koningen werden bij de Germanen soms democratisch gekozen of door het volk aangesteld. Zo zou ook bijv. Augustinus door acclamatie van het volk zijn uitgeroepen tot bisschop van Hippo in Carthago. Zie o.m. Francis Fukayama, The Origins of Political Order en Lambrechts, Roelandts e.a., Basisculturen van de Europese Mens.

 

 

Moderne skyline van Singapore

 

Azië en Europa

Couwenberg wijst erop dat Azië tot rond 1500 het kerngebied van de wereldgeschiedenis en economie was met hoogstaande beschavingen, die niet onderdeden voor de westerse (p 59). We zien een geleidelijke economische en politieke machtsverschuiving naar Azië, mede door de opkomst van China, Japan, Korea, en ZO Azië. Vanwege de demografische ontwikkelingen worden daar veel meer mensen geboren, die op termijn een belangrijke machtsfactor zijn. Ook de islamitische landen en India zullen zich doen gelden. De bevolkingsgroei in Europa stagneert, ook in China vanwege de één kind politiek. Maar in India en elders (nog) niet. De hegemonie van het Westen zou dan een tijdelijk verschijnsel kunnen zijn van de laatste eeuwen vanaf rond 1500 tot de nabije toekomst. De modernisering wordt overgenomen door Azië in diverse Aziatische varianten.

 

Emancipatie en beheersing met bijwerkingen

Volgens Couwenberg kenmerkt zich de westerse moderniteit door een dialectische samenhang van de drijfkrachten van emancipatie en beheersing of machtsvorming. Deze krachten komen in de economie, de politiek, de wetenschap en de cultuur tot uiting in samenhang met een toenemende rationalisering, zoals reeds door Weber is beschreven. Mensen lijken hun lot steeds meer in eigen hand te kunnen nemen. Weber is pessimistisch wat betreft de toenemende bureaucratisering, intellectualisering, secularisering en onttovering, die de zingeving van ons leven veranderen, maar niet bevorderen.

Couwenberg wijst ook op de toenemende invloed van het WTE complex van wetenschap, techniek en economie. Zie ook mijn artikel hierover in nr 32. Habermas noemt dit complex ‘het systeem’, dat onze leefwereld koloniseert. Het postmoderne denken benadrukt evenals Weber de ongunstige bijwerkingen van het modernisme. Door Couwenberg en Habermas wordt dit denken serieus genomen, maar ook bestreden als te pessimistisch.

Couwenberg wijst er herhaaldelijk op dat macht ertoe neigt steeds meer doel dan middel te worden. De emancipatie komt daardoor in het gedrang en wordt erdoor gecorrumpeerd (p 69). De huidige concentratie van macht en kapitaal, die samengaat met de hegemonie van het neoliberalisme, komt de emancipatie van de minder bedeelden en de middenklasse niet ten goede. Een kleine bovenlaag profiteert ervan tot het volk in opstand komt of dreigt te komen. Dat lijkt in Frankrijk het geval met de gele hesjes beweging. Cycli van concentratie van macht en rijkdom zijn een betrekkelijk gangbaar verschijnsel in een dialectisch proces van vooruitgang en stagnatie aldus Turchin.

 

 

Afval en milieuproblematiek: een van de problematische kanten waarmee we onze kinderen opschepen

 

Samenhangende problematische kanten

Bij Couwenberg passeert ook de keerzijde van de moderniteit de revue, zoals eerder bij Weber, Habermas e.a. Volgens Wilterdink (Samenlevingen, 6e druk, p 164-66) “zijn er problemen van wetenschapstoepassing… vervuiling, steeds vernietigender wapens, morele kwesties bij genetische manipulatie… Radicale twijfels aan rationaliseringsprocessen worden geuit onder de noemer van postmodernisme… In algemene termen gaat groei van wetenschappelijke kennis gepaard met toenemende problemen in de beheersing, de verwerking en de toepassing van die kennis.”

De modernisering met daarmee gepaard gaand “arbeidsdeling, industrialisering… zijn van meet af aan verschillend geïnterpreteerd. Sommige sociologen hebben ze vooral als vooruitgang opgevat, in wetenschappelijke kennis en technisch kunnen, toenemende rationaliteit van organisatie en besluitvorming, stijgende welvaart, meer vrije tijd. Vanaf de aanvang van de sociologie hebben er ook steeds tegengeluiden geklonken. Karl Marx wees op de uitbuiting… en de vervreemding… Max Weber waarschuwde tegen de bureaucratisering. Ferdinand Tönnies beschreef hoe traditionele boerengemeenschappen weren ontbonden… Emile Durkheim uitte zijn vrees voor ‘anomie’ – letterlijk: normloosheid” (p 79). Verder noemt Wilterdink in economisch opzicht ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, baanonzekerheid, werkloosheid en scherpe ongelijkheid in de wereldsamenleving, milieuproblemen en de onbeheersbaarheid van deze problemen. Zo zijn talloze kritische kanttekeningen bij de moderniteit te citeren.

Het industriële systeem wordt door de socioloog Thorstein Veblen, een ‘predatory society’ wordt genoemd en is enigszins gechargeerd te karakteriseren als ‘roofkapitalisme’, dat de aarde kaal rooft en ecologische schade veroorzaakt. De neoliberale ideologie van ongebreidelde marktwerking laat dit toe en leidt tot een geld- en machtsconcentratie die een rijke bovenlaag spekt.

 

 

www.tijdgeest.eu/blog/Vervreemd-en-ontzield

 

Rationalisering, ontworteling en vervreemding

Max Weber beschreef de toenemende rationele organisatie van het leven door het kapitalisme met een retrospectieve en vooruitziende blik. “In het kapitalisme volgt alles uit de noodzaak het economisch initiatief rationeel te organiseren in het belang van het rendement:... [zoals] de splitsing van de menselijke functies; het opeenhopen van grote groepen van de bevolking in de steden met de onvermijdelijke toeneming van de technische regeling van het leven; en de poging de behoeften van het volk rationeel te regelen door uitgebreide en fantastische reclame, pressie op de massa en zelfs sociologisch onderzoek. Het rationalisatieproces kent aldus geen grenzen en gaat zich over heel het leven uitstrekken... De collectivisatie door de staat is nog drastischer, wanneer een staatsmystiek, gesteund door een onmenselijke reglementering erbij komt” bij het het communisme. Zo kenschetst vat William Barrett de moderne maatschappij op een wijze die overeenkomt met eerdere beschrijvingen van Weber en Habermas (Existentialisme/ Irrational Man, p 35).

Deze rationele beheersing heeft ook subjectief gezien “een negatieve zijde, en wel in het troosteloze besef ontworteld te zijn, het besef van leegte... Aan de stoffelijke behoefte kan in hoge mate worden voldaan.., en de technologie is vruchtbaar genoeg om nieuwe behoeften te scheppen... Dit alles draagt bij tot een abnormale veruiterlijking van het leven” (p 36). In plaats van geestelijke bevrijding en verlichting gaat dit gepaard met verslaving. Niet in het minst aan de moderne digitale communicatie, die “gewoonlijk bestaat uit halve waarheden, en ‘op de hoogte zijn’ wordt een surrogaat voor werkelijk weten... in een levensstijl die op uiterlijkheden steunt” (p 37).

Na de zegevierende expansie van de rede, wordt deze geconfronteerd met het tegendeel: “oorlogen, economische crises en ontwrichting, politiek beroering onder de massa’s. Bovendie ins het gevoel ontheemd te zijn, het gevoel van vervreemding, toegenomen temidden van een bureaucratische, onpersoonlijke massa-maatschappij. Een mens is zich een buitenstaander gaan voelen in zijn eigen mensengemeenschap. In drie opzichten is hij vervreemd: God is hem vreemd, de natuur is hem vreemd en het gigantische apparaat dat in zijn stoffelijke behoeften voorziet, is hem vreemd.

Maar de ergste vorm van vervreemding... is ‘s mensen vervreemding van zichzelf. In een maatschappij die van de mens alleen vereist dat hij zijn functie vervult, wordt de mens tenslotte geïdentificeerd met zijn functie. De rest van zijn wezen mag zo goed en zo kwaad als het kan blijven bestaan - wat gewoonlijk betekent dat het tot beneden het oppervlak van het bewustzijn mag wegzakken en vergeten worden” (p 41). Zo zijn tal van rake typeringen te geven. Het belang van bewustwording als sleutel tot verandering volgt in deel 3.

 

Noord-Zuid tegenstelling

Couwenberg noemt ook de Noord-Zuid tegenstelling van rijke en arme landen. Deze bevordert migratiestromen, die worden verergerd door de bevolkingsdruk vanwege het hoge geboortecijfer in arme landen. Het lage geboortecijfer in welvarende westerse landen en de instroom en het hogere geboortecijfer van migranten leidt tot een veranderende bevolkingssamenstelling in westerse landen. Dit gaat gepaard met een relatieve vermindering van de invloed van autochtone culturen, die de allochtone instroom moeten verwerken en zich daarmee in toenemende mate ongemakkelijk lijken te voelen. Het debat rond Zwarte Piet is hiervan een symptoom. Met de culturele diversiteit nemen ook de maatschappelijke ongelijkheid en tegenstellingen toe. De verbreiding van de moderniteit zou op termijn een structurele oplossing voor de migratie van arme naar rijke landen kunnen zijn, als daardoor de welvaart meer gelijk wordt verdeeld.

 

De economisering en medicinalisering van het leven

Met de grote invloed van multinationals in onze leefwereld beginnen internetgiganten als Google en Facebook steeds meer op Big Brother te lijken. Op grond van analyse van ons internet gedrag kunnen consumptieartikelen meer gericht aan de man worden gebracht.  Communicatie en interactie gaat in toenemende mate via digitale sociale media. De digitalisering van het leven kan beschouwd worden als een variant van de bureaucratisering, die het moderne leven meer in zijn greep heeft gekregen.

De invloed van de industrie en de economisering van leven in productie en consumptie blijkt misschien het duidelijkst bij de farmaceutische industrie en de toenemende medicinalisering van het leven. Onder meer door toenemend medicijngebruik via uitgekiende marketing en belangenverstrengeling met de geneeskunde en medisch onderzoek. Mensen in het Westen leven langer, maar de kwaliteit van leven laat met name op de oude dag te wensen over, mede vanwege de toenemende eenzaamheid, individualisering en het gebrek aan zingeving. Zie o.m. Norbert Elias, De eenzaamheid van stervenden in onze tijd.

 

 

 

Democratisering onder druk

De EU wordt er door de Brexit en de Franse gele hesjes en het extreem rechtse populisme niet stabieler op. Nationale tegenstellingen en instabiliteit gaan vaak samen met de roep om een sterke man. Mondiaal zien we een toename van autoritaire leiders. Democratische waarden en instituties krijgen het meer te verduren. Vooral multinationals en de rijke bovenlaag lijken voordeel te hebben van de EU en de globalisering. De democratie in de EU is weinig transparant en laat te wensen over. Het lijkt vaak meer op een lobbycratie. Ook bij nationale regeringen lijkt de invloed van de lobby van bedrijven vaak groter dan die van de kiezers, bijv. bij de omstreden dividentkwestie. In zijn eerdergenoemde boek The Revolt of the Elites and The Betrayal of Democracy schreef de historicus en cultuurcriticus Christopher Lasch hoe de elite steeds meer voor  eigenbelang en eigen gewin ging en verzuimde zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid voor democratische waarden te nemen.

Turchin signaleerde een groeiende tegenstelling en verminderde synergie de bevolking en de elite, die zo zijn maatschappelijk draagvlak verspeelt. Zie mijn artikel over ongelijkheid in nr 33. Sociologen gebruiken hiervoor termen als tweedeling, onderklasse en maatschappelijke tegenstellingen, zie bijv. Kees Schuyt en Godfried Engbersen in zijn proefschrift over het ontstaan van een onderklasse en zijn studie over Arm in Nederland. Lasch bekritiseerde de keerzijde van de moderniteit en de vooruitgang in zijn eerdergenoemde boeken en in De cultuur van het narcismeHij pleit voor een meer ethische en minder materialistische levenswijze, die rekening houdt met anderen. Dat geldt ook voor o.m. Max Weber, Sorokin, Durkheim, Marius de Geus in zijn eerder besproken boek Filosofie van de eenvoud en Klaas van Egmond in Een vorm van Beschaving.

De kritiek en problematiek is verder uit te breiden. Couwenberg wijst erop dat vooruitgangsoptimisme en pessimisme zich afwisselen net als progressie en regressie in  de cyclische en dialectische ontwikkeling van de moderniteit. Dit is geen reden voor (cultuur)pessimisme, zoals bij sommige postmodernisten. Kritiek impliceert de mogelijkheid en de noodzakelijkheid de moderniteit bij te stellen, zoals dat ook de wetenschap gebeurt met theorieën, zie bijv. Karl Popper (p 199). Op de bijstelling, uitbreiding van de moderniteit met spiritualiteit als complement wordt verder ingegaan op deel 3 Moderniteit en spiritualiteit.