Digitale revolutie: nieuw platform voor burgerlijke ongehoorzaamheid

Civis Mundi Digitaal #20

door Wim Couwenberg

Digitale revolutie: nieuw platform voor burgerlijke ongehoorzaamheid

Wim Couwenberg

Met de toenemende ontsluiting van het potentieel van dit nieuwe medium voltrekt zich een nieuw omslagpunt in het politieke moderniseringsproces in democratische zin. Het wordt namelijk een cruciale factor in de wijze waarop democratische samenlevingen in deze tijd functioneren. Het schept een nieuwe vorm van burgerparticipatie, waar de rebellerende babyboomersgeneratie van de jaren ’60 op die schaal nog niet van kon dromen. Dankzij het decentrale karakter van internet biedt dat tot voor kort onvermoede kansen om op grote schaal achter de schermen van het politieke/diplomatieke wereldgebeuren te kijken. Door de activiteiten van klokkenluiderssite WikiLeaks is dat in 2010 pas goed tot de publieke opinie doorgedrongen. Het is een nieuwe digitaal gevoerde rebellie tegen gevestigde machten en hun tekortschieten in de nodige democratische openheid.

WikiLeaks

Begin jaren ’70 hebben we natuurlijk al wel de onthullingen gehad van de Pentagon Papers en van de Watergate-affaire. Maar nieuw is nu wel de schaal en de snelheid waarop de huidige onthullingen plaatsvinden en de invloed ervan op het wereldgebeuren en de journalistieke nieuwsgaring. Daarmee ontwikkelt zich een digitaal bolwerk, waar klokkenluiders waar ook ter wereld anoniem geheim gehouden documenten kunnen uploaden en daarmee belastende informatie over overheden en politici openbaar kunnen maken en misstanden aan de kaak kunnen stellen zonder gevaar van ontmaskering. Na WikiLeaks zijn er spoedig andere Leaks sites bijgekomen zoals BrusselsLeaks, BalkanLeaks, Open Leaks en IndoLeaks. En sinds kort hebben we de intrigerende onthullingen van de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden, die op 29 jarige leeftijd ondanks grote risico’s het initiatief nam tot het openbaar maken van niet geringe misstanden, gepleegd onder supervisie van de Amerikaanse regering. De professionele journalistiek van de oude media blijft in het kader van deze nieuwe vorm van burgerjournalistiek een eigen rol spelen, met het oog op de selectie en interpretatie van deze nieuwe, digitaal geleide vloedgolf aan informatie.

Begin 2010 onderstreepte president Obama en zijn toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton het grote democratische belang van internetvrijheid in reactie op de wijze waarop China daarmee omgaat. De interventie van WikiLeaks in het wereldgebeuren is ongetwijfeld een typisch westers fenomeen. De ironie van deze recente geschiedenis is wel dat Amerika, uitvinder van internet en zich opwerpend als pleitbezorger van internet vrijheid tegen China uit een heel ander vaatje is gaan tappen toen het zelf last kreeg van de vrijmoedige wijze waarop WikiLeaks en anderen van die nieuwe vrijheid gebruik gingen maken. Het reageerde daarop spoedig door daar niet alleen paal en perk aan te stellen, maar klokkenluiders ook hard aan te pakken, die de nieuwe uitingsmogelijkheden van dit nieuwe medium gretig aangrepen om misstanden openbaar te maken. In weerwil van zijn bekwaam aangekweekte progressieve imago doet president Obama dat nog resoluter dan zijn neoconservatieve voorganger G.W. Bush. Door overdreven veel informatie als geheim te bestempelen, wordt veel relevante informatie buiten de openbaarheid gehouden.

Nieuwe democratische tegenmacht

Langs die nieuwe digitale wegen worden burgers nu in staat gesteld direct in het wereldgebeuren te interveniëren en daarop invloed uit te oefenen met als recent voorbeeld de door Snowden onthulde wereldwijde controleactiviteiten van de National Security Agency (NSA) van de VS waardoor de wereld kennis gekregen heeft van een verregaande inbreuk op de privacy van burgers en publieke functionarissen[1]. Tegenover overheden die steeds verder gaan in het controleren en manipuleren van burgers, ontstaat er zodoende een nieuwe democratische tegenmacht, die zich legitimeert met een beroep op de vrijheid van meningsuiting en het democratische beginsel van zo groot mogelijke politieke transparantie. Ook in een democratische context is die openheid uiteraard niet onbeperkt. Dat diplomatie niet zonder een zekere mate van vertrouwelijkheid kan en dat bepaalde documenten over economische, politieke en militaire aangelegenheden geheim gehouden moeten worden, behoeft, lijkt me, geen betoog. Maar die vertrouwelijkheid eindigt waar zwaardere publieke belangen in het geding zijn die een inbreuk daarop rechtvaardigen. Klokkenluiders kunnen zich dan beroepen op burgerlijke ongehoorzaamheid zoals dat eerder gebeurde in de politieke en culturele rebellie van de jaren ’60. Burgerlijke ongehoorzaamheid is sindsdien als legitimerende kwalificatie uit de roulatie geraakt. Maar het kan nu in de context van de digitale revolutie en de nieuwe mogelijkheden tot meer politieke transparantie opnieuw als zodanig ingezet worden tegen staten die hun hand overspelen door te ver te gaan in het controleren wereldwijd van jan en alleman zoals Amerika dat nu doet uit groeiend wantrouwen tegen de rest van de wereld nu het zijn greep op het wereldgebeuren voelt verminderen.

Een daad die respect verdient

Op de onthullingen van Snowden is in Amerika in juli 2013 gereageerd met een heftig publiek debat van voor- en tegenstanders van het NSA observatieprogramma (Prism.). In het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is door een afgevaardigde van de Democratische en de Republikeinse partij samen een voorstel ingediend om dat programma aan banden te leggen vanwege de vergaande inbreuk op het recht van privacy dat daarmee gemaakt wordt. Dat voorstel heeft het echter niet gehaald. Gelukkig heeft Obama met het oog op de ontstane onrust inmiddels beloofd de werkwijze van de NSA transparanter te maken. Want de vraag rijst langzamerhand of de huidige veiligheidsobsessie en de wereldwijde controleactiviteiten als uitvloeisel daarvan niet duiden op een totalitaire tendens in een officieel liberale context. In de Duitse Bondsrepubliek heeft Snowden inmiddels een pleitbezorger gekregen in de Duitse president. Wie misstanden openbaar maakt en daarbij handelt vanuit z’n geweten, verdient veeleer respect, vindt het Duitse staatshoofd. In de VS zien veel Amerikanen Snowden niet als een landverrader, zoals de regering beweert, maar veeleer een patriot.

Deze nieuwe uiting van burgerlijke ongehoorzaamheid wordt vrij algemeen gewaardeerd als een welkom breekijzer, dat democratische overheden noopt tot grotere openheid en verantwoording van beleid. Het politieke grondrecht op en de overheidsplicht tot informatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een reële functionering van de democratische rechtsstaat en wordt als zodanig in de meeste westerse democratieën in het algemeen nog onvoldoende in acht genomen en gerespecteerd.[2] Internet heeft de zogenaamde zwijgende meerderheid van weleer ook een stem in het politieke kapittel gegeven en nieuwe partijvorming veel gemakkelijker gemaakt. Zonder internet, aldus PVV-prominent Martin Bosma, zou een nieuwe controversiële partij als de PVV nooit van de grond zijn gekomen.[3] Zonder internet waren ook de talrijke protestbewegingen in allerlei landen van de laatste tijd nooit zo snel op de been gebracht.


[1] Zie voor een zeer informatieve reconstructie van de onthullingen over deze mega-afluisteraffaire Peter Maass, De mensen van Snowden, De Groene Amsterdammer, 22 augustus 2013. Het brein achter die onthullingen was de Amerikaanse filmmaakster Laura Poitras, die hierbij nauw samenwerkte met de journalist Glenn Greenwald, als extern verslaggever verbonden aan het Britse dagblad The Guardian. Hun samenwerking was georganiseerd als een grootscheepse inlichtingenorganisatie, waarin zij grote risico’s met elkaar deelden.

[2] Zie nader S.W. Couwenberg, Modern constitutioneel recht en emancipatie van de mens II, 1984, pp 277-281

[3] Zie M. Bosma, De schijn-elite van de valse munters, 2010, p. 31