Een Vlaams psychodrama

Civis Mundi Digitaal #20

door Paul van Velthoven

Bespreking van: Robert Lemm en Mohamed El-Fers,  De woede van Vlaanderen - Kroniek van een goedgeefse knapenschenner. Uitgeverij Aspekt, Soestenberg.

Een Vlaams psychodrama

Paul van Velthoven

Bespreking van: Robert Lemm en Mohamed El-Fers,  De woede van Vlaanderen - Kroniek van een goedgeefse knapenschenner. Uitgeverij Aspekt, Soestenberg. Prijs 17,95 euro.

De Brugse bisschop Roger Vangheluwe fungeert sinds 2011 op de lijst van de tien grootste machtmisbruikers van het Amerikaanse weekblad Time. Op die lijst komen ook mannen voor als de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong II, Berlusconi en de vermoorde Libische leider Khadaffi. Hoe slaagde een beminnelijk en zeker niet onwijs man als Vangheluwe - men neme kennis van het uitvoerige, openhartige interview dat Vangheluwe in april 2011 gaf  aan de Vlaamse televisie een jaar na zijn aftreden - erin deze status te verwerven? Anders gezegd, hoe was mogelijk dat deze man in de ogen van velen tot een pedofiliemonster kon uitgroeien? Of maakten kerkelijke woordvoerders en ieder ander die zich gerechtigd voelde om over hem in de media de staf te breken het monster van hem zodat hij rijp werd om in de lijst van Time te worden opgenomen?

De mediastorm stak tegen hem op nadat de bisschop zelf in het voorjaar van 2010 via een uitvoerig communiqué zijn ontslag als bisschop en de redenen daarvoor bekend had gemaakt. De verontwaardiging over het onheil dat priesters door seksueel gedrag onder minderjarigen hadden aangericht was al tot het kookpunt gestegen, maar de schok was des te groter nu voor het eerst in België ook een bisschop in de fout bleek te zijn gegaan. In het communiqué bekende Vangheluwe een minderjarige neef van hem jarenlang seksueel te hebben misbruikt wanneer hij hem op familiebijeenkomsten ontmoette. Een en ander was inmiddels vijfentwintig jaar geleden, maar de neef had daar nooit vrede mee gehad, zo meldde Vangheluwe. De bisschop had na het gebeuren vele malen schuld betuigd tegenover zijn neef en hem bij het opbouwen van een eigen carrière ook geregeld met forse sommen geld bijgestaan, zo zou later blijken. Hij betreurde oprecht de schade die hij had aangericht en zei zich terug te zullen trekken uit zijn ambt en zich nader te bezinnen.

Terwijl het mediageweld een jaar lang over hem heen bulderde, trok Vangheluwe als een vogelvrij verklaard man van klooster naar klooster om aan de blikken van de opgehitste omstanders te ontkomen.

In april 2011, bijna een jaar na zijn ontslag meende hij dat het goed was als hij alsnog voor een keer uitvoeriger zou toelichten wat hij fout had gedaan. In een vraaggesprek met de Vlaamse tv-zender VT4 vertelde hij hoe dit seksuele misbruik in zijn geval was ontstaan. Als gewaardeerd lid ontmoette hij zijn familie enkele keren per jaar op hoogtijdagen. Als er vroeger in huis met veel logees niet voldoende bedruimte was, was het de gewoonste zaak van de wereld dat volwassenen en kinderen samen in een bed sliepen. Zo ook daar. Zo ontmoette Vangheluwe zijn neefje enkele malen per jaar in bed. Het kwam tot handtastelijkheden en tot het masturberen van de jongen. Van verkrachting (‘penetratie’) was absoluut geen sprake, zo vertelde Vangheluwe, een lezing die de onderzoeksrechter die hem en de jongen hoorde na uitgebreid onderzoek onderschreef. Het was een vorm van intimiteit waar hij behoefte aan had gehad, vertelde hij, maar hij was zeker geen pedofiel of gefrustreerd door het celibaat. Het stopte toen de neef, inmiddels achttien jaar, zei dat ‘spelletje’ niet langer te willen ondergaan. ‘Ik heb de uitwerking van wat ik heb gedaan, zwaar onderschat. En achteraf spijt me dat verschrikkelijk". Aldus Vangheluwe.

Het klonk alleszins redelijk. Hij had een fout begaan, maar wenste niet voor de rest van zijn leven daarvoor gestraft te worden. Maar opnieuw laaide de woede over zijn uitlatingen na de televisieuitzending ongemeen hoog op. Vooral zijn voormalige collega’s onder wie aartsbisschop Léonard (die aanvankelijk nota bene geprobeerd had de zaak tot zijn juiste proporties terug te brengen) keerden zich tegen hem. Hij had zijn mond moeten houden, zo was de teneur van de meeste reacties. Alsof de oude omerta in de kerk over het misbruik in ere hersteld had moeten worden. Daar had de bisschop door openhartig naar buiten te willen juist mee willen breken.

Evaluatie

Inmiddels ligt de opwinding over Vangheluwe een kleine  twee jaar achter ons. Voor Robert Lemm, een bekende katholieke publicist, en de journalist Mohamed El-Fers, medewerker van de Groene Amsterdammer, aanleiding om het geval-Vangheluwe opnieuw te bezien. In ‘De woede van Vlaanderen -  Kroniek van een goedgeefse knapenschenner’ geven zij een gedetailleerd, chronologisch overzicht van alle gebeurtenissen en reacties rond Vangheluwes terugtreden. Alle spelers komen in de reconstructie van dit psychodrama aan het woord. De auteurs beperken zich zoveel mogelijk tot de registratie van hun uitingen in pers, radio, tv of internet. De veruit belangrijkste  persoon die ontbreekt, is de neef, ten tijde van de aanklacht 42 jaar oud. Zoveel is wel duidelijk dat hij door via een email druk uit te oefenen op de Belgische bisschoppen de zaak aan het rollen bracht. Daarna hulde hij zich tegenover de buitenwacht in een volledig stilzwijgen. Hij diende opmerkelijk genoeg ook geen aanklacht in tegen zijn heeroom.

De meeste opmerkelijke stem in dit geheel is die van een zekere R.V.die via een onduidelijk discussieplatform op internet geregeld van zich laat horen. Deze ‘deep throat’ wil zijn misbruik niet bagatelliseren, maar doet wel zijn best om de beschuldigingen aan het adres van de bisschop en de omstandigheden waaronder het gebeurde toe te lichten. Het zou natuurlijk om Roger Vangheluwe zelf moeten gaan, maar de schrijvers hebben dat niet met zekerheid kunnen vaststellen, zo zei  Lemm in de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws van 22 mei. Vangheluwe zelf hebben zij in ieder geval niet gesproken. Als Vangheluwe zich via deze R.V. zou hebben uitgesproken, is dat in tegenspraak met wat Vangheluwe zelf zei in het interview met de Vlaamse televisie. Hij had toen voor het eerst en voor het laatst verantwoording hebben willen afleggen.

De auteurs geven in hun overzicht weinig commentaar, maar ze wijzen er in een van de weinige uitweidingen die ze zich permitteren wel fijntjes op dat in de jaren waarin het misbruik van Vangheluwe speelde - de jaren zeventig en tachtig - Nederlandse politici van progressieve signatuur op gezag van hooggeleerde psychiaters en seksuologen het voorstel opperden om het wettelijk verbod op seks met minderjarige kinderen op te heffen. Het was dezelfde tijd waarin de familie van Vangheluwe de bisschop met zijn neef liet begaan. Is er nooit iemand geweest die zich daarover heeft verwonderd, zo vragen Lemm en Mohamed- El-Fers zich af. We lijken, gelet op de bijna hysterische reacties op het optreden van de bisschop, lichtjaren van die tijd verwijderd. Het drama dat zich rond Vangheluwe heeft afgespeeld, geeft zicht op een maatschappelijke schizofrenie. Na de seksuele revolutie van de jaren zestig is seks tot in zijn meest extreme vorm voor iedereen toegankelijk gemaakt. Denk aan de wijdverbreide, eerbaarheid schennende pornografie die men haast niet meer kan ontlopen.  Maar dat was blijkbaar bij de gratie van een noodzakelijk aanwezige tegenpool, de puriteinse geest die als erfenis van het lichaamsvijandige christendom recht overeind is gebleven. Het bestaan van deze schizofrenie lijkt wel de meest ter zake doende conclusie die men uit het Vlaamse psychodrama rond bisschop Vangheluwe kan trekken.