II. Is er zoiets als een Europees cultureel identiteitsbesef?

Civis Mundi Digitaal #18

II.                 Is er zoiets als een Europees cultureel identiteitsbesef?

Europa een geografisch gegeven of een idee?

Het proces van Europese eenwording heeft in eerste instantie primair een economische oriëntatie gehad. Met het voortschrijden van dat proces komt ook een discussie op gang naar de morele en culturele dimensie ervan. Men is daarbij zelfs op zoek naar de ziel van Europa. Europa, zo merkte de bekende Franse cultuurfilosoof Bernard-Henri Lévy op, is geen geografisch gegeven, maar een Idee[1]. Maar waarin bestaat die idee dan? Is er zoiets als een Europees cultureel identiteitsbesef? Eurosceptici twijfelen daaraan. Onder de culturele en politieke elites van het Ancien Régime leefde dat besef nog wel degelijk. Sinds de 15e eeuw begon men onder invloed  van de Turkse bedreiging in het Oosten Europa te zien als een gemeenschap van christenen. Onder geleerden en kunstenaars leefde eeuwenlang het besef van een Europese cultuur met gemeenschappelijke wetenschappelijke en artistieke tradities. En staatslieden beleefden Europa als een lotsgemeenschap van christelijke staten.

Het verkeer tussen die staten werd geregeld door het Europese volkenrecht van christelijke staten en het beginsel van machtsevenwicht dat Europa volgens een Brits historicus uit de 18e eeuw tot een samenhangende politieke realiteit maakte. Die realiteit verleidde Montesquieu zelfs tot de uitspraak dat "l’Europe n’est qu’une nation, composée de plusieurs".[2] In de 18e eeuw werd Europa in kringen van verlichte elites nog ervaren als een gemenebest dat wel verdeeld was in verschillende staten, maar steunde op dezelfde beginselen van publiekrecht, openbaar bestuur en internationale orde. Nadien is Europa onder invloed van een golf van nationalistisch bewustwording in staatkundige en etnisch-culturele zin in ideologisch, politiek en cultureel opzicht sterk verdeeld geraakt.

Europa als waardengemeenschap: wie waakt tegen schending ervan?

In en door het proces van Europese eenwording is daaraan tot op zekere hoogte een halt toegeroepen. En die integratie vindt tevens steun in de groei van een Europese waardengemeenschap. De Raad van Europa heeft daarbij het spits afgebeten door die waardengemeenschap in een reeks van verdragen te concretiseren, i.h.b. in het bekende verdrag met betrekking tot de rechten van de mens van 1950 en het Sociaal Handvest van 1966. En in het eerder genoemde EU-Handvest van Grondrechten is daar een nieuwe bijdrage toe geleverd. Zoals uit de préambule van dat Handvest blijkt wordt daarbij hoofdzakelijk teruggegrepen op het humanistische politiek culturele erfgoed zoals dat sinds de Verlichting en de democratische revoluties van de 18e eeuw gestalte heeft gekregen in de Europese rechtsontwikkeling.

De vraag wie die waardengemeenschap te bewaken en te beschermen heeft is volop in discussie gekomen door de sancties tegen Oostenrijk i.v.m. de toetreding van de Oostenrijkse Vrijheidspartij van Haider tot de Oostenrijkse regering en daarna naar aanleiding van de negatieve reacties in Europa, vooral in Duitsland op de legalisatie van euthanasie in Nederland. Op de Europese topconferentie in Nice is art. 7 van het EU-Verdrag inmiddels zodanig gewijzigd dat niet meer zo lichtvaardig in binnenlandse aangelegenheden van een lidstaat kan worden ingegrepen als is gebeurd bij de sancties tegen Oostenrijk. Krachtens dit artikel kunnen regeringsleiders van de EU een lidstaat bepaalde rechten ontnemen als in die staat het gevaar dreigt van een ernstige en voortdurende schending van de beginselen van vrijheid, democratie en mensenrechten. Maar deze ingreep is nu voorzien van een hele reeks van institutionele checks zoals dat past in een Unie die die beginselen zelf is toegedaan en verdedigen wil.

Hoe emotionele identificatie te versterken?

Tot nu toe is de emotionele identificatie met de Europese integratie onder de bevolking nog betrekkelijk gering. Ook is er nog niets dat duidt op een Europese publieke opinie en debattraditie. Zoals de nationale staat tot ver in de 19e eeuw voor een groot deel van de bevolking een abstracte grootheid was waarmee men betrekkelijk weinig van doen had, zo geldt dat nu ook in hoge mate voor de Europese Unie. Slechts een kleine politieke en industriële bovenlaag voelt zich daarbij betrokken. Hoe die betrokkenheid te verbreden en te verruimen is eveneens een actueel Europees probleem. Via educatie (voorlichting, uitwisseling, Erasmus-programma), introductie van Europese symbolen als vlag, hymne e.d. probeert men die betrokkenheid te versterken. Maar uiteindelijk hangt heel veel af van de praktische resultaten van het integratieproces. Door de eurocrisis heeft de bevolking de realiteit en invloed van Europa als regelgevende instantie in ieder geval op heel directe wijze ervaren. Naarmate dat meer gebeurt met grensoverschrijdende problemen betreffende het asiel- en migratiebeleid en het milieu- en financieel-economisch beleid zal die betrokkenheid vanzelf groter worden.

De Europese cultuur, aldus de Franse auteur A. Minc, is zozeer versmolten met de westerse dat zij daarin nauwelijks nog te onderscheiden valt[3]. Het is in ieder geval moeilijk Europa als cultureel concept duidelijk te begrenzen.[4] Het toont te weinig samenhang, zo luidt een bekende tegenwerping. Toch wordt het telkens weer geprobeerd. Zo meent bv. de cultuursocioloog A.C. Zijderveld[5] Europa als cultureel concept te kunnen omlijnen als vrucht van jodendom, christendom, islam (kort gezegd het monotheïsme) en het daarmee nauw verweven humanisme. Tezamen vormen die z.i. de culturele genen van de Europese cultuur. Als politiek concept kan de Europese identiteit m.i. het best omlijnd worden als een specifiek Europese invulling van de universalistische Verlichtingstraditie en operationeel te maken in een Europees republikeins burgerschap.


[1] Geciteerd bij C.P. Thiede, Wir in Europa, 1996

[2] Zie J. Ortega y Gasset, De opstand der horden, 1975, p. 18

[3] A. Minc, La grande illusion, 1984, p. 23 e.v.

[4] Zie o.a. H.M. Enzensberger, Ach Europa, 1989; J.A.A. van Doorn, Wat is Europa anders dan verdeeldheid?, NRC Handelsblad, 20 april 1989; en E. van Middelkoop e.a., Nederland in Europa: deelstaat of vrij koninkrijk, 1988, p. 130.

[5] Zie A.C. Zijderveld, De christenen in Nederland, De Groene Amsterdammer, 17 maart 2001