Terugblik op de 20ste eeuw. I. Is de 20ste eeuw een barbaarse eeuw? Een meer genuanceerde terugblik op die eeuw

Civis Mundi Digitaal #18

door Wim Couwenberg

Terugblik op de 20ste eeuw

Wim Couwenberg

       I.            Is de 20ste eeuw een barbaarse eeuw? Een meer genuanceerde terugblik op die eeuw

Voltooiing moderniteit

In het Parijse Musée du Luxembourg is tot 21 juli 2013 een grote overzichtstentoonstelling te zien van het werk van Marc Chagall, één van de belangrijkste beeldende kunstenaars van de 20ste eeuw. Het is als het ware een ooggetuigenverslag van een barbaarse eeuw, zo werd die tentoonstelling in de media gepresenteerd. En daarmee wordt de 20ste eeuw opnieuw in louter negatieve kleuren uitgebeeld. Het is een eeuw waarin ik meestentijds geleefd heb en waarvan ik toch een meer genuanceerde herinnering heb dan meestal gangbaar is.

Ik ben geneigd die grotendeels zelf ervaren eeuw te kenmerken als een eeuw waarin het project der moderniteit zowel in positieve als in negatieve zin tot volle ontplooiing en voltooiing komt vanuit het revolutionaire grondmotief waardoor het wordt voortgestuwd: het beheersings- en het bevrijdingsmotief[1]. Met als resultaat enerzijds grote wetenschappelijke en technologische successen en ethisch-juridische progressie dankzij de ontwikkeling van de mensenrechten als internationale verantwoordelijkheid, maar anderzijds ook afschuwelijke excessen, met de Holocaust als meest weerzinwekkende uiting. In dit verband wordt ook de nucleaire aanval op de Japanse stad Hiroshima genoemd. Het is ook de eeuw waarin de grote ideologische polarisatieprocessen van de moderniteit in de strijd voor de implementatie van het emancipatiemotief van dit nieuwe beschavingstype in de Koude Oorlog hun internationale hoogtepunt bereiken en vervolgens ten einde lopen, althans in de westerse wereld. En daarmee loopt daar ook de ideologie als moderne bron van politieke zingeving ten einde, evenals de politieke rol en invloed van intellectuelen als ideologen.

De barbaarsheid van de 20ste eeuw duidt hoofdzakelijk op de twee wereldoorlogen - historisch gezien gekarakteriseerd als een grote Europese burgeroorlog - waarop met de Europese integratie in de tweede helft van die eeuw een passend antwoord is gevonden; en voorts op de vreselijke excessen van fascisme en vooral van het nationaalsocialisme als Duitse variant ervan. Daar is dankzij de vernietigende nederlaag ervan in de Tweede Wereldoorlog en de demonisering van deze radicale antiliberale tegenstroming in de tweede helft van de 20ste eeuw resoluut mee afgerekend. De barbaarsheid van die beide oorlogen en de excessen van het nationaalsocialisme (in het bijzonder de Holocaust) was ook een typisch moderne barbaarsheid en in haar vreselijke excessen alleen mogelijk als gevolg van de wetenschappelijk-technologische vooruitgang van de moderniteit. Wat de Holocaust betreft, de bekende Pools-Britse socioloog Z. Bauman zag daarin een schoolvoorbeeld van moderne planning, rationeel beleid en efficiënte probleemoplossing en als zodanig een logische consequentie van de instrumenteel-rationalistische opvatting die ten grondslag ligt aan de rationeel-technologische vooruitgang.

Overwinning liberale waarden als uitkomst van de 20ste eeuw

De tweede helft van de 20ste eeuw wordt behalve door positieve ontwikkelingen als de instelling van de VN als hoeder van vrede en veiligheid, Europese integratie en nieuwe emancipatieprocessen -  die van de gekleurde volkeren dankzij dekolonisatieprocessen in die tweede helft evenals een nieuwe feministische emancipatiegolf - vooral beheerst door de Koude Oorlog, de wereldwijde ideologische en politieke machtsstrijd van het reëel bestaande socialisme in die communistische wereld tegen de liberale waarden van het westen. En in die strijd hebben die liberalen waarden uiteindelijk gezegevierd en daarmee de principes van de rechtstaat, de democratie en de mensenrechten.

De Koude Oorlog werd ook gekenmerkt door de opdeling van de wereld in twee tot de tanden bewapende vijandige kampen, de daardoor gestimuleerde bewapeningswedloop en de verlamming van de besluitvorming van de VN als hoeder van vrede en veiligheid. Maar die bipolaire machtsstructuur met daarmee samenhangende nucleaire veiligheidsproblematiek had ook een positieve keerzijde. Zij schiep in politiek- en militair-strategisch opzicht een overzichtelijke situatie. En daardoor was de kans op politieke misrekening en het uitbreken van onbedoelde gewapende conflicten veel geringer dan in een multipolaire machtsstructuur. Regionale conflicten bleven zodoende beter onder controle van beide supermachten. En het exces van de bewapeningswedloop is tenslotte in zekere mate bezworen door de ontwikkeling van een via verdragen gereguleerde wapenbeheersing.

Aan dit conflict valt voorts de ontwikkeling van het Atlantische bondgenootschap te danken. Veiligheidsbeleid en defensie-inspanning werden daardoor mede een zaak van internationale verantwoordelijkheid. En in dat bondgenootschap functioneerde dat beleid veel effectiever dan in VN-verband. De kans op ingrijpende crises, ja zelfs oorlogen, merkte de Amerikaanse politicoloog J.J. Mearsheimer in 1990 al op, zal waarschijnlijk toenemen, nu de Koude Oorlog voorbij is. Vandaar dat we waarschijnlijk spoedig zullen terug verlangen naar die eens zo negatief beoordeelde Koude Oorlog.[2] Van dat verlangen zijn geen tekenen te bespeuren. En dat heeft ook weinig zin. Maar wat het eerste punt betreft, heeft Mearsheimer weldra gelijk gekregen.

Dat de Koude Oorlog de stoot gegeven heeft tot nieuwe cruciale innovatieprocessen als nucleaire technologie, ruimtevaart en internet, is een feit dat in de beoordeling van zijn historische betekenis eveneens onvoldoende aandacht krijgt. En dat zijn innovatieprocessen die eveneens van grote betekenis blijken te zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden en -problemen van deze tijd.

In terugblikken op de 20e eeuw is er nog altijd een neiging tot het meten met twee maten bij de beoordeling van de linkse en rechtse dictaturen, die zo’n sterk stempel gedrukt hebben op die eeuw, hoewel zij in gelijke mate op het negatieve conto van de 20e eeuw geschreven kunnen worden. Over de eerste wordt veelal milder geoordeeld dan over de laatste. Dit heeft er ook toe geleid dat anticommunisme tijdens de Koude Oorlog als een kwalijke, want rechtse reactie gebrandmerkt werd, in die dagen net zo’n giftig etiket was als islamofoob in deze tijd, aldus de politicoloog Meindert Fennema[3], terwijl om antifascisme de geur hangt van politieke correctheid.  Dat er meer of minder genuanceerde verschijningsvormen van anticommunisme waren[4], was een realiteit die toen niet viel in te passen in het gangbare simplistische links-rechts schema. Dat er treffende overeenkomsten zijn tussen linkse, communistische en rechtse, fascistische dictaturen is een feit dat terwille van de overzichtelijkheid gemakshalve verdrongen werd, hoewel dat door Hannah Arendt in 1951 al helder in het licht gesteld was in haar bekende studie The Origins of Totalitarism.


[1] Zie nader S.W. Couwenberg, Moderniteit als nieuw beschavingstype. Civis Mundi Jaarboek 2009, pp. 49 -50; idem. Tijdsein. Civis Mundi Jaarboek 2011, pp. 19 - 21

[2] J.J. Mearsheimer, Back to the Future. Instability in Europe after the Cold War, International Security, 15, 1990, pp. 5-56

[3] Zie M. Fennema, Islamofoob wil niemand zijn, NRC Handelsblad 10 november 2010

[4] Zie voor een genuanceerde vorm van anticommunisme Tasks for the Free World Today. Thoughts on Positive Anti-Communism, 1964