Economie, statuswedloop en zelfregulering

Civis Mundi Digitaal #1

door Ton van Eijk

De belangrijkste oorzaak van de huidige financieel-economische crisis is ongebreidelde hebzucht, die voortkomt uit een overdreven mimetische begeerte (een continue vergelijking met anderen). Dit mondt uit in een statuswedloop die de gehele maatschappij doordringt. De ontwikkeling van sterke, psychologisch gezonde persoonlijkheden door middel van technieken voor bewustzijnsontwikkeling remt de statuswedloop af, omdat men als het ware boven de mimetische begeerte uitstijgt. Een dergelijke proactieve vorm van zelfregulering (het komt uit de persoon zelf voort en is daardoor vrij en niet afgedwongen) is een welkome aanvulling op conventionele vormen van reactieve zelfregulering (die door anderen worden afgedwongen).

1          Statuswedloop/statusangst

Volgens vele economen, politici en andere waarnemers is de belangrijkste oorzaak van de huidige financieel-economische crisis de ongebreidelde hebzucht van bankiers en topbestuurders in het bedrijfsleven. Deze hebzucht aan de top resulteert in een eindeloze spiraal van statuswedloop die de hele maatschappij doordringt. De Amerikaanse econoom Robert Frank (1999, blz. 3) stelt in zijn boek Luxury Fever dat het op hol geslagen spenderen aan de top van het financieel-economische bestel een soort virus is dat ons allen min of meer in zijn greep houdt. Wanneer mensen aan de top meer spenderen, zullen anderen net onder hen ook meer gaan spenderen, en zo verder tot aan de laatste treden van de economische ladder (ib., blz. 11). Dit doorsijpelen van statusgedrag naar alle echelons van de maatschappij maakt dat alle burgers verzeild raken in overconsumptie. Hoewel de maatschappelijke elite een grote verantwoordelijkheid draagt voor het aanjagen van de statuswedloop, zijn uiteindelijk alle consumenten verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. De financieel-economische elite zou de morele verantwoordelijkheid moeten nemen om de statuswedloop in te dammen, maar ook de gewone Westerse consument moet zijn luxury fever zien te beperken. De Amerikaanse hypotheekcrisis zou niet zijn ontstaan als niet zoveel mensen hypotheken hadden genomen die hun bestedingsmogelijkheden ver te boven gingen.

Volgens Frank is de onderliggende continue vergelijking met anderen (ik wil een groter huis dan mijn buurman) de belangrijkste determinant van economisch handelen en is het streven naar relatief hoge rangen in sociale pikordes evolutionair bepaald. Deze overdreven zorg om de relatieve positie kan niet gemakkelijk veranderd worden door culturele conditionering, juist omdat het grotendeels genetisch bepaald is (ib., blz. 140-5). Culturele conditionering of extern afgedwongen maatregelen - met inbegrip van de opvoeding thuis, onderwijs, religieuze leerstellingen en praktijken, en wetgeving - hebben relatief weinig effect gehad. De belangrijkste vraag in dit artikel is dan of er aanvullende effectieve manieren zijn om de statuswedloop te doorbreken.

2          De mimetische begeerte

Het begrip ‘mimetische begeerte’ van René Girard (1978) is belangrijk voor een goed begrip van de statuswedloop. Het is door het ongebreidelde proces van ‘mimesis’ (imitatie, nabootsing) dat de mens in de eindeloze spiraal van de statuswedloop verzeilt raakt. Oproepen tot zelfbeperking en soberheid monden meestal uit in een machteloos moralisme (Achterhuis 1988, blz. 108). Het (s)preken over ‘normen en waarden’ zet weinig zoden aan de dijk. Het zijn niet alleen de zogenaamde ‘primitieve’ culturen die de problemen van permanente rivaliteit en sociale cohesie niet hebben opgelost, maar ook de moderne Westerse cultuur worstelt nog steeds met het voortdurende statusgevecht. Moderne bankiers en topmanagers rivaliseren constant om hoge salarissen en bonussen, en veronachtzamen het (althans gedeeltelijk) door hen veroorzaakte gebrek aan sociale cohesie in de moderne consumptiemaatschappij.

Keizer (2008) merkt op dat naast grondig inzicht in de economische logica van concurrentie en samenwerking, en de sociale logica van rivaliteit en solidariteit, we ook inzicht in de psychologische logica nodig hebben. Volgens hem gaan onder overdreven economische concurrentie en sociale rivaliteit psychologisch zwakke en angstige persoonlijkheden schuil, en onder samenwerking en solidariteit sterke, zelfbewuste persoonlijkheden. Het (veelal onbewuste of onderbewuste) psychologische proces van de mimetische begeerte ligt ten grondslag aan de economische en sociale processen die de moderne markteconomie sturen. ‘Volwassen’ economische samenwerking en sociale solidariteit vooronderstellen psychologisch gezonde persoonlijkheden. ‘Volwassen’ gedrag betekent hier ecologisch en maatschappelijk verantwoord gedrag. Psychologisch gezonde of volwassen persoonlijkheden hebben de mimetische begeerte (althans gedeeltelijk) getranscendeerd, maar dit ‘overstijgen’ van de mimetische begeerte is geen vanzelfsprekende zaak. Omdat deze begeerte waarschijnlijk evolutionair bepaald is en dus in onze nature zit, en de nurture component van conventionele sociale en culturele conditionering tot op heden niet sterk genoeg is gebleken om de mimetische begeerte in te dammen, zijn andere maatregelen nodig.

 

3          Economische ‘geloofsgemeenschappen’

Waarom is het zo moeilijk voor veel economen om de fundamentele rol van een overdreven mimetische begeerte en de daaruit voortvloeiende statuswedloop, met als gevolg negatieve maatschappelijke ontwikkelingen, te onderkennen? Keizer (2009b) zegt dat de vooronderstellingen of axioma’s van de verschillende economische scholen niet ter discussie worden gesteld. Deze scholen zijn eigenlijk geloofsgemeenschappen’. Zo spreken Van Dalen en Koedijk (2009) over de leunstoeleconoom die "het kruis van vraag en aanbod slaat en een evenwichtsconditie prevelt en als lid van de club van de onzichtbare hand gelooft dat alles als vanzelf wel goed komt". En Buiter (2009) schrijft dat de efficiënte markthypothese uitgaat van "een verlichte veilingmeester, een goddelijke vaderfiguur, een alwetende, almachtige en weldadige centrale planner". De impliciete vooronderstellingen van veel economen blijken zo dominant te zijn dat de financieel-economische werkelijkheid hun wereldbeeld niet kan aantasten met als gevolg dat cirkelredeneringen de boventoon voeren (Van Dalen en Koedijk 2009). Thomas Kuhn heeft overtuigend aangetoond dat wetenschappers de centrale vooronderstellingen in hun dominante theorieën niet zo maar willen, maar ook niet psychologisch kunnen, laten varen. Ze zijn als het ware ‘verslaafd’ aan deze vooronderstellingen. Een eerste stap in het ‘afkicken’ van de ‘club van de onzichtbare hand’ is de explicitering van de onderliggende (niet-wetenschappelijke) vooronderstellingen. Een van deze vooronderstellingen of beliefs is dat ongebreidelde hebzucht en ongelimiteerde mimetische begeerte geen negatieve maatschappelijke gevolgen zouden hebben. Uiteindelijk zou de statuswedloop voor iedereen welvaart en welzijn opleveren. De vraag is dan hoe zulke diep geïnternaliseerde overtuigingen veranderd kunnen worden.

 

4          De onzichtbare hand en voet

Een andere, gerelateerde niet wetenschappelijk te funderen vooronderstelling is het geloof in de onzichtbare hand. Volgens De Grauwe (2009b) is dé vergissing van de moderne macro-economie het geloof dat de economie niet meer is dan de optelsom van micro-economische beslissingen. De wisselwerking tussen beslissingen en handelingen van individuele personen leidt echter tot "collectieve bewegingen die niet zichtbaar zijn op microniveau". En deze collectieve bewegingen (de euforie of waanzin van de massa) zijn moeilijk in modellen te vatten (ib.). De interacties en terugkoppelingsprocessen tussen ontelbare individuen op verschillende systeemniveaus resulteren in positieve of negatieve synergie (het geheel is meer dan de som der delen). Omdat niemand dit complexe proces kan overzien, verwijzen we graag naar een ongrijpbare ‘onzichtbare hand’ die het op miraculeuze wijze zou regelen. Als individuen hun eigen mimetische begeerte maar volgen, creëert de onzichtbare hand maatschappelijk welzijn. Het zou op zijn minst redelijk zijn, zo niet noodzakelijk, om dan tegelijkertijd ook de ‘onzichtbare voet’ (Ophuls 1977, blz. 168) te vermelden. Een voet die ‘derden’ in de goot trapt, bijvoorbeeld de landbouwhuisdieren in de bio-industrie, het verlies aan biodiversiteit in de moderne landbouw, of de kleine Afrikaanse boeren die door de gesubsidieerde export van westerse landbouwproducten uit de lokale en internationale markt worden gestoten.

 

5          De illusie van het intellectuele holisme

Misschien is de belangrijkste (niet-wetenschappelijke) vooronderstelling in de theorie van de efficiënte markthypothese dat de mens in staat is om de complexiteit van het marktsysteem als geheel te doorgronden. Hayek stelde al dat geen enkel individu dit kan. Ik noem het ‘de illusie van het intellectuele holisme’ (Van Eijk 1998, blz. 222). Mijns inziens is het menselijk intellect niet in staat om complexe processen op verschillende systeemniveaus in zijn geheel te overzien, ook niet met behulp van uitbreidingen van het menselijk intellect zoals mogelijk gemaakt door informatie- en communicatietechnologie (modellenbouw en scenario analyse). Volgens Anderson, Arrow & Pines (1988) is de economie een ‘zich ontvouwend complex systeem’. Complexe systemen worden gekenmerkt door emerging properties, door eigenschappen die vaak niet te voorzien zijn en die ontstaan door de synergetische effecten van interacties tussen de delen. Het elusive of ongrijpbare karakter van zulke eigenschappen wordt ook duidelijk in de huidige discussie over klimaatverandering waar voor- noch tegenstanders het geheel kunnen overzien. Meer inzicht in complexe klimaat- of economische systemen kan mogelijkerwijs verkregen worden door interdisciplinaire samenwerking in multidisciplinaire teams van onderzoekers, maar dat is niet persé het geval. Zulke samenwerking is gebaseerd op de vooronderstelling dat disciplinaire kennis complementair is: samenwerking resulteert in een completer beeld van de werkelijkheid. Dit botst echter met het basisprincipe van de systeemtheorie, namelijk dat er emergent properties zijn: het systeem is meer dan de som der delen. Het is niet duidelijk hoe multidisciplinaire teams met deze ‘ontstijgende eigenschappen’ omgaan (Van Eijk 1998, blz. 146). Een team van onderzoekers functioneert pas als een waarlijk geheel wanneer de samenwerking tot synergie leidt door de synergetische effecten van interacties tussen de teamleden. Dit gebeurt echter vrij zelden en het is niet duidelijk wat de specifieke condities zijn waaronder synergetische samenwerking ontstaat.

In economische systemen vinden vele interacties tussen talrijke actoren plaats én interacties tussen deze menselijke actoren en de natuur (het ecosysteem) - inclusief effecten die voorbij de feitelijke raakvlakken van actoren en natuur liggen. Zo kan lokale klimaatverandering als gevolg van lokale economische activiteit globale effecten hebben. Juist het ontstijgende karakter van veel interacties maakt volledig inzicht en volledige controle over het proces van economische ontwikkeling een illusie. Het geloof in het vermogen van de onzichtbare hand om algemeen welzijn te creëren zou hierdoor getemperd moeten worden. Toch blijft de wens aanwezig om ons vermogen tot sturing van economische processen te vergroten. Als we echter geen beslissingen willen nemen die gebaseerd zijn op geïsoleerde, beperkt-rationele disciplinaire analyses, maar het volledige spectrum van raakvlakken en interacties in ogenschouw willen nemen, dan hebben we een nieuw paradigma voor het proces van economische ontwikkeling nodig. Een dergelijk paradigma zou de illusie van het intellectuele holisme moeten onderkennen en openstaan voor ontstijgende eigenschappen, complexiteit, onzekerheid, en positieve en negatieve synergie[i].

 

6          Economie: art en/of science?

Volgens De Grauwe (2009a) is het marktsysteem geen top-downmodel dat gestuurd wordt door een alwetende onzichtbare hand, maar veeleer een bottom-upmodel waarin actoren door middel van een leerproces op basis van trial and error voor hen relevante informatie verzamelen. In deze context wijst Kahneman (2002) op de beperkte menselijke rationaliteit en het belang van intuitive judgment. Gautier (2009) zegt dat economie meer een art is dan een science. Het aspect van art verwijst mijns inziens naar intuïtieve vaardigheid. Intuïtie is the holistic art of anticipation and integration (De Groot 1991; Van Eijk 1998, blz. 247). Intuïtieve vaardigheid heeft te maken met het op een holistische manier nemen van beslissingen die achteraf juist blijken te zijn geweest. Hoewel intuïtieve vaardigheid als zodanig niet getraind kan worden (omdat het plaatsvindt op een niveau van gewaarzijn waar we ons niet discursief van bewust zijn) kan de ontvankelijkheid voor intuïtief denken wel vergroot worden, bijvoorbeeld door middel van meditatietechnieken (Van Eijk 1998, blz. 251). Veruit de meeste economen hebben de huidige financieel-economische crisis niet zien aankomen ondanks, of misschien dankzij, hun preoccupatie met geraffineerde econometrische modellen. Misschien dat een combinatie van meer intuïtieve vaardigheid en gezond verstand (bijvoorbeeld geen producten aanbieden die men zelf niet begrijpt) ons beter kan wapenen tegen toekomstige crises.

 

7          Bewustzijnsontwikkeling 

Keizer (2009a) zegt dat de statuswedloop wordt veroorzaakt door een gebrekkig zelfrespect dat leidt tot verwoede pogingen tot compensatie in termen van economisch en sociaal succes. Een gebrek aan innerlijke kracht of psychologische gezondheid zou decadent gedrag, zoals de toekenning van exorbitante ‘prestatie’-beloningen, bevorderen. Volgens Keizer moeten topbestuurders met sterke persoonlijkheden en moreel gezag het goede voorbeeld geven. Het geven van het goede voorbeeld door integere rolmodellen is mijns inziens nuttig, maar niet afdoende. Hetzelfde geldt voor informele gedragscodes (een vorm van zelfregulering) en formele overheidsregulering (wettelijke regels) ter bestrijding van excessief gedrag. Dit zijn maatregelen die de statuswedloop wellicht gedeeltelijk kunnen afremmen, maar de huidige financieel-economische crisis leert dat zulke instrumenten niet langdurig effectief zijn. Vroeger of later verslappen informele gedragscodes en formele wetgeving weer. Dit komt omdat het externe prikkels zijn of prikkels tot reactieve gedragsverandering: men reageert op iets externs. Dat kan een tijdje goed gaan, maar geleidelijk aan verliezen zulke externe prikkels hun effectiviteit omdat ze niet van binnenuit ondersteund worden. In plaats van reactieve zou proactieve gedragsverandering (verandering van binnenuit) meer aandacht moeten krijgen. De ontwikkeling van sterke persoonlijkheden met een hoog niveau van psychologische gezondheid zou centraal moeten staan. Zulke persoonlijkheden beschikken over adequate vormen van zelfregulering en stralen moreel gezag uit. Hiervoor is bewustzijnsontwikkeling of spirituele groei nodig (Van Eijk 2009).

Bewustzijnsontwikkeling grijpt aan op het meest fundamentele aspect van mens-zijn, op ons bewustzijn. Van Dalen en Koedijk (2009) zeggen dat de econoom als ‘sociale ingenieur’ de mist ingaat bij de pretentie van kennis, omdat "kennis, zeker dat van sociale wetenschappers, zo sterk is als de zwakste schakel. De zwakste schakel is het mensbeeld. Economie is en blijft een sociale wetenschap en die begint en eindigt met het doen en denken van de mens". Mijns inziens, echter, is het begin- en eindpunt van economie niet het intellect en gedrag van de mens, maar diens onderliggende bewustzijn. Denken en doen zijn gestructureerd in bewustzijn. Als het niveau van bewustzijn verandert, veranderen denken en doen ook. De ontwikkeling van sterke, psychologisch gezonde persoonlijkheden door middel van technieken voor bewustzijnsontwikkeling remt de statuswedloop af omdat mensen dan niet langer afhankelijk zijn van anderen voor hun gevoel van eigenwaarde. Is er wetenschappelijk bewijs voor de bewering dat technieken voor bewustzijnsontwikkeling gedragsverandering van binnenuit kunnen bewerkstelligen?

 

8          Zelfregulering

Ik denk dat de huidige financieel-economische crisis, maar ook de door de mens aangewakkerde klimaatverandering, vooral wordt veroorzaakt door een gebrek aan individuele en collectieve zelfregulering. Niet alleen de bankiers en topmanagers, maar alle burgers als consumenten, laten een gebrek aan zelfregulering zien. Hierboven sprak Buiter op een enigszins cynische toon over ‘verlichte veilingmeesters’. Maar ‘verlichting’ in de betekenis van bewustzijnsontwikkeling of spirituele groei houdt een geleidelijk transcenderen van de mimetische begeerte in. Men stijgt als het ware boven de mimetische begeerte uit en voelt daardoor minder behoefte om aan de eindeloze statuswedloop deel te nemen. Deze proactieve vorm van zelfregulering (het komt uit de persoon zelf voort en is daardoor vrij en niet afgedwongen) zou een welkome aanvulling zijn op de conventionele vormen van reactieve zelfregulering. Zelfregulering, het woord zegt het al, vereist aandacht voor ‘het zelf’ en juist bewustzijnsontwikkeling richt zich op dit zelf. Informele gedragscodes en wettelijke regels, als ze al werken, resulteren in reactieve gedragsverandering en zouden aangevuld moeten worden met bewustzijnsontwikkeling, die proactieve gedragsverandering bevorderd. Omdat informele codes en formele regels altijd in meer of mindere mate ‘afgedwongen’ moeten worden, zijn ze relatief duur in handhaving en vatbaar voor ontduiking. Proactieve zelfregulering door middel van bewustzijnsontwikkeling, echter, is goedkoop en dat zou toch vooral economen moeten aanspreken.

In de Nederlandse samenleving wordt tegenwoordig veel gesproken over normen en waarden, maar het nogal gratuite (s)preken over ‘normen en waarden’ is vrij zinloos als geen onderscheid wordt gemaakt tussen deze twee begrippen. Ik zou een onderscheid willen maken tussen interne waarden en externe normen: als bijvoorbeeld zorg voor veiligheid een interne waarde is, dan kan de externe norm zijn dat we niet harder dan 50 km per uur rijden binnen de bebouwde kom. Het onderscheid tussen het spontane of automatische ‘gehoorzamen’ aan interne waarden en het afgedwongen ‘naleven’ van externe normen is gerelateerd aan het onderscheid tussen proactieve en reactieve zelfregulering (Van Eijk 2007 & 2010). Hoewel het nuttig is een onderscheid te maken tussen interne waarden en externe normen om de twee vormen van zelfregulering te kunnen duiden, zijn in de praktijk van alledag de effecten van waarden en normen op gedragsverandering niet te scheiden. De actieve promotie, door bijvoorbeeld de overheid, van proactieve zelfregulering door middel van bewustzijnsontwikkeling kan denkbeelden van social engineering oproepen. Maar het potentiële gevaar van we-know-best-for-you social engineering speelt niet omdat het geleidelijke proces van bewustzijnsontwikkeling of spirituele groei nooit afgedwongen kan worden (Van Eijk 2007, blz. 307). Echter de mogelijkheid om proactieve zelfregulering, en dus gedragsverandering van binnenuit, actief te bevorderen verdient meer belangstelling van de overheid en het maatschappelijk middenveld.

 

9          Wetenschappelijk onderzoek naar een techniek voor bewustzijnsontwikkeling

Zijn er technieken voor bewustzijnsontwikkeling die gedragsverandering van binnenuit kunnen bewerkstelligen op een efficiënte en effectieve manier? Een van de vele technieken voor bewustzijnsontwikkeling is Transcendente Meditatie (TM). De TM-techniek is waarschijnlijk een van de best onderzochte meditatietechnieken. De resultaten van onderzoek naar de fysiologische, psychologische en sociologische effecten op individuen en collectiviteiten zijn in vele wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd. David Orme-Johnson is een van de meest toonaangevende onderzoekers naar de effecten van meditatie, met meer dan 100 publicaties op zijn naam waarvan de meeste in peer-reviewed tijdschriften. Op zijn website (http://www.truthabouttm.org/truth/Home/index.cfm) staat een uitgebreid overzicht van de onderzoeksresultaten naar TM[ii]. Een van de vele tijdschriften waarin onderzoek naar de TM-techniek is gepubliceerd is de International Journal of Neuroscience. Op de website van Dr. Orme-Johnson zegt Dr. Sidney Weinstein, Editor-in-Chief: "Over the past 10 years the editors and reviewers of the International Journal of Neuroscience have accepted several papers on Transcendental Meditation because they have met the rigorous standards of scientific publication". Ikzelf beoefen de TM techniek sinds 1972 en weet uit eigen ervaring hoeveel moeite de meeste wetenschappers hebben met het accepteren van de onderzoeksresultaten naar TM. Ik heb eerder verwezen naar Thomas Kuhn die heeft laten zien dat wetenschappers niet zo maar uit het dominante wetenschappelijke paradigma kunnen stappen. Ondanks de grote hoeveelheid statistisch significante onderzoeksresultaten blijft serieuze belangstelling voor grootschaliger toepassing van TM (en misschien andere bewezen effectieve technieken voor bewustzijnsontwikkeling) achterwege.

Een belangrijk onderzoeksresultaat in de context van de statuswedloop is dat de autonomie, de onafhankelijkheid van mediterenden toeneemt (Gelderloos, 1987). Deze karakteristiek van psychologische gezondheid maakt dat de statuswedloop geleidelijk aan minder belangrijk wordt. Het beoefenen van de TM techniek bevordert de zogenaamde field independence: personen zijn onafhankelijker in hun denken en weerbaarder tegen groepsdruk om geen dingen te doen die niet goed aanvoelen. Veel ander onderzoek bevestigt het positieve effect van TM op persoonlijkheidsontwikkeling (bijvoorbeeld: Travis & Brown 2009; Alexander e.a. 1991; Travis & Arenander 2006; Dixon e.a. 2005). Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar de effecten van TM op het gebied van fysieke en mentale gezondheid, onderwijs, criminaliteit, etc., is onderzoek naar het effect van TM op economisch gedrag als zodanig veel minder gedaan. Maar een verbeterde fysieke en mentale gezondheid, betere onderwijsresultaten en minder criminaliteit genereren natuurlijk grote (indirecte) economische voordelen.

Het cruciale punt in de zoektocht naar een (ecologisch en maatschappelijk) duurzame maatschappij is dat ecologisch en maatschappelijk verantwoorde waarden worden geïnternaliseerd. Op die wijze worden normen (die in een democratisch proces worden geformuleerd) daadwerkelijk en vrijwillig nageleefd. Als zelfregulering essentieel is, dan verdienen de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek naar de individuele en collectieve effecten van TM serieuze belangstelling van overheden. De bewuste creatie van maatschappelijk draagvlak voor duurzaam beleid dat van bovenaf wordt opgelegd, veelal de huidige praktijk, is altijd een moeizame exercitie. In principe hoort het draagvlak er vanaf het begin gewoon te zijn. Bewustzijnsontwikkeling laat maatschappelijk draagvlak min of meer spontaan ontstaan, van binnenuit als het ware. Voorlopig lijkt een combinatie van interne en externe maatregelen (bewustzijnsontwikkeling en bijvoorbeeld formele regels) het meest voor de hand te liggen.

 

10        Hebben we überhaupt tijd om te mediteren?

De ontwikkeling van psychologisch gezonde, autonome persoonlijkheden vraagt tijdsinvestering in bewustzijnsontwikkeling. Effectieve en efficiënte technieken voor bewustzijnsontwikkeling zijn beschikbaar, maar nog onvoldoende mensen willen daarin tijd investeren (voor TM is overigens slechts 2 maal 20 minuten per dag nodig). Vaak is het argument dat men te druk is! Dit betekent eigenlijk dat men zich niet bewust is hoe zeer men in de statuswedloop is ingesponnen. Een (te) drukke baan om meer inkomen, materiële goederen, status en/of macht te verwerven lijkt het allerbelangrijkste. Maar uiteindelijk is het natuurlijk een kwestie van prioriteiten stellen (Van Eijk 2009). Hoeveel tijd besteedt men gemiddeld aan tv kijken, koffie drinken, kranten lezen, etc.? Het goede nieuws is dat tijd geïnvesteerd in bewustzijnsontwikkeling zich dubbel en dwars terugbetaalt: men functioneert efficiënter en effectiever gedurende de rest van de dag. Bovendien heeft individuele bewustzijnsontwikkeling grote positieve maatschappelijke gevolgen door het doorbreken van de eindeloze spiraal van de maatschappelijke statuswedloop en het bijsturen van gedrag in een maatschappelijk verantwoorde richting. Bewustzijnsontwikkeling en een zich ontwikkelende consciousness-based economics zijn zeker haalbaar.

 

Auteur

Dr.ir. Toon van Eijk is tropisch landbouwkundige en freelance consultant op het gebied van plattelandsontwikkeling. E-mail: toon.vaneijk@upcmail.nl

 

Literatuur:

Achterhuis, H., 1988, Het rijk van de schaarste. Van Thomas Hobbes tot Michel Foucault. Uitgeverij Ambo bv, Baarn, (2e druk).

Alexander, C.N. et al., 1991, Transcendental Meditation, self-actualization, and psychological health: A conceptual overview and statistical meta-analysis. Journal of Social Behavior and Personality 6: 189-247, 1991.

Anderson, P.W., K.J. Arrow and D. Pines (eds.), 1988, The Economy as an Evolving Complex System. Santa Fe Institute Studies in the Sciences of Complexity. Addison-Wesley, Reading, MA.

Buiter, W., 2009, Moderne macro-economen moeten eens goed in de spiegel kijken. Me Judice, jaargang 2, 30 maart 2009.

De Grauwe, P., 2009a, Integreer marktsentimenten in macro-economische modellen. Me Judice, 26 november 2009

De Grauwe, P., 2009b, Macro-economen weten het ook niet. Me Judice, jaargang 2, 23 juli 2009

De Groot, A.D., 1991, Intuition as a dispositional concept. Heymans Bulletins Psychologisch Instituut R.U. Groningen, HB-92-1055-EX (4th draft, December 1991). Groningen, The Netherlands.

Dixon, C., Dillbeck, M.C., Travis, F., Msemaje, H., Clayborne, B.M., Dillbeck, S.L., and Alexander, C.H., 2005, Accelerating Cognitive and Self Development: Longitudinal Studies with Preschool and Elementary School Children. Journal of Social Behavior and Personality, 17, 65-91.

Frank, R.H., 1999, Luxury Fever - Money and Happiness in an Era of Excess. Princeton University Press, Princeton.

Gautier, P., 2009, Crisis niet goed voorspellen is niet hetzelfde als alle realiteitszin verloren hebben. Me Judice, jaargang 2, 4 december 2009.

Gelderloos, P., 1987, Valuation and Transcendental Meditation. Ph.D. thesis: Katholieke Universiteit Nijmegen. SOMA Scientific Publisher, Lelystad.

Girard, R., 1978, Des choses cachées depuis la fondation du monde. Grasset & Fasquelle, Paris.

Kahneman, D., 2002, Maps of Bounded Rationality: A Perspective on Intuitive Judgment and Choice.  Nobel Prize Lecture, December 8, Stockholm

Keizer, P., 2008, Reactie van Piet Keizer (26-10-2008) op artikel van Arjo Klamer: Hoezo crisis? De crisis als redding van onze beschaving. Me Judice, jaargang 1, 20 oktober 2008. 

Keizer, P., 2009a, Exorbitante beloningen en het belang van het goede voorbeeld. Me Judice, jaargang 2, 6 januari 2009.

Keizer, P., 2009b, Economen praten langs elkaar heen over oplossingen crisis. Me Judice, jaargang 2, 12 maart 2009.

Ophuls, W., 1977, Ecology and the politics of scarcity. Freeman, San Francisco.

Travis, F. and Arenander, A., 2006, Cross-Sectional and Longitudinal Study of Effects of Transcendental Meditation Practice on Frontal Power Asymmetry and Frontal Coherence, International Journal of Neuroscience, 116 (11): 1519-1538.

Travis, F. and S. Brown, 2009, My Brain Made Me Do It: Brain Maturation and Levels of Self-Development, in The Postconventional Personality: Perspectives on Higher Development, A.H. Pfaffenberger, P.W. Marko, and T. Greening, Editors, Sage Publishing: New York.

Van Dalen, H. en K. Koedijk, 2009, De leunstoeleconoom gaat aan verbeelding ten onder. Me Judice, jaargang 2, 13 juni 2009.

Van Eijk, T., 1998, Farming Systems Research and Spirituality. An analysis of the foundations of professionalism in developing sustainable farming systems. Ph D thesis, Wageningen Agricultural University, The Netherlands. http://library.wur.nl/wda/dissertations/dis2546.pdf

Van Eijk, T., 2007, Ontwikkeling en arbeidsethos in Sub-Sahara Afrika. Het belang van gedragsverandering en bewustzijnsontwikkeling. KIT Publishers, Amsterdam.

Van Eijk, T., 2009, Hoe de statuswedloop kan worden beperkt. Me Judice, jaargang 2, 2 juni 2009.

Van Eijk, T., 2010, Development and Work Ethic in sub-Saharan Africa. The mismatch between modern development and traditionalistic work ethic. Free Musketeers, The Netherlands (to be published at end of March 2010).

 

 

 

Eindnoten


[i] In Van Eijk (1998) heb ik een algemeen wetenschappelijk paradigma getracht te formuleren dat rekening houdt met deze factoren, maar dit zou verder uitgewerkt moeten worden voor de economie.

[ii] Orme-Johnson zegt op zijn website: "If you are interested in lists of research on the Transcendental Meditation technique, in studies comparing different meditation and relaxation techniques, or in questions such as whether the research is valid, whether the effects are due to self-selection or placebo, or are otherwise inconclusive, or whether the researchers on Transcendental Meditation are objective and committed to the scientific method, or whether outside reviews have discredited the research, ... in such issues as whether the TM technique has harmful effects or is a cult or religion, or whether enlightenment is just a metaphysical concept ... [then check this website]".