Amerika

Civis Mundi Digitaal #118

door Jan de Boer

De democratie in de Verenigde Staten: meer dan bedreigd
De radicalisering van de Republikeinen in de VS en het einde van de democratie
Cuba: een dodelijke patstelling
Frédéric I, de prins van Araucanië en Patagonië
Nicaragua, Taiwan en China

De democratie in de Verenigde Staten: meer dan bedreigd

 

Gedurende vier jaar heeft Donald Trump systematisch de constitutionele normen van de Verenigde Staten geschonden, zoals de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de persvrijheid, alsook de ongeschreven politieke tradities. Joe Biden streeft naar de terugkeer naar een normale toestand. Maar als hij daarvoor pleit, wordt hij geconfronteerd met de teruggang van de democratie in de hele wereld. Al in 2017 telde de organisatie « Freedom House » niet meer dan 45 vrije landen en verklaarde het dat vrije en rechtvaardige verkiezingen, de persvrijheid en het primaat van het recht bijna overal in de wereld werden aangevallen. Besmet met het slechte voorbeeld van Trump voelen de autocraten zich vrij om de waarden en democratische instituties nog meer aan te vallen. Biden wenst hiertegen te strijden, maar daarvoor moet hij het goede voorbeeld geven. In de internationale klassementen, zoals die van het instituut Idea, zien we overal de democratische teruggang, de « backsliding » van de VS. Verantwoordelijk voor deze situatie zijn de instituties die de tirannie van een minderheid en de polarisatie mogelijk maken; een heel oude situatie, maar versterkt tijdens het presidentschap van Donald Trump. De Democraten zijn geen politieke tegenstanders meer, maar vijanden, en de leugen heeft het recht te worden geciteerd.

Om historische redenen en door de prioriteiten van de « Founding Fathers » is de Grondwet van 1787 een compromis tussen kleine en grote staten, en tussen de zuidelijke staten, voorstanders van slavernij, en de noordelijke, tegenstanders van slavernij. Het compromis geeft aan de kleine staten een structureel voordeel binnen het electorale college (voor het presidentschap) en de Senaat. Binnen het electorale college heeft een staat recht op een aantal kiesmannen gelijk aan het aantal van zijn volksvertegenwoordigers en senatoren. Om de kleine staten gerust te stellen en het principe van het federalisme in de grondwet te kunnen opnemen, geeft de grondwet aan elke staat, ongeacht zijn omvang, twee senatoren. Dit is een structureel voordeel voor de kleine, veelal rurale staten, nu gedomineerd door de Republikeinen. En met de zogeheten filibuster, de parlementaire obstructie, hebben 40 republikeinse senatoren de mogelijkheid alle wetgeving te blokkeren, terwijl zij een minderheid van de bevolking vertegenwoordigen. En in het Huis van Afgevaardigden zijn de Republikeinen veelal in de meerderheid, zelfs als zij minder stemmen hebben gekregen dan de Democraten, door het kiesstelsel per staat en de verdeling van kiesdistricten – zoals het geval was in 2016. En dat zal in de toekomst nog erger zijn.

Bij de Republikeinen moeten we bovendien rekening houden met een uiterst extremistische vleugel die actie voert in samenwerking met de televisiezenders Fox News en Newsmax en met de sociale media, en dat alles onder de bedreigende controle van Donald Trump. Deze volksvertegenwoordigers, die binnen de partij de meerderheid vormen, hebben de polarisatie in het centrum van de publieke opinie en de media geplaatst. De Republikeinse leiders in het Congres hebben zich nooit helder tegenover de leugen van de « gestolen verkiezing » opgesteld; 30% van het land is ervan overtuigd dat Joe Biden geen legitieme president is. En 18 staten – van de 20 die door de Republikeinen gedomineerd worden – hebben deze leugen bevestigd en wetten aangenomen om « electorale fraude te bestrijden ». De veranderingen in hun electoraal recht betreffen twee zaken. De eerste betreft het moeilijker maken van het stemmen van minderheden en hen die geacht worden voor de Democraten te stemmen, bijvoorbeeld door het aantal dagen waarop gestemd kan worden te verminderen of door het sluiten van stembureaus in wijken met veel minderheden. De tweede is zonder twijfel nog gevaarlijker: het betreft onafhankelijk administratief personeel te vervangen door aanhangers van de Republikeinse Partij, van wie verwacht wordt dat zij geen weerstand zullen bieden aan de druk om het resultaat van verkiezingen te vervalsen. Ik herinner eraan dat Trump in januari 2020 telefoneerde met de verantwoordelijke ambtenaar voor de verkiezingen in Georgia met de eis om voor hem « 11.780 stemmen te vinden ». De betreffende Republikein, Brad Raffensperger, die zelf voor Trump had gestemd, weigerde aan deze verkiezingsfraude mee te werken, met als gevolg dat hij zijn verdere carrière kan vergeten.

Als niets gedaan wordt om deze machtsgreep van de Republikeinen teniet te doen, zal deze minderheid nog tal van jaren de Verenigde Staten tiranniseren. Vergeet daarbij niet dat ook het Hooggerechtshof in meerderheid uiterst conservatieve rechters en aanhangers van de Republikeinse Partij telt, met alle gevolgen van dien, met name voor vrouwen en minderheden. Wat een paar jaar geleden ondenkbaar was, is nu een waarschijnlijk scenario: de installatie van Trump (of één van zijn klonen) als president bij de verkiezingen in 2024.

En dat is ook een risico voor de hele wereld, want het leiderschap van de Verenigde Staten blijft essentieel. Zelfs al zijn de daden van Joe Biden lang niet altijd in overeenstemming met zijn toespraken, we hebben gezien dat als de VS eerder de democratie en het primaat van het recht verdedigen dan het aanmoedigen van autocraten zoals Trump dat deed, de wereld er beter aan toe is. Maar om te blijven bestaan heeft de democratie in de Verenigde Staten een maatschappij nodig waarvan de leden elkaar respecteren en acties van de publieke macht accepteren. Dat is een absolute voorwaarde die in het land van Jefferson en Madison (op dit moment) niet meer lijkt te bestaan.

 

Geschreven in december 2021

 

 

De radicalisering van de Republikeinen in de VS en het einde van de democratie

 

Een jaar na de door opgehitste aanhangers van Donald Trump uitgevoerde aanval op het Congres van de Verenigde Staten op 6 januari 2021 om de uitslag van de presidentsverkiezing – gelukkig tevergeefs – te annuleren, gaat de Republikeinse Partij onverdroten door met de waarheid onder het vloerkleed te schuiven. Ondanks dat de bewijzen zich opstapelen voor deze aanval, gepland door hem die vier jaar eerder gezworen had de grondwet te beschermen, blijft « The Grand Old Party » de andere kant uitkijken en dissidenten uit de partij verwijderen. En dat met een duidelijke reden: dit gebeuren was beslist geen toevalligheid, maar een belangrijke etappe naar een wezenlijke transformatie.

Deze transformatie is overduidelijk als men zich de introspectie zonder concessies herinnert die plaats had minder dan zes maanden na de nederlaag van Mitt Romney tegen Barack Obama in 2012. De gemandateerde kaderleden van de partij schreven in een analyse van de verloren verkiezing: « De Republikeinse Partij moet ophouden tegen zich zelf te praten. Wij zijn experts geworden om hen die hetzelfde denken als wij ideologisch te versterken, maar wij hebben op een rampzalige manier het vermogen verloren om overtuigend of positief te zijn jegens hen die niet alles met ons eens zijn. »

De Republikeinse Partij keert nu de partij die zij in 2013 was de rug toe. Haar beslissing om ook het kleinste programmaonderdeel tijdens de officiële benoeming van Joe Biden in 2020 af te kraken en zich blindelings achter Donald Trump te scharen, was het ultieme teken van een ideologische verwording in verhouding tot haar overtuigingen in het verleden. Het weigeren van iedere introspectie over mogelijke verantwoordelijkheid voor de aanval op de instituties van de Verenigde Staten getuigt op haar beurt van een morele capitulatie van de traditionele Republikeinse benadering ten opzichte van de verschijning van nieuwe samengevoegde krachten door Donald Trump.

De nieuwe generatie polemisten die de commentator Rush Limbaugh, hun geestelijk vader, heeft opgevolgd, houdt de conservatieve basis in ere, maar wel in een alternatieve realiteit. Het betreft Dan Bongino of Tucker Carlson. De herschrijving door Tucker Carlson van de aanval op 6 januari in de vorm van een documentaire onder verantwoordelijkheid van zijn werkgever Fox News werd gevolgd door het vertrek bij die zender van de zeer gerespecteerde interviewer Chris Wallace. De impact was indrukwekkend: één jaar na de aanval van 6 januari 2021 beschouwt 47% van de Republikeinse kiezers deze aanval als « een actie van patriotten » en 56% is ervan overtuigd dat de aanvallers « de vrijheid verdedigden », aldus een recente peiling door CBS News. Deze twee vroegere en verenigende waarden dienen voor 40% van dezelfde personen als een rechtvaardiging van het geweld tegen de regering en een ontkenning van elke legitimiteit van het andere kamp, te beginnen met president Biden. De Republikeinse Partij glijdt zo af naar een politiek extreem-rechts waarvan de contouren nog onduidelijk zijn. Deze afwijking manifesteert zich met lawaai in het Congres door de aanwezigheid van controversiële figuren als volksvertegenwoordigers Marjorie Taylor Greene (Georgia), Lauren Boebert (Colorado) en Madison Cawthorn (Noord-Carolina), die de absolute steun van Donald Trump hebben. Aan dit provocerende activisme, vaak nauw verwant aan de complot-beweging QAnon, kan een ideologisch meer gestructureerde radicalisering van een nieuwe generatie van volksvertegenwoordigers toegevoegd worden.

De jonge senator van Missouri, Josh Hawley, speerpunt van de betwiste overwinning van Joe Biden in de Senaat, is één van de opmerkelijke figuren. Net als de door hem overvleugelde collega uit Texas, Ted Cruz, van de al tiental jaren oude « Tea Party » beweging, beschikt Hawley over de geloofsbrieven van de elite (de universiteit Yale) in dienst gesteld van een uiterst nationaal populisme dat zijn weg nog verder zoekt.

De levensloop van J.D. Vance, kind van de « rednecks » van de Appalachen, met ervaring bij de marine en een studie aan Yale, van wie in 2016 door de New York Times een autobiografie werd gerecenseerd, is een ander voorbeeld van deze conservatieve radicalisering. J.D. Vance is kandidaat voor de senatoriale voorverkiezing in Ohio om in november een gematigde Republikein, Rob Portman, die zich niet herkiesbaar stelt, op te volgen. Vier andere door gematigde Republikeinen bezette zetels staan ook op het spel.

De wetenschapper/historica Maya Candel (die mij met gegevens voor dit artikel voedde) gaf in een door het Instituut Montaigne gepubliceerde analyse op 3 januari duidelijk de ontwikkeling van de Republikeinse Partij weer. Zij haalt de ambitie naar voren van een conservatieve denktank in Californië, het « Claremont Institute » dat pretendeert « de westerse beschaving te redden ». Glenn Ellmers, wetenschapper en lid van deze conservatieve denktank riep in een in maart 2021 gepubliceerde nota op tot een « contra-revolutie » en oordeelde dat de Verenigde Staten bedreigd werden door « binnenlandse vijanden »: niet alleen immigranten, maar ook al heel lang in de VS wonende burgers die volgens zijn criteria geen « echte Amerikanen « zijn. Hij neemt zo de helft van de bevolking op de korrel.

Het lot van de democratie hangt voor een heel groot deel af van de omvang van deze Republikeinse verandering, en daar kun je je hart bij vasthouden. Natuurlijk is het goed om op de meer dan autocratische wijze waarop China geregeerd wordt, af te geven, maar deze griezelige ontwikkelingen in de Verenigde Staten, die zelfs daar tot een (verkapte) burgeroorlog kunnen leiden, zijn niet alleen een ramp voor het land zelf, maar voor de hele min of meer nog vrije wereld.

 

Geschreven in januari 2022

 

 

Cuba: een dodelijke patstelling

 

In 1929 schreef Erich Maria Remarque zijn wereldsucces « Im Westen nichts Neues »: geen nieuws van het westelijk front in de Eerste Wereldoorlog. Dat gaat nu helaas ook op voor Cuba, hetgeen blijkt uit de op 22 december vorig jaar gepubliceerde getuigenis van de dissident Yunior Garcia. Deze jonge dramaturg, stichter van een burgerplatform dat pleit voor democratisering van het eiland, werd het zwijgen opgelegd en daarna het land uitgezet, zoals veel anderen voor hem.

De vervanging in 2018 van president Raul Castro door een apparatsjik, Miguel Diaz-Canel, sinds april 2021 ook het hoofd van de Cubaanse Communistische Partij, heeft niets veranderd aan het karakter van deze tropische dictatuur. De terugkeer van een democratische president in het Witte Huis ging jammer genoeg niet gepaard met een opening gelijk aan die van Barack Obama op 17 december 2014. Donald Trump maakte daar tijdens zijn mandaat vroegtijdig een einde aan, waardoor deze moedige politieke opening niet opgevolgd kon worden.

Natuurlijk hebben de omstandigheden Joe Biden ook parten gespeeld. Versterkt door de coronapandemie zorgde de voortdurende economische ellende op het eiland op 11 juli vorig jaar tot een historische golf van protesten, die met geweld door het regime onderdrukt werd. Biden had wellicht geen andere keus dan dit geweld te veroordelen door het land met sancties te straffen. Die sancties hadden overigens vooral een symbolisch karakter, gezien het al zestig jaar durende embargo. Het Cubaanse regime antwoordde hierop haast automatisch met een verharding, die Washington in de ogen van het Cubaanse volk tot de enige bron van alle ellende op het eiland maakte.

De Verenigde Staten hebben altijd gedacht dat hun verstikkingspolitiek van Cuba uiteindelijk succes zou hebben. Zeker na de verdwijning van de Sovjet-godfather, die leidde tot een ineenstorting van de economie, en vervolgens na de implosie van het Venezuela van Hugo Chavez, die de rol van de Sovjet-Unie had overgenomen. De hoop van de VS werd de bodem ingeslagen en Washington vervolgt nu zijn verstikkingspolitiek, terwijl China een groeiende belangstelling voor het Caraïbisch gebied toont.

De overlevingscapaciteit van de Cubaanse dictatuur moet evenwel niet onderschat worden. Deze gaat van klassieke onderdrukking, waarvan Yunior Garcia getuigde, tot een zeer gerichte verbetering van voedselvoorziening om de ontevredenheid van de Cubanen te verminderen. Dat laatste was één van de drijfveren van de betogingen op 11 juli vorig jaar.

Ongelukkigerwijs voor de Cubanen, die een zeldzame eenheid vormen wat betreft het hekelen van het embargo van de Verenigde Staten, is dat het lot van het eiland gegijzeld wordt door een perverse dynamiek: de electorale overwegingen van de Amerikaanse, voornamelijk republikeinse politici. Zij dwingen deze politiek verantwoordelijken tot een steeds verdere overdrijving om de gunsten van een deel van de wraakzuchtige diaspora te verkrijgen, waarvan het politieke gewicht in de staat Florida, een sleutelstaat bij elke presidentsverkiezing, als niet te onderschatten geoordeeld wordt. Tijdens de laatste presidentscampagne bekritiseerde Biden deze verstikkingsstrategie en verzekerde hij dat de onderdrukking van de Cubanen door het regime tijdens het mandaat van Donald Trump verergerd in plaats van verminderd was. Rekening houdend met het ingeslepen karakter, ondanks de afwezigheid van Castro, van het « Castrisme », ondanks beperkte economische hervormingen, zou de Biden als president in mijn ogen trouw moeten blijven aan zijn analyse. Een engagement van zijn kant voor een langetermijnpolitiek voor het lot van de Cubanen door de bankschroef terug te draaien, is mijns inziens verreweg te prefereren boven het vasthouden aan het uiterst schimmige geloof van een ooit te ontketenen contra-revolutie.

 

Geschreven in januari 2022

 

 

Frédéric I, de prins van Araucanië en Patagonië

 

Ik neem aan dat mijn lezers nog nooit iets gehoord hebben over Frédéric I, prins van Patagonië. Een fantastisch verhaal over het door de Franse avonturier Antoine de Tounens in 1860 geproclameerde kortstondige koninkrijk van Araucanië en Patagonië, waarover hij nauwelijks een jaar regeerde.

De prins is dood, leve de prins! Op 24 maart 2018 werd de vlakbij Graulhet (in het departement Tarn) wonende Frédéric Luz gekozen tot prins en achtste kroonpretendent van Araucanië en Patagonië met de naam van Frédéric I. Na de dood van de vorige kroonpretendent, Antoine IV, werd deze kleinzoon van een in de Spaanse burgeroorlog gevluchte Spaanse republikein in Parijs door een college van vijftien personen gekozen uit acht kandidaten. Dit college, de « Koninkrijksraad », vertegenwoordigt de Mapuche-gemeenschap. Dit autochtone volk leeft tussen Chili en Argentinië en eist de teruggave van uitgestrekte gebieden die aan het einde van de negentiende eeuw door deze twee landen gekoloniseerd werden. Sinds 1878 en de dood van de eerste van origine Franse koning behoort Frédéric I tot een verbazingwekkende lijn van Franse vorsten. Deze vorstelijke lijn ligt aan de grondslag van een bescheiden gekozen, niet-dynastieke monarchie die geen enkele macht uitoefent in een virtueel, internationaal niet erkend koninkrijk.

De schrijver en heraldiek-specialist Frédéric Luz pleit voor de Mapuche-volkeren. Hij ondersteunt hun eisen via de NGO « Auspice Stella » bij de Commissie van Mensenrechten van de Verenigde Naties. Als overtuigd monarchist laat hij weten dat zijn functie een symbolisch karakter heeft. Hij is trouw aan de geest van Antoine de Tounens (1825-1878), die droomde van avonturen en van een alles te boven gaande lotsbestemming. Tounens had in zijn hoofd geprent het Franse verlies van Canada en Louisiana te compenseren en, aangespoord door allerlei lectuur, viel zijn keus op het door Chili opgeëiste Araucanië en het door Argentinië begeerde Patagonië en Vuurland. In 1858 verkocht Luz zijn aan dit onderwerp gewijde studie, leende 25.000 franc en zei Frankrijk vaarwel. Hij scheepte zich in Southampton in op een passagiersschip met vrachtbestemming, met bestemming Chili. Daar aangekomen begreep hij dat de Araucaniërs een ongelijke strijd voerden tegen Chili. Hij leerde zichzelf snel Spaans en nam contact op met de stamhoofden, de caciques, en beloofde hun steun van Frankrijk tegen het Chileense expansionisme. Op enig moment benoemd als vorst van het koninkrijk Araucanië, en vervolgens ook van Patagonië, nam hij de naam aan van Orélie-Antoine I. In de wanhopige situatie van opstandige volksstammen wist hij niet dat er bij hen het mythische geloof heerste dat een blanke man de kruistocht tegen de binnendringers zou aanvoeren. Dat verklaart het gemak waarmee hij als koning erkend werd: de laatste opflikkering voor de geforceerde assimilatie van de Mapuche-stammen en de genocide op de indianen.

Tounens probeerde een leger in het leven te roepen en met dat geweld grenzen vast te stellen, stelde twee ministers aan afkomstig uit het gehucht waar hij geboren was, die officiële documenten tekenden. Maar Chili was een maatje te groot voor hem en in januari 1862 werd hij gevangen genomen. Na door de Chileense rechter als zwakzinnig te zijn bevonden, werd hij naar Frankrijk teruggestuurd. Maar tot drie keer toe probeerde Tounens zijn rol als koning in zijn koninkrijk van Araucanië en Patagonië weer op te nemen. En evenveel keren werd hij door de Chileense autoriteiten, die het gevaar van zijn aanwezigheid onderkenden, teruggestuurd. Op 19 september 1878 stierf Tounens in diepe armoede in Tourtoirac in de Dordogne. In 1881 werd de opstand van de Mapuche neergeslagen en werd hun gebied geannexeerd. Deze bijna niet te geloven pathetische geschiedenis van de strijd van een volk voor zijn vrijheid en van een magnifieke verliezer, Tounens, klinkt nog steeds door.

De 57-jarige Frédéric Luz is tot dusverre nog nooit in het kortstondige koninkrijk geweest waarvan hij de prinselijke erfgenaam is. Hij is van plan er binnenkort heen te gaan, maar verwacht niet dat de Chileense autoriteiten, die deze geschiedenis altijd als ridicuul hebben afgedaan, hem met open armen ontvangen. Hij spreekt bovendien geen Spaans, en beschouwt zichzelf als een ambassadeur voor de eisen van de Mapuche. Het is goed te weten dat de Mapuche in Chili en in Argentinië strijden tegen de grote schade aangericht door mijnbouw en ontbossing, en tegen stuwdammen die het milieu en hun bestaansmogelijkheden ernstig bedreigen. De Chileense provincies Araucanië en Biobio staan onder bevel van het leger, dat regelmatig gewapende Mapuche-opstandelingen doodt.

Wie ooit nog in het dorp Tourtoirac in de Périgord komt, waar Tounens zijn doodarme leven als lantaarnaansteker beëindigde en waar zijn graf zich bevindt, kan daar het aan hem en zijn strijd met de Mapuche tegen Chili gewijde museum bezoeken, waar ik heel wat jaren geleden mijn ogen uitkeek.

 

Geschreven in januari 2022

 

 

Nicaragua, Taiwan en China

 

Een nieuwe tegenslag voor Taiwan: het eiland heeft één van zijn zeldzame diplomatieke steunpilaren verloren, toen op 10 december 2021 de president van Nicaragua, Daniel Ortega, meedeelde Peking te erkennen en niet meer Taipei. De laatste jaren is de druk van China fors toegenomen om Taiwan te isoleren: het onafhankelijke eiland waarover China zegt dat het onder haar soevereiniteit valt. Na het verlaten van Nicaragua wordt Taiwan nog slechts door 13 landen en het Vaticaan officieel erkend.

Direct na de aankondiging van Manugua, de hoofdstad van Nicaragua, publiceerde de Chinese pers foto’s van de zoon van de President van Nicaragua, Laureano Ortega Murillo, in gezelschap van Ma Zhaoxu, vice-minister van buitenlandse zaken, tijdens een ontmoeting in Tianjin, een vlakbij Peking gelegen havenstad. De presidente van Taiwan, die Nicaragua in 2017 bezocht, sprak haar teleurstelling uit op Twitter: « Vandaag heeft Nicaragua een einde gemaakt aan de diplomatieke betrekkingen met Taiwan. Ik wil onderstrepen dat, hoe groot de externe druk ook is, niets ons weerhoudt van ons engagement voor vrijheid, mensenrechten en de rechtsstaat, en ons bondgenootschap met de internationale diplomatieke gemeenschap als kracht voor het goede. »

Eerlijk gezegd hebben de Taiwanese autoriteiten niet naar de mensenrechtensituatie in Nicaragua gekeken. De herverkiezing van Daniël Ortega met 75% van de stemmen voor een vierde opeenvolgend mandaat had een waterval van internationale kritiek tot gevolg. Washington en Brussel kondigden sancties tegen regime van het presidentiële koppel aan. De vroegere sandinistische guerrillastrijder en zijn echtgenote, Rosario Murillo, wonnen de verkiezingen zonder enige concurrentie, na de arrestatie van de zeven kandidaten van de oppositie. Politicoloog Oscar René Vargas laat mij weten dat « Ortega, geïsoleerd op internationaal niveau, politieke en economische steun zoekt van Peking en Moskou. Door zich te verbinden met deze twee grootmachten hoopt hij op bescherming, met name binnen de Verenigde Naties ». Die heeft hij nodig, want hoewel Managua zijn vertrek voor november 2023 uit de Organisatie van Amerikaanse Staten aankondigde, dreigde die organisatie juist Nicaragua uit zijn midden te stoten in naam van haar democratisch handvest.

Van haar kant was China des duivels op de Verenigde Staten, die op haar mondiale bijeenkomst over de democratie eind vorig jaar Taiwan had uitgenodigd. De Verenigde Staten hadden de ommezwaai van Managua bekritiseerd. Deze breuk « onthoudt het volk van Nicaragua van een loyale partner voor haar democratische en economische groei », betreurde ook redelijk hypocriet het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken. Deze vijf laatste jaren had Peking Taiwan van drie van zijn bondgenoten beroofd: El Salvador, Panama en de Dominicaanse Republiek. Honduras, Guatamala en Belize zijn de laatste bondgenoten van Taiwan in Centraal-Amerika. Ook de recentelijk gekozen linkse presidente van Honduras, Xiomara Castro, die op 27 januari haar functies opneemt, heeft tijdens haar campagne gezegd te breken met Taiwan en met Peking in zee te gaan.

In Nicaragua sluit het net zich om Ortega, nu de Amerikaanse president Biden begin november vorig jaar zijn herverkiezing heeft gehekeld: « een verkiezing… niet vrij, niet rechtvaardig en beslist niet democratisch ». Biden ondertekende een wet die de deelname van Nicaragua aan het vrijhandelsakkoord tussen de Verenigde Staten, de Dominicaanse Republiek en Centraal-Amerika (Cafta) ter discussie stelt, terwijl meer dan de helft van de Nicaruagaanse export bestemd is voor de Amerikaanse markt. De wet voorziet in nieuwe sancties tegen hoge functionarissen van het regime van Ortega.

Het is de tweede keer dat het regime Ortega-Murillo zijn relaties met Taiwan verbreekt. Tijdens zijn eerste mandaat in 1985 wendde Ortega zich ook tot Peking, voordat zijn nederlaag bij de presidentsverkiezingen in 1990 zijn tegenstandster Violeta Barrios de Chamorro aan de macht bracht (1990-1997), die de banden met Taipei herstelde. Sindsdien is Taiwan de eerste bilaterale donateur van Nicaragua, met volgens de centrale bank 27,9 miljoen dollar in 2020. Managua heeft bovendien een zegenrijke commerciële balans met export ter waarde van 66,3 miljoen dollar naar Taiwan. Daarbij financiert Tapei 27 projecten in de agro-voedsel en de toeristische sector ter waarde van 50 miljoen dollar, volgens de regering van Nicaragua. Oscar René Vargas: « De economische steun van China en Rusland compenseert nooit het verlies van internationale hulp of een mogelijk vertrek van Nicaragua uit Cafta ». Voor dit moment is er nog geen enkel contract met China afgesloten, terwijl het land sinds drie jaar getroffen wordt door een politieke crisis die de economie grote schade berokkent, en waardoor 26% van de Nicaraguanen honger lijdt, volgens de Wereldbank. De gok van Ortega is dus zeer riskant, met als voorbeeld de overeengekomen concessie in 2013 door het regime aan de duistere Chinese zakenman Wang Jing om een gigantisch interoceanisch kanaal aan te leggen voor 50 miljard dollar (in 2013), waarvoor nog steeds zonder enige verklaring geen schep de grond is ingegaan.

Daniel Ortega, de vroegere op handen gedragen sandinistische guerrillastrijder, heeft zich ontpopt als een nietsontziende dictator, die er alles aan doet om aan de macht te blijven; een ramp voor Nicaragua.

 

Geschreven in januari 2022