Non-proliferatie problematiek als erfenis van de Koude Oorlog. Hoe te reageren op nucleaire ambities van Iran?

Civis Mundi Digitaal #9

door Wim Couwenberg

Non-proliferatie problematiek als erfenis van de Koude Oorlog

Hoe te reageren op nucleaire ambities van Iran?

 

Wim Couwenberg

 

Horizontale proliferatie als nieuwe uitdaging

We hebben in deze tijd nog steeds te maken met een bedreiging van de veiligheidssituatie in de wereld, die we al kenden tijdens de Koude Oorlog, maar nu anders geaard is. In eerste instantie ging het daarbij om het gevaar van proliferatie van kernwapens. Als uitvloeisel van de kernwapenwedloop heeft dat in 1968 geleid tot het non-proliferatie verdrag (NPV). Als hoeksteen van alle ontwapeningsverdragen beoogt dat tweeërlei: het tegengaan van zowel horizontale (toename van het aantal kernwapenstaten) als verticale proliferatie (uitbreiding van het kernwapenarsenaal van de vijf officieel erkende kernwapenlanden). Dat laatste is tijdens de Koude Oorlog minder goed gelukt dan het eerste. De erkende kernwapenlanden zijn namelijk rustig doorgegaan met uitbreiding en modernisering van hun nucleaire arsenaal. In 1995 is dat verdrag voor onbepaalde tijd verlengd.[1]

In zijn oorspronkelijke opzet is het echter verouderd. In deze tijd is het niet langer een afdoende waarborg tegen het proliferatiegevaar. Op de vijfjaarlijkse toetsingsconferentie in 2005 is dat door de toenmalige Secretaris-Generaal van de VN Kofi Annan nog eens onderstreept. Maar ook die conferentie leverde weinig of niets op om het proliferatiegevaar verder in te dammen. Behalve de verspreiding van kernwapens naar instabiele regeringen en terroristische groeperingen is er nu ook het gevaar dat biologische en chemische wapens in handen komen van regeringen of groeperingen als juist genoemd. Spoedig na het einde van de Koude Oorlog is daar al voor gewaarschuwd als een nieuw zwaard van Damocles dat boven ons hoofd hangt.[2]

Door het tekortschieten van export-controles is er een zwarte markt ontstaan voor kernwapentechnologie met alle potentiële gevaren van dien. Met het oog daarop is er dringend behoefte aan een beter afdwingbaar non-proliferatie regime en een meer effectief inspectiesysteem. Dat regime wordt nu door horizontale proliferatie bedreigd. Israël, India en Pakistan, die buiten het NPV zijn gebleven, hebben zich inmiddels gevoegd bij het selectieve gezelschap van kernwapenlanden. En Noord-Korea en Iran lijken op weg daarheen.

 

Nucleaire ambities Iran

Iran wil een civiel nucleair programma ontwikkelen, wat niet in strijd is met het NPV, maar met de in het Westen veronderstelde bedoeling met behulp daarvan zonodig snel ook kernwapens te kunnen maken, al blijven Iraanse leiders hameren op het vreedzame karakter van hun nucleaire programma. Meer nog dan de nucleaire ambities van Noord-Korea stuit dat onder leiding van Amerika op fors verzet. Israël gaat daarin zelfs zover dat het zonodig voor een preventieve militaire interventie is. En naar blijkt uit gelekte WikiLeaks-documenten, zijn ook Arabische leiders in de regio daar voor, Saoedi-Arabië voorop. Natuurlijk wordt dat daar stellig ontkend en ziet men er een bewuste actie van de VS in om onrust te zaaien in de Arabische wereld. In 2008 werd een militaire aanval op Iran al serieus aangekondigd op grond van de daartoe inmiddels getroffen voorbereidingen.[3] Maar gezien de grote risico’s die daaraan vast zitten - de Irakoorlog is daarvan een pijnlijk illustratie - lijkt Amerika onder president Obama daartoe vooralsnog niet bereid en beperkt het zich tot het onder druk zetten van Iran met sancties van de Veiligheidsraad en steeds zwaardere eigen sancties. Amerika heeft het sanctiebeleid, in het bijzonder financiële sancties tegen Iran inmiddels verder aangescherpt. Dat heeft daar tot verdere geldontwaarding geleid en paniek onder de middenklasse die bang is dat de financiële sancties tenslotte in volledige olieboycot zullen uitmonden. De lidstaten van de EU zijn het in principe al eens geworden over zo’n olieboycot.

Er is in Amerika onmiskenbaar sprake van een verdere verharding van het verzet tegen het Iraanse atoomprogramma, in het bijzonder onder Republikeinse politici. Onder de rivalen voor de Republikeinse presidentskandidatuur is dat een dankbaar onderwerp om zich daarmee tegen Obama te kunnen afzetten, die in hun ogen nog niet ver genoeg in zijn sanctiebeleid tegen Iran. Dat verleidt makkelijk tot een wedstrijd wie zich het sterkst maakt voor de hardst mogelijke maatregelen tegen Iran. Een verdere verscherping van sancties treft vooral de gewone burgers zonder dat dat waarschijnlijk zal leiden tot een koerswijziging van het Iraanse bewind. Dat is vooralsnog niet onder de indruk van de toenemende westerse druk. Nog altijd is ook niet duidelijk of het verder wil gaan dan het opwekken van kernenergie. Wel heeft het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) onlangs gerapporteerd dat Iran bezig is de laatste stap te zetten op wet naar ‘nuclear capability’. In Amerika en Israël heeft dat nieuwe pressie uitgelokt om de nucleaire installaties in Iran met een militaire actie uit te schakelen. Het is de vraag of dat vanuit de lucht lukt. De meeste installaties  bevinden zicht namelijk diep onder de grond.

Ondanks die pressie blijft er toch veel verzet tegen een dergelijke militaire actie vanwege de negatieve effecten ervan zoals versterking van het verdeeld geraakte Islamitische regime en van nationalistische gevoelens onder de bevolking. Het kan ook resulteren in verdere destabilisering van de hele regio. Iran heeft daartoe allerlei mogelijkheden.

Het best kan daarom vastgehouden worden aan twee effectief gebleken instrumenten uit de Koude Oorlog: een beleid van politieke en militaire indamming (containment) hand in hand met nucleaire afschrikking. Als op die manier de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog in toom gehouden kon worden, moet dat nu zeker ook gelden voor Iran. In die trant gaat de Israëlische hoogleraar militaire geschiedenis Martin van Creveld nog een stap verder. Proliferatie van kernwapens is in zijn ogen helemaal niet erg. Dat draagt zelfs bij tot het voorkomen van oorlog zoals de naoorlogse geschiedenis leert. Zoals de wereld tot nu toe met negen kernwapen staten heeft leren leven zal dat ook wel lukken met Iran als tiende kernwapen land.[4]

Het werkelijke probleem met kernwapens is veel breder dan het gevaar van Iran als mogelijk nieuwe kernmacht. De bestaande kernmachten met hun gemoderniseerde arsenalen vormen niet minder een wezenlijk deel van dat probleem. Er zijn bijna geen serieuze argumenten meer om andere landen het recht op kernwapens te ontzeggen, luidde de reactie van een prominente Russische deskundige op de uitholling van het NPV, nu ook Amerika daar zelf openlijk aan meewerkt door India alle hulp bij de verdere ontwikkeling van zijn atoom-industrie toe te zeggen[5]. Amerika ondergraaft op die manier zelf onmiskenbaar zijn eigen verzet tegen verdere proliferatie van kernwapens.

 

 

 


[1] Zie B. Boomert en H. Jaspers (red.), De bom voorbij? De verlenging van het non-proliferatie verdrag en de toekomst van de kernbewapening. Studiecentrum voor Vredesvraagstukken, KU Nijmegen, 1995

[2] Zie o.a. J.J.C. Voorhoeve, Het zwaard van Damocles, Internationale Spectator, februari 1997

[3] D. de Wit, De volgende oorlog. De aanval op Iran: een voorbeschouwing, 2008

[4] M. van Crefeld, Red de Vrede, Maak een atoombom, NRC Handelsblad, 12 oktober 2006

[5] Zie S. Karaganov (voorzitter Russische Raad voor buitenlands en veiligheidsbeleid), De gevaren van het nieuwe atoomtijdperk, NRC Handelsblad, 24 mei 2006; zie in dit verband ook K. Koster (red.), Nucleaire ontwapening - nog steeds een bittere noodzaak. Feiten en meningen over het nucleaire gevaar, 2006