De strijd tegen veroudering als eigentijdse opgave

Civis Mundi Digitaal #20

door Wim Couwenberg

Bespreking van: Robert Jan Blom, Ouder worden, toch jong blijven. Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 2013

De strijd tegen veroudering als eigentijdse opgave

Wim Couwenberg

Bespreking van: Robert Jan Blom, Ouder worden, toch jong blijven. Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 2013

Negatieve waardering ouder worden

Met de opkomst en ontwikkeling van de jongerencultuur in de jaren ’60 lijkt de verheerlijking van wat jong en nieuw is als een van de kenmerken van de moderniteit als nieuw beschavingstype voorgoed door te zetten tegelijk met het neerkijken op het onvermijdelijk ouder worden. In die jaren culmineerde dat zelfs in de opvatting dat je boven de 30 eigenlijk al niet meer meetelde. Leeftijdsdiscriminatie wordt sindsdien een gevestigde praktijk ondanks artikel 1 van de Grondwet. De ouderen zijn de negers van de toekomst, stelde de schrijver W.F. Hermans in die jaren al kort en bondig.

Eerst waren het alleen de zestigplussers die min of meer voor spek en bonen in het arbeidsproces werden getolereerd. Naarmate de computer, de digitale communicatie in het algemeen, veld won werd leeftijd waarop iemand met een plus werd bedeeld steeds lager. Een mijlpaal werd bereikt met de uitvinding van de rollator. Ongetwijfeld een zegen voor mensen met een evenwichtsstoornis of die slecht ter been zijn. Maar de rollator werd symbool voor lichamelijke verval. Jongere generaties verkeren in de veronderstelling dat de meeste mensen van boven de 60 aan een rollator toe zijn. En hoe treurig dat ook mag zijn, stelt de journalist Henk Hofland, veel ouderen laten zich dat aanleunen. Ze laten zichzelf in een nieuw verdomhoekje generaliseren.[1] Daar ergert zich ook de socioloog Abram de Swaan aan. In verzwakte vorm worden oudere mensen net zo gekleineerd als vrouwen vroeger. Wat mij het meest stoort, aldus De Swaan, is dat ouderen er zelf aan meedoen. Hij roept die ouderen daarom op wat militanter te worden.[2]

Meer optimistische visie

Als reactie op die negatieve waardering van ouderen is er een richting in het denken over vergrijzing die die tendens in meer optimistische zin interpreteert. Het gaat hier om een historisch uniek fenomeen. Nooit eerder was het aantal ouderen zowel in absolute als in relatieve zin zo groot als in onze tijd. Het wordt wel geïnterpreteerd als een logisch uitvloeisel van het moderniseringsproces. En dat noopt tot een herdefiniëring van het begrip ‘oud’. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de gezonde levensduur in komende jaren nog aanzienlijk verlengd kan worden dankzij het voorkomen of herstellen van allerlei aandoeningen die tot nu toe tot ouderdomskwalen gerekend worden. Op basis hiervan wordt een nieuw concept van de oudere mens in het vooruitzicht gesteld, de zogenaamde novo geront (de Homo Senex Vitalis), die tot op hoge leeftijd actief blijft en als zodanig een nieuwe stap in de evolutie van de mens aankondigt. Daarnaast ziet men een groeiende aantal ouderen die nog redelijk vitaal zijn dankzij de geavanceerde medische technologie, de zogenaamde prothesegeront (zogenaamde Homo Senex Artificialis).[3] Daarbij moet wel aangetekend worden dat er een groeiende variatie is wat de levensduur betreft, evenals in gezondheid. Die variatie loopt grofweg tussen hoger- en lageropgeleiden. Dat is een nieuwe maatschappelijke scheidslijn[4].

Anti-aging geneeskunde

Die optimistische visie vindt steun in de ontwikkeling van de anti-aging geneeskunde. En daar gaat het hier te bespreken boek over. Het gaat kort en bondig in op alle relevante aspecten van het ouder worden en de strijd daartegen door de anti-aging geneeskunde. Er wordt ook gesproken met deskundigen als anti-aging artsen, cosmetische chirurgen, een geriater en een psychiater. Het boek wordt gepresenteerd als een praktische gids. En dat is het ook, met allerlei praktische tips en adviezen. Na een kort overzicht van de anti-aging geneeskunde, gericht op het verbeteren en verjongen van alle lichaamsfuncties en daarmee op een betere levenskwaliteit bij het ouder worden, wordt stap voor stap nagegaan wat er kan gebeuren op je 25e, je 35e, je 45e jaar en na het 50e jaar met telkens een lijst van signalen van het ouder worden dat al op het 25e levensjaar begint, maar dan nog nauwelijks voelbaar is. Grote nadruk legt de auteur op het tijdig voorbereiden op gezond ouder worden door een gezonde levensstijl met veelal bekende adviezen. Een ervan is wellicht nog niet zo bekend, namelijk niet alleen gezond, maar ook minder eten dan nodig is. Dan ondergaan de organen de minste slijtage.

Ook de bekende en controversiële arts prof. Defares komt in dit boek aan het woord. Een vitale levensduur tot 150 jaar acht hij op termijn zeer wel mogelijk. Zelf denkt hij 130 jaar te worden. Hij is nu 86. Hij laat zich hierbij heel kritisch uit over de farmaceutische industrie. Artsen functioneren in zijn visie als verlengstukken van die industrie. Alle nieuwe geneesmiddelen komen daar vandaan. Alle topspecialisten doen er onderzoek voor. Alles wat niet regulier is, dat wil zeggen niet door de meerderheid van artsen en de farmaceutische industrie goedgekeurd en geaccepteerd wordt, wordt als kwakzalverij afgedaan. In dit verband brengt prof. Defares ook de omstreden celtherapie ter sprake als middel tegen veroudering, die hij zelf intensief heeft toegepast.

Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de geneeskunde zich sterk ontwikkeld met bijna voor elk orgaan een apart specialisme. Tegelijk zien we dat mensen bij het ouder worden steeds vaker lijden aan meerdere ziektes of aandoeningen tegelijk. Om dat aan te pakken is er steeds meer samenwerking nodig tussen orgaanspecialisten. En de klinische geriatrie ontwikkelt zich in dit verband tot een medisch generalisme zoals een geriater in dit boek toelicht. Er is ook nog een kort hoofdstuk over yoga en meditatie als tegenwicht tegen de verouderende effecten van stress.

Wat in dit boek als anti-aging geneeskunde wordt behandeld, vormt steeds meer een onderdeel van wat onder thema 7 mensverbetering, human enhancement genoemd wordt. Twee cruciale kwesties die in dit nummer onder juist genoemd thema aan de orde komen in verband met de verlenging van de levensduur, krijgen in dit boek nauwelijks aandacht.   

Belangrijkste les

De auteur is bedrijfskundige en expert op het terrein van management, maar hij heeft zich niettemin met de nodige journalistieke flair aardig ingewerkt in deze voor hem vreemde materie. De titel lijkt me minder geslaagd. Ouder worden en toch jong blijven, dat is geen reële benadering. Ouder worden en toch zo vitaal mogelijk blijven functioneren, daar gaat het om. De belangrijkste les daarvoor is, lijkt me, dat we ons al heel tijdig moeten voorbereiden op dat proces van gezond ouder worden. Dat vereist een langere termijn strategie. Maar dat is voor heel veel mensen nog te hoog gegrepen. Dat resulteert in een nieuwe tweedeling: hoog opgeleiden die dankzij die opleiding en hun intelligentie open staan voor zo’n strategie; en lager opgeleiden die dat niet opbrengen en bij de dag leven met een kortere levensduur en meer medische klachten bij het ouder worden als gevolg.


[1] Henk Hofland. De negers van de toekomst. Socialisme en democratie, 12, 2009.

[2] Zie Abram de Swaan: Ouderen mogen best wat militanter worden. Interview Trouw, 4 september 2010.

[3] Zie onder andere J. Baars, Het nieuwe ouder worden, 2006; B. Sipsma, Naar een nieuwe ouderenwereld, Civis Mundi, 2, 2009; K. van Beek e.a., Anders gaan denken over ouderdom, Socialisme en Democratie, 12, 2009.

[4] Zie S.W. Couwenberg, Tijdsein. Civis Mundi Jaarboek 2011, pp. 143-144