Religieuze identiteitscrisis

Civis Mundi Digitaal #3

door Wim Couwenberg

5.1 Religieuze identiteitscrisis en religieus syncretisme als antwoord hierop

Ik behoor zelf tot de generaties die opgegroeid zijn tijdens de verzuiling, toen religieus-culturele identiteiten duidelijk gemarkeerd waren en bevestigd werden in eigen religieus of levensbeschouwelijk gefundeerde en geïnspireerde maatschappelijke en politieke organisaties. Afgezien van de snel slinkende aanhang van traditionele christelijke confessies is daar weinig meer van over. Met de invasie van omvangrijke groepen orthodoxe moslims is er nu wel een religie in ons midden met een sterke en duidelijk omlijnde identiteit. Maar dat boezemt velen juist angst in, vooral als die identiteit in de openbare ruimte ombekommerd gedemonstreerd wordt. Vandaar de oproep om privatisering van al wat met religie te maken heeft, met andere woorden een radicale scheiding tussen het publieke domein van de staat en de religie.

Sinds de jaren ‘60 heeft de individualistische oriëntatie van de moderniteit een nieuwe, krachtige impuls gekregen die op bijna alle levensterreinen doorwerkt. Zo voltrekt zich sindsdien ook een toenemende individualisering van geloofs- of levensovertuiging. In lijn hiermee kan Ruard Ganzevoort, hoogleraar praktische theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, nu probleemloos betogen dat godslasterlijke uitlatingen het startschot kunnen betekenen van theologische vernieuwing. Alle nieuwe ideeën in de theologiegeschiedenis zijn begonnen als godslastering. Daarom is godslastering een van de meest interessante uitingen van religie in het publieke domein, meent deze theoloog.[1] Dat zal de Bond tegen het vloeken wel als een vloek in de oren klinken. Maar is het niet vechten tegen de bierkaai, als een prominent theoloog zonder blikken of blozen het opneemt voor godslasterlijke uitingen?

Opvallend veel mensen met een oorspronkelijk christelijke achtergrond noemen zich nu onbekommerd atheïst of agnost. Dat is een louter negatieve aanduiding. Wat dan wel hun levensovertuiging is, laten ze meestal in het midden of ze bekennen zich tot een of andere vorm van post-christelijk humanisme. Veel mensen van katholieke of protestants-christelijke huize verloochenen hun religieuze achtergrond niet helemaal, maar belijden hun religieuze oriëntatie nu op een heel vrijzinnige wijze. ‘Religie à la carte’ wordt dat wel genoemd, d.w.z. het vermengen van elementen van verschillende religieuze en spirituele tradities tot een persoonlijke levensvisie, die door zijn ondogmatische en pragmatische oriëntatie en zijn sterke nadruk op persoonlijke ervaring en verantwoordelijkheid als een nieuwe postmoderne expressie van vrijzinnige religiositeit kan worden aangemerkt, al is dat tot nu toe niet gebruikelijk omdat het in meerdere opzichten afwijkt van wat oorspronkelijk onder vrijzinnigheid begrepen is. Het manifesteert zich in een breed scala van nieuwe spirituele bewegingen die bij alle verscheidenheid bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben.[2] We zien daarin een nieuwe zoektocht naar een wereld aan gene zijde van de zintuiglijk waarneembare wereld, die in het heersende materialistisch-mechanistische wereldbeeld van de moderniteit de enige werkelijkheid is. Oosterse spirituele tradities spelen daarbij vaak een grote rol.

New Age (het Nieuwe Tijdsdenken) - in de jaren zestig en zeventig opgekomen in het kader van de toenmalige tegencultuur maar inmiddels opgenomen in de mainstream van de moderne cultuur - is daarvan de meest bekende vertolking. Als eigentijdse variant van westerse esoteriek streeft dat Nieuwe Tijdsdenken naar een synthese van zowel westerse kennis en kunde en oosterse wijsheid als van religie en wetenschap. Het gaat daarbij uit van een holistisch mens- en wereldbeeld en van een opvatting van het universum als een evolutionair proces van creatieve zelforganisatie.[3] Het presenteert zich als alternatief van de traditioneel kerkelijke religie waarin de oorspronkelijke spirituele kern overwoekerd geraakt is door theologische disputen, institutionele prioriteiten en sociaal-politieke activiteit. Met de komst van een nieuw tijdperk van verlichting maakt die traditionele religie, zo verwacht men, plaats voor een nieuw sterk persoonlijk gericht en beleefd type spiritualiteit dat in zekere zin verwant is met de existentiefilosofie van de Deense filosoof Sören Kierkegaard. Binnen het kerkelijk georiënteerde christendom - vooral in de meer vrijzinnige en liberaal-charismatische groeperingen in kerkelijk verband[4] - dringt het gedachtegoed van New Age trouwens eveneens door. Ook ontwikkelt zich sinds de jaren zeventig een christelijk geïnspireerde variant van New Age[5] die evenals het traditionele christendom blijft geloven in een postmortaal levensperspectief, maar wel op een geheel andere wijze, namelijk door aan te knopen bij de oude leer van karma en reïncarnatie, maar dan wel in een sterk gemoderniseerde vorm.[6]

Naast de traditionele, dogmatisch georiënteerde godsdiensten ontwikkelt zich zodoende een eigentijdse religieuze tendens, die we als religieus syncretisme kunnen karakteriseren. We zien dat syncretisme ook op allerlei andere terreinen: in de postmoderne architectuur, die zich onderscheidt door een mix van verschillende stijlen; in de kunstwereld, waar postmoderne vormen van creativiteit de toon aangeven.

 


[1] Alle theologische ideeën zijn begonnen als godslastering, Trouw, 23 juni, 2010

[2] Zie H. Mynarek, Religiös ohne Gott? Neue religiosität der Gegenwart in Selbstzeugnissen, 1983

[3] Zie o.a. W.J. Hanegraaff, New Age Religion and Western Culture, 1996

[4] Zie A. van Harskamp, Naar een postchristelijke religiositeit in: Moderniteit en religiositeit, Civis Mundi, 2, 2001; Idem in Nieuwe religiositeit zet secularisering zich voort, in: Zonder geloof geen democratie, CDV zomer 2006, p. 51

[5] Zie o.a. H. Stufkens, Gezichten van de nieuwe tijd, 1984; R. Kranenborg (red.), New Age. Visies vanuit het christelijk geloof, 1993; J. Klink, Het open venster - een nieuwe tijd ook voor christenen, 1994; en H. Stolp, Het Nieuwe Tijdsdenken, 1995

[6] Zie o.a. H. Stolp, Karma, reïncarnatie en christelijk geloof, 1996