Brief aan een buitengewone filosoof

Civis Mundi Digitaal #3

door Fernando Suárez Muller

Brief aan een buitengewone filosoof

Correspondentie met Joep Dohmen, auteur van Brief aan een middelmatige man, Ambo, Amsterdam, 2010.

Fernando Suárez Müller *  

Geachte heer Joep Dohmen,

Met uw boek, Brief aan een middelmatige man, slaat u een brug tussen een theorie van de persoonlijke levenskunst en een reflectie op de hedendaagse publieke moraal. Daarmee opent u de weg naar een ethiek die meer wil zijn dan levenskunst en die de grondslag wil bieden voor cultuurkritiek en sociaal engagement. Graven en ontwarren behoren tot de belangrijkste taken van de filosoof. En in uw boek wordt er gegraven en ontward en in een stijl die voor iedereen toegankelijk is. Bewonderen we niet aan de beste Grieken dat ze de filosofie in het bereik van de leefwereld houden? Dat ze de verbinding van leven en denken nog in stand weten te houden? De auteur van dit moedige boek is daarom in zekere zin een ware Griek! Een Έλληνoς κατ’ εξοχήν! (een Griek bij uitstek!)

Daarom wilde ik u van een ontmoeting vertellen die vorig jaar plaatsvond, toen ik tijdens uw oratie op de laatste bank zittend even afgeleid werd door een persoon die, net binnengekomen, naast mij ging zitten. Het was een oudere meneer met een wipneus, pretoogjes, een bijna bleke huidskleur en kalend voorhoofd. Die persoon bleek na afloop van uw lezing zeer onder de indruk van uw pleidooi voor een publieke moraal. We wisselden e-mailadressen uit en zouden nog eens afspreken om over uw lezing te spreken.

Toen ik uw boek vorige week ter bespreking ontving, mailde ik deze persoon, om het goede nieuws te brengen dat de oratie nu voor iedereen toegankelijk was. We spraken af om over uw boek van gedachten te wisselen, onder de Domtoren. En al wandelend naar het hofje van de Dom leerden we elkaar iets beter kennen. Hij bleek uit Zuid-Europa afkomstig te zijn, uit het Zuidoosten om precies te zijn. Toen hij mij zijn naam vertelde, wilde ik het niet geloven. Zijn naam was Sokrates!

- De enige, eeuwige en onsterfelijke Sokrates? Zei ik.

- Dezelfde, zei hij.

- Zo helemaal verbaasd ben ik niet, zei ik. Want al mijn hele leven vertelt er iets in mij dat mensen niet sterfelijk zijn. Maar, zeg eens Sokrates, wat drijft je naar de mensen toe? Beviel het je niet in het land van melk en honing?

- Nectar en ambrosia is er daar in overvloed. En ik bevind mij daar ook in goed gezelschap, want de filosofen aller tijden vertellen elkaar waarom ze op aarde dachten wat ze dachten. Maar het eeuwige leven betekent specifiek voor mij dat ik regelmatig dit land mag verlaten, want zoals je weet was mijn aardse leven gewijd aan het stimuleren van de reflectie. Dit was mijn levenskunst en dit eeuwig te mogen doen werd mij gegund. Zo wandel ik af en toe met de sterflijken of fluister ik mensen iets in het oor. De gelegenheid moet dit wel waard zijn. En zo een gelegenheid was de oratie en het verschijnen van dit boek.

- Het is voor mij een eer en ik zal er gretig gebruik van maken. Maar zeg eens Sokrates waarom dit boek voor jou zo belangrijk is en een reden om het land van nectar en ambrosia te verlaten?

- Het thema van een publieke moraal is zeer belangrijk, vooral nu de wereld en in het bijzonder Europa zich in een diepe geestelijke crisis bevinden waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. Er waren momenten in de geschiedenis van het door Zeus ontvoerde werelddeel waarin ik vaak acte de presence moest geven, niet altijd met succes. Want in tijden waarin reflectie en rede onder druk komen te staan, waarin beledigingen en haat de boventoon gaan voeren, kan ik het niet nalaten om mijn levenskunst in te zetten om de mensheid weer te verzoenen met de wijsheid.

- Mooi gesproken, Sokrates! Dus het is volgens jou de hoogste pretentie van dit boek om Europa uit het dal te halen?

- En de wereld! Want het lot van Europa en de wereld zijn verbonden, ook wanneer een gevaarlijke kliek demagogen dit niet vermag in te zien.

- Dit boek, Sokrates, moet je dus waarlijk hebben aangesproken want techne tou biou en agorá, kortom alles wat in je leven belangrijk is, staan er centraal?

- Zo is het, mijn vriend. De belangrijkste analyse van het boek is, lijkt mij, dat Europa zich in een staat van ontbinding bevindt en dat die ontbinding gebaseerd is op een uit de hand gelopen individualisme dat gedragen wordt door een economisch systeem dat de nadruk legt op het materiële bezit en geen ruimte meer biedt voor hogere "geestelijke" waarden. Eén van mijn leerlingen, dezelfde die mij in de filosofiegeschiedenis vereeuwigd heeft, zag soortgelijke problemen ontstaan in onze oude en geliefde democratie. Het is een gemis dat noch ik, noch mijn dierbare leerling in dit boek van Dohmen een belangrijke vermelding krijgen, want bestond de taak van Aristoteles, die in tegenstelling tot mijn leerling en ik wel in dit boek genoemd wordt, niet in feite in het systematiseren van het reeds voorgevondene?

- Beste Sokrates, ik denk dat jouw plaats en die van je leerling in de geschiedenis niet alleen van de filosofie maar ook van de levenskunst voor velen zo vanzelfsprekend zijn, dat die niet nog expliciet genoemd hoeven te worden. In zijn andere boeken is Dohmen hier wel duidelijk over. Een ander aspect van wat je net zei, Sokrates, verontrust mij omdat ik de indruk krijg dat je misschien te lang in het land van melk en honing bent geweest om te begrijpen dat in Europa de nadruk op het materiële bezit samengaat en waarschijnlijk ook het gevolg is van het feit dat er geen hogere "geestelijke" waarden meer bestaan. Het is je misschien ontgaan dat de laatste decennia een belangrijke groep filosofen de "postmoderne staat" heeft uitgeroepen, waarin geen plaats meer is voor overkoepelende verhalen die van invloed kunnen zijn op het publieke domein.

- Dat is mij niet ontgaan, mijn goede vriend. Maar ik deel hun analyse niet, hoezeer ik deze filosofen in vele aspecten van hun denken ook respecteer. Er schuilt wel degelijk een groot verhaal achter de instituties van het moderne tijdperk: de democratie en de rechtstaat zijn geen formele instanties, maar zijn gebaseerd op een verhaal over de waarde van de mens dat universalistische pretenties heeft en dat weldra - want daaraan werken vele filosofen nu - uitgebreid zal worden met een verhaal over de waarde van de natuur dat evenzeer universalistische pretenties heeft. Er is misschien te weinig gedaan om deze verhalen in een mythologische vorm te gieten, waardoor de mensen die zich niet al door een religie met de gehele mensheid verbonden voelen, een emotionele binding met het idee van "algemene geestelijke waarden" missen. Maar sinds de Westfaalse vrede zijn de belangrijkste naties van ons continent in feite pluralistische staten, zodat ik weinig kan met de veelvuldig gebruikte prefix "post" die ook Dohmen hanteert wanneer hij spreekt over een posttraditioneel tijdperk.

- Dus als ik je goed begrijp, Sokrates, beweer je dat de crisis van de publieke moraal niet te maken heeft met het ontbreken van de individuele kunst om het eigen leven in beheer te nemen, maar met het ontbreken van een erkenning van, en een duidelijk inzicht in, het grote verhaal dat ten grondslag ligt aan onze samenleving?

- Bij velen ontbreekt het inzicht, bij anderen ontbreekt de emotionele band ermee. De mensheid is een groot verhaal dat helaas te weinig verteld wordt en daarom niet het hart van velen verovert. Een religie, die zin en zijn van mijn bestaan bepaalt, ook na mijn dood, kan een hogere "geestelijke waarde" tegenover het medium "geld" zetten. Je weet dat ik, hoewel ik een verlicht mens ben, de godsdienst altijd heb geëerd en nog een offer aan Asklepiós heb laten brengen op de dag van mijn dood. We mogen ons gelukkig prijzen dat het vuur van de religie nog in het hart van veel mensen brandt en moeten het idee van de hand wijzen dat welke religie dan ook te reduceren is tot een politieke ideologie. Maar al Auguste Comte wist dat het grote verhaal van de moderne tijd een spirituele dimensie zou moeten ontwikkelen. Het romantisch op hol geslagen positivisme van Comte, dat door zijn Engelse vriend John Stuart Mill onbegrepen bleef, lijkt gelijk te krijgen. In zekere zin is de crisis van Europa ook een crisis van het utilitarisme, want een zinnige calculatie zou duidelijk maken dat het in het belang van de mensheid is om het politieke discours niet te infecteren met beledigingen. Maar deze calculatie kan geen resultaat boeken als de term "mensheid" geen positief emotionele inhoud krijgt. Comte begreep dit beter dan Mill. En zei niet ook al mijn goede vriend Kant dat het Sittengesetz ons weliswaar voor ogen kan staan, maar dat ook een wil, een emotionele band nodig is, om in overeenstemming met de wet te handelen?

- Sokrates, niet zo snel! Beweer je nu dat we levenskunst niet nodig hebben? Je hele leven heeft toch in dienst gestaan van deze kunst?

- Dat zou ik zeker niet willen beweren. Levenskunst is inderdaad essentieel, hoewel zij slechts een deel is van het ethische bestaan en van de moraal. Het is kunstmatig om levenskunst naast andere vormen van ethiek te plaatsen, want de ethiek is een eenheid, een dynamische eenheid waarin de levenskunst haar eigen plaats heeft. We kunnen de ethiek, zoals Dohmen doet, wel in vakjes verdelen en hier de deugdethiek plaatsen, daar de levenskunst en daarginds de zorgethiek, en we zouden nog vele andere vakjes kunnen bedenken zoals bijvoorbeeld de deontologische ethiek ofwel de principe-ethiek, zoals Kant die heeft opgesteld, maar we moeten niet vergeten dat de ethiek een dynamische eenheid is en daarom is het nodig om aan de startprincipes van de ethiek te denken die het geheel van ethische praktijken vooruit stuwen. De ethiek is net als de God Dionysos. Je kan hem niet in stukjes hakken zonder dat die weer een eenheid wordt.

- Dus je denkt, Sokrates, dat eerst een fundamentele reflectie over ethiek nodig is eer we het idee van de levenskunst naar voren brengen?

- Wel als we met Dohmen onder levenskunst het geheel van praktijken en technieken verstaan om grip te krijgen op ons leven. Er zijn mensen die op zeer gedisciplineerde wijze hun leven en samenleven inrichten en daarbij toch de meest moorddadige plannen koesteren. Dit is het probleem van de filosofie van mijn goede vriend Nietzsche, die in het land van melk en honing zijn theorie van de wil tot macht en de dood van God nu zelf met kritische ogen benadert. We moeten eerst een duidelijk inzicht krijgen in het Goede zodat we ons een idee kunnen maken van de technieken en praktijken die we moeten inzetten om dit Goede te realiseren.

- Beste Sokrates, je stelt mij wel teleur. Eerst beweer je dat de grote verhalen de wereld nog niet uit zijn en nu beweer je dat we inzicht moeten krijgen in het algemene idee van het Goede? Ik weet dat je niet van deze tijd bent, maar tegenwoordig is men van mening dat het goede in algemene zin niet bestaat. Dit is de conclusie die we aan Nietzsche verbinden. We kunnen hoogstens met Dohmen verwachten dat ieder voor zich een idee krijgt van wat voor hem- of haarzelf het goede is.

- Dat is ook, goede vriend, één van mijn bezwaren tegen het beeld dat Dohmen van de levenskunst schetst. Vertel mij eens hoe je het individualisme kunt overstijgen om plaats te maken voor een publieke moraal vanuit een opvatting van levenskunst die het goede slechts op particuliere wijze een rol laat spelen? Ik ontken niet dat het goede - afhankelijk van de verschillende talenten en smaken - ook in veelvoud is te denken. Maar het goede in veelvoud kan alleen goed zijn binnen de kaders van een algemeen idee van het Goede. Anders vervallen we in het subjectivisme, een gevaar dat ik in het werk van Dohmen nog niet geband zie. Grip krijgen op je leven en goed weten wat je eigenlijk wilt, zijn voorwaarden waaraan helaas ook de intelligente crimineel voldoet. Het kan een hele levenskunst zijn om een moorddadig leven te leiden waarin je plezier schept uit een kat en muis spel met de politie.

- Maar Sokrates, begrijp je dan niet dat Dohmen wil dat ieder voor zich het begrip van het goede zelf invult. Dit is een voorwaarde voor vrijheid. Ieder moet het goede zelf invullen, ieder moet, zoals de Canadese filosoof Charles Taylor zegt, zijn eigen hypergoods, d.w.z. zijn laatste waarden, op een rijtje krijgen, en het liefst op een hiërarchisch rijtje. Dat maakt de levenskunst tot iets creatiefs en het product van een eigen zoektocht. Pas dan is de mens volgens Dohmen vrij.

- Een inzicht, mijn beste vriend, dat niet vrij is gewonnen, is inderdaad geen echt geldig inzicht. Wie rijtjes "waarden" in zijn jeugdjaren uit zijn hoofd heeft geleerd en nooit heeft bereflecteerd, is inderdaad niet vrij. Is niet de maieutica mijn vak, waarbij ik mijn gesprekspartner zelf de weg naar de waarheid laat zoeken? Ik verzeker je dat ik alleen nog maar onder de mensen verschijn om het begrip "wijsheid" weer tot leven te brengen. En we begrijpen dit begrip niet, als we het Goede slechts particularistisch opvatten. Daarom kan ik de relativistische consequenties die gepaard gaan met de uitspraak dat God dood is, niet aanvaarden. Ook Nietzsche ziet nu in dat hij zijn aristocratische idealen niet uit de hoed kan toveren, dat er een objectief idee van het Goede bestaat, dat het nadenken over de omlijning ervan de liefde voor de wijsheid is.

- Dus het is niet voldoende, Sokrates, om de formele lijnen aan te geven van praktijken en technieken om grip te krijgen op het leven of om een sterk karakter met een vastomlijnde wil te kweken, of zoals Dohmen zegt, om ons het leven toe te eigenen?

- Dat is zeker niet voldoende, mijn vriend. Aan formele lijnen hebben we weinig. Wie een echte levenskunst wil voordragen, zal eerst een ethische keuze moeten maken voor een bepaald type levenskunst. Deze keuze moet rationeel zijn, d.w.z. beargumenteerd zijn, en zal uit moeten gaan van het idee van een algemeen geldige waarheid. Ook hier kunnen we de gevolgen van de spreuk "God is dood" niet aanvaarden. We moeten ervoor kunnen instaan dat het type levenskunst dat we kiezen ethisch is.

- Je wilt toch niet beweren, Sokrates, dat je één bepaalde vorm van levenskunst voorop wilt stellen en die met de paplepel bij de mensen in wilt gieten?

- Hoewel ik met mijn techniek menig persoon tot een nieuwe geboorte heb gebracht, komen paplepels hier niet aan te pas. Helpen bij de geboorte doet de vrijheid niet teniet.

- Daarover ben je het dus met Dohmen eens!

- De intersubjectieve dialoog is, mijn vriend, inderdaad geen inbreuk op de vrijheid. De levenskunst die ik vooropstel is de maieutische en ik denk dat Dohmen mijn levenskunstideaal in feite deelt.

- Maar wacht even, want voor Dohmen moet je eerst sterk in je eigen schoenen staan voor je aan de intersubjectieve levenskunst begint. Hij benadrukt in de lijn van Nietzsche en van de Stoïci dat er eerst macht moet zijn over jezelf. Er moet een "wil tot macht" zijn, een wil om grip te krijgen op het eigen leven, een wil om een sterk karakter en een duidelijke wil te ontwikkelen.

- Dit laatste, mijn vriend, drukt inderdaad een paradox uit in het verhaal van Dohmen, want aan de ene kant moet de wil ontwikkeld worden en aan de andere kant moet die er al zijn. Nadruk leggen op de wil is altijd nadruk leggen op de individualiteit. En de vraag is natuurlijk: wanneer denken we voldoende grip te hebben op het leven en is het punt aangebroken om hulpvaardig te zijn? Is dat niet het probleem van de tijd waarin jullie leven? De mensen hebben angst om hun bezit, om hun grip op het leven kwijt te raken en daardoor vermindert de hulpvaardigheid.

- Precies dat zegt toch Joep Dohmen ook!

- Maar, mijn vriend, moeten we blijven denken in termen van "grip hebben op"? Deze vorm van "wil tot macht" lijkt mij niet het begin van de levenskunst. Haar aanvang is een wil tot waarheid en of jullie daar, in jullie aardse bestaan, ooit grip op krijgen is maar de vraag, maar dit is volgens mij ook niet nodig voor de ontplooiing van de maieutica. We zijn toch voor zo ver we denken dialogische wezens, die altijd al in onszelf en ook dankzij anderen en met anderen de maieutica beoefenen? Grip, tussen aanhalingstekens, is een gevolg. De maieutica is een techniek en een praktijk die we hebben omdat we rationele wezens zijn: het is de techniek en praktijk van het denken zelf en natuurlijk in ons allen aanwezig. Alle andere mogelijke technieken om zogenaamd grip te krijgen op het leven moeten zich verhouden tot deze eerste natuurlijke praktijk.

- Joep Dohmen dixit!

- Ik weet, mijn vriend, dat hij eigenlijk een leerling van mij is, hoewel hij denkt er één van Nietzsche te zijn.

- Maar Sokrates, is niet ook beide mogelijk?

- Wel, mijn vriend, als we uitgaan van de Nietzsche die woont in het land van melk en honing of die hunkerde naar de verloren god. Niet als we uitgaan van een Nietzsche die het geloof in de eenheid van de waarheid heeft afgezworen.

- Dus bedoel je, Sokrates, dat we het idee van het objectief Goede opnieuw moeten koesteren? Waar zou dit Goede, dat volgens jou "objectief" is, zich dan bevinden?

En met de woorden "Beste vriend, waar denk je dat ik vandaan kom?" was hij verdwenen.

*Dr. Fernando Suárez Müller  is Universitair Docent praktische filosofie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht.