Milieu

Civis Mundi Digitaal #123

door Jan de Boer

Energie: 425 klimaatbommen
Irak, klimaatopwarming, verwoestijning en zandstormen
Vragen bij nucleaire energie
Het grote gevaar van bodemverslechtering

 

Energie: 425 klimaatbommen

 

Het project Red Hill in Australië, Montney Play of Chrisina Lake in Canada, de mijn van Hongshaquan in China en die van Hambache en Garsweiler in Duitsland… Deze lijst bepaalt voor een belangrijk deel de toekomst van onze planeet. Voor de eerste keer in de geschiedenis hebben wetenschappers de grootste projecten van fossiele brandstofwinning in de wereld geïdentificeerd en gelokaliseerd. Zij hebben ze ook een naam gegeven: « koolstofbommen » of « klimaatbommen », die zij definiëren als infrastructuren van steenkool, olie en gas die gedurende hun exploitatie meer dan 1 miljard ton CO2 kunnen uitstoten.

Volgens deze studie in het blad « Energy Policy » telt de wereld vandaag de dag 425 klimaatbommen, verdeeld over 48 landen. Als al deze klimaatbommen tot aan hun eind geëxploiteerd worden, vertegenwoordigt hun gezamenlijke uitstoot twee maal het mondiale koolstofbudget. Met andere woorden: de doelen van het klimaatakkoord van Parijs (2015) en de strijd tegen de klimaatopwarming kunnen we vergeten.

De wetenschappers en grote internationale organisaties wijzen op de absolute noodzaak om af te zien van steenkool, olie en gas. Op 11 mei herhaalde Antonio Guterres, algemeen secretaris van de Verenigde Naties, zijn woorden: « De belangrijkste uitstoters van CO2 moeten vanaf nu hun uitstoot drastisch verminderen. Dat betekent het versnellen van het einde van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen ». De kwestie van fossiele energie, verantwoordelijk voor 80% van de uitstoot van broeikasgassen, staat tot dusverre niet voldoende centraal bij de klimaatonderhandelingen, laat Kjell Kühne, universiteit Leeds (Engeland) en belangrijkste auteur van deze studie mij weten. Hij is ook één van de oprichters van de campagne « Leave it in the Ground », die eind 2011 gelanceerd werd. « De discussies over het te bereiken niveau van uitstoot van broeikasgassen hebben vaak een totaal abstract karakter. Het idee van « klimaatbommen » is veel tastbaarder en kan helpen om te weten te komen welke concrete impact zij in elk land hebben, » aldus Kühne. Duitsland, dat twee bruinkoolmijnen heeft, moet aan het sluiten daarvan absolute prioriteit toekennen, zeggen de auteurs van de studie. In totaal was 40% van de projecten en infrastructuren in 2020 nog niet met hun productie begonnen. Om deze lijst het licht te doen zien, hebben de onderzoekers samengewerkt met de Duitse milieubeschermingsorganisatie « Urgewald », die betaalde toegang heeft tot gegevens van « Rystad Energy », een onafhankelijk onderzoeksinstituut van de olie- en gasindustrie. Wat betreft steenkool werd er samengewerkt met de Amerikaanse NGO « Global Energy Monitor ».

Het resultaat: 195 olie-en gasprojecten en 230 steenkoolmijnen stoten ieder meer dan een gigaton CO2 uit. Tien landen bezitten ieder meer dan tien projecten: China, Rusland, de Verenigde Staten, Iran, Saoedi-Arabië, Australië, India, Qatar, Canada en Irak. Deze Staten herbergen driekwart van alle klimaatbommen. In 2019 waren de functionerende klimaatbommen verantwoordelijk voor 45% van de mondiale olie-en gasproductie en voor 25% van de mondiale steenkoolproductie, dat het koolstofbudget ruimschoots deed overschrijden.

Het Britse dagblad « The Guardian » onderstreepte op 11 mei in een onderzoek dat de olie- en gasprojecten die in de komende zeven jaar zullen starten op termijn 192 miljard vaten kunnen produceren, oftewel het equivalent van tien jaar de huidige uitstoot van China, de belangrijkste mondiale vervuiler. Een derde daarvan zou afkomstig zijn uit « niet-conventionele » bronnen (hydraulische breuken, ultradiepe offshore-boringen…), waarbij zelfs buitengewoon kwetsbare regio’s als Arctica niet gespaard worden.

De ondernemingen Qatar Energy, Gazprom, Saudi Aramco, Exxon-Mobil, Petrobas, Turkmengaz, TotalEnergies, Chevron, Shell en BP dragen het meest bij aan dit surplus van uitstoot aan broeikasgassen. Lucie Pinson, directrice van de NGO « Reclaim Finance »: « De fossiele energie-industrie, gesteund door talrijke financiële instellingen, pretendeert dat zij een energietransitie richting koolstofneutraliteit kan realiseren en onderwijl tegelijkertijd door kan gaan met een verdere exploitatie van steenkool, gas en olie, terwijl zij juist met elk nieuw project moet stoppen en een planning moet maken om de bestaande activiteiten te verlaten. »

In 2021 riep het Internationaal Energie Agentschap op om onmiddellijk te stoppen met investeringen in nieuwe olie- en gasinstallaties om nog een kleine kans te hebben de klimaatopwarming tot 1,5 graad Celsius te beperken. Een onderzoek in « Nature » uit 2021 toonde aan dat men van nu tot 2050 bijna 60% van de olie- en gasreserves en 90% van die van steenkool in de bodem zou moeten laten zitten. De consequenties: de mondiale productie van gas en olie zou gemiddeld met 3% per jaar tot 2050 verminderd moeten worden en die van steenkool met 7%. Wat er op dit moment gebeurt, is het tegenovergestelde, laat het in 2020 verschenen rapport « Production Gap Report » van de Verenigde Naties zien.

Hoewel de belangrijkste olie- en gasondernemingen zich verplicht hebben om tussen nu en 2050 koolstofneutraliteit te bereiken, zijn hun beloften totaal ongeloofwaardig, laat de denktank « Carbon Tracker » in een op 12 mei gepubliceerd rapport weten. Deze in Londen gevestigde denktank heeft zich gebogen over de klimatologische doelen van 15 grote beursgenoteerde ondernemingen en concludeerde dat zij zich niet werkelijk verplicht hebben om een absolute vermindering van hun uitstoot van broeikasgassen te realiseren. De denktank hekelde ook de strategieën van het kunstmatig terugbrengen van hun uitstoot terwijl gewoon doorgegaan werd met het investeren in fossiele brandstoffen: de toevlucht tot technologieën als het vangen van CO2, of de aanplant van bossen waarvan de voordelen onzeker blijven.

De context van de oorlog in Oekraïne en de enorme prijsstijgingen van energie sinds de zomer van 2021 heeft in plaats van het versnellen van de energietransitie geleid tot een veel grotere productie van fossiele energie: het heeft projecten rendabel gemaakt die tot dusverre als veel te duur werden beoordeeld. Om de klimaatopwarming tegen te gaan, roepen de auteurs van het rapport op om niet alleen nieuwe projecten te beginnen, maar ook de productie in bestaande infrastructuren terug te brengen. Een oproep die helaas aan dovemansoren is gericht, de klimaatopwarming gaat gewoon en zelfs versneld door.

 

Geschreven in mei 2022

 

 

Irak, klimaatopwarming, verwoestijning en zandstormen

 

Op 19 mei werd Bagdad wakker onder een dikke, verstikkende, oranje stofwolk, de negende keer sinds medio april. Vliegtuigen aan de grond en ziekenhuizen boordevol patiënten met ademhalingsproblemen. Zandstormen, met name in het westen en het zuiden van Irak, zijn in dit seizoen geen uitzondering, maar hun omvang en ernst nemen snel toe. Irak, dat volgens het Milieu Programma van de Verenigde Naties door de klimaatverandering en verwoestijning bij de vijf kwetsbaarste landen ter wereld behoort, is hier slecht op voorbereid. Mijn informante, geo-archeologe Jaafar Jotheri (universiteit Qadisiya, Irak, en de Britse universiteit Durham): « In de komende twee decennia wordt Irak waarschijnlijk geconfronteerd met 272 dagen aan stofwolken. Het verschil met andere landen in deze regio, zoals Iran, Saoedi-Arabië en Jordanië, is dat Irak niet over adequate infrastructuren beschikt: het heeft geen aangepaste ramen in de woningen, geen kassen om tuinbouw te beschermen… ». Zij waarschuwt voor de sociale en economische consequenties, die voor het land rampzalig kunnen uitpakken.

In een in 2021 gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties kan men lezen dat « de temperatuurstijging en de verandering van regenpatronen hebben geleid tot herhaalde droogtes, verwoestijning en veelvuldige zandstormen ». Hittegolven met temperaturen boven de 50 graden Celsius komen steeds vaker voor, en tussen nu en 2050 kan de gemiddelde temperatuur nog met ten minste twee graden Celsius toenemen. De Wereldbank laat weten dat Irak in die periode nog eens 20% meer van zijn waterbronnen kan verliezen. Het tekort aan hemelwater (gemiddeld valt er nu jaarlijks 150 millimeter regen) en de daling van het water in de rivieren de Tigris en de Eufraat, met name door stuwdammen in Turkije en Iran, veroorzaken verzilting van de grond. De verwoestijning betreft nu al 39% van het oppervlak van dit land, dat ieder jaar ongeveer 100 vierkante kilometer bouwland verliest. Natuurlijk hangt dat samen met de klimaatverandering, maar die is ook een excuus voor de overheid geworden om voor twee decennia nietsdoen te rechtvaardigen. De experts onderstrepen het slechte beheer van ondergronds en oppervlaktewater, verouderde irrigatietechnieken, het kappen van bomen, alsook de vermindering van bodemvegetatie door ongecontroleerde verstedelijking – het antwoord op de demografische groei van de Irakese bevolking, die nu ongeveer 40 miljoen mensen telt. Vier decennia oorlog, met name die van 2014 tot 2017 tegen de Islamitische Staat, hebben ook de woestijnkorst beschadigd.

Jaafar Jotherie: « Met alleen het handhaven van de status quo riskeert men het verlies van de graanschuur van het Midden-Oosten. Als er politieke wil in Irak en de regio aanwezig is, dan kan de bedreiging van de klimaatverandering veranderd worden in een opstap voor een betere regionale samenwerking wat betreft het beheer van water en hulpbronnen en om een geïntegreerde economie te ontwikkelen. » Ik vrees echter dat Jotherie hier toch te optimistisch is. In ieder geval roept zij op om op korte termijn een beter beheer van de woestijngebieden en de landbouw te realiseren, met name door vegetatie te ontwikkelen en minder water uit de onderaardse bekkens te gebruiken. In april pleitte het Iraakse ministerie van milieu ook voor meer bodemvegetatie en voor meer bossen, die de wind bij de steden zou moeten breken. De regering is na de herhaalde zandstormen en de verdwijning van uitgestrekte meren, waaronder in april dat van Sawa, zich op een heel bescheiden manier bewust geworden van de problemen en heeft een bedrag van 3 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor de strijd tegen de verwoestijning. Maar gezien de corruptie en de gigantische bureaucratie weet je nooit – nog afgezien van het feit dat het bedrag veel te klein is – of het ook echt arriveert waar het heen moet. Jotherie: « Ja, dat is waar, maar toch is er een begin van bewustwording, waar vroeger de autoriteiten zelfs de experts die hen waarschuwden voor de klimaatopwarming niet geloofden. »

 

Geschreven in mei 2022

 

 

Vragen bij nucleaire energie

 

Nucleaire energie heeft de toekomst. Hoe zou het ook anders kunnen in de strijd tegen de uitstoot van broeikasgassen en de klimaatopwarming. De meerderheid van de politici en zonder twijfel ook een groot deel van het publiek is daarvan overtuigd. Als je vandaag de dag alle beschikbare gegevens van de productie op een rij zet, inclusief de balans van de ongelukken van Tsjernobyl en Fukushima, is nucleaire energie historisch gezien verreweg de minst dodelijke bron van energie volgens de voorstanders van nucleaire energie.

Zijn er dan, afgezien van de opslagproblemen van radioactief materiaal, geen werkelijke vragen meer te stellen bij het gebruik van kernenergie? Die vragen zijn er zeker. Naar mijn mening worden ze niet gesteld, omdat er geen duidelijke en overtuigende antwoorden op te geven zijn. Omdat Frankrijk in Europa het meest genucleariseerde land is, baseer ik mij in mijn vragen op de mij bekende gegevens van de nucleaire energie in dit land.

De laatste jaren heeft de klimaatopwarming steeds duidelijker de kwetsbaarheid van kerncentrales voor temperatuurstijgingen laten zien. In augustus 2018 werden de kerncentrales bij Saint-Alban en Bugey deels buiten werking gesteld wegens hoge temperatuur; in 2019 gebeurde hetzelfde bij deze beide kerncentrales en die van Golfech. In augustus 2020 werd voor de eerste keer de kerncentrale van Chooz stilgelegd om dezelfde reden, en begin mei van dit jaar zijn er al problemen met de kerncentrale van Blayais. Nucleaire energie, zozeer aangeprezen voor haar stabiliteit en beheersbare karakter, kan heel wat eerder dan gedacht geconfronteerd worden met tijdelijke onderbrekingen. Overigens stopte bijna de helft van de Franse kernreactoren eind april hun activiteiten wegens geprogrammeerde stopzettingen voor onderhoud, corrosie of scheuren in leidingen, aldus de Franse publieke energiereus EDF.

Natuurlijk weet ik ook dat deze door temperatuurstijging veroorzaakte problemen dezelfde zijn voor klassieke centrales (gas, steenkool, etc.) en niet noodzakelijkerwijs onoverkomelijk zijn. Het is mogelijk de luchtafkoelingssystemen te versterken en de toekomstige EPR’s dichter bij de oceaan te bouwen om de effecten van temperatuurstijging in het rivierwater te verzachten. Maar als deze problemen nu al in mei verschijnen, in een wereld waarin de gemiddelde temperatuur met 1 graad Celsius is toegenomen, wie kan dan voorzien wat er gaat gebeuren met de EPR’s die pas vanaf 2040 in werking treden – als zij tenminste niet met een vertraging van tien jaar geconfronteerd worden, zoals in Flamanville?

Volgens de « Intergovernmental Panel on Climate Change » (IPCC) is het meest waarschijnlijke dat de klimaatopwarming rond 2040 meer dan 2 graden Celsius gaat bedragen – in het geval van het scenario « business as usual » – en er is vandaag de dag geen enkele reden om te denken dat het huidige traject een andere richting uitgaat. Hoe moeten deze EPR’s zich aanpassen aan dat nieuwe klimaat? En hoe zal dat zijn rond 2090, op een planeet die dan wellicht een klimaatopwarming van 4 graden Celsius heeft ondergaan?

Ingenieurs weten dat dit geen retorische vraagstukken zijn. De conceptie en afmetingen van dergelijke installaties berusten op precieze berekeningen, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkheden als aardbevingen, tsunami’s, overstromingen, droogtes, enorme hittegolven… Maar om tot goede berekeningen te komen moet men historisch afstand kunnen nemen. Hoe moet men deze risico’s evalueren in een wereld die die geschiedenis nog niet kent? Hoe te anticiperen op wat kan zich zal voordoen als het zeeniveau verscheidene centimeters per jaar stijgt, als miljoenen kubieke meters corrosieve algen, opgepept door de temperaturen, gedurende verscheidene maanden de kusten overspoelen, als in de rivieren maar een paar maanden water stroomt?

Kon men zich indenken dat de Belgische stad Luik in de zomer van 2021 deels geëvacueerd moest worden wegens gigantische overstromingen, die bijna 300 mensen het leven kostten? Had men het voor mogelijk gehouden dat 18% van de Australische bossen in slechts één seizoen (2019-2020) door branden werd verwoest? Dat de 8 miljoen inwoners van Madras in India in juli 2019 met vrachtwagens en speciale treinen van water voorzien moesten worden?

Wat er ook gebeurt, de komende decennia beloven ongekende temperatuurstijgingen, met alle gevolgen van dien, ook voor nucleaire energie. Heeft nucleaire energie de toekomst? Nee dus. Beter is het om fors te investeren in met name zonne-energie en vooral ons energiegebruik fors terug te brengen, en het begrip soberheid in ons leven in ere te herstellen.

 

Geschreven in juni 2022

 

 

Het grote gevaar van bodemverslechtering

 

Op onze planeet is 40% van de gronden verslechterd, en dat bedreigt de helft van de mensheid. Zo luidt de waarschuwing van de Conventie van de Verenigde Naties tegen verwoestijning (UNCCD) in het op 27 april gepubliceerde rapport « Global Land Outlook ». De bodemuitputting gaat gepaard met armoede, honger, infectieziektes, migratiestromen en gewapende conflicten. De helft van het mondiale Bruto Binnenland Product (BBP) wordt zo bedreigd. En de situatie verslechtert snel: de vorige editie van het rapport uit 2017 liet weten dat 25% van de gronden was verslechterd, en dat daardoor 3 miljard mensen bedreigd werden. « Op geen enkel ander moment in de moderne geschiedenis werd de mensheid geconfronteerd met zoveel risico’s en gevaren, » laten de auteurs van het rapport van de UNCCD weten. De mensheid heeft al 70% van de gronden op de planeet veranderd en heeft daarmee « een milieuverslechtering zonder precedent veroorzaakt, en zo ook op een duidelijk aantoonbare manier bijgedragen aan de klimaatopwarming ».

Het rapport behandelt niet direct het voortgaan van de verwoestijning, maar wel de uitbreiding van droge gebieden en plaatsen die onleefbaar worden. Het onthult hoe de verwoesting van ecosystemen en sociale en economische instabiliteit samenhangen, hetgeen uit de slechte staat van de bodems opgemaakt kan worden. Bodems die geen vocht meer vasthouden, terwijl tegelijkertijd de vruchtbaarheid van landbouwpercelen daalt, branden zich verveelvoudigen en erosie en zandstormen heviger worden, nemen snel in omvang toe.

De oorzaken van deze verslechtering zijn veelsoortig: snelle verstedelijking en betonnering, mijnindustrieën… maar de belangrijkste verantwoordelijke wordt in het rapport expliciet beschreven: de moderne landbouw. Deze sector, die 70% van het water in de wereld gebruikt, « heeft het aangezicht van de planeet meer dan welke andere menselijke activiteit veranderd, » laten de auteurs weten. Intensieve, met chemische middelen behandelde monoculturen vreten natuurlijke ruimte en zijn de eerste oorzaak van de achteruitgang van de biodiversiteit. Tussen 2013 en 2019 was 70% van de ontgonnen bossen bestemd voor landbouwculturen en veebedrijven, waarbij zonder met de ogen te knipperen wetten en nationale regels werden geschonden.

Met het huidige ritme zal tussen nu en 2050 16 miljoen vierkante kilometer in een uiterst slechte staat verkeren, een gebied ter grootte van heel Zuid-Amerika. Iedereen kan begrijpen dat wij zo tegen de muur lopen. Wij moeten onze productie- en consumptiemethodes fundamenteel veranderen. « Ons voedingssysteem is verantwoordelijk voor 80% van de ontbossing. We moeten alles herzien, » laten de auteurs ons weten. De organisatie van de Verenigde Naties geeft een eenvoudig samengevat strategisch antwoord: de bodems herstellen en natuurlijke ruimtes beschermen. De rapporteurs schrijven dat een investering van 1600 miljard dollar een miljard aangetaste hectares, waarvan 250.000 hectares boerenbedrijven, bossen en weilanden kan rehabiliteren. Een bedrag om af te zetten tegen de jaarlijks 700 miljard dollar uitgegeven aan fossiele brandstoffen, landbouw en visserij. De UNCCD stelt aan de regeringen voor hun verwoestende subsidies te verminderen. Deze boodschap richt zich met name tot de 115 landen die zich collectief geëngageerd hebben om een miljard hectare – de grootte van China of de Verenigde Staten – tussen nu en 2030 te herstellen. De privé-sector en de burgerlijke samenleving zijn verzocht zich ook te mobiliseren. « Het herstellen van gronden is niet het probleem, het echte probleem is het oplossen van veelsoortige sociale en milieucrises, » laat de UNCCD weten. « Het is zelfs het minst dure antwoord voor de afzwakking van en de aanpassing aan klimaatverandering… althans voor zover en zoveel mogelijk ». De woordvoerder van de UNCCD herinnert eraan dat veel mensen in de Hoorn van Afrika vandaag de dag de hongerdood sterven en dat op sommige plaatsen zelfs kamelen van dorst omkomen. « Wij hebben moeite ons de gevolgen op lange termijn te realiseren van strenge droogtes. Zij verwoesten samenlevingen, doen mensen vluchten naar de steden », laat de van oorsprong Mauretaniër Ibrahim Thiaw, uitvoerend secretaris van de UNCCD, mij weten. « Ik heb zo’n droogte meegemaakt toen ik 12 jaar was en ik alleen achterbleef door de hongerdood van mijn moeder. »

Je mag hopen dat de wereldleiders gehoor geven aan dit alarmerende rapport. Maar als ik denk aan de woorden « Make Our Planet Great Again » van de op publiciteitsbeluste Franse president Macron, wiens woorden lang niet altijd zijn daden dekken en die wel de subsidies voor biologische landbouw fors terugbracht, opnieuw toestemming gaf voor het gebruik van neonicotinoïden, de ook voor bijen en andere bestuivers dodelijke pesticides, n de toekomst van de landbouw in naam van de vooruitgang beschreef met drie woorden: automatisering, robotisering en digitalisering… vrees ik het ergste.

 

Geschreven in mei 2022