Een visie op parapsychologie als wetenschap

Civis Mundi Digitaal #11

door Ruud van Wees

Een visie op parapsychologie als wetenschap

Overdenking naar aanleiding van Wilde beesten en het verscheurde vakgebied van de parapsychologie Van Hugo Verbrugh1

 

Ruud van Wees*

 

In zijn artikel bespreekt Verbrugh kort een drietal boeken2 op het terrein van de parapsychologie en de filosofie van de parapsychologie. Over de twee uitgaven van Het Johan Borgman Fonds is hij positief en over het boek Wilde beesten in de filosofische woestijn duidelijk niet. Eindredacteur Wim Couwenberg van Civis Mundi vroeg mij om, naar aanleiding van de recensie door Verbrugh, mijn visie op de parapsychologie als wetenschap uiteen te zetten. Ik zal aan zijn verzoek gehoor geven als belangstellende op het gebied van de parapsychologie, als onderzoeker van bijna-doodervaringen, ook al dateert mijn empirisch onderzoekswerk al weer van enige tijd geleden3, en mede vanuit mijn functie van secretaris van de Studievereniging voor Psychical Research (De Nederlandse SPR), waarbij psychical research de voorloper is van wat nu parapsychologie heet.

 

Hoofdmotief van de oprichting van de Society for Psychical Research

Toen de Engelse SPR (nu met de S van Society) in 1882 werd opgericht was het de bedoeling van de founding fathers om verschijnselen en ervaringen te onderzoeken die wezen op een voortzetting van het menselijk bewustzijn voorbij de dood. Daarmee hoopten zij het filosofisch-wetenschappelijk materialisme te kunnen bestrijden, de visie dat alle verschijnselen, ook geestelijk-culturele, zijn te herleiden tot materiële elementen en processen. De pioniers van de SPR, onder wie verscheidene natuurwetenschappers, voelden een diepe weerstand tegen het materialistisch wereldbeeld en voorzagen daarvan destructieve ethische consequenties, een voorgevoel dat we naar mijn mening heden ten dage volop bevestigd kunnen zien in de overexploitatie van planeet Aarde en haar leven in de voorgaande jacht naar meer spullen door meer mensen. Voor lezers die dit een te grote stap vinden van wetenschappelijk uitgangspunt naar gevolgen daarvan in de praktijk verwijs ik naar mijn artikel hierover in Civis Mundi4

 

Het materialisme als uitgangspunt (dus niet als conclusie!) van wetenschap had ten tijde van de oprichting van de Engelse SPR de wetenschap al stevig in zijn greep, maar stond nog maar aan het begin van zijn zegetocht in de maatschappij. De oprichters beoogden dat onderzoek naar ervaringen en verschijnselen rond de dood te verrichten volgens de wetenschappelijke standaard en methoden van die dagen, om zo het materialisme op zijn eigen grondgebied te kunnen verslaan. Dat was het streven. In de 20e eeuw schoof het onderwerp weg van verschijnselen rond mediums en menselijk voortbestaan, naar buitenzintuiglijke waarneming (telepathie, remote viewing en precognitie) en buitenmotorisch handelen (psychokinese). Ook de weerstand tegen het materialistische wereldbeeld onder onderzoekers, inmiddels parapsychologen geheten, nam af. Men stelde zich neutraler op, al bleef het de bedoeling om onderzoek te doen naar verschijnselen die onverklaarbaar lijken binnen het materialistische wereldbeeld. Dit wordt al aangegeven in het voorvoegsel ‘buiten’ in de bovenstaande kwalificaties ‘buitenzintuiglijk’ en ‘buitenmotorisch.’   Met Verbrugh constateer ik dat zij anderen, met name de maatschappelijke elite en collega-wetenschappers, onder wie overigens -om het nog ingewikkelder te maken- ook parapsychologen te vinden zijn, niet hebben weten te overtuigen van het bestaan van dergelijke verschijnselen. Ik formuleer het zo met opzet. Want naar mijn mening zijn er meer dan voldoende goedgedocumenteerde anekdoten, veldonderzoeken en gecontroleerde experimenten die apart, en tezamen genomen in meta-analysen, het uitgangspunt van een klassiek materialisme weerspreken. En zijn andere wetenschappers mede niet overtuigd door non-belezenheid op dit terrein.

 

Steekspel over onderzoek van Bem

Zo is er terwijl ik dit schrijf weer een steekspel gaande over het begin vorig jaar in het Journal of Personality and Social Psychology gepubliceerde onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Bem5. Dit  naar aanleiding van drie negatief uitvallende replicatie-experimenten door de Engelse psychologen Ritchie, Wiseman en French6 (overigens na twee eerdere, bevestigende replicatie-experimenten die het Engelse drietal onvermeld laat). Bem claimde in acht uit negen verschillende soorten experimenten, waarvan de Engelsen er één hebben gerepliceerd, retroactiviteit te hebben aangetoond: dat toekomstige gebeurtenissen invloed kunnen uitoefenen op psychische processen als geheugen en emoties in het heden. De ontdekking van retroactieve processen zou precognitie aannemelijker maken en zou zelfs de herintroductie in filosofie en wetenschap kunnen inleiden van een finaliteitbeginsel (waaronder doelgerichtheid, intentionaliteit en waarden zouden vallen) als complementaire verklaringswijze naast de bekende proactieve oorzakelijkheid. Ik neem aan, hoop althans, dat de Nederlandse wis- en natuurkundige Rietdijk die deze serie over parapsychologie besluit hier dieper op in zal gaan. Rietdijk heeft in de huidige natuurkunde namelijk bewijzen voor retrocausale werking gevonden, die dus al op fysisch niveau zou spelen7. Onomstotelijk bewijs hiervoor zou de wetenschap op zijn grondvesten doen schudden. Nog voor verschijning, en nu een jaar later weer, barstte er kritiek op het onderzoek van Bem los, die vaak maar deels op tegenresultaten en -argumenten berust en die soms onsmakelijke, op de persoon gerichte, vormen aanneemt. De woordenwisseling is nog heel vers, nog niet uitgekristalliseerd en ik ga er hier verder niet op in, maar hieruit blijkt wel dat andere wetenschappers nog lang niet overtuigd zijn.

 

Materialisme als aanname of conclusie

Dit zal naast non-belezenheid voor alles te maken hebben met -ik noemde het al- het uitgangspunt van een op de klassieke fysica geënt materialisme, dat nu in de fysica zelf stapsgewijs wordt afgeschud vanaf de microfysica in de richting van de mesofysica van onze dagelijkse ‘middenwereld,’ maar dat in de overige wetenschappen zoals in de neurowetenschappen nog stevig persisteert. Ik zal hier niet zozeer ingaan op de aard van deze materieopvatting, die mede door het ermee samengaande mechanicisme een gesloten bolwerk heeft gemaakt van het wetenschappelijke wereldbeeld, waarin geen ruimte meer is voor ‘anders geaarde’ categorieën als geest, bewustzijn, vrijheid en waarden. Ik wil juist de aandacht vestigen op het feit dat veel collega-wetenschappers het materialistische wereldbeeld en de materie als verklaringsgrond voor alles als een bewezen conclusie ervaren, en niet meer tentatief kunnen hanteren als aanname of hypothese. Dit maakt dat zij geen werkelijkheidswaarde meer kunnen toekennen aan onder andere paranormale verschijnselen, bijna-doodervaringen en religieuze ervaringen. Juist die grensverleggende verschijnselen en ervaringen die het leven zin kunnen geven en in een breder perspectief kunnen plaatsen worden in een materialistische ontologie ontkracht als vruchten van pathologische wanen en hallucinaties. Is het gek dat Westerse mensen zich mede hierdoor en masse in een hedonistische consumptieroes hebben gestort teneinde het zwarte gat van het nihilisme te vermijden dat zij terecht als de kern van de wetenschappelijke boodschap over ‘de werkelijkheid’ hebben opgepikt. Want als materie het een en het al is dan moet het in dit korte leven wel gaan om zoveel mogelijk spullen te hebben en te verteren. Er is immers geen alternatief. Elk alternatief blijkt een zinsbegoocheling, een constructie van ons brein zonder werkelijkheidswaarde; er is niets voorbij de materie en voorbij het fysieke leven.

 

Ik laat me misschien wat meeslepen door mijn gemoed als het gaat over het materialistische wereldbeeld dat veel wetenschappers aanhangen en de gevolgen ervan in wetenschap en maatschappij. Maar het onderwerp, mijn visie op de parapsychologie als wetenschap, heeft wel alles te maken met dit wereldbeeld en vooral de aanhangers daarvan. De parapsychologie heeft namelijk zwaar te lijden onder een dogmatische houding van materialistisch denkende filosofen, wetenschappers en een kleine groep pseudosceptici (pseudo want onkritisch ten opzichte van eigen uitgangspunten). Parapsychologen hebben geen probleem met de wetenschappelijke methode van empirische kennisvorming en toetsing, die wetenschappelijke kennis van andere kennis onderscheidt, maar wel met de onkritische opstelling van veel collega’s tegenover het voorwetenschappelijke, materialistische wereldbeeld. Dat is ‘des pudels kern.’ Dat maakt tevens dat zij vrijwel uitgesloten zijn van publicatie in de reguliere wetenschappelijke tijdschriften en van financiering door de officiële wetenschappelijke instellingen en fondsen en dat zij dus de kosten van hun onderzoek zelf moeten betalen en dat de tijd die zij eraan besteden onbezoldigd is.

 

‘Wat de wetenschap niet kan waarnemen, bestaat niet’

Behalve een naïeve hantering van het eigen uitgangspunt is een veel voorkomende denkfout ten aanzien van wetenschappelijk onbewezen claims over buiten het materialistische wereldbeeld vallende menselijke ervaringssferen en vermogens, dat die daarom niet bestaan. Men vat dus een tekortschietend wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van ‘x’ op als een bewijs van het niet bestaan van ‘x’. Maar dat volgt er logisch gezien niet uit. Dat ‘x’ niet bestaat volgt zelfs niet uit een eventuele wetenschappelijke onbewijsbaarheid van ‘x’. Dat wel te concluderen steunt op een overschatting van de ‘dekkingsgraad’ van de wetenschappelijke methode en een onderschatting of regelrechte ontkenning van andere kenvormen en niet-dagelijkse ervaringsvormen. En toch is zo’n conclusie strijk en zet en dit treft ook de onderwerpen van de parapsychologie in strikte zin, buitenfysieke waarnemings-, communicatie- en handelingsvormen.

 

Mijn persoonlijke visie

Tot zover mijn visie op de parapsychologie als wetenschap. Nu kort over mijn visie op de parapsychologie. Naar mijn persoonlijke visie is de parapsychologie een soort grenswetenschap die de moderne wetenschappen eraan herinnert dat hun kaart van de werkelijkheid, incluis de mens, misschien een niet gekarteerd buitengebied heeft, een terra incognita, voorbij de zelfgetrokken grens waar zij nu naar feiten delft. Deze grenswetenschap tart niet alleen beelden die in de natuur- en levenswetenschappen heersen, maar -in mijn visie- ook beelden die in de mens-, cultuur- en religiewetenschappen, incluis de theologie, vigeren, voorzover zij te snel zinvolle ervaringen, handelingen en zinduidende verhalen uit verleden en heden willen ontmythologiseren of deconstrueren tot op het bot van een verondersteld kernfeit, kerndoel of kernbetekenis. In mijn visie, een birds eye perspective, heeft de parapsychologie dus mogelijk ook mens-, cultuur- en godsdienstwetenschappelijke implicaties, waarbij nieuwe dimensies worden ontdekt in de onderzoeksvelden van deze wetenschappen. Nieuwe bestaansdimensies die een deficiënte ontologie en een gekortwiekt mensbeeld kunnen helen. Maar misschien is het vanwege het hier geopende vergezicht beter om te spreken van mijn visioen dan van mijn visie.

 

* Drs. R. van Wees (1956) is psycholoog en heeft onderzoek gedaan naar bijna-doodervaringen (BDE’n) onder gereanimeerde patiënten in Nederlandse ziekenhuizen, waarover hij met anderen heeft gepubliceerd in The Lancet (dec. 2001). Hij is medeoprichter van stichting Merkawah, ten behoeve van BDE’ers, BDE-onderzoek en -voorlichting. Momenteel is hij bestuurslid van de SPR: de Nederlandse wetenschappelijke vereniging voor parapsychologie, en lid van WVN: de Werkgroep Voetafdruk Nederland, die als oplossing van de ecologische crisis een quotering van natuurlijke hulpbronnen voorstaat op basis van de Ecologische Voetafdruk als meetinstrument.

 

 

Referenties

 

1. Hugo Verbrugh: Wilde beesten en het verscheurde vakgebied van de parapsychologie, Civis Mundi # 10    

    http://www.civismundi.nl/?p=artikel&aid=1810&

2a. Hein van Dongen, Hans Gerding en Rico Sneller: Wilde beesten in de filosofische woestijn,Ten Have, 2011

  b. Utrecht II: Charting The Future Of Parapsychology, Proceedings of an International Conference held in

         Utrecht...2008, Ed. Chris A. Roe, Wim Kramer and Lisette Coly, Parapsychology Foundation and Het

         Johan Borgman Fonds, 2009

  c. Perspectives Of Clinical Parapsychology - An Introductory Reader, Ed. Wim H. Kramer, Eberhard Bauer

         and Gerd H. Hovelmann, Stichting Het Johan Borgman Fonds, 2012                       

3. Pim van Lommel, Ruud van Wees e.a.: Near-death experience in survivors of cardiac arrest: a prospective

    study in the Netherlands, The Lancet, 2001

4. Ruud van Wees: De ecologische crisis en de materialistische geestverduistering in wetenschap en  

    Maatschappij, Civis Mundi #2, 2010        http://www.civismundi.nl/?p=artikel&aid=1501&

5. Daryl Bem, Feeling the Future: Experimental Evidence for Anomalous Retroactive Influences on Cognition

    and Affect, Journal of Personality and Social Psychology, 2011

6. Stuart Ritchie, Richard Wiseman, Christopher French: Failing the Future: Three Unsuccessful Attempts to     

   Replicate Bem’s ‘Retroactive Facilitation of Recall’ Effect, PLoS ONE 7 (3), 2012

7. Wim Rietdijk: Experimenten met God, BRT, 1989