Reset
Deel 3: Gemeenschap

Civis Mundi Digitaal #120

door Herman Hümmels

Bespreking van Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie. Uitg. Ertsberg, 2021

 

In dit derde deel van de serie over het boek ‘Reset’ van Mark Elchardus concentreer ik me op het onderwerp ‘gemeenschap’. Hij vult dit in vanuit zijn communitaire denkmodel, dat hij plaatst tegenover het neoliberalisme.

Communitair
Elchardus schrijft ‘communautair’. Volgens de woordenboeken gaat het bij communitair en communautair om synoniemen. Zoektocht in Wikipedia levert echter een iets ander beeld op. Daar heeft ‘communautair’ betrekking op de Europese Gemeenschap (communauté) of op België (wat met de Belgische staatsstructuren te maken heeft, naar de Franse benaming voor gemeenschap (communauté)). Dit is een engere betekenis dan voor communitair gegeven wordt. Bij ‘communitarisme’ lees ik: “communitarisme […] (Latijn: communio, "gemeenschap") staat voor een stroming in de politieke en sociale filosofie, die kritisch staat tegenover het moderne kapitalisme en liberalisme en die omstreeks 1980 ging reageren op de politieke filosofie van John Rawls.” (Wikipedia)
Om duidelijk te maken dat in het boek Reset de laatste betekenis van kritieke op het liberalisme bedoeld wordt en niet de enge eerste betekenis, wijk ik af van de in het boek gebruikte spellingswijze.

Religie
De Verlichting wordt vaak gezien als een breuk met de religie: De Verlichting wisselde God in voor de natuur. Van Karl Marx (1818-1883) is de uitspraak bekend dat godsdienst opium is voor het volk. Émile Durkheim (1858-1917) zag het anders. Volgens hem moest, met name de Franse Revolutie (1789-1799), niet gezien worden als een breuk met de religie. “Integendeel, de grote principes vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid zijn, zo benadrukt hij, geen gegevenheid. Zij liggen niet in de natuur van de mens.” (p262). “De Durkheimiaanse benadering van het probleem van de orde verschilt grondig van de liberale. Zij verschijnt in menig opzicht als een synthese van verlichtingstingsidealen en inzichten van de de tegenverlichting: van het belang van individuele vrijheid en waardigheid enerzijds, een realistische kijk op de voorwaarden van individuele vrijheid en waardigheid en maatschappelijke orde anderzijds.” (p263/4) Het communitaire deken volgt de opvatting van Durkheim.

Communisme
De materialistische visie van Marx groeide later uit tot het communisme. Volgens Wikipedia stamt het woord ‘communisme’ af van het latijnse woord ‘communis’ “dat gemeenschappelijk en universeel betekent.” Deze latijnse oorsprong ligt ook ten grondslag aan ‘communitarisme’. Het fundamentele verschil tussen deze twee ‘ismen’ is dat het communisme een eenzijdige nadruk op de gemeenschap legt, en het communitarisme een evenwicht nastreeft tussen gemeenschap en individu. Het neoliberalisme legt eenzijdig de nadruk op het individu.

Het communitarisme streeft een dialectische spanningsreductie na. Want dat er spanningen kunnen ontstaan tussen de belangen van een gemeenschap en die van een individu mag duidelijk zijn. Het communitarisme is een poging om vanuit die tegenstelling een menswaardige (landelijke) maatschappij te vormen. Dit gebeurt onder andere door wetten en regelgeving waardoor een rechtsstaat ontstaat. Een rechtsstaat begrenst de gedragsmogelijkheden van de leden van de samenleving.

Derde Weg
In de loop van de tijd zijn er verschillende voorstellen gedaan om de tegenstelling tussen communisme/sociaaldemocratie en neoliberalisme (kapitalisme) op te heffen: fascisme (Mussolini); christendemocratie; Vredesbeweging; PSP… Elchardus noemt ook de Derde Weg van Tony Blair (“poging om het verschil tussen sociaaldemocratie en neoliberalisme te laten verdwijnen.” p75) Het communitarisme is ook zo’n derde weg.

Collectieve identiteit
De identiteit die mensen in hun leven opbouwen ontlenen ze vanuit zichzelf, vanuit hun authenticiteit, maar ook vanuit het collectief waar ze deel van uitmaken (de grote identiteit). “We zijn niet enkel getuige van de terugkeer van de nationale staat, maar ook van de terugkeer van de natiestaat en van de overtuiging dat een staat pas echt goed functioneert en in dienst van zijn burgers staat, als die burgers daadwerkelijk een natie vormen, voldoende gemeenschap vormen om lotsverbondenheid te ervaren, zich dragers van een gedeelde identiteit te voelen en onderling solidair te kunnen zijn, zich verantwoordelijk te voelen voor de gemeenschap.” (p115) Elchardus gebruikt de term ‘volk’ in de zin van ‘bevolking’: de mensen die in een land wonen en een ’natie’ (een soevereine landelijke gemeenschap) vormen om samen ordelijk met elkaar om te kunnen gaan, bij voorkeur volgens het model van de Westfaalse Orde (zie het vorige deel in deze serie).

Ontwikkelingen
“Identiteit en sociale controle zijn voorwaarden van samenleven. […] De symbolische samenleving is een ingrijpende vorm van controle, maar geen Big Brotherverhaal, integendeel.” (p107) Daar zorgen de instellingen voor die met hun grote invloed op denken en voelen soms verschillende doelen nastreven (media, onderwijsinstellingen) en de wijze waarop mensen zich tot die instellingen verhouden verschilt. De symbolische samenleving is medeverantwoordelijk voor een opkomende cultuurstrijd. Opmerkelijk is is wel de academische blindheid voor wat er in de wereld gebeurt. Ondanks allerlei voorspellingen kwam het post-nationale tijdperk er niet. Er kwamen steeds meer natiestaten en grenzen.

Open samenleving
Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw probeerden steeds meer wetenschappers, journalisten en politici iedereen te overtuigen van de ‘wetmatigheden’ dat markten rationeel zijn, de economische groei stimuleren en dat deregulering van financiële markten in het belang is van iedereen. Met de nadruk op ieders individuele verantwoordelijkheid had dit, in combinatie met onder andere de opkomst van het internet en de sociale media, een onderwaardering van de gemeenschap tot gevolg. Liberale denkers zien in de verzorgingsstaat een bedreiging voor de ‘open samenleving’. “Karl Popper vreest dat de verzorgingsstaat de ‘individuele verantwoordelijkheid wil vervangen door de verantwoordelijkheid van een collectiviteit of een groep’ en dat is in zijn ogen onverantwoord, zowaar een eerste stap op weg naar dictatuur en slavernij” (p176).

Neoliberalisme
Elchardus breekt een lans voor het communitaire denken (gemeenschapsdenken). Hij ziet dit als een voortzetting van de tegenverlichting, niet als een communist, maar zoals Durkheim als de erkenning van het feit dat we als mens van elkaar afhankelijk zijn. De Verlichting is de aanzet geweest van het hedendaagse neoliberalisme waarbij het kind (de verzorgingsstaat) met het badwater (de gemeenschap, de begrenzingen) is weggegooid. De volkomen individuele vrijheid loopt in het neoliberalisme uiteindelijk uit in de chaos van de overheersing van het grootkapitaal, surveillance-technieken (social media), afbraak van grenzen en afbouw van de democratie.

De communitaire opvatting
Elchardus noemt de communitaire opvatting een synthese van de sociaal-democratie en het liberale denken. Het individu blijft belangrijk. Daarbij beschouwt het communitaire individualisme de vrijheid en waardigheid van elke mens:

  • als het product van de gemeenschap waarin hij is opgegroeid en zich mee identificeert’
  • als afhankelijk van de (genetische) aanleg die ontvankelijk maakt voor wat uit de omgeving aangedragen wordt (de maatschappelijke startpositie, het sociale, culturele, morele…)
  • als afhankelijk van de beslissingen die het individu maakt naar aanleiding van wat het aantreft.

Het individu is afhankelijk van collectief geschapen voorwaarden, zoals kans op onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en solidariteit. Elk individu is afhankelijk van wat het aantreft, van de gemeenschap waaraan hij deelneemt en waaraan hij vorm geeft binnen de gegeven mogelijkheden (grenzen). De mate van vrijheid voor zelfbepaling zijn afhankelijk van de soort gemeenschap waarin jij leeft.

Wereldorde
“In tegenstelling tot het liberalisme dat een rechtsorde voorstaat die iedereen moet passen, gaat gemeenschapsdenken uit van harde diversiteit en van onverzoenbare tegenstellingen, in de wereld en binnen gemeenschappen. Verschillen in huidpigmentatie, seksuele geaardheid, herkomst en dergelijke beschouw ik als gemakkelijke, ja triviale diversiteit. ” […] Echte harde diversiteit heeft te maken met opvattingen over de ultieme werkelijkheid en met fundamenteel verschillende opvattingen over wat waar en onwaar, rechtvaardig en onrechtvaardig, goed en slecht is.” (p281)
Elchardus bepleit werkbare gemeenschappen die elkaar bejegenen met respect voor onverzoenbare waarden, tegenstrijdige opvattingen over de aard van de werkelijkheid en botsende voorstellingen van het goede en rechtvaardige leven. Een werkbare gemeenschap heeft de capaciteit om beslissingen te nemen die gelden voor de gehele gemeenschap. Op het niveau van de landen mondt dit uit in natiestaten (een natie – een samenhangende bevolking – én een staat – een bestuurlijke eenheid; een landelijke maatschappij).

Nationalisme
“Nationalisme is een onderdeel van een werkbare gemeenschap” (p289). Er zijn twee soorten ‘nationalisme’ te onderscheiden: (1) bevolkingsgroepen die zich natie voelen, met een territorium met elkaar verbonden zijn en naar soevereiniteit streven, zoals Schotland, Catalonië en Vlaanderen; (2) mensen die onder invloed van globalisering en immigratie de behoefte voelen de eigenheid van hun soevereine staat te benadrukken en te verduidelijken. Met name de tweede groepering kent vele vormen.
Grenzen zijn de voorwaarde voor de diversiteit en de eigenheid van landen. Omdat harde verschillen moeilijk te overbruggen zijn en omdat ieder land recht heeft op een eigen ontwikkeling, is een respectvol omgaan met elkaar de enige mogelijkheid voor een stabiele wereld.
Moderne samenlevingen produceren door hun openheid voortdurend diversiteit. Voor een werkbare gemeenschap gelden een eenduidige vaststelling van de landsgrenzen, homogenisering van verschillen en secularisme. Interne homogenisering is daarbij het ‘vermilderen’ van incompatibiliteiten, maar dit slaagt er bijna nooit in om harde diversiteit te laten verdwijnen. Secularisering betreft het afnemen van de invloed van religie op de maatschappelijke processen.
“De meeste samenlevingen hebben voorzieningen nodig om met harde diversiteit te leven” (p302). Het doel van een werkbare gemeenschap is een pluralistische harmonie.

Als Europa “moeten we durven duidelijk maken hoe we van anderen verschillen, wat eigen is aan onze beschaving en het daarop gebouwde samenlevingsproject, waarom en waarin wij verschillen van China, van Saoedi-Arabië, van Soedan en van de VS” (p521).

“Het zou voor alle landen verstandig zijn in hun grondwet haalbare voorzieningen te hebben voor vreedzame splitsing, federalisering of confederalisering” (p522).

Splitsing
Het lijkt alsof Elchardus soms tegenstrijdige taal uitspreekt. Aan de ene kant is hij voor ‘vreedzame splitsing, federalisering en confederalisering’. Aan de andere kant keert hij zich fel tegen opsplitsing in minderheden en de koestering van overgevoeligheden, zoals de woke-beweging voorstaat. Ik betrek er het systeemdenken bij. Het gaat ook hier weer om een grens (tussen systeem en omgeving): de grens tussen beide opvattingen van Elchardus wordt duidelijk als we accepteren dat op verschillende systeemniveaus verschillende en tegenstrijdige ‘wetmatigheden’ kunnen gelden, zoals onder andere op het sub-atomair het geval is (kwantumtheorie, zie CM113) en ook op het gebied van de economie, zoals door Stephanie Kelton is aangetoond (MMT, zie CM112, en ook CM85 en CM108).

De twee systeemniveaus waar Elchardus het over heeft zijn het individu en de gemeenschap. Hij heeft het dan over het kleine identiteitsstreven (het individu) en het grote identiteitsstreven (de gemeenschap). Voor het kleine identiteitsniveau geldt: je moet niet vervallen in overgevoeligheid en overdreven, en daardoor foute, discriminatie (niet oneindig opsplitsen). Voor het grote identiteitsniveau geldt: het is goed recht te doen aan de behoefte van mensen om een eenheid te vormen (opsplitsen op grond van de grote identiteiten: geloof, klasse en natie en/of territorium (zie CM117). Het communitaire systeemdenken over mensen heft de tegenstrijdigheid dialectisch op.

Wordt vervolgd
Het streven naar werkbare gemeenschappen vormt de kern van Elchardus’ betoog. Op zich lijkt het prima om de gevoelens van eigenheid en zelfstandigheid te belonen als een groot deel van de betrokkenen in een referendum voor stemt. Dit moet echter wel begrensd worden, bijvoorbeeld in termen van een minimum-grondoppervlak en een minimum aantal bewoners. Anders dreigt dezelfde versnippering als bij de woke-beweging het geval is. Elchardus gaat in op aantal op een paar specifieke kenmerken die verduidelijken wat hij voorstaat. In het volgende deel van deze serie bespreek ik zijn idee van een communitaire democratie.