Reïncarnatie ’... und kein Ende’?

Civis Mundi Digitaal #5

door Hugo Verbrugh

Reïncarnatie ’... und kein Ende’?

 Hugo Verbrugh

 

De uitdrukking ’... und kein Ende’ is populair en betekent zoiets als ’ ... en het gáát maar door’. De ondertoon is negatief, zelfs licht vertwijfeld. Ik heb niet kunnen achterhalen waar zij vandaan komt, maar de boodschap is helder. ’Kom nou toch eens ter zake (en hou dan op)!’

Ik ben al vele jaren in gesprek met Wim Couwenberg over reïncarnatie in het algemeen en over de bijdrage aan nader inzicht daarin die de begrippen ’hiertussenmaals’ en ’perifere identiteit’ zouden kunnen geven in het bijzonder, er is vrijwel niemand bij wie mijn pourparlers over deze onderwerpen creatiever (ook kritisch!) resoneren dan Wim Couwenberg, maar erg hard opschieten doet het niet; ook hij blijft vooral met onzekerheden, vragen en twijfels zitten.

Nu is als ’Dritte im Bunde’ Frans Wuijts in actie gekomen, en ook hem lijk ik niet veel verder gebracht te hebben. Hij reageerde op mijn artikel ‘Reïncarnatie? Nee dank u’ van 7 februari 2011 waarin ik in een virtuele samenspraak probeerde mijn ’denken over (aspecten van) reïncarnatie, zoals de begrippen "hiertussenmaals" en "perifere identiteit" te kunnen verversen vanaf een gemeenschappelijk nulpunt te samen met "De Ander". ’Na herhaalde lezing ervan kan ik helaas niet concluderen dat ik met beide begrippen veel ben opgeschoten,’ stelt Wuijts. Dat is geen goed nieuws.

Maar er is ook goed nieuws. ’Ook al ben ik na het lezen van het artikel inhoudelijk met de begrippen ‘hiertussenmaals’ en ‘perifere identiteit’ niet veel opgeschoten, een kracht ervan is wel ... dat mijn denken erdoor is gestimuleerd,’ schrijft hij ook.

Dat vindt een auteur natuurlijk goed om te lezen, maar dat is pas het begin. Nog veel beter nieuws is dat Wuijts dan zijn eigen samenvatting geeft van wat hij, gestimuleerd in zijn denken, heeft gelezen en geleerd, en dan een eigen verhaal vertelt waarin ik zeer veel herken van wat ik denk over reïncarnatie en van wat ik wil zeggen.

’Hier lijken we te stuiten op een tegenstrijdigheid, wellicht een paradox’, citeer ik Wuijts, en ik laat hem bijna de fameuze Bommel-quote denken: ’ik wist niet dat ik het in mij had’.

Dat lijkt misschien jokkernij, maar ik meen het serieus. In feite is sprake van een belangrijk, maar gemakkelijk verhelpbaar misverstand. Vaak wordt nog gedacht dat wij ’objectieve’ kennis en begrip van de werkelijkheid, dus ook inzake reïncarnatie, zouden kunnen verwerven. Dat is een oude, intussen achterhaalde notie. Wuijts beseft dat voor de helft. Dàt maakt dat hij nog niet helemaal weet dat hij in elk geval op de goede weg is in de richting van authentieke kennis en begrip van reïncarnatie.

Meer specifiek weet ik niet te reageren op zijn artikel. Ik kan alleen nader toelichten wat ik bedoel. Kennis en begrip zijn functies van de mens als geheel. Dat leert de moderne filosofie. De notie dat wij met onze hersens ’objectieve’ kennis zouden kunnen krijgen, is totaal achterhaald. ’Objectieve kennis´ bestaat niet. Ik kan over helemaal niets ooit objectief iets weten, want al mijn kennis is mijn kennis en als zodanig gebonden aan het subject dat ik ben. In elke menselijke situatie, didactisch of niet, hebben begrip en kennis drie onlosmakelijk met elkaar verbon­den connotaties: objectief, subjectief en intersubjectief. In de eerstgenoemde connotatie staan kennis en begrip los van de persoon. Kennis en begrip hebben volgens deze connotatie betrekking op zaken die voor iedereen gelijkelijk zó en niet anders zijn, los van de persoon. Dat noemen we de objec­tieve connotatie. Omgekeerd zijn kennis en begrip evenzo intiem verbonden met de persoon. Iedereen die pretendeert iets te weten en te begrijpen, moet kunnen zeggen ’ik weet ..., ik begrijp ...’. Dat is de subjec­tieve connotatie. Ten slotte moeten kennis en begrip mede­deelbaar zijn: door meer­dere mensen als waar en geldig onderkend worden. Dat is intersub­jec­tief; de persoon is altijd verbonden met andere personen. Deze drievoudige connotatie van onze kennis kan vergeleken worden met de drie coördinaten van een punt in de ruimte: links-rechts, voor-achter, boven-beneden. Zodra wij ons een punt in de ruimte voorstellen, zien we het gelocaliseerd ten opzichte van deze drie dimensies. De onmiddellijke ervaring leert dat wij ons dit anders kunnen voorstellen dan zó. En precies zo is het met onze kennis en begrip - en al helemaal als het over een zo persoonlijk thema als reïncarnatie gaat..

Een mini-parabel moge toelichten hoe ik dit zie.

Hij is gebaseerd op ´Mon oncle Jules´, een verhaal van Guy de Maupassant. Een klein jongetje in een kleinburgerlijk gezin in een Frans kuststadje (Le Havre) vertelt hoe het gezin elke zondag een wandeling maakt en dan neerstrijkt in de haven. Lang geleden is oom Julius vandaar vertrokken naar Amerika, en nu leeft het gezin met de hoop dat hij als een rijke man terug zal komen. Jaren verstrijken, maar oom Jules komt niet. Maar dan, langzaam en onopvallend, zonder dat ze aanvankelijk zich er bewust van zijn, merken de familieleden een arme sloeber op die vanaf een niet meer reconstrueerbaar moment elke zondag ook op een bankje aan de haven zit. Niemand zegt iets, maar in de loop van de volgende weken, elke week een beetje minder onbewust, wordt de waarheid onmiskenbaar.

Het verhaal over mon oncle Jules is melancholiek; mijn mini-parabel is positief getoonzet. Als je hoopt op herkenning van het begrip van reïncarnatie dat je zoekt, wanhoop niet - het is dichterbij dan je misschien denkt.

Voor de lezer die deze reactie misschien wat mager vindt heb ik nog enkele aanvullingen.

Het punt is dat Wuijts en ik elkaar uitzonderlijk goed kennen. Ook dat is een ietwat paradoxale mededeling, want we hebben elkaar maar twee keer ’live’ ontmoet, beide keren heel kort en oppervlakkig. De eerste keer herinner mij zelf niet eens. Het moet op het station Driebergen-Zeist geweest zijn, toevallig, een jaar of dertig geleden. De tweede keer was in een zeer publieke bijeenkomst. Daar spraken we toen even met elkaar.

Het echte werk gebeurt intussen in cyberspace. Daar hebben we al ruim twee jaar vrijwel elke dag, en dan vrijwel altijd meerdere malen per dag, intensief contact. Sinds eind november heb ik een blog bij de Volkskrant onder de naam ’Middernachtszon’. Wuijts is een van de top-tien vaste ’reageerders’ [tussen aanhalingstekens omdat ’vaste medewerkers’ beter zou zijn]. In dat verband hebben we elkaar ’hervonden’ tijdens de hierboven aangeduide publieke bijeenkomst [op 10 oktober 2010 blogde ik daarover op de Middernachtszon]. In die blog hebben wij de afgelopen twee jaar gecommuniceerd over van alles en nog wat, met name over de reïncarnatie in het algemeen en het ’nee, dank u’ in het bijzonder. Dàt zou allemaal ... - nou, nee niet allemaal; een extract daarvan zou mooi in deze rubriek in Civis Mundi passen.