Het Westen en de Arabische Lente

Civis Mundi Digitaal #20

door Wim Couwenberg

Het Westen en de Arabische Lente

Wim Couwenberg

Van premoderniteit naar moderniteit

Wat opvalt in de wijze waarop van westerse zijde gereageerd wordt op de Arabische Lente is het korte politieke geheugen waarvan men daarbij opnieuw blijk geeft. Zoals elders in dit nummer (onder thema 4.2) nog eens uiteengezet wordt, betekent de overgang van premoderne culturen naar een modern type samenleving en cultuur een radicale cultuurbreuk. In Europa heeft die overgang zich in politieke zin het eerst voltrokken, namelijk sinds de Franse Revolutie van 1789. Dat werd toen ook beleefd als een spectaculaire cultuurschok die tot in de eerste helft van de twintigste eeuw in Europa natrilt. Het is een transitieproces dat met veel horten en stoten op gang komt en gepaard gaat met krachtige tegenwerking van velerlei kanten. Het heeft tot ver in de twintigste eeuw geduurd voordat de liberale principes van de Franse Revolutie eindelijk zich hebben kunnen doorzetten. De praktijk blijft overigens vaak achter en soms zelfs ver achter bij wat die principes beogen.

De Franse Revolutie ontaardde zoals bekend spoedig in een jacobijns terreurbewind en de dictatuur van Napoleon, gevolgd door een Restauratieperiode die tot 1848 stand hield. Pas daarna komt de ontwikkeling van de moderniteit in liberale zin stap voor stap op gang, zij het dat communistische en fascistische tegenkrachten dat in de twintigste eeuw nog met alle macht probeerden te verhinderen. De Arabische wereld staat nu op het punt op haar beurt die overgang naar de moderniteit in liberale zin te maken. Maar dat gaat evenmin als in Europa op rechtlijnige wijze. Het is daarom bijzonder naïef te verwachten dat liberale en democratiseringsprocessen daar zomaar ineens van de grond komen en wortel schieten.

Moslimfundamentalisme als tegenkracht

Het is vooral het moslim fundamentalisme dat daartegen krachtig weerstand biedt. Dat ontleent zijn groeiende invloed en geldingsdrang vooral aan de impasse waarin een groot deel van de islamitische wereld al jarenlang verkeert. In tegenstelling tot Oost-Azië is de islamitische wereld vooral in Noord-Afrika en het Midden-Oosten er tot nu toe niet in geslaagd tot een bevredigend compromis te komen tussen de eigen religieuze en sociale tradities en waarden en een geavanceerde markteconomie naar westers-liberaal model. Een sterke bevolkingsgroei gaat hier samen met corrupte politieke regimes die zich slechts staande kunnen houden door een politiek van intimidatie en repressie.

Een dergelijke situatie is uiteraard een vruchtbare voedingsbodem voor politiek ressentiment. En dat vindt sinds jaren zijn uitweg in dat moslimfundamentalisme dat door verlichte moslims als medeoorzaak gezien wordt van de stagnerende en daardoor achterlopende ontwikkeling in de islamitische wereld.[1] Velen die in de nieuwe postkoloniale orde in de islamitische wereld zwaar teleurgesteld zijn, nemen daartoe hun toevlucht als legitieme grondslag voor hun verzet tegen die repressieve regimes. Het biedt hun ook een nieuw toekomstperspectief en een nieuw doel, te weten de verbreiding van de zuivere leer van de islam en van de islamitische revolutie, het terugdringen van de stoomwals van het westers-liberale moderniseringsproces en uitschakeling van de modernisten in eigen land die daarmee gemene zaak willen maken.

Vergeefse hoop

De volksopstanden in de Arabische wereld in 2011 wekten de hoop op verbreiding van westers-liberale waarden in die streken. Vandaar dat zij als Arabische Lente benoemd en geïnterpreteerd zijn. Zoals gebruikelijk is ook in de Arabische wereld gestart met vrije parlementsverkiezingen om zodoende een democratiseringsproces daar op gang te kunnen brengen. Moslimfundamentalistische stromingen en partijen bleken daarbij echter aan de winnende hand, ook in Egypte, de belangrijkste regio in de Arabische wereld. De moslimbroederschap is daar als sterkste partij uit de stembus gekomen.

Verkiezingen invoeren is meestal niet zo moeilijk. Maar waarborging van constitutionele vrijheden en effectieve democratische verantwoording van beleid met zonodig wisseling van de wacht, dat blijkt heel wat problematischer te zijn.[2] Door de sterke nawerking van feodale, tribale en traditioneel religieuze invloeden in de niet-westerse, i.c. Arabische wereld wordt met vrije democratische verkiezingen niet alleen een vruchtbare voedingsbodem geschapen voor interreligieuze groepsconflicten, dat leidt bovendien tot een toe-eigening van de staat door en ten bate van de etnische of religieuze groepen die daar langs democratische weg aan de macht komen. Dat gebeurde ook in Egypte onder president Morsi die als exponent van de moslimbroederschap een bewind voerde ter versterking van de islamitische invloed. Dat is uitgelopen op een krachtmeting tussen het leger en de moslimbroederschap. En die is gewonnen door het leger. In plaats van een democratische ontwikkeling in westerse zin is de Arabische lente in Egypte uitgelopen op een nieuwe militaire dictatuur met legerleider Sisi als nieuwe machthebber, die zijn macht meteen gedemonstreerd heeft in een gewelddadige afrekening met de leiders en rebellerende achterban van de moslimbroederschap. Er zijn wel nieuwe verkiezingen in het vooruitzicht gesteld. Maar vooralsnog zullen alle pogingen tot democratisering in de Arabische Wereld wel blijven steken in wat in de literatuur daarover aangeduid wordt als semi-, pseudo-, schijn-, façade- of gemankeerde democratie.[3]

Van westerse zijde is de Syrische burgeroorlog ook weer benaderd vanuit het naïeve verwachtingspatroon waaruit de Arabische Lente aanvankelijk geïnterpreteerd en gesteund is. Het is langzamerhand wel duidelijk geworden dat grote delen van de Syrische rebellen er helemaal niet op uit zijn een westerse democratie in Syrië te stichten, maar een islamitische staat. Beter was het daarom geweest in eerste instantie het verloop van de Syrische burgeroorlog af te wachten. Nu Assad zich nog steeds weet te handhaven, de rebellen sterk versplinterd raken en moslimradicalen daar steeds meer de dienst uitmaken, rijst de vraag of men van westerse zijde Assad niet te vroeg heeft afgeschreven en of men niet beter een politieke oplossing van het conflict had kunnen nastreven in plaats van meteen de rebellen te gaan steunen.

Hoe dit zij, de overgang naar de moderniteit in liberale zin in de Arabische wereld zal een langdurig proces zijn, zoals eerder in Europa en zal zich daar eveneens met veel horten en stoten voltrekken. Een verstandige begeleiding ervan van westerse zijde vereist een lange termijn visie en de nodige frustratie tolerantie. We zullen er tevens rekening mee moeten houden dat de agenda van de internationale politiek daar mede bepaald zal worden door de problemen die samenhangen met de worsteling van de islamitische wereld daar met de overgang naar een moderne samenleving en cultuur. Feit is dat we te maken hebben met een diepgaande kloof in de beschavingsontwikkeling tussen de westerse en Arabische wereld. Van westerse zijde heeft men daar vaak nog onvoldoende oog voor.


[1] Zie o.a. A Meddeb, La maladie d’islam, 2002

[2] ZIe o.a. F. Zakaria, The rise of illiberal  democracy Foreign Affairs, 1997; en H. Leurdijk, Regimeverandering: de uitdaging van democratische interventie, Vrede en Veiligheid, 2, 2004

[3] Zie Problemen der democratie in ontwikkelingslanden, in: Problemen der Democratie I, Civis Mundi Jaarboek 1965, pp. 124-153; en voorts het Human Development Report 2002 van de VN ontwikkelingsorganisatie UNDP