Politiek en publiek bestel in verwarring

Civis Mundi Digitaal #5

door Maurice Koopman

POLITIEK EN PUBLIEK BESTEL IN VERWARRING

Maurice Koopman *

 

De Publieke Omroep ligt onder vuur. Niet voor het eerst en niet alleen in Nederland. De BBC bijna onaantastbaar in haar superioriteit  moet drastisch bezuinigen en ook In Zweden, België, Duitsland en elders in Europa worden de publiek omroepen door de  politiek onder druk gezet om  te reorganiseren. Naast allerlei partijpolitieke en budgettaire overwegingen  die daaraan ten grondslag liggen, lijkt er een  belangrijke onderstroom te bestaan van gevoelens waarin de noodzaak van een publieke omroep niet meer als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Een signaal dat door de Nederlandse politiek met gemengde gevoelens wordt ontvangen. Ten dele omdat die gevoelens ook in politieke kringen leven terwijl men anderzijds beseft, dat politiek en  publiek bestel nauw verweven zijn. Dan is het moeilijk kosten en baten in evenwicht te krijgen. Of Andes gezegd hoe rigoureus kan de politiek ingrijpen zonder zelf averij op te lopen.  Een dilemma dat in vele Europese landen speelt.                                                                     

 

MACHT VAN DE OMROEP                                                                                                                                                   Die onderstroom ligt ook ten grondslag aan het artikel van Koos Kalkman, "Pluriformiteit en publieke omroep, een kritische evaluatie" in de laatste aflevering van Civis Mundi. Kalkman schetst daarin het beeld van een Nederlandse publieke omroep die al sinds haar bestaan omstreden is. Of beter gezegd: in de bestaansgeschiedenis van de publieke omroep zijn er steeds ‘andersdenkenden’ geweest zijn, die het toedelen van radio- en later ook televisie zendtijd aan verenigingen op ideële grondslag, bestreden hebben. Liever zag men een nationale omroep, bij voorkeur naar Engels model, waarbij veelal een  BBC op Nederlandse schaal voor ogen stond. Radiopionier Willen Vogt, algemeen beschouwd als de voornaamste grondlegger van de Nederlandse omroep dacht al in termen van één algemene nationale omroep, maar kon uiteindelijk niet meer verwezenlijken dan een Algemene Vereniging Radio Omroep, wat iets anders is dan één nationale omroep. De "verzuilden" van die jaren sneden hem de pas af. Er moest  een protestantse, katholieke, vrijzinnig protestantse, socialistische en algemeen/liberale omroep komen. Zo was de samenleving samengesteld en aldus was het politieke bestel in gericht. Het paste in het wereldbeeld van het Nederland van die dagen

Zo bleef het al die jaren.  De verzuiling doorstond alle druk tot verandering. Na de Tweede W.O. leek er een breed gedragen notie te bestaan, niet meer in de oude verzuiling van voor de oorlog te vervallen. Politiek en maatschappelijk moesten de oude tegenstellingen geen nieuw leven in worden geblazen, de samenleving zou ontzuild worden. Dat besef hield maar kort stand. De oude verhoudingen werden snel hersteld en de samenleving raakte ‘verzuilder’ dan ooit. Er kwam geen nationale omroep. De geschiedenis is bekend, de omroepen van voor de oorlog kwamen weer even massief terug en weer had Nederland protestantse, katholieke, vrijzinnig protestantse,  socialistische en algemeen/liberale radio.

De introductie van de televisie in de vijftiger jaren leek een zeer praktische aanleiding om tot één gezamenlijk omroep te komen. Immers televisie techniek is aanzienlijk gecompliceerder en boven- dien ruimschoots kostbaarder dan radio techniek. Men kon bezwaarlijk voor iedere omroep een eigen volledige televisie infrastructuur inrichten. Dat begrepen de omroepen ook wel en het gebeurde dus ook inderdaad niet. De techniek kwam in gezamenlijk handen, maar de verzuilde omroepen bleven onverminderd voortbestaan. Ook de televisie werd weer protestants, katholiek, enz.

Kalkman wijdt deze hardnekkigheid in de structuur van de publieke omroep  aan de macht van de instituties. Dat wil zeggen aan de omroepverenigingen met hun honderdduizenden leden. Anno 2011 biedt de (digitale) techniek thans een nieuwe  mogelijkheid, volgens Kalkman zelfs noodzaak, om de omroepstructuur ingrijpend te herzien. Immers er is oneindig veel meer radio- en televisie aanbod mogelijk dan in het analoge tijdperk en daardoor is de publieke omroep grotendeels overbodig. Althans de publieke omroep is geen vanzelfsprekende noodzaak meer.  Sterker nog, het overvloedige radio- en televisie aanbod is overwegend markt conform  georganiseerd en  de daarmee gepaard gaande noodzaak tot winst maken wordt hinderlijk in de weg gezeten door publiek gefinancierde omroep. Europa, blind voorvechter van de vrije markt, ziet in publieke omroep zelfs concurrentievervalsing. Het heeft het nog niet verboden, maar als het aan Europa zelf lag...

Kalkman wil Europa wel een handje helpen. Niet door de publieke omroep te verbieden wegens verstoring van de openbare markt, maar door haar eenvoudig op te heffen wegens overbodigheid. Op een enkel onderdeel na.                                                                                                                                       

Kalkman heeft ten dele gelijk als hij de verzuilde omroepverenigingen welhaast bovenmenselijke macht toedicht, waar het gaat om overleven. Toch steekt die macht van omroepen nog een snede dieper dan Kalkman veronderstelt. Nederland is weliswaar grotendeels ontzuild, maar het politieke bestel niet. Dat was en is ten dele nog steeds volgens dezelfde scheidslijnen verzuild als de publieke omroep: protestants/katholiek (ze gingen samen om de macht te consolideren), socialistisch,vrijzinnig en algemeen/liberaal in diverse varianten. De politieke stromingen beschouwden het beheer  over radio en TV als te belangrijk om dat uit handen te geven aan zoiets als een nationale autoriteit. Liever een omroepbestel dat een  afspiegeling is van het politieke bestel en daar in zekere zin ook dienstbaar aan is. Als de omroepen machtige instituties zijn, dan zijn ze dat omdat hun macht parallel loopt met die van de politieke partijen.  Kijkers, luisteraars en ledenbestanden zijn een begerenswaardig deel van het draagvlak van de politieke partijen. Omgekeerd zijn de politieke partijen de garantie voor het voortbestaan van de publieke omroep.

Die wederzijdse afhankelijkheid van omroep en politiek komt in het stuk van Kalkman niet zo scherp uit de verf. Het suggereert een zekere onbegrijpelijkheid waar het gaat om het onverminderd  voortbestaan van het verzuilde bestel in een tijd, waarin nieuwe technologie allerlei nieuwe platforms heeft gecreëerd. Maar zo onbegrijpelijk is dat  dus niet. Het is meer welbegrepen eigenbelang van politiek en omroep. Dat is blijkbaar sterker dan welke technologie dan ook.

 

VERWARRING                                                                                                                               

Nu is het ook weer niet zo dat er niets verandert  in het omroepbestel. Naast de omroepen namens geestelijke stromingen is er intussen een hele stoet nieuwkomers binnengeloodst, die alle op de één of andere manier de tijdgeest weerspiegelen. Links in de politiek is wat uit de mode, dus moest er in het omroepbestel ruimte gemaakt worden voor allerlei nieuw rechts. Dat kwam er, maar binnen  de structuren die de omroep kent: verenigingen die, als ze genoeg leden hebben, zendtijd en subsidie krijgen ten behoeve van hun hunkerende achterbannen:  jongeren, bejaarden, populisten, popi-jopi’s  ze hebben  allemaal een plaatsje gekregen en polderen intussen van harte mee binnen dat bestel. Eerder gebeurde dat al met de door de behoefte aan amusement gedreven nieuwkomers. Het blijkt evenwel een getrouwe afspiegeling van wat in het politieke bestel gaande is. Daar heerst al weer geruime tijd opperste verwarring over wat de relatie tussen burger en politiek heet. De politiek heeft zichzelf opgesloten onder de zogenoemde Haagse stolp en verstaat de burger niet meer. Omgekeerd herkent de burger zich niet meer in bestaande politieke partijen en zweeft van de ene naar de andere partij. Nerveus wendt hij zich tot, soms inderhaast, ontstane nieuwe politieke partijen en bewegingen die naast de hoofdstromingen zijn ontstaan: zijtakken van  religieuze, socialistische en liberale partijen, maar ook one issue partijen, populisten en wat er verder nog op komst is. De nieuwkomers in het politieke en publieke bestel vertonen sterke overeenkomst:  zij allen trachten de diverse onvredes te kanaliseren.                                                                                          

Intussen zetten de politieke nieuwkomers zich met verve af tegen het omroepbestel. Logisch, vervolg op hun verzet tegen het politiek bestel, waar ze nu enthousiast deel van uitmaken. Het ligt voor de hand dat ze daarin gesteund worden door de liberale stroming inclusief de sociaal en groen liberalen, want die waren historisch al voor een nationale omroep. Maar geen van allen heeft er blijk van gegeven een helder beeld te hebben van hoe een publieke omroep er anno nu zou kunne uitzien. Bezuinigingen en fusies van omroepverenigingen staat men voor en dat vindt men al heel wat. De omroepwereld is er in ieder geval danig van in de war geraakt.     

 

ANDERE PUBLIEKE OMROEP                                                                                                                                         Hoe nu verder te midden van al deze verwarring? Kalkman ziet een oplossing. Hij ontleent die aan een rapport van de Werkgroep Andere Publieke Omroep (APO), waarvan hij deel uitmaakt en die plannen ontwerpt voor een ander publiek bestel. Zelf ben ik ook een tijdje lid geweest van deze groep, maar dat is intussen al weer even geleden.            In het laatste rapport van de werkgroep (waaraan ik niet heb meegewerkt) is de vuistregel, dat bijna alles wat de publieke omroep nu doet beter door de commerciëlen kan worden gedaan. Met uitzondering van informatie en cultuur. Die worden niet  aan de commerciëlen toevertrouwd. Het is het exclusieve terrein waaraan nog publieke middelen mogen worden besteed.                                                                                                                                                           

Kalkman stelt een publieke omroep voor bestaande uit twee zenders, reclamevrij en  uitsluitend bestemd voor informatie en cultuur. De publieke omroep als niche zender, aanvullend op het commerciële aanbod. Het spreekt vanzelf dat een dergelijke omroep nationaal beheerd moet worden. Omroepverenigingen zijn overbodig. Zij kunnen hun bedrijf omvormen tot programma- productiebedrijven die voor de nationale omroep programma’s  produceren op het gebied van informatie en  cultuur. Voor commerciële zender kunnen ze andere programma’s maken als ze dat zouden willen. Leidende gedachte is dat de publiek omroep een aanvullende functie dient te hebben op het aanbod van de commerciëlen en dat dit op geen enkele wijze concurrerend mag zijn voor dat aanbod . Geen entertainment, sport , films, infotainment, licht drama en human interest op de publieke zenders. En zeker geen reclame. Aldus de weg vrijmakend voor hoger reclame inkomsten voor de commerciële zenders. Europa knort tevreden en de aandeelhouders van de betreffende ondernemingen met haar.                    

Tegen een dergelijke opvatting van publieke omroep valt veel  in te brengen.

Puntsgewijs :                                                                                                                                                                                                                                      -- een publieke omroep kan niet  volstaan met een programma aanbod voor een uiterst beperkte doelgroep, al was het maar omdat iedere belastingbetaler geacht wordt er aan mee te betalen. Daar mag hij toch wel iets voor terugverlangen, wat hem interesseert. M.a.w. voor een dergelijk bestel is geen draagvlak te creëren, 

 - Er bestaat dan ook nergens ter wereld een publiek bestel dat zich beperkt tot het bedienen van een beperkte doelgroep.  

 - Informatie en cultuur behoeven niet afgeschermd te worden van de commercie. Er zijn voldoende voorbeelden van commerciële nieuws- (CNN, Al Jazeera, Sky News) en cultuur zenders (Brava, Mezzo).                                                                                                                                                                     

 - Het is te cynisch om massa’s kijkers volledig aan het commerciële amusement uit te leveren.  Er is geen bezwaar te bedenken tegen publieke zenders die grensverleggend en kwalitatief hoogwaardig amusent aanbieden.                                                                                                                                                       

- een Nederlandse informatiezender lijkt niet erg kansrijk naast CNN, Sky News en al die anderen. Zelfs op de radio lukt het niet een boeiende nieuwszender te realiseren...                                                                                                                                        

 - enzovoort

Maar meer nog dan dit soort bezwaren geldt dat in dit plan de relatie tussen politiek en omroep niet  wordt opgehelderd.  Die relatie kan niet genegeerd worden. Voor het goed laten functioneren van een moderne onafhankelijke  publieke omroep is het een vereiste dat de verregaande verwevenheid en de daarmee gepaard gaande wederzijdse afhankelijkheid wordt ontmanteld. Allicht dat daarmee de weg wordt vrij gemaakt voor een onafhankelijke publieke omroep, die aansluiting heeft bij moderne technieken, maar meer nog bij het levensgevoel van kijkers en luisteraars van nu. Zij worden niet meer voortdurend aangesproken op hun loyaliteit aan verenigingen die al lang niet meer  de hunne zijn.

Zo’n publieke omroep kan wel met minder toe. Twee zenders is genoeg, maar wel met een breed, kwalitatief hoogwaardig programma aanbod. Voor de programmering valt veel te leren van wat BBC,VRT en tal van andere publieke omroepen in de wereld al heel lang doen: één zender voor brede familieprogrammering en een tweede voor meer special interest programma’s: sport, cultuur, jeugd en andere.                                                                                                                                                                               

Het zou mooi zijn als het reclamevrij kon, maar dan moet de belastingbetaler wel bereid gevonden worden een adequaat budget ter beschikking te stellen. Het vaststellen van het budget voor de publieke omroep gebeurt door de politiek éénmaal per vier jaar. Deze andere publieke omroep wordt centraal bestuurd door één bestuur  bijgestaan door  een  programmadirecteur voor iedere zender. Productiebedrijven voortkomend uit de oude omroepverenigingen produceren de programma’s in opdracht van de centrale omroep.       

Aldus kan voor de komende decennia in het publieke omroep bestel de permanente staat van verwarring opgeheven worden. Nu nog in het politieke bestel.

 

* Maurice Koopman is directeur VARA Televisie, programma directeur FilmNet International, Consultant SBS International en wethouder voor o.m. Media in Hilversum.