Rassenwaan. Een reactie op Fred Neerhoff en David Bakker

Civis Mundi Digitaal #80

door Machteld Roede

Machteld Roede suggereert dat wij de term ‘ras’ hanteren als biologische categorie van de mens …. Deze suggestie werpen wij verre van ons. Wij hebben het hier over ‘ras’ in etnische en juridische zin. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de term ras in art. 1 van de Grondwet waarmee ook geen biologische categorie wordt aangeduid:“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Inderdaad staat in het belangrijke artikel 1 van onze Grondwet de term ‘ras’. Ik veronderstel dat bij het ontstaan in 1848 Thorbecke deze term al gebruikte. Ik beschouw de term nu echter als een relict, aangezien al vanaf 1950 top wetenschappers met steeds verfijndere technieken aantoonden dat bij de mens geen rassen kunnen worden onderscheiden. Ik besprak dit met drie vooraanstaande rechtskundigen, een grondwet tekst is echter niet eenvoudig te veranderen. Ik  zou niet weten waar bij ‘ras’ in de Grondwet naar iets anders wordt verwezen dan naar personen met een bepaalde morfologie (huid- en haarkleur, haarvorm, de vorm van de ooghuidplooi of de vorm van de jukbeenderen).

Lang, werd de term alleen gebruikt om de raszuiverheid aan te geven bij het fokken van paarden, en ook van koninklijke telgen en de adel. Hier was vanwege juridische status en privileges duidelijkheid over de patrilineaire afstamming gewenst. Linnaeus en Blumenbach, die als eersten uiterlijke verschillen tussen mensengroepen beschreven, spraken over ‘variëteiten’. De term ‘ras’ werd voor het eerst gebruikt door Kant “dat wat over de generaties  onveranderlijk blijft, dus onder behoud van eigen karakter”. (Wellicht moet ik mijn eerdere publicaties hierover voor Civis Mundi nog eens samen vatten).

De aanduiding ‘etnisch’ is zeker bruikbaar, omdat dit een duiding is van bevolkingsgroepen met een eigen taal, eigen gewoontes en tradities, een eigen geschiedenis, en vaak ook eigen specifieke uiterlijke kenmerken. Maar vanwege die laatste toevoeging blijft het mede gaan om een biologische categorie.

“…artikel in CM # 66:  het witte en het zwarte ras bijvoorbeeld, kunnen zich ten principale beiden van een positie verzekeren van waaruit zij de onderlinge gelijkheid kunnen afdwingen. Hun onderlinge verhouding berust op wederkerigheid.

Al gaat deze (in mijn ogen wat onbegrijpelijke) redenering om een juridische vraag, het betreft dan toch twee groepen mensen die van elkaar verschillen in uiterlijke kenmerken, dus wel degelijk ‘biologische categorieën’. Dat kun je niet verre van je werpen….

“Ten slotte is ethiek niet voorbehouden aan beroeps-ethici. Machteld Roede hoeft zich wat ons betreft daarom niet te onthouden van opvattingen op het terrein van de ethiek.”

In Utrecht behandelde ik jaren zeventig als docent bij de Medische Faculteit in het jaarlijkse curriculum Medische Genetica wat ik daar meerder jaren gaf ook ethische aspecten. Genetische counselling was toen nog een nieuw gebied. In Maastricht, waar ik daarna ruim achttien jaar werkte bij de vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte, heb ik eveneens ethische vragen met de studenten doorgenomen. Maar ethiek blijft mijn domein niet, er over schrijven doe ik dus niet.