Hoe democratisch is Zuid-Afrika na het einde van de apartheid?

Civis Mundi Digitaal #10

door Wim Couwenberg

Hoe democratisch is Zuid-Afrika na het einde van de apartheid?

Wim Couwenberg

 

Sinds begin jaren ’80 hebben we ons intensief bezig gehouden met de apartheidsproblematiek in Zuid-Afrika en het conflict daarover. Onze bemoeienis met dit conflict resulteerde in 1993 in een themanummer en een symposium over de toekomst van het nieuwe Zuid-Afrika na het einde van het apartheidsbewind, waaraan door verschillende anti-apartheidsrichtingen is meegewerkt en waar eindelijk weer ruimte was voor een debat op intellectueel niveau. De blanken in Zuid-Afrika, zo introduceerden ik dat nummer, zien zich graag als vertegenwoordigers van de Europese beschaving in zwart Afrika. Zij zien daarbij over het hoofd dat zij door een langdurig politiek en cultureel isolement de aansluiting met het Europese beschavingsproces sinds de democratische revoluties van de 18e en 19e eeuw grotendeels gemist hebben. Daardoor is Zuid-Afrika in politiek en cultureel opzicht een in ontwikkeling achtergebleven land geworden. Als reactie op de anti-apartheidsstrijd is nog onder het apartheidsbewind een constitutionele inhaalmanoeuvre ingezet die aanvankelijk sterk tekort schoot en pas na de vrijlating van Mandela en de onderhandelingen van het ANC onder leiding van Mandela met de regerende Nationale Partij uiteindelijk gestalte kreeg in de nieuwe grondwet van 1994.

 

Normatieve kracht grondwet overschat

Wat bij de onderhandeling daarover opviel, was de waarde die nog steeds gehecht wordt aan de grondwet als instrument ter regulering en beheersing van machtsprocessen. Dit herinnert aan het politieke idealisme van het liberale constitutionalisme uit de 19e eeuw; een grondwetsbeweging uit de 19e eeuw die, gesteund door de toenmalige liberale intelligentsia en burgerij, er nog vanuit ging dat machtsprocessen volledig onderworpen kunnen worden aan de regulering ervan in de grondwet. Sindsdien is er echter nogal wat scepsis gegroeid ten aanzien van de normatieve kracht van grondwetten, gezien de grote kloof die er vaak blijkt te gapen tussen de principes en regels van een grondwet en de constitutionele praktijk. Vooral de tragische geschiedenis van een in liberaal-demoratisch opzicht zo uitstekende grondwet als die van de Weimar Republiek heeft het liberale vertrouwen in de normatieve kracht van grondwetten geschokt.[1] De reële politieke en maatschappelijke dynamiek vallen moeilijk adequaat te reguleren door grondwettelijke en andere regels. [2]

Hoe democratisch de nieuwe grondwet van Zuid-Afrika er op papier ook mag uitzien, beslissend is uiteindelijk de vraag of die formele democratie voldoende steun vindt in de heersende politieke mentaliteit. Elders in Afrika is men spoedig na de aanvaarding van democratische grondwetten in de nieuwe postkoloniale staten bij ontstentenis van een democratische traditie teruggevallen op een autoritair bewind. Ook wat Zuid-Afrika betreft, is er vooralsnog reden tot enige twijfel aan het democratische gehalte van het nieuwe bewind aldaar. Er is daar evenmin sprake is van een vitale democratische traditie, noch bij de blanken, noch bij de zwarten.

 

Nieuwe heersende politieke elite

Niettemin wekte de radicale anti-apartheidsstrijd de verwachting dat na afschaffing van de apartheid en invoering van algemeen kiesrecht er een nieuwe tijd zou aanbreken waarin met de verschuiving van soevereine politieke macht van een kleine minderheid naar het hele volk vanzelf een einde zou komen aan ongelijke rechtsbedeling en welvaartsverdeling. Maar zoals in bijna alle andere emancipatieprocessen, heeft Zuid-Afrika zich in het post-apartheidtijdperk evenmin kunnen onttrekken aan de doorwerking van de negatieve dialectiek in die processen die erop neerkomt dat daaruit steeds nieuwe elites voortkomen die in en door hun emancipatorische strijd voor zichzelf nieuwe machtsposities opbouwen en benutten.

Zo is na afschaffing van de apartheid onder het bewind van het ANC als bevrijdingbeweging een nieuwe politiek-bestuurlijke elite aan de macht gekomen die op haar beurt niet alleen het politieke proces controleert, maar bovendien in strijd met de gewekte verwachtingen zich meer bekommert om de instandhouding van eigen machtsposities en daarmee verbonden privileges dan om het lot van de zwarte bevolking in de townships. De kloof tussen rijk en arm is sindsdien alleen maar toegenomen. Ja, zij is nu zelfs het grootst in de wereld. De armen van Zuid-Afrika zijn het wachten op een beter leven langzamerhand beu en reageren hun frustraties daarover behalve in talrijke demonstraties tegen wanbestuur, corruptie en het uitblijven van een beter leven, vaak af op zwarte migranten; migranten die ook hier weer de kop van Jut worden. Het racisme van de apartheid maakt zodoende plaats voor een nieuw maar nu zwart gekleurd racisme.

De discussie over het sociaal-economische bestel van het nieuwe Zuid-Afrika na de apartheid ging jarenlang over de vraag of dat bestel gebaseerd zou moeten worden op de principes van de vrije markteconomie of die van een socialistische economie. Die discussie verdeelde lange tijd Inkatha dat een vrije markteconomie voorstond, en het ANC dat juist een voorkeur had voor een economisch stelsel, gebaseerd op socialistische beginselen. Die voorkeur is snel verdwenen sinds het ANC aan de macht is. Sindsdien is het meer en meer onder de invloed geraakt van neoliberale opvattingen.

De dominantie van de Nationale Partij en het Afrikaner nationalisme in het apartheidstijdperk is opgevolgd door de politieke dominantie van het ANC in het post-apartheidstijdperk met Afro-nationalisme als identiteitsbepalende ideologie en een politieke praktijk met corruptie, nepotisme, fraude, zelfverrijking e.d. als vertrouwde realiteit.[3] Niettemin is het ANC nog steeds een sterk politiek merk vanwege zijn bevrijdingsimago en het ontbreken van een geloofwaardig politiek alternatief. Maar, zo voorspelt een ANC-prominent, eens komt de dag dat dat bevrijdingsdividend uitgewerkt zal zijn.[4]

 

Afrikaanse renaissance onder leiding van Zuid-Afrika?

Mede dankzij de Zuid-Afrikaanse multinationals, die Zuid-Afrika al onder de apartheid tot de sterkste economische macht in Afrika gemaakt hadden, werpt Zuid-Afrika onder het ANC zich nu op als de natuurlijke leider van dit continent. Het was de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki die tien jaar geleden, geleid door zijn fanatiek beleden Afro-nationalisme, aan de wieg stond van de geboorte van de Afrikaanse Unie als substituut van de in een impasse geraakt Organisatie van Afrikaanse eenheid (OAU). Mbeki zag daarin de aanzet voor een Afrikaanse renaissance onder leiding van Zuid-Afrika. Probleem is dat Zuid-Afrika in de rest van Afrika niet geliefd is, want arrogant overkomt en daarom met een mengsel van jaloezie en afkeer bejegend wordt.

 

 


[1] Zie S.W. Couwenberg, Gezag en vrijheid, 1991, pp 43-47; idem, Moderniteit als nieuw beschavingstype, Civis Mundi Jaarboek 2009, p. 211

[2] Zie o.a. J. van der Hoeven, De plaats van de grondwet in het constitutionele recht, 1958

[3] Zie H. Giliomee en Ch. Simkins (red.), Awkward Embrace, One Party Domination and Democracy, 1999, pp. 1-47, 97-127 en 261-301; en S.W. Couwenberg (red.), Apartheid, Anti-apartheid, Post-apartheid, Civis Mundi Jaarboek 2008, p 97-106

[4] Zie P. Vermaas, ANC moet op zoek naar een moreel kompas, NRC Handelsblad 7/8 januari 2012