Is elk zijn tot niet-zijn geschapen – een overdenking

Civis Mundi Digitaal #3

door Jan Willem Jongejans

Is elk zijn tot niet-zijn geschapen? Een overdenking I

Geesteswetenschappen versus sciëntisme

Jan Willem Jongejans *

‘Mensen gaan minder naar de kerk en zoeken spiritueel alternatief’[1]

‘Naast de tijd die de klok aangeeft, bestaat er ook een innerlijke tijd, een persoonlijke, subjectieve tijdservaring die de Grieken kairos noemden. Dat staat ook voor het moment waarop de goden konden ingrijpen in het leven van de mens om de koers te wijzigen. Een sacraal moment bijna. Ik geloof dat beslissingen om het over een andere boeg te gooien daaruit voortvloeien. Dat kan nooit iemand je opdragen, dat moet een overdenking van jezelf zijn. Daar moet je wel tijd voor hebben. En aan die tijd om jezelf wezenlijke vragen te stellen - gaat het wel goed met mij? -, ontbreekt het ons vaak.’[2]

Inleiding

Na lezing van de inleidende bijdrage van Wim Couwenberg ‘Is elk zijn tot niet-zijn geschapen?[3], kom ik tot de conclusie dat er wezenlijke levensperspectiefconflicten aan de orde worden gesteld, die mijns inziens de wetenschap overstijgen. Daarmee bedoel ik dat het conflict tussen zinvolheid en zinloosheid van het aardse leven in deze bijdrage - volgens mij - nooit door de wetenschap kunnen worden beantwoord. Dat heeft, indien ik gelijk heb, belangrijke consequenties. Die zal ik uitleggen aan de hand van de onderstaande passages die ik van commentaar zal voorzien. Ik houd de volgorde van de oorspronkelijke alinea’s aan.

Maar ook nog een andere opmerking vooraf. Ik heb voor deze gelegenheid niet alleen de genoemde bijdrage van Couwenberg gelezen, maar dit hele themanummer - een inhaalslag dus door tijdgebrek vorig jaar - én eerdere nummers van Civis Mundi over dit thema van het leven na dit leven, de zogenaamde postmortualiteit.

Daarmee heb ik een soort helikoptervisie kunnen opbouwen. Daarvan doe ik eerst verslag. De artikelen in dit en andere nummers lopen erg uiteen. Mijn eerste indruk is dat er een levensgrote kloof in wetenschapsopvatting bestaat tussen de natuurwetenschappen met hun bèta-instelling (sciëntisme) enerzijds, en een gamma-wetenschap als de antropologie anderzijds. Het is nauwelijks voorstelbaar dat beiden onder dezelfde koepel van academische wetenschappen vallen. Zo vallen de bijdragen van Wim Rietdijk, Hans Vincent en Hugo Verbrugh radicaal anders uit dan dezelfde Verbrugh in zijn recensie ‘De bijna dood ervaring en de verhalen erover’.

Ik heb niet alleen een (helikopter)visie kunnen ontwikkelen, maar alle bijdragen gemakkelijk kunnen verwerken vanwege mijn al jaren durende ‘hobby’ van (het lezen van) esoterische literatuur.[4] Ik weet dat dit een vloek betekent in de academische denkwereld, maar ik sluit me aan bij Ilja Maso in zijn Onsterfelijkheid[5], waarin zijn stelling van ‘ondraaglijkheid van de gedachte, dat (het idee dat) het met de dood afgelopen is’, wordt uitgewerkt. Fernando Suárez Müller heeft er een stevige recensie aan gewijd. Op deze recensie kan ik nog niet nader ingaan omdat ik Maso eerst helemaal gelezen moet hebben. Ik heb wel een begin gemaakt en het wordt lastig om een mijns inziens populair-wetenschappelijk betoog te beoordelen zonder vakspecialist te zijn. Wat ik hiermee duidelijk wil maken is dat indien het boek als dissertatie was verschenen, en een promotiecommissie toestemming heeft gegeven voor deze proeve van bekwaamheid, het dan normaliter wetenschappelijk wordt gedragen. Maso heeft echter een professoraat in Utrecht en daarmee lijken mij zijn papieren gegarandeerd. Zo lijkt mij dat als buitenstaander. Ook moet worden opgemerkt dat zelfs op goede proefschriften altijd wel wat valt aan te merken. Maar wat ik vaststel is dat Maso het leven na de dood even vanzelfsprekend vind als dat het geval is binnen de esoterische traditie, die zich volledig kan vinden in axioma 1 hieronder.

Tot slot, wat alle betogen duidelijk maken is dat de meeste vraagstukken op eenvoudige wijze te beantwoorden zijn als de esoterische literatuur in academische kring niet zo’n taboe was. Ik heb vele honderden boeken uit deze ‘esoterische bibliotheek’ gelezen en ik zie mij nu geplaatst voor de uitdaging om alle boeken te herlezen om op die wijze alle relevante citaten in voetnoten te kunnen omzetten, ten dienste van dit en volgende betogen. Ik vraag dus geduld van de lezer als ik met onvoldoende voetnoten kom aanzetten en mijn ‘stellingen’ niet in eerste instantie kan adstrueren. Het notenapparaat gaat gegarandeerd volgen!

Modern humanisme en de religieuze intuïtie van een ‘jenseits’

Axioma 1: ‘(...) [Er blijft] onverminderd behoefte bestaan aan religieuze verhelderingskaders via religieuze oriëntatiekaders waarin de grote levensvragen serieus genomen worden. Het is een eigensoortige menselijke behoefte die het secularisatieproces[6] weerstaat’ (waarbij Kuitert wordt aangehaald).’[7]

‘Ook in het sterk geseculariseerde Europa blijkt het gros van de mensen vasthouden aan een of andere vorm van religie, al is het dogmatische gehalte ervan sterk verzwakt geraakt.’

‘Vandaar een groeiende herwaardering van religieuze en spirituele inspiratiebronnen als reactie op een seculier bestaan dat als leeg en louter contingent ervaren wordt.’[8]

‘In het voetspoor hiervan (...) is het moderne humanisme (...) bereid die claims serieus te nemen en op filosofische, dus rationele wijze te onderzoeken.’[9]

Couwenberg vervolgt met een voorbeeld dat het moderne humanisme ‘de religieuze notie of intuïtie van een postmortaal levensperspectief’ wil onderzoeken. Maar volgens mij bestaat er binnen de christelijke institutionele wereld van de kerken alleen het dogma van een eeuwig leven, dat voor de discussie hier wordt omgezet in een religieuze notie, maar dat lijkt me toch wat anders dan intuïtie. In axioma 1 is sprake van de intuïtie van religieuze oriëntatiekaders, ofwel de intuïtie dat er een hogere macht bestaat dan de menselijke macht. Ik versta onder ‘notie’ een basisgedachte, een aanleiding tot nader onderzoek. Maar de psychologische wetenschap moet om assistentie worden gevraagd om het begrip intuïtie nader te duiden. Intuïtie is niet rationeel, want gevoelsmatig. Maar hoe onderzoeken wij religieuze intuïtie?

Een twee aantekening is dat binnen de hedendaagse filosofie de opvatting heerst van de ‘volstrekte ontoegankelijkheid van de dood voor ons denkvermogen’. Dat is feitelijk logisch, want de wetenschap is een materialistische wijze van waarheidsvinding, met haar zoeken naar empirische en natuurwetenschappelijke verbanden die aantoonbaar zijn. Zolang de muur tussen de zichtbare en onzichtbare wereld een absolute is, zal de wetenschap nooit kunnen binnendringen in dat andere domein van het onzichtbare en onmeetbare. Er zal dus eerst een Copernicaanse revolutie moeten plaatsvinden voordat de onzichtbare ‘geestelijke’ wereld onderzocht kan worden. De vraag is dus eigenlijk hoe ver de parapsychologie is gevorderd. In ons land, zo lees ik via google, zijn Dick Bierman en Fred Melssen in 2005 een bijzondere leerstoel parapsychologie gaan bekleden met als leeropdracht precognitie experiment.

Een derde aantekening past bij de vraag wat de ‘praktische consequenties zijn van een revitalisering van een postmortaal levensperspectief’. Binnen het moderne humanisme is het de vraag naar een onsterfelijke ziel, die op grond van algemeen menselijke en academische motieven weer opgepakt wordt. Maso, zo wordt geconstateerd, is ‘geneigd op die precaire vraag in positieve zin te reageren’.

Voor mij als zelfbenoemde en onafhankelijke christen vanuit de esoterische traditie staat vast dat er een onsterfelijke ziel bestaat als kerneenheid van ieder mens, die vanwege zijn onsterfelijkheid de ruimte heeft om een oneindig aantal levenservaringen op te doen, zowel op deze aarde als op andere planeten. Hij wordt hierin gestimuleerd door het ‘rad van wedergeboorte’ om daarmee negatief karma uit vorige levens ongedaan te maken - ik sluit aan bij ‘k&r’ van Hugo Verbrugh[10] -, en dóór te groeien naar de uiteindelijke eenheid met de schepper. Ik schrijf dit zo maar op vanuit de wetenschap dat de lezer hierbij vele vragen kan stellen naar het harde bewijs van deze stelling, maar dat ik even gemakkelijk kan antwoorden dat mijn visie even onbewijsbaar is als de onbewijsbaarheid van stellingen van mijn opponenten. In dit metafysische domein blijft maar één simpele waarheid over: niemand heeft gelijk, of zelfs het tegenovergestelde hiervan, te weten dat iedereen gelijk heeft vanuit zijn eigen innerlijke overtuiging.

Er is direct een groot voordeel in deze ‘karma & reïncarnatie’-optie: iedereen die hiervan overtuigd is, heeft het voordeel ‘direct naar de volgende levensfase door te stromen, omdat hij geen leven op aarde hoeft over te doen om schadelijk karma te herstellen. Hij weet in beginsel hoe te handelen: niet onvriendelijk of liefdeloos zijn tegenover zijn medemens. De wereld zou er op slag veel beter van worden.

Axioma 2: ‘Er zijn echter ook mensen, en misschien wel meer dan Maso veronderstelt, die de existentiële vraag naar een leven na de dood wel stellen. Maso geeft drie redenen die deze vraag motiveren. Aan de ene kant is men bezorgd om het eigen bestaan. Helaas gaat Maso niet dieper in op deze bezorgdheid, want misschien valt hiervoor wel een biologisch-evolutionaire verklaring te geven. Ieder levend wezen met een bepaalde graad van bewustzijn (over micro-organismen en planten valt hier weinig te zeggen) schijnt om het leven bezorgd te zijn, ook wanneer het de evolutionaire plicht zich te reproduceren heeft vervuld. Dit kenmerk van het leven nodigt in ieder geval uit tot verdere reflectie.’[11]

Inderdaad nodigt dit kenmerk van leven uit tot verdere reflectie en onderzoek. Als wetenschappelijk kan worden vastgesteld dat ieder levend wezen met een bepaalde graad van bewustzijn om het levens bezorgd kan zijn, ook wanneer aan de basisvoorwaarden van het verzamelen van voedsel voldaan is, dan veronderstelt dat gegeven een basispotentieel tot zingeving.

Dood is dood-theologie als ultieme secularisering van het christelijke geloof

Deze kop is vreemd geformuleerd en daarom moeilijk te begrijpen. Wat is ‘ultieme secularisering’? Betekent dat maximale secularisering, maximale verwereldlijking in de zin van een samenleving met inwoners die geheel zonder geloof is, dus ‘geloof-loos’ is? En de ‘ultieme secularisering van het christelijke geloof’ is het volgende semantische probleem. Ik begrijp deze uitdrukking als een christelijk geloof dat geheel geseculariseerd is geraakt en dat is in het kader van ons grondecht ‘scheiding van geloof en staat’ niets bijzonders, zoals uiteengezet in een voetnoot. In het publieke domein bestaat geloof niet, en dat is conform de definitie van secularisatie. Religie en levensovertuiging spelen geen rol in het publieke domein, maar alleen in het private. Maar daarmee is God niét dood, en al kan de ‘God-is-dood-theologie’ als academische theorie geheel aan de grondlegger Nietzsche worden toegeschreven, generalisatie naar de samenleving als geheel is gevaarlijk. Het enige dat met zekerheid gesteld mag worden is dat die theologische theorie op zichzelf staat tussen andere theologische scholen (zolang de theologische faculteit blijft bestaan).

En vervolgens doet de vraag zich voor in hoeverre deze God-is-dood’ opvatting maatschappelijk wortels heeft geschoten. Maar volgens de eigentijdse statistieken (SCP 2006) was in 2000 meer dan de helft (62%) van de bevolking zonder geloof, en dat zal naar 2020 oplopen tot 72%. De ontkerkelijking is een van de meest kenmerkende ontwikkelingen binnen de Nederlandse samenleving van de twintigste eeuw volgens het SCP.[12] Wel lijkt er in de laatste jaren sprake te zijn van een heropleving van religieuze gevoelens in ons land door toestroom van allochtonen. De religieuze beleving onder autochtonen is vergeleken met vijftig jaar geleden zeer sterk afgenomen. De totaalcijfers van het SCP 2007 luiden als volgt: 28% katholiek, 19% protestant (hervormd, gereformeerd of luthers), 5% moslim, 4% andere religie (hindoes, boeddhisten, joden en kleinere -orthodoxe- christelijke kerkgenootschappen) en 44% - verreweg de grootste groep - tot geen enkele godsdienst. Iets meer dan de helft van de Nederlandse bevolking was nog lid van een christelijke kerk volgens de meest recente regionale (2002/2003) steekproef van het CBS. Tot slot zij opgemerkt dat binnen deze cijfers geen aanhangers van het Nieuwe Tijdsdenken zijn opgenomen, dat wil zeggen alternatieve geestelijke mogelijkheden. En dat is ook logisch omdat deze aanhangers geen georganiseerde verbanden kennen. De meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft dus geen kerkelijke binding. Maar dat betekent niet dat ons land ongodsdienstig is omdat alleen de dichotomie kerkelijke binding versus ongebondenheid tamelijk vaag is en geen goed inzicht geeft wat er in ons land precies aan de hand is. Uit populariteitspolls is gebleken dat meer dan de helt van de bevolking gelooft in een leven na dit leven. Nederland lijkt dus te bestaan uit ongebonden ‘gelovigen’ van uiteenlopende pluimage.

Na deze algemene opmerkingen over de tweede kop van Couwenbergs artikel, ga ik over tot bespreking van een aantal zinnen in deze tweede paragraaf.

  1. ‘(...) een invloedrijke "dood is dood-theologie" gevolgd is met daarin centraal de stelling dat het hele idee van een onsterfelijke ziel een Griekse erfenis is die vreemd is aan de Bijbel.’

De vraag die hierbij opkomt is: "hoezo is een onsterfelijke ziel vreemd aan de Bijbel"? In dit christelijke boek wordt van een eeuwig leven gesproken en hoe kan dat zonder onsterfelijke ziel?

  1. ‘Er is alleen nog een ‘diesseits’.’

Dit is vanuit christelijke geloofsleer gesproken logisch omdat de christelijke theologie geen voorstelling kan worden gemaakt van het leven na dit leven.[13]

  1. ‘Hoewel metafysica een onvervreemdbaar element van Plato’s filosofie is, reduceert de katholieke classicus-filosoof Cornelis Verhoeven die filosofie in het voetspoor van de moderne huiver voor al wat naar metafysica zweemt, ook tot het louter op het ‘diesseits’ betrokkenwijsbegeerte.’

De vraag die met dit citaat wordt opgeroepen is of Plato’s dominante positiebepaling voor de metafysica gefalsificeerd is en zo ja, welke argumenten daarbij zijn gebruikt. Buiten dit probleem om kan, ondanks mijn gebrek aan filosofische scholing, ook worden opgemerkt dat de huidige trend om de metafysica tot louter het domein van het ‘diesseits’ (hier-en-nu) te verklaren, verklaard kan worden uit het kenmerkende materiële karakter van de huidige wetenschap. De metafysica overstijgt de materiële (aardse en wetenschappelijke) dimensie;  vanzelfsprekend staat de huidige wetenschap onthand tegenover alles wat niet materieel of materialistisch is. De wetenschapper Verhoeven spreekt dus louter vanuit de huidige wetenschapsopvatting, dat er buiten het materialisme van deze aarde geen andere werkelijkheid bestaat. Het angstige is dus dat het ons onmachtig is geworden om deze ‘evolutie’ van Plato’s geest van denken in deze tijd terug te halen.

  1. ‘Wordt het [christelijke geloof] daardoor niet veranderd in een in christelijke termen verpakt humanisme en daarop gebaseerde sociale ethiek?’

Deze vraag kan door de leek gemakkelijk worden gepareerd. Indien kan worden aangenomen dat de christelijke leerstellingen kunnen worden beschouwd als een archaïsche fase binnen het evolutionaire denkpatroon van het christelijke denken, dan kan het christendom als een christelijke variant van het humanisme alleen als vooruitgang worden beschouwd. Het middeleeuwse christendom wordt in onze tijd als volslagen overleefd ervaren. Dat christendom is dus al uitgestorven. De moderne variant van een christelijk humanisme kan worden beschouwd als het beste van de christelijke kern, samen met moderne humanistische opvattingen en daar is niets op tegen.

  1. ‘Als dat geloof in een postmortaal levensperspectief losgelaten wordt, blijft er van het historische, dit is Paulinische christendom, zoals dat in het credo beleden wordt, niets meer over dan een religieus cultuurgoed dat alleen nog relevant en interessant is als een historisch- en cultureel bepaalde religieuze verbeelding.’

Volgens de bekende theoloog en publicist Hans Stolp berust dit citaat op een misverstand. Ik citeer noot 1 uit zijn Aan synagoge, kerk en moskee voorbij (2006)[14]: ‘Het inzicht in karma en reïncarnatie is niet alleen in de oosterse godsdiensten te vinden zoals het boeddhisme en het hindoeïsme, maar het behoorde oorspronkelijk ook tot het christendom. Pas de latere kerkelijke traditie heeft, zeg maar vanaf de derde eeuw na Christus, dit inzicht radicaal uitgeroeid. Maar zelfs nu nog zijn er in de Bijbel allerlei duidelijke verwijzingen naar dit inzicht te vinden.’ Hierover heeft Stolp een apart boek geschreven: Karma, reïncarnatie en christelijk geloof (1996/2005)[15]. En daaruit ontleen ik het volgende citaat (blz.50 e.v.): ‘Dikwijls wordt het concilie van Constantinopel uit 553 genoemd als het concilie waar reïncarnatie en karma als onchristelijke waarden werden veroordeeld. In feite vormt dit concilie een soort waterscheiding: waren reïncarnatie en karma vóór die tijd nog bespreekbaar, ook in de kerk, daarna werd op grond van de besluiten van dit concilie algemeen aangenomen dat reïncarnatie en karma niet verenigbaar waren met het christelijk geloof en daarom dan ook door de kerk veroordeeld werden. Hoewel er over dit concilie verschillende opvattingen bestonden. Kranenborg zegt bijvoorbeeld dat op dit concilie veroordelingen zijn uitgesproken, die weliswaar niet expliciet op reïncarnatie en karma ingingen, maar die dat wel impliciet veroordeelden. Het concilie veroordeelde immers onder andere de volgende opvattingen van Origines en anderen: (1) zielen zijn prae-existent (dat wil zeggen ze worden niet tegelijk met het lichaam geschapen maar bestaan al vér voor de schepping van hun lichaam). (2) zielen van mensen zullen weer worden als in den beginne, dus immaterieel (bedoeld is dus dat de zielen zonder lichaam verder zullen leven in een geestelijke dimensie). (3) na het laatste oordeel zullen mensen immaterieel zijn. Hoewel deze uitspraken niet ingaan op reïncarnatie en karma, kunnen we, zegt Kranenborg, ‘stellen dat het impliciet veroordeeld is, omdat elk voor-bestaan[16] wordt ontkend en uitgesproken wordt dat het mensenleven geoordeeld zal worden na de dood bij het laatste oordeel.’ Anderen nemen een formeler standpunt in. Karel Douven bijvoorbeeld concludeert dat het nooit tot een formele veroordeling van reïncarnatie en karma gekomen is.[17] Verderop in hetzelfde boek (blz. 67) wordt over het volgende concilie het volgende opgemerkt: ‘Zo kon het gebeuren dat op het concilie van Constantinopel in 869 het begrip ‘geest’ werd afgeschaft en de mens slechts een zondige ziel naast (of: in) het fysieke lichaam kreeg toebedeeld. Het is duidelijk, dat het besluit van dit concilie ingaat tegen de inzichten van Paulus. Maar ook zette het besluit van dit concilie de deur naar een materialistische visie op de mens wagenwijd open en werkte het eraan mee, dat elk besef van de wijze waarop de mens is opgebouwd, uit het bewustzijn van de mensen verdween.’

  1. ‘In de vorige eeuw is daarop door links georiënteerde christelijke stromingen gereageerd met een collectieve heilsboodschap. God’s verlossingsbelofte, zo werd gesteld, geldt niet zozeer de mens als individu maar de mensheid als geheel. Dat individu leeft voort in de bijdrage die hij als schakel tussen de geslachten levert aan de vervolmaking van de wereld die zal uitmonden in God’s Koninkrijk van gerechtigheid en vrede. Maar is dat wat anders dan een christelijke aangeklede politieke utopie, een in christelijke termen gepresenteerd vooruitgangsgeloof waarin het leven van de mens niet meer is dan mest op de velden ter toekomst, zoals communisten dat plachten te formuleren?’

In de eerste plaats denk ik dat de linksgeoriënteerde stromingen beter bij de liefdesboodschap van Christus aansluiten dan de gevestigde en meer traditionele kerkgemeenschappen, en dit  alleen al vanwege het feit dat Jezus in zijn leven op aarde iedere vorm van onrecht en onrechtvaardigheid heeft bestreden, waar hij ook kwam. De huidige kerkelijke gemeenten, katholiek, protestant of gereformeerd, komen aan een dergelijke actiegerichtheid niet toe. De zogenoemde bevrijdingstheologie komt geheel tegemoet aan de actieve theologie, de theologie die overal en altijd tot handelingen en maatschappelijke confrontaties oproept. Maar genoemde linksgeoriënteerde christelijke stromingen scheppen op hun beurt weer een gekunstelde constructie als ze met hun collectieve heilsboodschap niet zozeer de mens als individu aanspreken maar de mensheid als geheel. Dit laatste, de mensheid als geheel is een mooie ambitie, maar als de echte (persoonlijke) bezieling ontbreekt, dan is een dergelijke beweging na een decade weer uit het zicht verdwenen. We horen vandaag nog maar weinig van die activistische geluiden. Ligt dat aan God’s verlossingsbelofte die dan toch maar individueel gezien moet worden? Natuurlijk houdt die belofte zowel het individu als het collectief in. Ieder individu heeft zijn eigen persoonlijke geestelijke groeitempo; ‘beginnende’ zielen zullen nog een lange(re) weg te gaan hebben dan de meer gevorderde zielen die in de aardse tijdrekening gemiddeld eerder door de Poort naar het Koninkrijk zullen passeren, maar voor het collectief geldt dat uiteindelijk alle zielen die nu en in het verleden levens op aarde hebben doorgebracht, als collectief opgenomen zullen zijn in God’s Koninkrijk, omdat de Liefde God’s het niet toelaat dat er een verloren schaap achterblijft.

  1. ‘Tegelijkertijd nam Kuitert onomwonden stelling tegen een christelijk aangekleed diesseits-utopisme als alternatief voor dat hiernamaalsperspectief. Hij zag daarin slechts irreëel escapisme en een politiseren van het geloof waar hij niet van gediend is. Het komt hier beneden nooit goed, zondaars als we zijn. De nieuwe wereld en de nieuwe mens liggen dan ook niet aan deze, maar aan gene zijde[18] van het graf of de urn. We overleven de dood niet via de mensheid, maar als persoon dankzij de vriendschap van en met de eeuwige God. Aldus Kuitert.’

Vanuit het esoterische christendom (of geheime leer van Christus voor de gevorderden), zoals door Stolp in zijn laatst genoemde boek Karma, reïncarnatie en christelijk geloof uitgelegd, is het diesseitsperspectief bepalend voor het hiernamaals. Een goed leven, waarin vordering in het geestelijk groeiproces is doorgemaakt, maakt de definitieve overgang naar de geestelijke wereld alleen maar waarschijnlijker. Ik citeer (blz. 72 e.v.): ‘Aan de reeks van levens die wij op aarde doorbrengen komt eens een einde. Dan natuurlijk, wanneer wij ons alle ervaringen en alle lessen die de aarde ons te bieden heeft, eigen hebben gemaakt. Wanneer het zover is zijn wij van een onbewuste geest een rijpe, zelfbewuste menselijke geest geworden en mogen wij elders in de geestelijke wereld meewerken aan de verdere ontwikkeling van de schepping. Het uiteindelijke doel van al die levens op aarde is, dat wij Christus-bewuste mensen worden, dat zijn geest in ons tot leven komt, zodra wij met Paulus kunnen zeggen: ‘Niet ik spreek, maar Christus spreekt in mij.’ Dan gaat sterfelijkheid op in onsterfelijkheid.’ Einde citaat. Hieraan voeg ik een opmerking toe. Vanuit de esoterische traditie geredeneerd leven we op aarde al met een onze onsterfelijke ziel, die een fysiek lichaam heeft aangenomen om aardse levenservaring op te doen, maar dat betekent dus dat het fysieke lichaam een tijdelijk omhulsel is. De aardse dood betekent dus de geboorte in de geestelijke wereld, waarbij het tijdelijke omhulsel wordt afgelegd, maar de ziel de weg naar het paradijs (‘Hof van Eden’) vervolgt. De Bijbel spreekt niet voor niets over lichaam, ziel en geest (1 Thess.5:23)

Postmortaal levensperspectief niet louter irrationeel

  1. ‘Het kan moeilijk ontkend worden dat de leer van de opstanding der doden en een voortbestaan na de dood een centraal thema is in het Nieuwe Testament. En als zodanig is die leer in de hele christelijke traditie verwerkt en gold zij eeuwenlang als een belangrijk fundament van de christelijke ethiek.’

Mijns inziens is de verledentijdsvorm ‘gold’ in de laatste regel misleidend. De materialistische kerk(en) en dito voorgangers binnen de verschillende denominaties zien de opstanding der doden als het centrale thema om tot eeuwig leven te komen, maar deze materialisten geloven in de opstanding hier op aarde. Letterlijk alle graven op aarde gaan open als Christus wederkeert op aarde en zo zal dan met het openen van deze graven het Koninkrijk hier op aarde gerealiseerd zijn. Dit is een materialistische denkwijze, omdat binnen de huidige kerk geen ruimte wordt geschapen om geestelijk leven te accepteren en daarmee inzichtelijk te maken. Daarop rust een kerkelijk taboe en houden de kerken hun volgelingen klein van geest. Het pijnlijke is dat de beschikbare esoterische literatuur zo omvangrijk is geworden dat er bijna sprake is van geestelijke luiheid onder kerkelijke voorgangers en gedragsdragers, die weigeren kennis te nemen van deze literatuur. Maar gelukkig is  theoloog Hans Stolp wel uitvoerig in de esoterische traditie gedoken en heeft ons zijn bevindingen bekend gemaakt. Waarom hebben de huidige voorgangers het kerkelijk taboe op deze ketterse literatuur nooit doorbroken en met tegenstandpunten gekomen? Bevreesd dat men binnen de kerkelijke gemeenschap alleen komt te staan? In dat geval is Stolp de enige die persoonlijk de moed heeft gehad om tegen de stroom in te gaan. En zijn loon is dat hij inmiddels een bestsellerauteur is geworden. Of beschouwt men de esoterische traditie alleen maar als vaag gezwets zonder een woord te hebben gelezen in deze boeken? Het heeft er dus alle schijn van dat die anonieme voorgangers te beschouwen zijn als ‘doden’ die analoog zijn aan Jezus, als Hij spreekt van ‘laten de doden hun doden begraven’. Hij bedoelt dan dat geestelijk dode mensen (die geestelijk niet zijn ontwaakt) hun doden moeten begraven, maar die doden gaan wel direct door naar de geestelijke wereld, waar een nieuw leven op aarde wordt voorbereid, begint. Dood bestaat niet omdat het afscheid van de aarde de binnenkomst in de geestelijke wereld betekent. En Wederkomst van Christus betekent niet dat Christus fysiek zal terugkeren op aarde, want dat is in Zijn staat van volmaaktheid niet mogelijk. De wederkomt van Christus betekent dat Christus in iedere mens tot leven moet komen, zoals net geciteerd uit Stolp.

  1. Axioma 2: ‘De Valk ziet daarin niet zozeer een gezags- maar een sociologisch argument en beroept zich ter toelichting hiervan op de atheïst en socioloog Emile Durkheim die in 1914 voor een gezelschap van vrijdenkers opmerkte dat mensen overal en altijd geloofd hebben in een leven na de dood. ‘Dat kan geen illusie zijn, want een begoocheling duurt niet eeuwenlang’, aldus Durkheim.’

Dit spreekt voor zichzelf.

  1. ‘Sinds de radicale wijze waarop Nietzsche hiermee in zijn filosofie afgerekend heet, heeft dat geloof sterk aan geloofwaardigheid ingeboet.‘

Uit deze zin spreekt een oorzakelijk verband, maar dat kan geheel op toeval berusten. Als de zin zo bedoeld is dat sinds Nietzsche’s filosofie het berg afwaarts is gegaan met de christelijke geloofsbeleving, dan kunnen daar vraagtekens bij gezet worden, want onverdedigbaar. In mijn beleving van mensen die ik als gelovigen ken, bestaat de wereld van ‘gelovigen’ uit twee categorieën, te weten (1) innerlijk gelovigen, die immanent vasthouden aan hun geloof, en (2) ‘symbolisch’ gelovigen omdat zij regelmatig kerkdiensten bijwonen en zich op grond van dat feit gelovigen noemen. Maar ga geen discussie of dialoog met hen aan, want je hoort ‘externe’ voorgangers spreken; papegaaien die naspreken wat van de kansel werd verkondigd. Dit geloof is niet verinnerlijkt en zet geen zoden aan de dijk. Wat ik hiermee aangeef is dat het christelijk geloof al veel langer in een glijvlucht is beland; ook vanwege het materiële (of materialistische) karakter van maatschappij en christelijke leer inhoudsloos is geworden. Geen wonder dat de auteur hieraan toevoegt: ‘Wat vroeger in een christelijke context als materialisme en hedonisme veroordeeld werd, wordt in een resoluut geseculariseerde wereld een begrijpelijke levenswijze en levensvisie’. Mijn commentaar is dat dit klopt en geen toeval is. Als ik van het axioma uitga dat de mens net zo lang reïncarneert totdat de dualiteit tussen goed en kwaad is overstegen door de overwonnen innerlijke strijd, dan geldt het hedonisme als de vanzelfsprekende levensstijl voor de gemiddelde aardebewoner, die ook eerst ‘door de materie heen moet’. Heeft hij die opbouwfase achter de rug, dan is het leven op aarde niet meer nodig. In dit kader kan worden opgemerkt dat godsdiensten als het boeddhisme en hindoeïsme verder zijn in hun theologische logica dan het christendom, sinds reïncarnatie en karma als leerstelling werden afgeschaft.

Moderne interpretatie karma en reïncarnatie als postmodern levensperspectief

  1. ‘Het christelijke Nieuwe Tijdsdenken ziet in die leer nieuwe mogelijkheden het christelijke geloof te verdiepen en te revitaliseren. Ja, dat geloof, zo betogen sommigen, heeft alleen nog toekomst als het opnieuw geïnterpreteerd wordt vanuit het concept van karma en reïncarnatie. Daardoor krijgt het nieuwe zeggingskracht dankzij een nieuwe visie op geloof en geloofsbeleving. In die visie volstrekt zich een groei naar spirituele voltooiing via een proces van zelfverlossing die zich over meerdere levens uitstrekt. Probleem is wel dat de aanhangers van die visie op hun beurt tot nieuw dogmatisme neigen.’

Is deze laatste opmerking voortgekomen uit het verschijnsel van het Nieuwe Tijdsdenken? De feiten: Er bestaat een levensgrote kloof en verschil tussen traditionele christenen en nieuwe tijdsmensen en dat is dat de ‘nieuwetijdsgelovigen’ wars zijn van traditionele visies van kanselpreken. De nieuwetijdsgelovigen hebben géén extern leergezag en exegese nodig om hun innerlijke intuïtie bevestigd te zien en de kerkelijke christen wél. Dezer dagen, vlak voor kerst, zijn er onthutsende uitspraken op de radio te beluisteren over de betekenis van kerstmis. Er zijn hordes mensen die geen benul meer hebben van de relatie van kerstmis met Christus’ geboorte en het ontstaan van het christendom. Zover is het christendom afgezakt; voor de meerderheid van de bevolking is het christendom volkomen inhoudsloos geworden. Er is dus sprake van een bewuste politieke secularisatie in ons land, náást een sluipende godsdienstige secularisatie die opgevat moet worden als een afstervingsproces van het kerkelijk instituut; want stilstand is achteruitgang tot de dood erop volgt. Dit wordt door mij nadrukkelijk zo geformuleerd omdat het mij onbekend is hoe de ‘gelovige kudde’ met deze onttakeling omgaat, respectievelijk zal omgaan.

  1. Daarom heeft Milan Kundera ook gelijk: ‘Als er maar één leven is, hoeven we net zo goed helemaal niet te leven.’

Als vervolgens door Couwenberg wordt opgemerkt dat ‘die eenmaligheid op de keper beschouwd een vreselijke gedachte is in het licht van de ontelbare levens die de eeuwen door geheel of grotendeels buiten hun schuld mislukken of gezien het ontbreken van reële levenskansen al bij voorbaat tot mislukken gedoemd zijn’, dan ga ik verder in mijn commentaar en appreciatie.

De veronderstelde eenmaligheid van het leven is niet alleen een vreselijke gedachte, maar eerder een onlogische gedachte, want zelfs haaks staat op het ‘eeuwig leven’. Geen eeuwig leven op aarde, het zij toegegeven, maar een eeuwig leven in de kosmos.[19] Maar een christelijk leerprotocol dat geen idee heeft van het leven na dit leven, is dus helemaal geen leerprotocol en ook geen heilsverwachting. Want een consistente heilsverwachting kan niet uitgaan van ‘hemel en hel’, want dan wordt de kwestie van wie toegelaten wordt tot de hemel en wie dus afvalt en verdoemd wordt tot een hellevaart, wel erg willekeurig. Dat is onbestaanbaar. Daarom heeft Couwenberg gelijk als hij godsdienstpsycholoog Jansen citeert met zijn opmerking: ‘We kunnen niet meer omgaan met de eeuwigheid’. Maar Jansen vraagt zich af of dat dan niet de verveling ten top is? Omdat de menselijke maat is gebaseerd op afwisseling. Het idee van reïncarnatie past daar goed bij.’ Nu kunnen we ons afvragen wat Jansen bedoelt met ‘de verveling ten top’? Want zo’n uitdrukking is voor meerdere uitleg vatbaar. Een blijvend en dus eeuwig leven op deze aarde zou de meeste mensen ook waarschijnlijk tot verveling brengen. Wie daarentegen heeft kennis gemaakt met de esoterische literatuur in boekhandels, begrijpt dat het leven in hogere geestelijke gebieden verre van vervelend is en alleen maar dynamiek kent. Het leven in lagere astrale gebieden om de aarde heen kent duidelijke kenmerken van verveling als betrokken zielen eeuwen lang in een kroeg verblijven, tot het moment komt dat de ziel hieraan een einde wil maken en de geest dit verlangen gevolg wil geven. Dan worden hulptroepen van geestelijke redders ingeschakeld, aldus de literatuur.

  1. ‘Maar het gaat uiteindelijk om de vraag of aan de evolutie, in het bijzonder de geschiedenis der mensheid, enigerlei zin en betekenis valt toe te kennen? Schrijvers en wetenschappers zijn tegenwoordig geneigd die vraag niet langer serieus te nemen en zonder meer te ontkennen dat de evolutie enigerlei zin heeft.’

Een self-fulfilling prophesy? Enerzijds is het cynisme logisch gezien het sterk toegenomen welvaartskapitalisme en materialisme in neoliberale Westen. Anderzijds is deze veronderstelde zinloze culturele evolutie niet bewijsbaar, en dat betekent niets anders dan dat het begrip ‘evolutie’ - dat volgens het woordenboek ‘ontwikkeling’ betekent, meestal als ‘geleidelijke ontwikkeling’ gezien wordt. Hierbij moet niet meer gedacht worden aan ‘ontrollen’, maar aan expansie, groeien of geleidelijk een hogere graad van organisatie krijgen. En hogere graad van organisatie wordt als vooruitgang bedoeld.[20] Nu er een groeiende trend bestaat om aan de zinvolheid van deze evolutie te twijfelen, dient het begrip omschreven te worden als ‘negatieve evolutie’, verval of decadentie dus. Hebben we dan te maken met schrijvers en wetenschappers die alleen maar cynisch zijn? Het lijkt uit te draaien op een persoonlijke projectie van deze decadentie, en het daarbij te laten, in plaats van het benoemen van overtuigende argumentatie. Wat bezielt deze schrijvers en wetenschappers? De laatsten zijn het aan hun stand verplicht om terzake kundige argumenten op te hoesten, maar dat is gelet de woorden van Couwenberg niet aan de orde.

  1. ‘De grondlegger van de moderne geschiedfilosofie G. Vico veronderstelt achter de evolutie een transcendente kracht of wil die mensen met gebruikmaking van hun deugden en ondeugden naar een bestemming voert die zij tijdens hun reis door de tijd niet kunnen kennen.’

Deze wetenschapper staat dus haaks op de netgesignaleerde trend, resp. cultuur, en dient dus als basis te worden genomen ten behoeve van een postmortaal levensperspectief. Uit deze ‘antithetische’ situatie moet een nieuwe wetenschappelijke synthese kunnen groeien, geboren kunnen worden. Om deze reden heeft deze beschouwing de titel van ‘Het fundamentele debat kan beginnen’ meegekregen.

Uitburgering het definitieve einde?

  1. Volgens de hersenonderzoeker D. Swaab moeten alle stervenden hun hersenen aan de Nederlandse Hersenbank afstaan en dat noemt hij een cursus uitburgering. Volgens hem eindigt met de dood inderdaad ons fysieke bestaan ons burgerlijke bestaan onder een bepaalde naam en volgens Swaab ook ons bewustzijn en daarmee dus ons hele (stoffelijke, jw) zijn. ‘Als het menselijk bewustzijn niet meer is dan het product van de werking van onze hersenen, zoals zo’n 90% van de neurowetenschappers veronderstelt, is dat reïncarnatieconcept natuurlijk apekool, evenals trouwens het onderscheid tussen natuur- en geesteswetenschappen.‘

Ook uit deze woorden blijkt weer onomstotelijk het materialistische mens- en wereldbeeld van samenleving en wetenschap. Ik neem de vrijheid wederom een citaat te ontlenen aan Hans Stolp in zijn Mijn beschermengel en ik: Het zien van die (toekomst[21])beelden vooraf had een bijzondere bedoeling. Het was belangrijk dat we diep vanbinnen zouden weten dat de komende levenslessen op aarde niet zinloos waren, maar ons een geestelijke winst zouden kunnen brengen. Dat besef moest ons de kracht geven om op een goede manier met die lessen om te gaan en er niet aan onderdoor te gaan.’[22]

Tevens kom ik terug op Swaabs stelling dat het menselijk bewustzijn niet meer is dan het product van onze hersenen. Ergens kwam ik deze esoterische afbakening tegen met betrekking tot de begrippen bewustzijn en geest: ‘Geest is het woord en is God, met een volmaakte psyche, een volmaakt denkvermogen. De mens, geschapen naar beeld en gelijkenis van deze God, is dus ook een ‘denkwezen’, een psychisch wezen, maar onvolmaakt. Het denken kan niet bestaan zonder een psychisch wezen. Bewust denken is denken met onderscheidingsvermogen. Denken met een geestelijke achtergrond. Je denkt natuurlijk met je stoffelijke hersenen, maar denken heeft ook te maken met, of over geestelijke, onstoffelijke zaken omdat je hersenen ook geestelijke impulsen kunnen ontvangen. Een mens is een psychisch wezen, dat wil dat tevens zeggen dat hij ook een denkwezen is. Dat is een twee-eenheid van het menselijk zijn. Ik weet zeker dat elk mens apart zijn denkvermogen zal kunnen verbeteren als hij voor zichzelf zover is gekomen dat hij inziet dat het mogelijk is, zal hij zijn trainingsmogelijkheden gebruiken. Het wilsvermogen komt dan om de hoek kijken om de ontwikkeling van het denkvermogen ook te realiseren. De wil is nodig om vast te houden aan het gestelde doel dat bereikt moet worden. Een mens is primair een innerlijk wezen; een mens leeft in principe het meest van binnen. Ik bedoel met zijn verlangens en gevoelens, waardoor het denken wordt bezield. Kortom, een mens is dus een geheim apart. Een geestelijk denkend mens is zich automatisch bewust van zijn goddelijke waarde. Dat menselijk wezen is verbonden met het goddelijke wezen. Ik bedoel het menselijk lichaam, gezien als voertuig van de geest, van de eigenlijke mens met dat denkvermogen dat in de gang van de levens naar hoger niveau zal evolueren en tot volkomen ontwikkeling zal komen. In de ziel als kernbeginsel is het super-ego aanwezig, de gedachte die de volmaakte mens inhoudt en waarin het beeld van de scheppende Kracht in een grote schittering aanwezig is.’[23]

Een tweede opmerking is hier op z’n plaats, die in overeenkomsten lijkt te hebben met het bovenstaande. Op 4 oktober 2008 verschijnt een paginagroot artikel in De Telegraaf over breinonderzoeker Dick Swaab, die het ‘oergevoel’ beschrijft in hersenen dat mensen hyperreligieus maakt, onder de kop ‘Boodschappen van God’ (verslaggever René Steenhorst). Daarnaast verschijnt een artikel van Swaab zelf onder de titel ‘Spiritualiteit is aangeboren’. Citaat: ‘Waarom geloven zoveel mensen in een god? Wat is de neurobiologische achtergrond hiervan en wat het evolutionaire voordeel? Is het voordeel wellicht het bij elkaar houden van de groep? En waar precies in de hersenen schuilt dit oergevoel, deze gevoeligheid voor spiritualiteit? Want zeker is dat de godaanbidding, althans de overtuiging dat er ‘een centrale bron’ is die álles voortbrengt en aanstuurt, ergens in onze cellen verborgen zit, weet prof.dr. D.F. Swaab, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. "Spiritualiteit is voor ongeveer 50 procent erfelijke aanleg." Maar Swaab schrijft ook paranormale verschijnselen toe aan een zeldzame vorm van epilepsie, zodat goddelijke invallen van apostel Paulus, Mohammed, Jeanne d’Arc, Vincent van Gogh en Dostojewski door epilepsie toegeschreven konden worden.

  1. ‘Tegenover de heersende materialistische neurowetenshap manifesteert zich echter een zekere belangstelling voor een niet-materialistische, spirituele beoefening van de neurowetenschap. Die gaat uit van het bestaan van de ziel als onsterfelijke entiteit en anticipeert daarmee op een paradigmawisseling en de introductie van nieuwe concepten voor het bewustzijnsonderzoek.’

Deze ontwikkeling is uiterst boeiend en zal in het kader van de theorievorming van de postmortualiteit goed gevolgd moet worden. En zoals mijn commentaar steeds een constante, te weten dat de ‘heersende materialistische’ neurowetenschap slechts opgang kan maken zolang er geen sprake is van paradigmawisseling, speelt de tijdsfactor in het voordeel van de spirituele beoefening van de neurowetenschap. Zoals de auteur ook aangeeft zal in de toekomst ‘niet de materie primair zijn en het bewustzijn daarvan slechts een afgeleide, maar het bewustzijn is primair en de materie secundair. Waarom kan men met zekerheid van deze paradigmawisseling uitgaan? Omdat de wetenschap zelf gevangen is door het materialistische wereldbeeld, en dat in tegenstelling tot het holistische. De neurowetenschap is ongetwijfeld productief en vruchtbaar bezig met het ontwikkelen van nieuwe technieken om de deelaspecten van de genetica, gedrag en cognitie met elkaar in verband te brengen en daarmee erfelijke ziekten die verband houden met afwijkende dna-structuren, te herstellen. Maar laat de neurowetenschap zich neutraal opstellen ten opzichte van de niet-zienbare wereld, omdat claims in de materialistische sfeer - ‘onzichtbaar leven bestaat niet’ - in de toekomst grote kans maken geverifieerd te worden. Juist ten aanzien van bewustzijn kan gesproken worden van een pre-existentie van het begrip bewustzijn - ‘In den Beginne was het Woord[24] - vóórafgaand aan het verschijnsel van de mens: ‘Alle dingen zijn door het woord geworden’ en dus óók de mens. Daarmee maakt de hypothese ‘het bewustzijn is primair en de materie secundair’ een sterke start, ondanks het feit dat deze Johannesuitspraak niet in het Oude Testament voorkomt.

  1. ‘De vraag wat er dan van mensen eigenlijk reïncarneert, blijft een groot punt van discussie. Is het menselijk bewustzijn dat in die interpretaties van goddelijke oorsprong is, dus niet het toevallig resultaat van de evolutie van de materie, bijproduct van mechanisch verlopende processen, zoals op grond van het heersende natuurwetenschappelijke paradigma gesteld wordt?’

Deze formulering verraadt wederom een materialistisch mensbeeld. Volgens het esoterisch christendom[25] is de ‘geest’ niet alleen het denkvermogen, zoals hiervoor aangegeven, maar ook de binnenste kern van de mens.[26] Volgens Stolp bevinden zich rond die binnenste kern een aantal mantels, omhulsels of lichamen. Het buitenste omhulsel van de geest op aarde is het aardse (stoffelijke of fysieke) lichaam. Daaromheen het etherische lichaam en ten slotte het astraal lichaam, dat tijdens de slaap uit het lichaam naar de geestelijke werelden gaat. De ziel werd en wordt dikwijls gezien als een schakel tussen de geest en het lichaam, ofwel tussen ons Ik-bewustzijn en ons fysieke lichaam. De geest is niet alleen het denkvermogen van de mens en dus het bewustzijn, maar ook het onderbewustzijn, waar de kennis uit voorgaande levens is opgeslagen en het onbewuste, dat nauw verband houdt met de ziel. Samengevat is de mens dus volgens het esoterische christendom van goddelijke oorsprong, dus ooit als een godsvonk uit de goddelijke schepper losgelaten om zelf te gaan leven. De mens is vanuit deze zienswijze zelf tijdloos en eeuwig. Maar omdat de scheppende kracht een permanente stroom van godsvonken is, die bij voortduring worden uitgestoten - vergelijk de zonnevlammen die in wisselende intensiteit uit de zon worden uitgestoten - komt het er op neer dat deze ‘vonken’ op zichzelf wel een startpunt hebben: in de uitstoot zelve een onbewuste kern, waar echter in het ‘zaad’, ‘kernbeginsel’, Ik-bewustzijn, de ziel dus met alle goddelijke kennis aanwezig, maar in de loop van de ervaringen die gaan volgen, steeds meer bewustzijn gaan ontwikkelen. De ziel en geest behoren, zo mag de conclusie luiden, tot de onzichtbare elementen binnenin de mens.

Waarom het leven blijven koesteren in een nihilistisch perspectief?

  1. ‘En de huidige seculiere religie van zelfontplooiing, maatschappelijk succes, consumptiecultus en seksueel hedonisme? Een nieuwe mythe die we als moderne mensen gecreëerd hebben als alternatief van een postmortaal levensperspectief, maar niet minder inbeelding en op niets uitlopend.’

Uit deze passage blijkt dat er één gemeenschappelijk element tussen het postmodernisme/portmortualisme enerzijds en de esoterie anderzijds bestaat: beiden gaan van zelfontplooiing uit, maar de materialistische mens zet in op maatschappelijk succes op basis van een geëigende vooropleiding, terwijl de esoterische christen zoveel mogelijk met geestelijke literatuur bezig is naast zijn eigen maatschappelijke verplichtingen. Deze christen is zich bewust dat hij op aarde bezig is met zijn geestelijke stijging en zijn bewustzijn van karma. Maatschappelijk succes is in deze setting niet uitgesloten, maar geen doel op zichzelf. Eenmaal bewust van de geestelijke oorsprong en zo snel mogelijk de ‘transfer’ te bewerkstelligen naar geestelijke sferen, werkt de christen bewust aan op geestelijke stijging via innerlijke stilte (meditatie) en een mensvriendelijk leven, zodat er geen karma wordt opgebouwd, waardoor geen terugkeer meer nodig is.

Ten besluit:

Vanwege het feit dat ik geen deskundig ben op het terrein van de godsdienstsociologie, - antropologie of -wijsbegeerte, ben ik ook onvoldoende op de hoogte van de wetenshapsontwikkelingen op deze terreinen. Gelukkig ben ik voldoende algemeen wetenschappelijk geschoold om mijn literatuurkennis (en -voorsprong) van het esoterische christendom om te zetten in revelante opmerkingen in deze discussie rondom het postmortale levensperspectief.

Zo ben ik bekend met het feit dat binnen de meurowetenschap hersengebieden zijn aan te wijzen die zich specifiek met het religieuze denken bezighouden, zodat er vanuit deze neurowetenschap met een ingebouwde mogelijkheid van menselijke bezinning op de eeuwigheid rekening moet worden gehouden. Een aangeboren menselijke eigenschap van bezinning op het hier-en-nu, maar ook op de eeuwigheid dus. Dat de mens, anders dan dieren óók denkwezens zijn, doet mijns inziens recht aan deze fundamentele eigenschap. Wel moet worden opgemerkt dat het karakter van het denken over eeuwigheid afhankelijk zijn van religieuze oriëntatiekaders, die in de loop der eeuwen sterk zijn veranderd. In dat verband haal ik Stolp aan die opmerkt dat daarom veel oudtestamentische teksten niet letterlijk gelezen kunnen of mogen worden, zoals onder andere het scheppingsverhaal, dat alleen in orthodoxe kring nog letterlijk wordt genomen. De zeven dagen staan volgens Stolp voor zeven tijdperken waarin de aarde gestalte kreeg. Dat ook religie in de prehistorie een andere rol speelde dan in onze moderne tijden spreekt voor zich. De primitieve mens kampte met ‘overdonderende’ natuurverschijnselen - variërend van onweer en bliksem tot aardbevingen en vulkanische uitbarstingen. De moderne mens kan deze verschijnselen via zijn wetenschap en opgebouwde kennis verklaren en heeft geen angsten meer doordat hij leeft in veilige behuizing.

Een tweede aanwijzing die de geldigheid van een inherente bezinningsfunctie van de mens lijkt te bevestigen is het feit dat communistische regimes, die tijdens de koude oorlog een einde hebben getracht te maken aan religieuze instellingen binnen hun machtsgebied, daarin niet zijn geslaagd. Zo was er een tijd datRussische soldaten tijdens de Praagse lente hebben geprobeerd kerkdiensten binnen het voormalige en katholieke Tsjecho-Slowakije te verstoren doorkerkdiensten met invallen te intimideren. Ook van het Chinese bewind is bekend dat het iedere vorm van (openbare) religiositeit hebben proberen te vernietigen. Dat is nimmer gelukt.

Er valt hier mogelijkerwijs een parallel te trekken met het hardnekkige verschijnsel van het blijven bestaan van religieuze behoefte in ons geseculariseerde Westen. Het is gezien de ervaringen binnen de communistische landen niet al te gedurfd te voorspellen dat het maatschappelijke verschijnsel religie onuitroeibaar is, zelfs in een gestaag vorderende seculiere samenleving. De kerk gaat dood, maar de mensen blijven geloven ‘in een hogere levensordening’.

Wat het seculiere Westen betreft dient overigens de aantekening te worden gemaakt dat Europa zich anders gedraagt dan de Verenigde Staten, waar altijd al een soort religieus christelijk-levensgevoel, en soms met fundamentalistische trekken, heeft bestaan. Mijn ‘empirische’ conclusie is dat private en publieke religieuze vormen van denken en handelen onuitroeibaar zijn. In de seculiere wereld geldt de observatie dat een groeiend deel van de ongelovigen‘iets’ anders gelooft en vanwege slechte jeugdervaringen een anti-houding heeft aangenomen: zij zijn a-kerkelijk - niet identiek als areligieus -  of bewust atheïst vanwege die oude en archaïsche kerkelijke gebruiken en tradities. Er is echter ook een substantieel bevolkingsdeel dateenvoudig vasthoudt aan de aanname dat ‘dood’ dood is, in navolging van Nietzsche.

Binnen het moderne humanisme begint zich een stroming af te tekenen die bereid is die postmortualitetsclaims serieus te nemen en op filosofische, dus rationele wijze te onderzoeken: ‘Dat is bijvoorbeeld het geval met de religieuze notie en soms intuïtie van een postmortaal levensperspectief.’ Omdat ik zelf behoor tot de categorie van burgers met een religieus bewustzijn- in het kader van het Nieuwe Tijdsdenken - kan ik hier ook uit persoonlijke ervaringsgronden een antwoord op geven. Een filosofische rechtvaardiging van een portmortaal levensperspectief kan in antwoord aan Hugo Verburgh en Hans Vincent[27],aanhaken bij het begrip ‘Nous’ van Plato en Aristoteles, zoals hiervoor in noot 26 opgemerkt. Maar de geesteswetenschap die in opkomst is, zal op termijn met andere wetenschapsparadigma’s moeten gaan werken, dan de bestaande huidige.

Voorlopige conclusie

Mijn voorlopige conclusie,of liever vermoeden,is dat de wetenschapsfilosofie pas open zal komen (te staan) voor het (religieuze) besef van een postmortaal levensperspectief, als de wetenschap mogelijkheden gaat ontdekken om ook in de niet-materialistische, de onzienlijke wereld door te dringen, en dat is nu evident niet het geval. Vanwege het feit dat wetenschappelijke instrumenten zelf de belemmering kennen van hun materiële aard, moet mijns inziens ook worden vastgesteld dat de wetenschap hier zelf een muur optrekt. Toch zijn in de afgelopen decennia doorbraken geweest zoals de Kirlian-fotografie, die in staat waren om kleuren om ons lichaam waar te nemen. Ik noem dit enkele feit omdat ik onkundig ben met wetenschappelijke doorbraken in de parapsychologie.

Een mogelijke uitkomst voor ons probleem van de basis voor een postmortaal perspectief is de filosofie van het bovennatuurlijke Nous van Plato en andere klassieke wijsgeren over te nemen die wel hun opvattingen over een postmortaal leven hebben verkondigd. De moderne wetenschappelijke denkkaders en methodiek zijn altijd een volstrekt ontoegankelijk domein geweest voor het verschijnsel dood en dat ligt voor de hand vanwege de onbekendheid van de fase na de stoffelijke dood. Maar daarmee hebben wij ook ons denkvermogen beperkt. Toch zijn er momenteel op alle mogelijke gebieden nieuwe ontwikkelingen waar te nemen. Een voorbeeld uit mijn kennissenkring: een verzorgende in de palliatieve zorg (dat is de zorg aan mensen in hun laatste levensfase). Deze persoon kan via de aura van mensen die op het punt staan te overlijden, zien wanneer de geest werkelijk uit het lichaam omhoog gaat (een wolk in de vorm van een menselijk lichaam’ zoals simulatiebeelden op internet laten zien). Vanuit deze ‘helderziende’[28] waarneming blijkt ook dat vele mensen hun stervensmoment afremmen tot het moment dat een gesprek is gevoerd met een nabestaande, waarmee nog een contact in het reine moet worden gebracht. Een gemiddelde arts die binnen die palliatieve sector werkt zal snel verkeerde conclusies trekken: hij is geneigd bij ‘schreeuwgedrag’ van demente bejaarden te vermoeden dat deze zwaar te lijden hebben aan hun (voor de arts onbestemde) pijnen. Er wordt besloten een morfine-injectie toe te dienen. Verplegenden die kunnen ‘schouwen’ - dat wil zeggen de aura van betrokkene kunnen zien - weten dat er geen sprake is van pijn en dat een morfine-injectie al helemaal geen uitkomst biedt. Het levert zelfs een averechts effect op omdat - bij intreden van de dood - de geest dan volkomen bedwelmd overgaat naar de andere ‘kant’ en daar geen oriëntatiepunten kan vinden. Uit deze omschrijving van ‘een overlijden’ - een helderziende spreekt van ‘overgang’ naar nieuw leven - wordt op voorhand duidelijk dat het nog een heel probleem wordt om deze zaken wetenschappelijk te onderzoeken, omdat de gemiddelde wetenschapper niet gelooft in een overgang naar dat andere leven.

Kortom, in deze materie zal nog een enorme mentaliteitsverandering op gang moeten worden gebracht om wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken.

* Jan Willem Jongejans is politicoloog en docent inburgeringskunde en bereidt een dissertatie voor over het liberalisme

 


[1]Ekke Overbeek,Polen zoeken naar voorspoed met behulp van magie en het occulte, in: hfd, 24 december 2010

[2]Filosoof-schrijfster Joke Hermsen: ‘De mens heeft rust nodig om creatief te zijn, in:Volkskrant magazine, 24 december 2010

[3]februari 2009-nummer van Civis Mundi ‘Is elk zijn tot niet-zijn geschapen? Postmortaal levensperspectief opnieuw ter discussie’

[4] Voor een overzicht van het begrip ‘esoterische traditie’ verwijs ik naar Hans Stolp, Aan synagoge, kerk en Moskee voorbij. Van religie naar menswording. Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer 2006, hoofdstuk 4: ‘Over de mysteriescholen en de esoterische traditie’ (pp. 38-49)

[5] Ilja Maso, Onsterfelijkheid. Van twijfel naar zekerheid. Uitgeverij Ten Have, 2007

[6] Volgens het woordenboek betekent secularisatie/seculariseren: wereldlijk maken, aan de staat trekken. Mijns inziens kan de grondwettelijke bepaling dat er vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing (art. 6) in ons land bestaat, gezien worden als de formele secularisatie van ons land. De scheiding van religie en staat komt niet in de grondwet voor, maar kan als uitvloeisel worden beschouwd van de religievrijheid.

[7] Op cit., p. 3

[8] Op cit.

[9] Op cit.

[10] P. 54 e.v.

[11] Fernando Suárez Müller, ‘Humanisme en leven na de dood. Een commentaar op Ilja Maso’s theorie van de onsterfelijkheid.’, Op cit., p.13

[12] Volgens Wikipedia

[13] Ik baseer deze stelling op grond van mijn gesprekken met mijn zwager die (hervormd) theoloog is

[14] Op cit., p.189

[15]Hans Stolp, Karma, reïncarnatie en christelijk geloof, uitgeverij Ten Have, 3e druk 2005 (1996)

[16] Zo staat het letterlijk in de tekst; waarschijnlijk wordt hiermee een accentuering aangeduid: vóór-bestaaan

[17]Er worden bronverwijzingen gegeven.

[18] Ik gebruik de term ‘meerdimensionale ruimte’ (Van Lommel, Eindeloos bewustzijn (Ten Have Kampen 2007; 209) in plaats van ‘gene zijde’, omdat ‘meerdimensionaal’ een medische wetenschapsterm is geworden.