Belastingen in Frankrijk

Civis Mundi Digitaal #76

door Jan de Boer

Fiscale opstand? Onbehagen bij de lagere middenklassen? Rebellie van het buitengebied tegen de grote steden? Politieke, economische en sociologische analyses verschijnen iedere dag in de media om het oproer in Frankrijk met de ’gilets jaunes’ te verklaren. Wat willen nu deze gele hesjes? Afgezien van de eis van meer democratische participatie vooral minder heffingen, meer koopkracht en meer sociale rechtvaardigheid. Drie eisen die zich onderling goed verhouden: minder heffingen betekent meer koopkracht en dat alles mogelijk gemaakt door een meer evenwichtig omslagstelsel.

 

De OESO - de internationale organisatie voor samenwerking en economische ontwikkeling - heeft in deze explosieve context begin december 2018 haar jaarlijks rapport over de publieke inkomsten het licht laten zien waarin ze het belastingniveau in 2017 van de 34 landen die lid zijn van deze organisatie heeft vergeleken. De onbetwiste winnaar is Frankrijk. Vorig jaar waren de verplichte inhoudingen in Frankrijk goed voor 46,2 % van de geproduceerde rijkdom gemeten naar het Bruto Binnenlands Product. Voor de eerste keer sinds dertig jaar versloeg Frankrijk daarmee de tot dusverre gedoodverfde kampioen Denemarken. De fiscale druk is sinds een tiental jaren in de meeste Staten toegenomen, maar in Frankrijk verreweg het meest.

 

De ’gilets jaunes’ hebben dus gelijk om op dit onderwerp door te hameren eerder in het algemeen aangekaart door het bedrijfsleven en de rechtse politieke partijen. Te meer daar deze Franse bijzonderheid die verklaard wordt door publieke uitgaven die ook ver boven het gemiddelde liggen, voor een zeer groot deel gefinancierd wordt door de meest pijnloze belasting maar ook de meest ongelijke voor de verschillende maatschappelijke klassen: de BTW. Een gedegen studie van de econoom Patrick Artus wijst uit dat buiten de BTW de fiscale druk op de huishoudens1 punt beneden het gemiddelde van de Eurozone ligt. Maar wordt de BTW erbij betrokken dan ligt de fiscale druk op de huishoudens met 3 punten ver boven het gemiddelde van de Eurozone.

De verklaring: De BTW vertegenwoordigt op haar eentje de helft van het totaal van de heffingen door de Staat, veel meer dan de inkomstenbelasting (27% in 2018). Om zo discreet mogelijk de boekhouding sluitend te houden, hebben na de oorlog de regeringen van rechts en links er de voorkeur aan gegeven meer dan de helft van de Franse huishoudens te vrijwaren van inkomstenbelasting (57% in 2017) door de consumptie steeds meer te belasten, dus de koopkracht.

Elke presidentskandidaat heeft tijdens zijn campagne een totale herziening van het fiscale stelsel toegezegd, maar eenmaal aan de macht deze belofte weer even snel ingetrokken. Nog erger, direct na hun verkiezing werden steeds nieuwe heffingen bedacht en bestaande verhoogd. Met name de socialistische president Hollande was hier een meester in. Want het probleem om deze heffingen te verminderen is elders bezuinigingen te vinden, dus bij de publieke uitgaven. De grootste posten waaraan Frankrijk meer besteed dan zijn buurlanden zijn de pensioenen, de huisvesting, militaire uitgaven, volksgezondheid, onderwijs en steun aan het bedrijfsleven, waarbij nooit een hiërarchisering ook wat betreft uitgaven is toegepast. Alles is altijd hier even belangrijk geweest. Daarbij moet ook het probleem van de enorme staatsschuld, waarvan alleen al de te betalen rente per jaar meer dan 40 miljard euro kost, niet vergeten worden!

Frankrijk is uiteindelijk net als de ’gilets jaunes’ verlamd door verplichte uitgaven, ongerust voor haar toekomst en zonder een duidelijke visie wat betreft de middelen om hier een oplossing te vinden.

Het grote debat gedurende drie maanden vanaf 15 januari dat Macron heeft aangekondigd om samen met eenieder in Frankrijk wegen te zoeken naar onder andere meer fiscale en sociale rechtvaardigheid is een laatste gouden kans om ook deze fiscale "superchérie" volledig te herzien.

Het zou ook voor mij een goede zaak zijn, want door deze Franse belastingpolitiek heb ik met mijn 10 jaar bevroren pensioen al één derde van mijn koopkracht verloren.

Een groot probleem dat ook hierbij een duidelijke rol speelt, is dat Fransen een ingeboren wantrouwen tegen de macht, tegen Parijs hebben en de Staat duidelijk als een ongelimiteerde melkkoe beschouwen. Het laatste woord over de belastingen en heffingen in Frankrijk is dus nog lang niet gezegd.