Problematiek verbreiding moderniteit in liberale zin met actief mensenrechtenbeleid ter illustratie

Civis Mundi Digitaal #5

door Wim Couwenberg

Problematiek verbreiding moderniteit in liberale zin met actief mensenrechtenbeleid ter illustratie

Wim Couwenberg

 

Sinds de tweede helft van de vorige eeuw, zo is het uitgangspunt van dit thema, groeit in de competitie met de pretenties van het door de Sovjet-Unie geleide wereldcommunisme meer nog dan voorheen de ambitie de moderniteit in liberale zin van een afwijking van het algemeen menselijk patroon van de premoderniteit te ontwikkelen tot het nieuwe algemeen menselijke patroon van beschaving in de overtuiging dat dit beschavingsconcept het verst gevorderd is in de ontwikkeling en verwerkelijking van wat mens-zijn kan en moet betekenen, kortom van humaniteit. In die optiek wordt het toekomstbeeld van de niet-westerse wereld gezien als een weerspiegeling van dat tot universele norm verheven liberale beschavingstype.

Het is een ambitie die tot uiting komt in een reeks van activiteiten: in de eerste plaats de verdere ontwikkeling van het economisch stelsel van de vrije markteconomie tot een economisch wereldsysteem met steun van internationale organisaties als het IMF, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie; en voorts o.a. in de verbreiding van de beginselen van de westerse democratie; en de universalisering van de westerse idee van grond- of mensenrechten door het voeren van een actief mensenrechtenbeleid.

 

Midden-Oosten problematiek

Hoe valt hiermee te rijmen dat van westerse zijde jarenlang probleemloos in economische en politieke zin samengewerkt is met de autoritaire regimes in het Midden Oosten ondanks de schending van fundamentele mensenrechten die daar als een normaal deel van de politieke werkelijkheid gold en van westerse zijde hoogstens symbolisch ter discussie gesteld werd? Dat is een vraag die in westerse media gerezen is, nu van westerse zijde vanuit die juist genoemde ambitie in het algemeen positief gereageerd wordt op de volksopstanden in de islamitische wereld in het Midden Oosten, waarin spontaan geappelleerd wordt op de westers-liberale ideeën van vrijheid en democratie ter legitimering van die rebellie. Betekent de nu toegejuichte Arabische lente zoals opgemerkt in een kritisch commentaar een ontmaskering van het opportunistisch karakter van het Westen en zijn pretenties als model van beschaving voor de rest van de wereld? Dat opportunisme is echter in zekere zin ingebouwd in de wijze waarop van westerse zijde gestreefd wordt naar verbreiding van het westerse beschavingsmodel. Laat ik dat illustreren aan de hand van de Nederlandse pretenties als westers gidsland. Daar geldt een actief mensenrechtenbeleid sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw tot een van de belangrijkste doelstellingen van buitenlands beleid. Maar daar is van stonde af aan wel het voorbehoud gemaakt. dat daardoor geen onaanvaardbare schade mag worden toegebracht aan andere belangen en waarden.[1] In de praktijk tendeert dit tot een beleid met sterk selectieve trekken, afhankelijk van de politieke opportuniteit. Machtige staten worden daarbij meer ontzien dan minder machtige staten. Zo werd Zuid-Afrika onder de apartheid veel harder aangepakt dan de Sovjet-Unie en andere Oostbloklanden, hoewel de schending van fundamentele mensenrechten daar veel ernstiger was.

In een recente nota over mensenrechten van de Nederlandse regering is de prioriteit van een actief mensenrechtenbeleid in het buitenlandse beleid opnieuw onderstreept en nu toegespitst op een viertal thema’s: de universaliteit van mensenrechten, de relatie tussen mensenrechten en vrede en veiligheid, de ondeelbaarheid van mensenrechten, en bijzondere morele steun aan verdedigers van mensenrechten.[2] Nederland werpt zich op het terrein van de mensenrechten op als gidsland. Het is een mooie pretentie. Maar in een recente dissertatie wordt die aan de hand van de praktijk sterk gerelativeerd.[3] En terecht. Ook op dit terrein opereert dit land meer in de geest van zijn koopmans- dan van zijn domineestraditie, derhalve meer pragmatisch dan principieel.

 

Hoe de sprong naar een meer liberale en democratische samenleving te faciliteren?

Dat laatste geldt niet minder voor andere westerse landen. Vandaar dat verbreiding van mensenrechten en bevordering van democratie in niet-westerse landen zo vaak doorkruist wordt door politieke (veiligheid) en economische belangen. Dat is jarenlang ook het geval geweest in het Midden-Oosten. Vandaar dat olie- en wapendeals en migratiepreventie de betrekkingen met de autoritaire regimes aldaar jarenlang voornamelijk kenmerkten. Maar nu daar door de volksopstanden een kentering lijkt te komen in de daar heersende machtsverhoudingen, krijgt eerbiediging van de westers-liberale idee van de mensenrechten met bevordering van democratie nu grotere prioriteit dan jarenlang het geval is geweest.

De grote vraag is hoe dat te effectueren, met andere woorden, hoe de sprong te faciliteren van een autoritaire traditie en daarmee samenhangende hiërarchische en repressieve structuren naar een open, meer liberaal en democratisch functionerende samenleving? Daarover bestaat al veel literatuur. Eensgezind is men daarbij dat het hier gaat om een lange weg van ‘trial and error’. Een belangrijke factor is daarbij ook het constitutionele ontwikkelingsniveau van de tot nu toe autoritair geregeerde staten. Op dat punt bestaan er grote verschillen tussen de landen in het Midden-Oosten waarin nu gerebelleerd wordt tegen daar heersende autoritaire tradities en structuren. Egypte bijv. is qua staatkundige infrastructuur veel meer ontwikkeld dan Libië. Ook de mate van religieuze, etnische, regionale en andere verdeeldheid speelt een niet te onderschatten rol. Inzake Syrië bijv. wordt om die reden gevreesd voor chaos en burgeroorlog als de grote leider aldaar, Bashar al-Assad en zijn partij wegvalt als integrerende machtsfactor. Wat de christelijke minderheid aldaar betreft, die kiest als het er op aankomt voor de zekerheid van het heersende autoritaire bewind waarin haar positie min of meer beschermd is boven de onzekerheid van een toekomst met meer staatkundige vrijheden, maar wel onder islamitisch gezag.

 

Politieke islam blijft een machtsfactor

De islam, ook de politieke islam, is en blijft onderdeel van de politieke werkelijkheid in die landen. Er valt alleen te hopen op een meer gematigde versie ervan. Op het tegendeel ervan wordt niettemin al gespeculeerd, met name met het oog op de toekomst van Israël in verband met de veranderende machtsverhoudingen in het Midden-Oosten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het volgende citaat van een voormalig hoofd van de afdeling moslimextremisme van de CIA in het conservatieve Amerikaanse blad The National Review: "Het enige dat de Arabische Lente zeker brengt is de vernietiging van Israël’s fysieke veiligheid, die gedurende lange jaren gefundeerd is geweest op de tirannieën in Egypte, Syrië en Jordanië, die grenzen aan Israël. Als de hersenloze gepreoccupeerdheid met democratie van het Westen erin slaagt die drie tirannieën ten val te brengen ten gunste van door moslimfundamentalisten beïnvloede regimes betekent dat uiteindelijk Israël’s doodvonnis", aldus dit voormalige kopstuk van de CIA.[4]

           

 


[1] Zie de regeringsnota De rechten van de mens in het buitenlands beleid van 3 mei 1979, pp. 6 en 100; en H. Reiding, The Netherlands and the Development of International Human Rights Instruments, diss. Utrecht 2007

[2] Zie de regeringsnota Naar een Menswaardig Bestaan. Een mensenrechtenstrategie voor het buitenlands beleid. Tweede Kamer, 2007-2008, 31263, nr. 1

[3] Zie H. Reiding a.w. (noot 1)

[4] Zie, VS en Israël willen ‘schurk’ assad bij nader inzien liever niet kwijt, NRC Handelsblad 16/17 april 2008