Progressieve reputatie ondanks politieke corruptie (6)

Civis Mundi Digitaal #6

door Wim Couwenberg

Progressieve reputatie ondanks politieke corruptie

Wim Couwenberg

 

Op 11 mei 2011 was het 30 jaar geleden dat de Franse Vijfde Republiek met François Mitterand voor het eerst een linkse president koos. Door het progressief geheten deel van de natie is dat uitbundig gevierd. Mitterand - met een omstreden rechts verleden tijdens de oorlog - was weer even alom tegenwoordig in de Franse media met thema-uitzendingen op radio en tv, met kiosken die uitpuilden met speciale edities over hem en zo’n tien nieuwe boeken met herinneringen aan de grote linkse leider van weleer. Dertig jaar na zijn verkiezing tot president van de republiek bleek Mitterand nog opvallend populair. Liefst 89% van de Fransen die zich progressief noemen, oordeelden positief over de veertien jaar dat hij president was. Linkse nostalgie, zo karakteriseerde NRC-Handelsblad (14/15 mei 2011) deze viering. Links Frankrijk probeerde zich met die uitbundige viering te warmen aan de herinnering aan een tijd toen het nog aan de macht was. Het was een tijd toen het geloof in de politiek nog heel groot was, terwijl het nu zoveel kleiner is. Ook dat is een dierbare herinnering.

Maar was Mitterand wel zo’n goede president dat hij al die aandacht verdiende? Het lijkt erop dat het de Fransen van nu daar niet zozeer om gaat. Zelfs voor links Frankrijk was Mitterand toch niet de gedroomde leider. Daarvoor hebben teveel schandalen bijv. seksuele vrijzinnigheid en compromissen met rechts zijn linkse aanzien geschaad. Het aanwenden van publieke middelen voor persoonlijke of partijpolitieke belangen, met andere woorden politiek corruptie, is in Frankrijk en andere Latijnse landen heel gebruikelijk. Het is een bestuurscultuur die ook is doorgedrongen in de bestuurspraktijk van de Europese Commissie en de Europese bureaucratie in Brussel. Een extreem voorbeeld van dergelijke corruptie bood met name ook het presidentschap van Mitterand zoals beschreven door de Franse publicist Jean-François Revel.[1] Evenals vroegere koningen beschouwde Mitterand de staatsmacht als zijn eigendom en ging hij daar ook zo mee om bij het uitdelen van banen, emolumenten, hoge onderscheidingen, huizen, dienstwagens, enz., al naar het hem uitkwam en diende.

In Frankrijk kan een progressieve reputatie blijkbaar heel goed samen gaan met politieke corruptie.

 


[1] J.F. Revel, L’Absolutisme inefficace ou contre le présidentialisme à la française (1992)