Een spirituele zomerbespiegeling

Civis Mundi Digitaal #13

door Hans Feddema

Een spirituele zomerbespiegeling

Hans Feddema

Het leven is een weg, die we met vallen en opstaan lopen als een soort pelgrim. Men hoeft niet direct Parcival of een andere mythische held voor ogen te hebben, om te weten wat te verstaan onder die pelgrimsweg. Een ieder heeft er z’n eigen beeld bij. Een tocht naar Santiago di Compostella is daarvoor niet nodig, ook al kan die bewust-wordend werken, zeker als men het onderweg zijn en daarbij het ‘naar binnen gaan’ wezenlijker acht dan het bereiken van het einddoel. Dag Hammarskjöld noemde in zijn dagboek het naar binnen gaan ‘de langste weg’, er mee aan gevend, dat de innerlijke dimensie bij ons wezen hoort, ook al doen we lange tijd vaak alsof het uiterlijke respectievelijk materiële het enige is in ons leven. Dat is vooral in de fase van het overleven, waarin ieder van ons via het ego of de persona (masker) een eigen strategie ontwikkelt. Reflectie over die strategie kan geen kwaad, zeker als we die later eens willen bijstellen of liever loslaten omdat die te schadelijk blijkt te zijn, zowel voor onszelf als voor onze relaties.

De overlevingsstrategie wordt gekenmerkt door 1) ‘valse’ of bekrompen overtuigingen, 2) vaste of vastgeroeste patronen en 3) specifieke antwoorden op trauma’s/syndromen uit de vroege jeugd, waaronder soms ook meedogenloosheid. Het duurt enige tijd, voor de een langer dan de ander, dat we er achter komen, dat ze niet werkt of vooral dat alles meer draait om leven dan om overleven. Er is dan sprake van een soort bewustzijnsomslag, waarvoor we meestal tevoren intuïtieve vingerwijzigingen krijgen vanuit het mysterie of universum, dat ons subtiel draagt. Een universum dat ons via innerlijke leiding probeert te bevrijden uit de vastlopende overlevingsstrategie en ego-handhaving, de nodige verslavingen incluis. Logisch dat zoiets een constante positieve impuls is vanuit het godsmysterie, dit omdat we bij de incarnatie zielskracht meekregen in de richting van liefde, blijheid, vriendelijkheid, wijsheid, gezondheid, vervulling, mildheid, moed en positieve energie volgens mij. De (goddelijke) parel zit dus in wezen in onszelf, ook al zijn we geneigd die en ook de ‘verlossing’ steeds buiten onszelf te zoeken. Carl Gustav Jung zei niet voor niets: ’De mens is tot alles bereid om het diepe contact met zichzelf te ontwijken’. Zolang dit het geval is, onderkennen we niet de angst, wraakzucht, afgunst, woede, slachtoffer-houding noch de controlefuncties, die zich om onze ziel hebben genesteld.

Het zijn waarden en rollen, die passen bij de fase in ons leven, waarin we denken dat we ons leven met onze wil en ons verstand moeten beheersen, dat we controlefreaks horen te zijn en ook dat we daarin meer of ‘rijker’ moeten presteren dan anderen.

Je zou dit met Roger Rundquist het oude levensverhaal kunnen noemen, die individueel en collectief leidt tot zinloze oorlogen, fysiek en verbaal geweld, ecologische rampen en niet te vergeten tot depressie en andere psychische disharmonie met hieraan of niet in de laatste plaats aan stress gelieerde lichamelijke ziekten. Niet dat dit ons al meteen doet ontwaken. Als we vast blijven hangen in het denken dat geest en lichaam niets met elkaar te maken hebben, zal zelfs de meest gevreesde ziektes ons er niet toe brengen onze overlevingspatronen te wijzigen. Maar ons denken kan met of zonder ziekte niettemin toch ineens gaan veranderen.

Zo’n ommezwaai, - die in de Derde Wereld weet ik uit ervaring wel gepaard gaat met of het gevolg is van op loslaten (en daarmee op voorkoming van destructie) gerichte grote offervuren -, is dan wezenlijk. Met Boeddha, die ooit zei: ’Wat je vandaag denkt, is morgen je persoonlijke werkelijkheid’ geloof ik in de kracht van de gedachte, de kracht van de geest. Waar je op focust, word je. Je wordt zoals je denkt. Dat geldt ook, als we veel klagen en/of negatief zijn. Ons denken en voelen geeft een zichzelf versterkende energie. Altijd al, maar in deze tijd van de kwantumfysica worden we ons daarvan meer bewust. Ik begrijp zo waarom een 108-jarige vrouw, die nog 3 uur per dag piano speelt, in reactie op de journalistieke vraag naar haar formule voor haar vitaliteit, antwoordde :’Drie dingen:1) ik klaag nooit, 2) ik ben blij en lach veel en 3) ik weet dat het kwaad er is, maar ik richt me op het goede.’ Positief denken en voelen lijkt dus een sleutel. Er is een energetisch Veld om ons heen. Wat we daar aan gedachten ‘ingooien’, komt via de kosmische Wet van Aantrekking weer terug bij onze cellen. Dat geldt ook voor onze woorden. Woorden zijn net als gedachten een kracht. Daarom zijn mantra’s en affirmatie zo van belang. Woorden kunnen verwensen (vervloeken), rechtstreeks of via roddel, maar ook zegenen. Beide hebben een groot effect, zowel op de ander als ook op onszelf via de terugkaatsing. Voor wie zegenen een moeilijk begrip vindt: het is zoiets als liefdevolle energie uitzenden. (Het ritueel van vervloeken, waarnaar ik eens onderzoek deed op Sri Lanka, is het uitzenden van negatieve vaak dodelijke energie, ook al gebeurt dat via het goddelijke)

Hoe dit ook zij, vooral verstarring van patronen in het oude levensverhaal kunnen net als tijdelijke geestelijke inzinkingen en ziektes bijdragen aan een bewustzijnsomslag naar het nieuwe levensverhaal, die ontstaat in het ritme van 1) loslaten en 2) ons open stellen voor onze levensopdracht, onze missie die we lange tijd niet (in)zagen. Martin Buber spreekt van het komen ‘van gebondenheid tot verbondenheid’ bij de mens. Ik zou zeggen: van dualiteits- naar eenheidsbewustzijn. Dat kan met recht renaissance of innerlijke hergeboorte heten. We kennen dat uit bijna alle wijsheid-geschriften, mythen en sprookjes. Loslaten heet in de mythologie vaak ‘doodgaan’ en dan steeds met ‘herboren worden’ als tegenpool. Hergeboorte? Moeten we dan terug in de moederschoot? De intellectueel Nicodemus vroeg dat 2000 jaar terug aan Jezus van Nazareth. Het antwoord van deze dat het ‘koninkrijk van de geest’ in ons zit, maakt duidelijk, dat hij net als Socrates de mensen altijd naar zichzelf terug verwijst, naar zelfkennis en het innerlijk weten dat we ziel zijn en niet ons voertuig, het lichaam. Dat er diep in ons een bron zit die zich kan openen en ons zo bezielt. En dat het zaak lijkt die niet te versluierd te houden of het contact daarmee te verliezen, omdat het dan niet ‘stroomt’ in ons leven. Kortom, dat het in het leven gaat om een persoonlijke weg van verandering van het oude naar het nieuwe levensverhaal. Naar een bewustzijnsomslag en een meer vanuit het hart leven. Als we dat in een vroege of latere fase van het leven via innerlijk weten gaan inzien, is dat met recht een renaissance.

(Dr Hans Feddema is antropoloog, publicist, oud-docent aan de VU, vredesactivist en initiatiefnemer van De Linker Wang)