Religie en moderniteit

Civis Mundi Digitaal #21

door Paul Cliteur

Religie en moderniteit

Een commentaar op Prof. Couwenbergs artikel "Op weg naar een postseculier ontwikkelingsperspectief van de moderniteit", Civis Mundi, 26 augustus 2013, op:

http://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=2141

Door Paul Cliteur

De Deventer metafysicus Jeroen Buve begint zijn boek Plato in het Vaticaan (2012) met de vaststelling: "Wim Couwenberg is al vijftig jaar ‘de’ theoreticus van het politieke denken ‘in dit land met een zwakke theoretische traditie’".[1] Dat lijkt mij een terechte constatering.[2] Wat Couwenbergs werk kenmerkt, is de enorm brede oriëntatie en de overtuiging dat het positieve recht niet anders dan tegen een culturele, met name politieke achtergrond kan worden bestudeerd en begrepen.[3] In een periode waarin oude zekerheden zijn ondergraven zal een dergelijke opvatting van staatsrechtbeoefening weer aan betekenis winnen. Ik kan mij vergissen, maar ik heb de indruk dat de wereld waarin wij nu leven veel meer onzekerheden kent dan de wereld van dertig jaar geleden. De universaliteit van mensenrechten,[4] het westerse model van democratie en rechtsstaat, de waarde van de natie-staat[5] - het zijn allemaal heftig omstreden zaken geworden.

Dat kan eenvoudigweg aan de jurist (voornamelijk juristen die zich bezig houden met het publieke recht) niet ontgaan. Couwenberg interpreteert - daarbij geïnspireerd door het werk van Duitse staatsrechttheoretici[6] - het recht tegen een achtergrond van waarden en instituties die in toenemende mate zelf voorwerp van controverse zijn geworden. Het mooie van het werk over staatsrecht en staatsrechtwetenschap van Couwenberg is dat hij altijd heeft laten zien hoe het positieve staatsrecht de uitdrukking vormt van achterliggende waarden en stellingnames. En dat betekent dat een staatsrechtjurist het positieve staatsrecht ook nooit goed kan begrijpen wanneer hij voor die achterliggende waarden geen oog heeft.

Opvallend is ook Couwenbergs grote belangstelling voor religie, iets dat uitzonderlijk is voor een staatsrechtgeleerde. Dat heeft ook een persoonlijke oorzaak. In vele van zijn geschriften heeft hij beschreven hoe hij zich heeft losgemaakt van het orthodoxe katholicisme van zijn jeugd[7] en hoe hij op latere leeftijd toenadering heeft gezocht tot een meer vrijzinnige geloofsoriëntatie. Maar dat afstand nemen van religie heeft bij Couwenberg ook een grens. Hij heeft altijd afstand willen houden van wat hij noemt "militant atheïsme", een vorm van ongodsdienstig denken dat tegenwoordig wordt geassocieerd met de New Atheism van Dawkins, Hitchens, Harris en Dennett.

Ik heb die afwijzing van "militantie" nooit zo begrepen. Begrijp mij goed, ik zie wel in waarom iemand geen atheïsme aanvaardt of geen atheïst wil zijn, maar ik begrijp die bezwaren tegen militant atheïsme niet. Je hoort die "militantie" ook nooit afgewezen worden in andere combinaties. Nooit hoor je iemand zeggen "Begrijp mij goed, ik ben zelf socialist, maar militant socialisme - nee, daar moet ik niets van hebben". Of dat iemand zegt: "Spanje is mijn favoriete vakantieland, maar iemand die gaat uitleggen wat zo mooi is aan Spanje - nee, dat is mij te zelotisch".[8] Toch hoor je dat over atheïsme met de regelmaat van de klok. Het is heel chic om op feestjes van de chattering classes te zeggen dat je zelf atheïst bent, maar dat je niets moet hebben van expliciet, zelotisch of militant atheïsme.[9] Goed, het mag.[10] Maar er is, voorzover ik zie, geen enkele rechtvaardiging voor.

Het effect van deze semantische strategie om alles waarmee men het enigszins oneens is te betitelen als "agressief", "fundamentalistisch", "zelotisch", "provocerend" of "kwetsend" is dat iedereen steeds meer in zijn eigen waan wordt gelaten zonder dat anderen hem of haar mogen tegenspreken in eigendunkelijk gecultiveerde heilige gevoelens. Publiek debat over belangrijke zaken verschraalt tot een uitwisseling van verwijten dat men op elkaars tenen is gaan staan door een of ander taboe niet of onvoldoende te respecteren. Niet alleen "atheïsme" is aanstootgevend tegenwoordig, maar ook secularisme.

Een enkel voorbeeld. De Deense journalist Tøger Seidenfaden schreef een artikel over de Deense cartoons onder de titel "Hard secularism as intolerant civil religion: Denmark and the Cartoon Case" (2012).[11] Het blijkt te gaan om een kritiek op de toenmalige Deense premier Anders Fogg Rasmussen (tegenwoordig secretaris-generaal van de NAVO) die niet wilde toegeven aan druk vanuit sommige Islamitische landen (en de Organisation of Islamic Coorporation) om een "dialoog" aan te gaan over de publicatie van de Deense cartoons. Rasmussen had zich op het enig juiste standpunt gesteld dat een premier kan innemen in een democratie met een vrije pers, namelijk aangeven dat het niet aan hem is om te proberen de vrije pers te beïnvloeden wat men wel en niet wil publiceren. Maar door Seidenhafen wordt dat geportretteerd als een kennelijk verwerpelijk "hard secularism".

Als dat "hard secularism" moet worden afgewezen, denkt men, wat zou dat "soft" (en kennelijk goed) secularisme dan inhouden? Betekent "soft" (en kennelijk goed) secularisme dat men in principe seculiere waarden moet hooghouden als staat of als regering tenzij zich voldoende extremisten aandienen die met geweldsdreiging opeisen dat die waarden worden ingeleverd? Dat zulk soort kapitulatie soms onvermijdelijk is, is erg genoeg. Maar waarom zou een verstandig journalist een dergelijk droevig gedrag verheerlijken?

Voor atheïsme geldt hetzelfde. Ik geniet van het werk van Christopher Hitchens, Richard Dawkins, Dirk Verhofstadt[12] en Etienne Vermeersch,[13] zoals ik ook kan genieten van de Christelijke apologeet C.S. Lewis.[14] Hitchens en Lewis schrijven allebei goed beargumenteerde boeken waarin hun levensbeschouwelijke uitgangspunten (geheel tegengesteld aan die van elkaar) helder naar voren komen. Waarom moeten we toch allemaal in dat grauwe midden gaan zitten, zo vaak en zo misleidend gepresenteerd als "genuanceerd"?[15]

Bij Couwenberg vertaalde die afkeer van "militantie" zich in een voorkeur voor wat hij noemt "vrijzinnigheid". Ook die term vind ik moeilijk te begrijpen. Althans de term "vrijzinnig", zoals in Nederland gehanteerd.

De Belgische vrijzinnigheid is helder. Daar gaat het om vrijdenken. Alles onder kritiek stellen. Anticlericalisme.[16] Enfin, je weet wat je krijgt. Maar in Nederland betekent de term "vrijzinnigheid" iets vaags, mistigs. Vrijzinnigheid is een losse geloofspositie waarbij men - zoals gezegd - binnen "het geloof" wil blijven (wat dat ook moge betekenen anders dan atheïsme afwijzend als "militant", "agressief", "kortzichtig"), maar je begrijpt nooit wat die vrijzinnigen dan willen geloven. Of wat zij vinden dat jij ook zou moeten geloven. Ik ben in ieder geval graag bereid alles in overweging te nemen dat op de religieus-levensbeschouwelijke markt in de aanbieding is (wat iets anders is dan aannemen, natuurlijk). Zo heb ik, daartoe aangespoord door Couwenberg, mij ook eens verdiept in reïncarnatie.[17]

Vrijzinnigen "op weg" naar atheïsme

Volgens mij zijn die vrijzinnigen vaak op weg naar atheïsme. Als je lang genoeg wacht dan komen ze daar ook wel aan, doorgaans. Maar het kost tijd.

Een kleine anekdote. Ik zat, inmiddels al decennia geleden, een paar keer in praatprogramma’s voor radio en tv met de van huis uit gereformeerde theoloog Harry Kuitert (geb. 1924). Kuitert moest toen nog niets van atheïsme en ongeloof hebben. Misschien is de term "atheïsme" voor hem nog steeds taboe, maar geleidelijk aan heeft hij wel alle leerstukken van de kerk laten vallen. Zoiets gebeurt volgens mij in Duitsland ook met Hans Küng.[18] Nu kwam ik vroeger nog wel eens in de verleiding op dat proces commentaar te leveren, maar ik heb geleerd dat dit heel onverstandig is. Vrijzinnigen (of zich tot vrijzinnigheid ontwikkelende gelovigen) moet je als atheïst niet storen bij het broeden want dan gaan ze omstandig en vaak ook emotioneel verklaren dat ze nooit tot atheïsme zullen komen (de gedachte alleen al!). Dat is immers zo kaal, schraal, militant en agressief ... En alleen al het aan de orde stellen van het onderwerp levert je het verwijt op dat je zelf ook een "zeloot", "fundamentalist" of op zijn minst een "gelovige" bent.[19]

Als een belangrijk argument (althans vind ik zelf) tegen vrijzinnigheid heb ik in 2002 de stelling gelanceerd dat wat hier ook van zij, God in ieder geval niet houdt van die vrijzinnigheid.[20] Dat leidde tot veel kritiek. Hoe kan die Cliteur dat nu toch weten, waar God wel en niet van houdt? Hij gelooft zelf niet eens in God! Hilariteit.

Maar dat is toch niet zo’n overtuigend contra-argument, naar mijn idee, omdat ook een niet-gelovige wel degelijk een gods-conceptie kan hanteren. Waar hij die vandaan haalt? Uit de bijbel. Of uit wat mensen die zelf zeggen te geloven over Gods eigenschappen te berde brengen. Je kunt, met andere woorden, heel goed aangeven dat de figuur die Christenen als "God" aanduiden voor jou geen aantrekkelijke figuur is. Of dat je niet in het "bestaan" van die figuur gelooft (wat strikt genomen verschillende dingen zijn). Precies zoals Christenen ook kunnen aangeven dat zij wel of niet in Zeus geloven of wel of niet van Zeus houden of commentaar geven op eigenschappen van Zeus, louter op basis van de kennis die zij van Zeus hebben opgedaan uit het lezen van Homerus’ Odyssee.

Wanneer Thomas Paine in The Age of Reason (1794)[21] aangeeft waarom hij de God van het Oude Testament niet zo’n aantrekkelijke figuur vindt[22] dan neemt hij gewoon de verhalen die in die bijbel verteld worden als uitgangspunt en hij beoordeelt vervolgens of hij de daar geportretteerde figuur een aanlokkelijk moreel voorbeeld acht. Quod non.[23]

Eigenlijk doet Couwenberg dat ook natuurlijk. In het artikel dat ik hier probeer te becommentariëren neemt Couwenberg afstand van de God van zijn jeugd. Die katholieke God die tegen de scheiding van kerk en staat was, een rigide seksuele moraal predikte, geen voorbehoeds­middelen duldde en die homoseksualiteit verwierp (het zijn de woorden van Couwenberg zelf) - ziedaar, die God heeft Couwenberg ook verworpen, zo licht hij toe in zijn artikel.

Is Couwenberg daarmee een atheïst geworden? Ik stel de beantwoording van die vraag nog even uit, omdat ik eerst wat opmerkingen wil maken over secularisatie en secularisme - naast atheïsme twee andere begrippen waarover grote verwarring bestaat.

De secularisatie-these

Omdat vele anderen de God die Couwenberg heeft verworpen óók hebben verworpen, zou men ten aanzien van het katholicisme kunnen zeggen dat de "secularisatie" enorm is toegenomen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het lidmaatschap van de Anglicaanse Kerk. In 2012 verklaarde 20 procent van de Britse staatsburgers zichzelf Anglicaan te beschouwen, in 1983 was dat nog 40 procent.[24] Ondertussen blijft de Anglicaanse Kerk de staatskerk van Groot-Brittannië. Postmoderne relativisten doen over dat soort zaken doorgaans nogal luchtig. Maar is dat wel verantwoord? Een staatskerk waarin slechts twintig procent (dat is maar één op de vijf staatsburgers) zich in herkent? Wat hier gezegd wordt over het Anglicanisme kan men ook constateren ten aanzien van andere godsdienstige richtingen. In vele gevallen geldt: officiële aanhang neemt af. En toch wil Couwenberg niet aan wat genoemd wordt "de secularisatiethese".

De "secularisatie-these" is de stelling (verdedigd door theoretici als Durkheim, Weber, Freud en anderen) dat: (1) het moderniseringsproces heeft geleid tot verminderde invloed van religie, en (2) dit proces zich zal voortzetten in de toekomst (als de modernisering verder voortschrijdt).

Couwenberg gelooft niet in die secularisatie-these. Hij schrijft dit: "modernisering leidt alleen tot verdamping van een bepaalde religieuze orthodoxie uit een voorbije ontwikkelingsfase van de geschiedenis, maar niet tot verdamping van ieder religieus besef".

Let op het woord "ieder". Uit de context blijkt dat Couwenberg van mening is dat hij hiermee de secularisatiethese heeft afgewezen. Maar dat is de vraag. Dat zou alleen maar het geval zijn wanneer de secularisatie-these inhoudt dat elke vorm van religieus geloof in betekenis vermindert. En naar mijn idee wordt zo’n these niet onderschreven door de meest voorzichtige secularisatie-onderzoekers. Wat een secularisatie-onderzoeker doet, is onderzoek naar een bepaalde vorm van religieus geloof. Je moet je daarom ten aanzien van de secularisatiethese altijd afvragen ten aanzien van wat voor soort religie een stelling wordt gelanceerd. Het kan best zijn dat de secularisatiethese opgaat voor het georganiseerd Christendom, maar bijvoorbeeld niet voor de Islam.[25] Of wel voor het katholicisme, maar niet voor het boeddhisme.[26] Of wel voor het Christendom maar niet voor het deïsme (wat zowel Paine als Voltaire omhelsden).[27]  Men kan ook betogen dat de secularisatie stagneert omdat weliswaar oude, theïstische vormen van geloof in betekenis verminderen, maar dat daar nieuwe vormen van religiositeit voor in de plaats komen. Trend-watcher Adjiedj Bakas spreekt van de opkomst van een "Groene Kerk".[28] Nu kan men stellen dat wanneer je het begrip "religie" maar ruim genoeg neemt (bijvoorbeeld door ook letterlijk de groene beweging als een kerk of als een religieus fenomeen te beschouwen) van de secularisatie geen sprake is. Er is dan geen sprake meer van verdwijning van religie, maar van verandering van religie. Nog een voorbeeld. NRC Handelsblad kwam op 14 september 2013 met een bijlage over "Rennen als religie". Vijf overtuigde hardlopers werden geïnterviewd als "Ware gelovigen". Ook de populariteit van het joggen zou men als een manifestatie van het stagneren van de secularisatie kunnen beschouwen. Maar tegelijkertijd voelen we ook allemaal aan dat wie religie te ruim neemt geen zinvolle uitspraken meer kan doen over het verschijnsel.[29] Voorzover mij bekend zijn er geen theoretici (godsdienstsociologen of andere schrijvers over religie) die beweren dat de secularisatiethese opgaat voor elke context waarin het woord "religie" wordt gehanteerd. Immers dan zou je moeten verdedigen dat er een trend bestaat - een trend die zich voor de toekomst voortzet - dat elke vorm van verwijzing naar religie obsoleet zal worden.

Misschien is het belangrijk hier te benadrukken dat ook de New Atheists geen aanhangers zijn van de secularisatiethese. In ieder geval Hitchens is dat niet. Overigens: juist omdat de secularisatie-these niet opgaat, is het van belang om te ijveren voor secularisme.

Dat brengt mij op de verhouding van secularisme en secularisatie. De verhouding tussen die twee begrippen (een voorwerp van veel verwarring, naar mijn idee) is deze.

Secularisatie kan men omschrijven als het (feitelijk) proces dat een religie (ik specificeer dus om de redenen die ik hierboven heb uiteengezet) minder invloed krijgt op het maatschappelijk leven.[30] Secularisme is het (normatief) ideaal de staat of een ander instituut of deel van het leven, religieus neutraal te houden (of weer te krijgen).[31]

De verhouding van secularisatie tot secularisme

Ik realiseer me dat die verhouding van secularisatie tot secularisme een bron is van voortdurend misverstand. Daarom zal ik bij die verhouding nu iets langer stilstaan.

Het eerste amendement bij de Amerikaanse Constitutie dat aangeeft dat geen "establishment of religion" mag plaatsvinden is een manifestatie van secularisme.[32] Ook de Franse laïcité is een uiting van secularisme.[33] Secularisme in de politieke of staatsrechtelijke context is een wijd verbreid ideaal geworden. Vaak wordt "secularisme" ook alleen in deze context gehanteerd. Maar de vraag is of secularisme ook op andere terreinen van het leven dan de staat en de politiek een rol heeft te vervullen? Naar mijn idee is dat het geval.

Denk aan de wetenschap. Het is van belang dat wetenschap en religie - in beginsel - gescheiden zijn.[34] Dat wil niet zeggen dat een wetenschapper geen religieuze overtuiging mag hebben (zoals sommigen misschien haastig concluderen). En ik ben mij ook ervan bewust dat Einstein een soort spinozistische bewondering had voor de natuur die men "religieus" kan noemen.[35] Maar dat maakt wetenschap nog niet afhankelijk van religie, zou ik denken, althans niet in de zin dat wetenschappelijke waarheid door religieuze argumenten kan worden beslecht. Om een voorbeeld te geven: men kan de evolutieleer niet "weerleggen" met religieuze argumenten (zoals in de negentiende eeuw geprobeerd werd,[36] maar ook tegenwoordig nog steeds wordt gedaan).[37]

Verder is het interessant de vraag op te werpen of niet ook de moraal conceptueel van religie zou moeten worden onderscheiden. Ook dat is naar mijn idee heel gunstig.[38]

Met andere woorden we kunnen naast "politiek secularisme" (scheiding van staat en religie) ook een vorm van "wetenschappelijk secularisme" (scheiding van wetenschap en religie) en "moreel secularisme" (scheiding van moraal en religie) onderscheiden.

De soorten secularisme niet noodzakelijk gekoppeld

Het is een empirische waarheid dat iemand die één vorm van secularisme onderschrijft niet noodzakelijk de andere vormen zal moeten onderschrijven. Vele gewone burgers en staatsrechtgeleerden zijn bijvoorbeeld politiek secularisten. Dat geldt ook voor Couwenberg. Wanneer hij het in het artikel dat ik hier becommentarieer heeft over de verwerping van de scheiding van kerk en staat die kenmerkend was voor het orthodoxe katholicisme van zijn jeugd, dan schrijft Couwenberg over een katholieke opvatting die hij zelf afwijst. Nogmaals: Couwenberg is politiek secularist.

Maar in die positie verdedigt Couwenberg niets bijzonders want de meeste staatsrechtgeleerden zijn politiek secularisten. Daar is ook het hele onderwijs in Nederland op het gebaseerd. Bij mijn vak Encyclopedie van de rechtswetenschap en bij het vak van mijn collega’s van de afdeling staatsrecht wordt als positief recht (dat wil zeggen: het recht dat feitelijk geldt in Nederland) gedoceerd dat kerk en staat (religie en staat) gescheiden zijn. De meeste docenten vinden dat ook goed.[39]

Dat zou pas anders zijn wanneer een docent zou zeggen: "Luister, weliswaar zijn religie en staat steeds meer gescheiden geraakt in Nederland, maar dat is eigenlijk niet goed. We zouden weer een officiële staatsgodsdienst moeten hebben". Die docent zou dan geen "politiek secularist" zijn maar de aanhanger van een vorm van staatsgodsdienst of van theocratie. Maar, zoals gezegd, dat doet Couwenberg niet en dat doen andere staatsrechtgeleerden - ik spreek nu natuurlijk generaliserend - ook niet.[40]

Iets anders is: er wordt wel vaak met de verwerping van politiek secularisme "geflirt". Daarmee bedoel ik dat politici en soms ook geleerden losse opmerkingen maken in de trant van:

  • "We moeten niet vergeten dat de Nederlandse geschiedenis diepgaand beïnvloed is door het Christendom".
  • "De scheiding van kerk en staat moet niet worden verabsoluteerd".
  • "De scheiding van kerk en staat is niet in de grondwet te vinden".
  • "Het kan niet zo zijn dat religie moet worden geweerd uit het publieke domein zoals agressieve secularisten willen doen voorkomen".

Dit soort opmerkingen zijn suggestief.[41] Het zijn proefballonnetjes. Voornamelijk CDA-politici of politici van kleine christelijke partijen proberen hiermee de sentimenten van hun electoraat te bespelen.

Op die eerste opmerking zou het antwoord kunnen zijn:

  • "Hoe bedoel je dat we dat niet moeten ‘vergeten’? Vergeet­achtigheid is nooit goed, maar staatsrechtelijk heeft jouw opmerking geen betekenis. Eens hadden we in Nederland een staatskerk (zoals Engeland dat nog steeds heeft),[42] maar nu niet meer. En dat is ook goed zo". We moeten natuurlijk nooit "vergeten" wat de geschiedenis is van ons land, maar tegelijkertijd zijn we ook niet gedoemd de fouten uit het verleden voor de toekomst te blijven herhalen. Jouw insinuatie zou wat waard zijn als je zou zeggen: ‘laten we weer een staatskerk instellen’. Maar dat doet je niet, he? Of wel?"

Op de tweede opmerking (dat de scheiding van kerk en staat niet moet worden verabsoluteerd) zou het antwoord moeten zijn:

  • "Wat bedoel je met ‘niet verabsoluteren’? Wil je graag een beetje smokkelen? Een klein beetje subsidie voor de kerk soms? Of toch nog kleine privileges voor je eigen godsdienst claimen omdat die de oudste is in Nederland (denk aan het vorige punt)?"

En dan het derde punt: dat die scheiding van kerk en staat niet in de grondwet te vinden is:

  • "Nee, de scheiding van kerk en staat is niet expliciet in de grondwet te vinden, maar constitutioneel recht is ruimer dan grondwettelijk recht. Als ongeschreven beginsel geldt die scheiding van kerk en staat wel."

Met name het vierde punt - zo vaak gemaakt tegenwoordig (namelijk dat pogingen worden gedaan religie uit het "publieke domein" te weren - verdient een adequaat antwoord:

  • "Religie wordt helemaal niet geweerd uit het publieke domein. En dat bepleit niemand. Ook secularisten niet. Wat men bepleit is religie en staat niet te vermengen, maar behoudens een paar uitzonderingen (processieverbod, discussie over de boerka) is men grofweg vrij om in de maatschappij blijk te geven van religieuze voorkeur. Die Hare Krishna-aanhangers die door de hoofdstraten lopen van onze steden worden toch niet opgepakt? Kortom, houd staat en samenleving goed gescheiden. Wat politiek secularisten voorstaan is de staat vrij houden van religieuze bevoordeling, maar in de maatschappij is men vrij".[43]

Het lastige met de opmerkingen zoals ik die hier bespreek is overigens dat deze zich bij mijn weten nooit als uitgewerkte ideeën presenteren. Het zijn guitige terzijdes waarmee conferenties worden geopend, plaagstootjes, grapjes, maar zodra je aangeeft hier eens over door te willen praten geeft men niet thuis.

Wetenschappelijk secularisme en moreel secularisme

Laten we nu het politiek secularisme even verlaten en ons buigen over twee andere vormen van secularisme: wetenschappelijk en moreel secularisme. Over wetenschappelijk secularisme heeft Couwenberg zich bij mijn weten niet uitgelaten, hoewel hij aan den lijve heeft ervaren hoe frustrerend het kan zijn wanneer aan een confessionele universiteit men probeert seculiere wetenschap te beïnvloeden. Ik vermoed daarom dat wetenschappelijk secularisme een ideaal is dat Couwenberg aan zou moeten spreken. Maar omdat het mij aan verdere gegevens over zijn standpunt ontbreekt, blijft het bij een vermoeden. En dat brengt me op wat ik "moreel secularisme" zou willen noemen: de ambitie om moraal niet in godsdienst te funderen. Ten aanzien van dit ideaal staat - als ik mij niet vergis - Couwenberg niet erg positief. Dat moreel secularisme (ter onderscheiding van het wetenschappelijk secularisme en het politiek secularisme) betekent dus dat moraal zich niet laat rechtvaardigen door een beroep op religie.[44] Veel mensen vinden religieloze moraal (in de zin zoals hier omlijnd)[45] "een stap te ver" of zij achten het "niet realistisch" daarop in te zetten. Naar mijn idee is dat toch nodig. Het is nodig omdat in Europese staten en eigenlijk in een groot deel van de wereld de bevolkingssamenstelling verandert. We komen te leven in multireligieuze samenlevingen en dat proces zal alleen in goede banen kunnen worden geleid wanneer we weten wat in religies aanvaardbaar is als grondslag van moraal en politiek, en wat niet. Religiekritiek[46] is (onder de omstandigheden waaronder wij tegenwoordig leven) dus niet een soort persoonlijke hobby van atheïsten waarbij zij hun eigen particuliere levensbeschouwing aan anderen proberen op te dringen, maar een noodzakelijke opdracht aan iedereen die zich wil bezinnen op de vraag hoe mensen van verschillende religieuze achtergrond vreedzaam kunnen samenleven. Mag ik het misschien wat theatraal formuleren en zeggen: het zou de roeping moeten zijn van iedere staatsburger? Inclusief de religieuze staatsburger? Ja, ook die!

Waarom religiekritiek op verzet stuit

Maar religiekritiek, hoe genuanceerd ook geformuleerd, stuit op heftig verzet. Dat was altijd al het geval,[47] maar (en hier komt het punt dat ik wil maken) dat verzet is niet verminderd in de tijd waarin wij leven. Zonder de pretentie te hebben tot volledigheid geef ik een paar voorbeelden van verzet tegen religiekritiek. Ik wil met name drie posities nader belichten: de multiculturalistische, de nostalgische en de cultuurchristelijke reactie op religiekritiek. Die opsomming is natuurlijk niet limitatief bedoeld. Er zijn vele andere negatieve reacties op religiekritiek te vinden. Wat ik hier wil doen is mijn concentreren op een paar reacties die ik in het Nederlandse publieke debat over dit onderwerp nogal eens tegenkom.

De drie reacties op religiekritiek

De multiculturalistische reactie. Als eerste is daar de houding van de geseculariseerde grootstedelijke intellectueel die zelf natuurlijk niet gelooft, maar die constateert dat het nieuwe Nederlanders toch "steun" geeft. Religie is het enige wat ze hebben. Laat ze. Geef ze de tijd. Ongeveer tien jaar geleden werd dit verdedigd door Job Cohen en Margreeth de Boer.[48] Deze reactie op religiekritiek is dus de reactie van op zichzelf seculiere mensen die menen dat "voor anderen" religie nog zo gek niet is.

Daar zit iets "Machiavellistisch" in. Je "gebruikt" religie voor sociale cohesie (althans je denkt dat te doen, want de vraag is natuurlijk of het werkt). De locus classicus is hier Edward Gibbons opmerking in The Decline and Fall of the Roman Empire (1788):

The various modes of worship, which prevailed in the Roman world, were all considered by the people, as equally true; by the philosopher, as equally false; and by the magistrate, as equally useful.[49]

Hier wordt dus een onderscheid gemaakt tussen: het volk, de filosoof en de overheid (de bestuurders). Het volk gelooft (echt). De filosoof niet: die is dat ontgroeid. Maar de bestuurders kunnen van dat geloof van het volk wel handig gebruik maken om hen te besturen. De filosoof wordt dan als licht staatsgevaarlijk aangemerkt, omdat zijn ongeloof - mits openlijk beleden - de sociale cohesie in gevaar kan brengen.[50]

Vanuit het standpunt van de bestuurder heeft de filosoof geen ongelijk in zijn opvattingen, maar in het feit dat hij zijn opvattingen openlijk belijdt (waardoor het volk in verwarring raakt).

Ik noem dit de "multiculturalistische reactie" op openlijk beleden ongeloof omdat multiculturalisten uitgaan van een samenleving met verschillende groepen (een "community of communities") die zoveel mogelijk in hun eigen cultuur moeten worden grootgebracht.[51]

De cultuurchristelijke reactie. Een tweede reactie op godsdienstkritiek die ik wil bespreken is die van de van huis uit gelovige, maar nu niet meer zo erg gelovige Christen die niettemin toch wel het Christendom (één bepaalde religie dus) wil zien als de basis van "onze" cultuur. Deze cultuurchristen zegt soms: het probleem is de Islam, niet het Christendom. Laat dat Christendom nu toch met rust en benoem het probleem als iets dat alleen met de Islam te maken heeft. Waar zijn de christelijke terroristen - nergens, toch?[52] Hebben de Christenen niet laten zien dat hun wereldbeschouwing volkomen verenigbaar is met de democratische rechtsstaat? Waarom op het Christendom (of Jodendom) afgeven als het in feite om de Islam gaat?

Dat is het standpunt dat in Nederland wordt vertegenwoordigd door - onder andere - Bart-Jan Spruyt. In Groot-Brittannië vindt men het bij Michael Nazir-Ali, een bisschop in de Anglicaanse kerk.[53] In België vindt men het bij Matthias Storme.[54] Laat ik mij concentreren op Spruyt.

Spruyt schrijft dat J.L. Heldring de noodzaak beklemtoonde om als gevolg van de implosie van de zuilenmaatschappij een nieuw "bezielend verband" van de moraal te ontwikkelen. Maar, zegt Spruyt dan over Heldring: "Zijn betogen hadden iets twijfelmoedigs, omdat hij als agnost niet meer dan een vaag vermoeden over die herkomst en verankering van die moraal had".[55] Achter dit ene zinnetje gaan heel wat misverstanden schuil. Laten we dat wat nader analyseren.

Herkomst en verankering van de moraal

Het gaat mij dan voornamelijk over die woorden "herkomst" en "verankering". Spruyt constateert dat Heldring agnost was. Hij had daarmee volgens Spruyt wat twijfelmoedigs[56] ten aanzien van de herkomst en de verankering van de moraal. Volgens Spruyt is dat een probleem. En dat is volgens Spruyt altijd een probleem met agnosten. Wie agnost is, heeft problemen met de herkomst en de verankering van de moraal. Wat hebben we nodig, naar zijn idee? Een meer ferme opvatting. Iets stevigs. Die beter verankerde opvatting denkt Spruyt bij het Christendom te vinden. Zelfs wanneer het niet allemaal waar is wat het Christendom vertelt dan nog is het onze traditie en onze opvatting over de herkomst en verankering van de moraal.

Wat te denken van deze kritiek op Heldring? Ik denk dat deze onjuist is. Inderdaad, Heldring is wankelmoedig. Maar hij had dat niet hoeven te zijn, is mijn antwoord. Het probleem met Heldring (en hetzelfde zou men kunnen zeggen van Frits Bolkestein, maar zijn ideeën laat ik nu even buiten beschouwing)[57] is dat hij nooit een duidelijk antwoord heeft geformuleerd op de kritiek die hij krijgt van mensen als Spruyt die denken de moraal te kunnen funderen in een religie. Heldring had wat dat betreft inderdaad iets twijfelmoedigs. Hij ging als agnost met de handen in het haar zitten wanneer het over de moraal ging (hier heeft Spruyt gelijk).[58] Maar dat was natuurlijk helemaal niet nodig geweest (en hier heeft Spruyt ongelijk). Het kan best zijn dat Heldring als het op God aankwam moest erkennen dat hij "agnost" was (niet wist wat hij daarvan moest denken), maar dat hij hele ferme overtuigingen zou hebben gehad op het punt van de moraal. Ook over de fundering van de moraal. Een van de meest verstandige opvattingen die hij op dat punt zou kunnen hebben gehad (maar helaas niet had) zou wat mij betreft zijn dat in een multireligieuze samenleving het volkomen onmogelijk is moraal te funderen in godsdienst (welke godsdienst dan ook). De "herkomst" van de moraal (in ons geval: Christendom) geeft daaraan geen enkele "verankering" meer (in een grotendeels geseculariseerde en religieus diverse samenleving).

Dat is nu het punt dat Spruyt niet begrijpt. Hij wil maar blijven verwijzen naar die herkomst (Christendom, denkt hij) en dan denkt hij dat hij daarmee ook een "verankering" te pakken heeft.

"Herkomst=verankering", zo zou men de denkfout van Spruyt kort kunnen samenvatten. Hij denkt (en velen met hem) dat wat men dan ook allemaal van dat Christendom mag zeggen, het in ieder geval iets stevigs geeft in vergelijking met die twijfelmoedige agnosten die niets in handen hebben als het aankomt op de fundering van de moraal.

Dit is een illusie. Een religie is nooit in staat geweest een moraal te legitimeren. Dat kon niet in de tijd van Mozes, niet in de tijd van Jezus, niet in de tijd van Mohammed. En het kan ook niet niet in de tijd waarin wij leven.

Maar, kan men zeggen: vroeger dacht men dat wel. En dat klopt natuurlijk. Er was een wijdverbreid misverstand dat religie moraal kon funderen. En op dat misverstand waren (en zijn) staatskerken gefundeerd. Maar kan men tegenwoordig nog steeds proberen sociale cohesie te realiseren op basis van een gedeelde godsdienst? Het antwoord is: dat hangt ervan af in welk deel van de wereld men woont.

Monoreligieuze en multireligieuze samenlevingen

Laat ik een paar empirische voorbeelden geven. In Mexico is 89 procent van de bevolking Rooms-katholiek. Verder kent het land 5 procent evangelicalen. Andere denominaties zijn vertegenwoordigd met percentages minder dan vijf procent.[59] Wat betekent dat voor de functie die religie als bron van sociale cohesie kan vervullen? In zo’n land kan een bestuurder proberen recht, moraal en politiek te verankeren in het Rooms-katholicisme (hoewel het onrechtvaardig blijft naar niet-katholieke staatsburgers, de overige 11 procent dus).

In Libië is 97 procent van de bevolking de soennitische Islam toegedaan.[60] De andere denominaties zijn verwaarloosbaar klein (tezamen slechts 3 procent). Ook daar hebben we dus weer een land dat - hoe onrechtvaardig ook tegenover minderheden verzameld in de 3 procent - met enig succes een religieuze Leitkultur zou kunnen adopteren.[61]

Maar vergelijk deze landen eens met Canada.[62] Daar hebben we 43 Rooms-katholieken, maar ook 29 procent protestanten, 16 procent mensen die aangeven tot geen enkele religie te behoren - kortom, in Canada hebben we religieuze diversiteit.

Hoe kunnen we nu in landen met religieuze diversiteit een staatskerk hebben of één religieuze Leitkultur, door de overheid gestimuleerd? Dat is eenvoudigweg onmogelijk, althans het is een recept voor grote maatschappelijke onvrede en spanningen.

Dat brengt ons op het volgende. Vroeg of laat zullen we moeten erkennen dat we in alle landen van de wereld op basis van rechtvaardigheidsoverwegingen staatskerken en religieuze privileges voor bepaalde denominaties moeten afschaffen. Maar om pragmatische redenen zullen we dat ook al heel snel moeten doen in landen met grote religieuze diversiteit.

Nederland is natuurlijk zo’n land met grote religieuze diversiteit. Althans dat is het geworden. Spruyt kan dat niet leuk vinden en net doen alsof hij dat niet ziet, maar dat is struisvogelpolitiek. Je kunt de werkelijkheid beter onder ogen zien en op basis daarvan je afvragen wat ons te doen staat.

In landen met grote religieuze diversiteit (en dat zijn ook de landen met religieuze vrijheid, dat wil zeggen: de vrijheid om zelf, ongehinderd door de overheid, een eigen godsdienstige overtuiging te kiezen) kan het naar mijn idee niet anders verlopen dan dat vroeg of laat men zal men moeten kiezen voor een religieus neutrale staat. In alle Europese landen is dit proces aan de gang (of worden moedige pogingen gedaan het proces te frustreren - ja, dat ook). Een moedige poging het proces te frustreren vinden we bijvoorbeeld in Italië.

Religieuze symbolen in een seculier onderwijssysteem

Een katalysator in het debat over deze kwestie was de Lautsi-zaak voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.[63] Dat laatste is een debat over de vraag of in een officieel seculier land als Italië desondanks (ondanks het officiële secularisme dus) kruizen aan de muur van openbare scholen mogen hangen (een manifestatie van christelijke religiositeit)? Volgens het secularistisch model ligt een antwoord voor de hand: dat zou onverantwoord zijn. Waarom? Omdat het een ongelijke behandeling van verschillende groepen gelovigen (en ongelovigen) zou betekenen. Het zou neerkomen op de erkenning van de geprivilegieerde status van één religieuze traditie boven de andere religieuze tradities, en ook zou het de erkenning betekenen van de geprivilegieerde status van de religieuze positie boven die van non-religiositeit. Maar de cultuurchristen vindt dat geen probleem. Integendeel, het Christendom is toch het algemeen gedeeld historisch erfgoed van de Europese cultuur, houdt hij ons voor? Waarom zou de meerderheid in Italië dan op historische gronden niet mogen besluiten tot het geven van een officiële status aan christelijke symbolen?

Mijn standpunt in deze kwestie is dat de cultuurchristelijke reactie unfair is. Het is niet juist om officieel te beweren dat je een religieus-neutraal politiek arrangement hebt, wanneer je de facto aan bepaalde vormen van geloof speciale privileges geeft. Ook wanneer het hier gaat om historisch gegroeide privileges dan blijven het privileges. Het ondermijnt - op de lange duur - ook het gevoel van betrokkenheid van alle staatsburgers aan de staat. In feite is het model dat hier wordt gevolgd het model van een staatskerk en die verhoudt zich principieel op gespannen voet met een multireligieuze samenleving. Wanneer in een multireligieuze samenleving alle geloven op gelijke voet moeten worden behandeld, dan vooronderstelt (of impliceert) dat een religieus neutrale staat.

De reactie van nihilisten, postmodernisten, relativisten maar ook van cultuurchristenen is dan vaak dat "neutraliteit niet bestaat". Maar dat was de vraag niet. Het gaat niet om neutraliteit tout court, maar om neutraliteit in religieus opzicht. En dat laatste bestaat wel degelijk. Althans daar gaan wij wel vanuit: in de rechtspraak, bij de beoordeling van tentamens, in jury’s en in vele andere situaties in het leven. Wie met de mond wil belijden dat hij daar niet in gelooft blijkt toch altijd verontwaardigd wanneer hem een ongelijke behandeling ten deel valt.

Dat brengt mij op de derde reactie op religiekritiek die ik zou willen bespreken.

De nostalgische reactie op religiekritiek

De nostalgische reactie. Een derde reactie is die van de van huis uit gelovige die zijn geloof is "kwijtgeraakt" (alsof het iets is wat je overkomt, zoals de portemonnaie die gerold wordt in de tram) en die een beetje (of veel, zoiets kan groeien) terug verlangt naar de tijd dat hij "nog gelovig" was. Dit type vindt men vertegenwoordigd in Elsevier-columnist Gerry van der List.

Tijdens een interview op de Nederlandse televisie in het boekenprogramma van Wim Brands legt Van der List het mooi uit.[64] Hij is van huis uit katholiek. Van der List is nu volledig van dat katholicisme af (net als Couwenberg). Nou ja, "volledig" - er zijn momenten dat hij toch nog wel een beetje terug verlangt naar dat geloof uit zijn jeugd, vertrouwt Van der List aan Brands toe (en daarmee aan ons, kijkerspubliek). "Ga dan, doe je best, Gerry - wordt weer gelovig, keer terug in de moederkerk", denk je als kijker. Dat kan toch?[65] Maar nee, dat doet Gerry niet. Gerry blijft ongelovig. Maar tegelijk heeft hij een afkeer van dat ongeloof, een ongeloof dat dus eigenlijk zijn eigen ongeloof is.

Hoe om te gaan met het onvervuld religieus verlangen of liever: de nostalgische honger naar een tijd toen geloven nog gewoon was? Die hunkering naar het verloren paradijs uit zijn jeugd vertaalt zich bij Van der List in een afkeer van "atheïsten" en "secularisten" - mensen als Dawkins, Cliteur, Fennema en Philipse. Die nieuwe atheïsten zijn namelijk - om een term te gebruiken van de Belgische filosoof Jean-Paul Van Bendegem "vrolijke atheïsten"[66] en Van der List is een zwaarmoedige atheïst. Hij heeft wat verloren, en psychologisch (hij weet natuurlijk rationeel ook wel dat zij daar niet verantwoordelijk voor zijn, maar enfin, zo ervaart hij dat nu eenmaal) acht hij daarvoor de atheïsten verantwoordelijk.

Ik weet dit zo goed, omdat ik Van der List al decennia ken[67] en ik heb dat geluid van hem nu al vele keren als reacties op stukken en boeken van mij mogen vernemen (soms in wat vaart onder de vlag van "recensies", maar wat doorgaans eigen beschouwingen van een schrijver zijn waarbij het boek van een ander wordt gebruikt als opstapje voor een eigen stukje).

Nooit gaat het om iets principieels in die stukjes van Van der List over religie en ongeloof. Nooit zegt Van der List dat een atheïst ten onrechte niet gelooft. En hoe kan hij ook? Nooit geeft hij aan waarom hij overtuigd zou zijn door Pascals weddenschap dat je beter op God kan wedden want dan zit je altijd goed.[68] Nooit weerlegt hij de kritiek van Kant op een van de godsbewijzen. Hij gelooft zelf immers niet.

Waarom sta ik hier zo lang bij stil? Waarom ingaan op particuliere psychologische eigenaardigheden van Van der List die niets met een consistente visie te maken hebben? Dat doe ik omdat de houding van Van der List bijzonder wijd verbreid is. Lezing van Ernest van den Haags briljante boek The Jewish Mystique (1969)[69] dat ik pas deze zomer in Bamberg (Duitsland) heb aangeschaft heeft mij bovendien overtuigd van de betekenis van godsdienstpsychologie. Ik geef toe, ik ben wat laat. Ik heb jarenlang geargumenteerd en gediscussieerd met mensen als Van der List over het irrationele, tegenstrijdige en absurde van de geloofsposities die zij betrokken. Ik realiseer mij nu: volkomen tevergeefs. Van der List is zwaarmoedig. Dat is overigens niet een eigenaardigheid die ik hier nu met de lezer deel, maar dat doet Van der List zelf in het televisieprogramma dat ik hier becommentarieer. Ik geef dus commentaar op iets dat hijzelf aan het televisiekijkend publiek voorlegt en het is ook daarom dat ik mij vrij voel het wederom van mijn commentaar te voorzien. In zijn jeugd was het beter, is de overtuiging van Van der List. Dat religieus geloof behoort bij zijn jeugd. Hij is dat kwijtgeraakt en dat is naar. En dan goochelt hij zichzelf voor dat die atheïsten voor dat verlies verantwoordelijk zijn.

Overigens maakt hij niet één maar minstens twee fouten in zijn associaties ("redeneringen" kan men het niet eens noemen). De eerste is dat hij denkt dat zijn droefgeestige visie op het bestaan te maken heeft met verlies aan religieus geloof. Ik denk dat niet. Ik denk dat die droefgeestigheid te maken heeft met een psychologische eigenaardigheid. Dan het tweede: gesteld dat zijn droefgeestigheid te maken heeft met een verlies aan religieus geloof (ik ga daar dus nu even for the sake of argument vanuit), kan hij dan verwijten maken aan degenen die dat geloof ook niet hebben? Of dat zij vrolijk zijn gebleven ondanks de afwezigheid van religieus geloof?

Nu zal de lezer zich misschien afvragen wat is de universele betekenis van deze (schijnbaar) particuliere observaties? Wel dit: er zijn heel heel (ja echt, heel) veel mensen die precies zo op atheïsme reageren.[70] Een groot deel van de geseculariseerde bevolking van Nederland is in hun eigen jeugd gelovig geweest of met geloof opgevoed.[71] En weliswaar gelooft men dan nu niet meer maar door een ander uitgelegd krijgen waarom het ook goed is dat men niet meer gelooft, ervaren die mensen als ontrouw aan hun eigen verleden. Bovendien, wat zetten die atheïsten daarvoor in de plaats? Kunnen zij iets verstrekken dat troost geeft?

Met dat laatste kom ik bij een punt dat de multiculturalistische, cultuurchristelijke en nostalgische reactie op religiekritiek gemeenschappelijk hebben: de overtuiging dat religieus geloof niet alleen niet schadelijk is, maar zelfs een positieve functie heeft. De anti-atheïst van tegenwoordig, is wat Daniel Dennett noemt een "believer in belief".[72] Dit is een belangrijk punt. De multiculturalist denkt dat geloof positief en in het instrumentalistisch gebruik daarvan door de bestuurder nuttig is. De cultuurchristen vooronderstelt ook dat het Christendom (zelfs wanneer de metafysische claims hiervan op niets gebaseerd zijn) ons in ieder geval allerlei goeds heeft gebracht (men neigt ertoe alle verworvenheden van de moderniteit zoals mensenrechten en democratie toe te rekenen aan het Christendom).[73] En voor de nostalgische pessimist à la Van der List is het geloof iets dat een soort verloren paradijs vertegenwoordigt (weliswaar "verloren", maar dan toch wel een "paradijs").

Alle drie de reacties op religiekritiek (de multiculturalistische, de cultuurchristelijke en de nostaligische) zijn wat mij betreft hoogst problematisch.

Religie en geweld

Dat brengt mij op het laatste punt dat ik hier wil bespreken. Nu zou ik mij kunnen voorstellen dat iemand denkt: waarom zo uitvoerig stilstaan bij die verschillende houdingen tegenover het religieus geloof? Laat ieder het zijne geloven?

Daarmee komen we op de mogelijk schadelijke kanten van religie die ik in dit commentaar op Couwenbergs artikel aan de orde zou willen stellen. Ik zal dat wederom doen door aan te knopen bij een bepaald onderdeel uit het betoog van Couwenberg. Het gaat mij om de volgende passage:

Gesprekken over het geloof, die tijdens de verzuiling nog vaak gevoerd werden bij ontmoetingen van gelovigen en ongelovigen hebben sterk aan belang ingeboet. Men respecteert elkaars geloof of ongeloof en gaat verder ieder zijns weegs. Wat de islam betreft, is dat respect luidruchtig opgezegd door de schrijver H. Bouazza. Die veegt met die religie onbevreesd de vloer aan, waarbij Allah tot armoedig verzinsel gereduceerd wordt en zijn profeet Mohammed tot een mythe. En ieder met islam kritiek roept hij op zich niet langer te laten intimideren door bedreigingen van islamitische zijde. Hij doet dat in NRC Handelsblad (31 juli 2013) die Pim Fortuyn begin van deze eeuw nog meende te moeten beschuldigen van racisme om zijn islam kritiek.

Deze passage van Couwenberg is zonder nadere uitleg over de context van Bouazzas opmerkingen naar mijn idee niet goed begrijpelijk. Het hoofdpunt dat Bouazza maakt in zijn stuk (protest tegen geweldsdreiging), komt in het commentaar van Couwenberg niet goed naar voren omdat Couwenberg het accent verlegt naar de "luidruchtigheid" waarmee Bouazza "respect" voor de Islam zou hebben opgezegd. Met die "luidruchtigheid" viel het trouwens wel mee (of tegen, hoe je het maar wil zien). De aanleiding tot Bouazzas stuk moeten we in ieder geval nader belichten voor een adequaat begrip van zijn opmerkingen. Wat was die aanleiding?

Het ging om wat de Nederlandse politicologe Monique Samuel (geb. 1989) was overkomen naar aanleiding van haar televisieoptredens en publicistische activiteiten in de Nederlandse media.[74]

Samuel, geboren in Amersfoort, werd opgevoed in de protestants-christelijke traditie, maar kreeg later belangstelling voor haar koptisch-orthodoxe achtergrond. Dat laatste is weer relevant omdat zij regelmatig commentaar geeft op ontwikkelingen in het Midden-Oosten, waar, zoals bekend, de koptische christenen een vervolgde minderheid zijn. Zij trad met enige regelmaat op in programma’s als Pauw & Witteman en bij Knevel & Van den Brink. Aan Witteman had zij eens beloofd dat zij op de tafel zou gaan buikdansen als president Hosni Mubarak zou aftreden. Toen Mubarak het veld ruimde, meende Samuel haar belofte inderdaad gestand te moeten doen door op de tafel te dansen in de uitzending van Paul & Witteman van 11 februari 2011.[75]

Maar het verhaal gaat verder. Een ander relevant media-optreden van Samuel was de gebeurtenis waar Bouazza naar verwijst en wat Couwenberg op zijn beurt becommentarieert. Op 29 juli 2013 was Samuel te gast bij Knevel & Van den Brink (Van den Brink werd deze keer vervangen door oud-politicus Jan Marijnissen).[76] Toen gaf Samuel duiding aan de situatie in Egypte, met name over de toegenomen confrontaties tussen aanhangers van de Islamistische afgezette president Morsi en diens tegenstanders. Voor een goed begrip van de commotie die ontstond tijdens de uitzending is van belang dat Samuel zich tijdens die uitzending kritisch uitliet over de Moslim broederschap (Morsi en zijn aanhangers). Zij signaleerde onder andere dat de westerse pers had gemist "hoe erg de Moslimbroederschap zich aan het misdragen" was. Ook had de westerse pers gemist dat de Egyptische verkiezingen waarbij Morsi aan de macht was gekomen toch minder democratisch waren geweest dan wij hadden gedacht. Verder zouden ook de maatregelen van de islamistische moslimbroederschap zo impopulair zijn bij de Egyptenaren dat weinigen Morsi terug zouden hebben gewild.

Dit was duidelijk niet de kant die Marijnissen uit wilde. Hij probeerde Samuel ertoe te brengen zich te distantiëren van het Egyptische leger. Dat had toch de macht gegrepen? Zoiets kan niet anders dan slecht aflopen, meende Marijnissen. Maar Samuel, hoewel niet enthousiast over een regering (of nog erger: machtsgreep) door het leger, kwam keer op keer terug op het falende beleid van de moslimbroederschap. Zij keerde zich tegen het beeld, zo stelde zij, dat was ontstaan van een moslim­broederschap die voor hun "democratisch gekozen president" vechten (zij maakte met handgebaren duidelijk dat zij die woorden tussen aanhalingstekens geplaatst wilde zien) tegen het leger die de moslim broeders dood zou schieten omdat dit leger de macht zou willen. Een vals beeld, vond Samuel. Zij beschuldigde de moslimbroederschap ervan een sektarisch conflict in de hand te werken.

Samuel’s "smeekbede"

Het gesprek nam een voor de presentatoren en kijkers onverwachte wending toen Samuel inging op wat haar overkomen was naar aanleiding van haar televisieoptredens. Zij gaf (snel pratend) aan dat het aan haar - als Christen - werd verweten dat zij partij zou kiezen tegen de moslimbroeders. Zij vertelde dagelijks bedreigingen te krijgen met teksten als "moge Allah je vernietigen".

Knevel, zich zichtbaar ongemakkelijk voelend met de situatie, interrumpeerde met de mededeling dat hij "ging afronden", maar tegelijk stelde hij - als in een reflex, waarschijnlijk toch geïntrigeerd door wat door Samuel te berde was gebracht - de vraag: "Maar zeg jij nu dat je in Nederland bedreigd wordt"?

Het was een wonderlijke vraag van de presentator want dat had Samuel een halve minuut tevoren glashelder uitgelegd. Hoe kon de presentator dat even hebben gemist? Of veinsde hij een soort verbazing omdat hij niet wist hoe hij om moest gaan met dit pijnlijke gegeven? Samuel lichtte andermaal toe dat zij inderdaad werd bedreigd door mensen die haar "islamofobie" verweten. Op de vraag van Knevel wat haar dan precies was overkomen vertelde Samuel dat zij was "klemgelopen" door drie Marokkaanse jongens die haar verweten dat zij hun God en hun profeet had beledigd en dat zij daarom wel een lesje moest leren. Dat vond zij "best wel bedreigend", gaf zij te kennen. Knevel raadde haar aan "aangifte te doen", maar Samuel gaf aan dat zij een appèl wilde doen op het Nederlandse volk en een verklaring wilde afleggen.

Een zorgvuldig zwijgende tafel met gasten, inclusief de twee presentatoren, begon zich bedremmeld te realiseren dat men in een lastig parket verzeild was geraakt. Op Samuels voorstel zich met een verklaring tot het Nederlandse volk te richten reageerde Knevel gehaast met de woorden: "Nou, zeg het in tien seconden want we gaan nog even door over een ander prangend probleem in Nederland".

Daarop stak Samuel van wal met een verklaring die de Nederlandse televisiegeschiedenis zal ingaan als een van de meest bizarre televisiemomenten: een in het Arabisch verwoorde en daarna in het Nederlands vertaalde verklaring waarin zij aangaf "groot respect" te hebben voor de godsdienst van de Islam en voor moslims. Ook gaf Samuel aan dat zij "groot respect" had voor de Profeet (Vrede zij met hem, en vrede zij met alle gelovigen) en dat zij zijn wijsheid bewonderde.

Een Christen of met het koptische Christendom sympathiserende vrouw die, door dreigementen gestimuleerd, gaat verklaren dat de profeet zo wijs is en respect verdient? In wat voor wereld zijn we terecht gekomen, moet de televisiekijker hebben gedacht?

Na haar verklaring gaf Knevel te kennen: "Je hebt nu een soort levensverzekering afgesloten - we hebben het allemaal gehoord". En snel ging men over tot de orde van de dag. Dat wil zeggen: het andere "prangende onderwerp" waarvoor plaats gemaakt moest worden.

Het was een pijnlijk (maar natuurlijk wel spannend) televisiemoment. Want welk onderwerp kan nu zo "prangend" zijn als een Leidse studente (Samuel studeert politicologie in Leiden) die vanwege kritische commentaren over de moslimbroederschap in Nederland wordt bedreigd? En die om toekomstige bedreigingen af te wenden zich met een openbare verklaring tot de Nederlandse bevolking richtte, evenals tot haar potentiële bedreigers en belagers? Een nieuwe ontwikkeling was ook dat een Nederlandse vrouw, als reactie op bedreigingen, een verklaring op de televisie aflegt over haar "respect" voor de Islam en voor moslims.

Op internet (bij Geenstijl en Pownews) werd al snel gesproken van een "smeekbede" die Samuel tot het Nederlandse volk had gericht. In de kwaliteitskranten, zoals gebruikelijk in dit soort zaken, was de stilte oorverdovend. Iedereen leek het fragment even te hebben gemist. Is het overdreven te stellen dat haar optreden een beetje leek op de televisie­boodschappen waarbij mensen die in het buitenland gegijzeld zijn zich richten tot hun familie en nationale staat om het losgeld alsjeblieft maar te betalen? Dit alles ongetwijfeld ook "uit respect" voor de ideële doelstellingen waarvoor de gijzelnemers zich sterk maken (en die de gegijzelden, in de ban van het Stockholm-syndroom, geheel hebben geïnternaliseerd).

Je vraagt je ook af wie zich door dit - door geweldsdreiging afgedwongen openbaar beleden - respect laat overtuigen. Werkt dit voor Allah? Of voor de Profeet? Of voor de jongens die Samuel op straat belagen? Dat lijkt toch niet erg waarschijnlijk. Men kan zijn vraagtekens plaatsen bij de functionaliteit van de "levensverzekering" van Knevel. Zou de Almachtige, Alziende en Alwetende Godheid niet doorzien dat het publiek beleden "respect" van Samuel wat ondeugdelijk gemotiveerd is?

Knevel, van huis uit goed bekend met theologie, had hier wel een paar beschouwingen aan kunnen wijden. Dat had toch meer voor de hand gelegen dan zijn advies om toch vooral "aangifte te doen".

Bouazzas oproep: geen respect

Tot zover het media-optreden van Samuel. Dit was de achtergrond voor Hafid Bouazzas artikel in NRC Handelsblad van 31 juli 2013 met als titel "Kunstenaars, angst is geen reden tot zelfcensuur".[77]

In dat artikel combineert Bouazza enkele opmerkingen over de uitzending van Zomergasten met Hans Teeuwen van 28 juli 2013 met zijn visie op de kwestie-Samuel. Teeuwen, een vriend van de vermoorde Theo van Gogh, had tijdens Zomergasten aangegeven zelfcensuur toe te passen. Voor 800.000 kijkers liet hij ook een fragment zien van Pat Condell, een kriticus van religieus fanatisme die in de fatsoenlijke "bovenwereld" van kwaliteitskranten weliswaar geen enkel podium heeft, maar in de "onderwereld" van het internet miljoenen hits weet te scoren.[78] Pat Condell durfde uit te spreken wat Teeuwen eigenlijk had willen zeggen na de dood van Van Gogh, zei Teeuwen. Eerlijk om dat te zeggen, vond ik zelf. Het was bijna een beetje alsof Teeuwen een knikje naar de atheïsten-hemel maakte waarin zijn vriend zich zou moeten bevinden en Theo tevreden terugknikte. Ik vond het in alle oprechtheid een ontroerend moment.

Maar terug naar het stuk van Bouazza. Over Samuel noteerde Bouazza: "Angst was duidelijk in haar overslaande stem te horen toen zij voornoemde verklaring voorlas, rijkelijk gekruid met islamitische plichtplegingen en gemeenplaatsen; ze begon zelfs met de aanhef ‘In naam van Allah de Barmhartige Genadevolle’! Ze gaf aan de islam en Mohammed te respecteren (zij is zelf christen)". En dan zegt Bouazza: "Een bedreigde vrouw die verontschuldigingen aanbiedt aan haar bedreigers? Sinds wanneer zijn we hier in het konijnenhol gevallen?"

Dit is de achtergrond voor Bouazzas opmerkingen over respect die door Couwenberg Zomergasten aangegeven zelfcensuur toe te passen. En over Samuel noteerde Bouazza: n toch vooral  oom geheelworden aangehaald.[79]

Naar mijn idee verdient Bouazza respect (nu door mij uitgesproken zonder een mes op de keel of omdat ik op straat ben "klemgelopen" door supporters van de schrijver) voor het onderwerp dat hij aan de orde stelt. Een onderwerp dat zo luidruchtig wordt weggezwegen bij Knevel & Van den Brink (tien seconden kreeg Samuel van de presentator voor haar verklaring, we moesten tenslotte door naar een ander "prangend onderwerp"). Bouazza is een van de weinige Nederlandse literaire schrijvers die dit lastige punt aan de orde stelt[80] (daarbij af en toe bijgestaan door Joost Zwagerman[81] en Leon de Winter),[82] want verder hebben al die geëngageerde intellectuelen uit het Nederlandse literaire wereldje het heel druk met het uitvoerig schrijven over onderwerpen als "dat het Egyptische leger schiet op vreedzame demonstranten, wat niet de bedoeling kan zijn, toch?". Zij houden zich, kortom, bezig met vanzelfsprekendheden, maar liefst wel Groots Opgediend.

Wat dit alles te maken heeft met religie in het hedendaags tijdsgewricht wordt eigenlijk heel mooi toegelicht door Voltaire in zijn Dictionnaire Philosophique (1764). Hij zei: "What can we say to a man who tells you that he would rather obey God than men, and that therefore he is sure to go to heaven for butchering you? Even the law is impotent against these attacks of rage; it is like reading a court decree to a raving maniac. These fellows are certain that the holy spirit with which they are filled is above the law, that their enthusiasm is the only law that they must obey".[83]

Dit is misschien een te zwaar citaat ter verklaring van het gedrag van de jongeren die Samuel belagen. Die jongens zijn tenslotte geen Mohammed B.’s. Een echte religieuze terrorist, type aanslagpleger op Kurt Westergaard,[84] gaat tenslotte geen rumoer maken op straat, zoals de jongens doen die Samuel bedreigen.

Dat kan zijn, maar het is toch een verontrustende gedachte dat religie zo vaak als alibi functioneert voor geweldsgebruik. Of kunnen mijn zorgen geheel worden gerelativeerd door de nuchtere vaststelling dat Hitler en Stalin ook geweld gebruikten?[85] Naar mijn idee niet. Dat ook nog ander geweld voorkomt dan religieus geweld kan natuurlijk niemand ontgaan. Toch is het wel interessant dat publicatie van Karel van het Reves Het geloof der kameraden (1969)[86] niet met zich meebracht dat hijzelf niet zonder persoonsbeveiliging over straat kon in Nederland (voorzover mij bekend). Het was ook niet zo dat Stalin een verklaring uitgaf dat Arthur Koestler[87] of George Orwell[88] maar vermoord moesten worden (waar die zich ook zouden mogen bevinden).[89] Is het dan toch zo dat seculiere dictators als Stalin meer respect hebben (daar hebben we dat woord weer) voor nationale soevereiniteit dan religieuze dictators als Khomeini?

Samenvatting en conclusie

Deze bijdrage is een poging commentaar te geven op het artikel van Couwenberg "Op weg naar een postseculier ontwikkelingsperspectief van de moderniteit". Ik heb geprobeerd aan te geven dat de veelbesproken vraag of zo’n "seculier" dan wel "postseculier" ontwikkelingsperspectief (het onderwerp van Couwenbergs beschouwing) zich zal voltrekken wat mij betreft speculatief is. Of de secularisatie-these klopt, zal de toekomst uitwijzen. Maar wat daar ook van zij, zeer waarschijnlijk is wel dat we komen te leven in multireligieuze samenlevingen. Die multireligieuze samenlevingen, hoewel een feit, plaatsen ons voor allerlei afstemmingsproblemen.

Die afstemmingsproblemen dringen zich alleen maar sterker op nu we geconfronteerd worden met een religieuze opleving die soms extremistische trekken heeft. In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw spraken theoretici over de opkomst van "fundamentalisme",[90] tegenwoordig spreekt men vaak van "radicalisering".[91] Die radicalisering is innig verbonden met de bereidheid geweld te gebruiken bij het streven de eigen religieuze wereldbeschouwing te verdedigen of bij anderen ingang te doen vinden.

Het extremisme of de radicalisering vergen een analyse van de situatie in de verschillende godsdiensten, met name de godsdiensten die op het ogenblik tot veel problemen aanleiding geven. Dat zijn volgens mij de monotheïstische godsdiensten.[92] Het geloof in één God die wetgeving uitvaardigt voor de wereld die zijn volgelingen dienen te implementeren, zelfs wanneer dat ingaat tegen menselijke waarden en normen, zorgt voor "problemen"(Ellian)[93] of "dilemma’s" (Cliteur)[94] die misschien niet onoplosbaar zijn, maar die wel een analyse vergen (een oud gegeven, zoals blijkt uit het citaat van Voltaire uit 1764 dat ik heb gegeven).[95] Het zijn religiekritische auteurs die dit soort problemen analyseren en hun bijdragen aan het hedendaagse publieke debat kan men daarom moeilijk anders dan als maatschappelijk zeer relevant waarderen. De reputatie van de New Atheism als louter "agressief" is dus onverdiend (contra: Eagleton, Couwenberg, Spruyt, Van der List - ja, contra wie niet?).[96]

Ik kom tot een afsluiting. Dit opstel is een commentaar op de opvattingen over religie van Wim Couwenberg. Ik heb van zijn werk de afgelopen jaren enorm veel geleerd. We hebben ook vele discussies in Civis Mundi gevoerd over religie, secularisatie, secularisme, atheïsme, agnosticisme en vrijzinnigheid die voor mij een grote verrijking zijn geweest en hebben verhelderd hoe ik zelf denk over dit onderwerp.

In heb mijn commentaar op Couwenbergs artikel ook aangegrepen om mijn positie te verduidelijken over drie reacties op religiekritiek.

Allereerst de minst principieel doordachte: de nostalgische hang naar een religie van veertig jaar geleden toen onbekommerd geloven nog heel gewoon was. Die nostalgische reactie op religiekritiek is niet erg vruchtbaar omdat het vlucht in een geïdealiseerd verleden[97] en voorbij gaat aan de ontwikkelingen in de sociale werkelijkheid van het geloof zoals die de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden. Als manifestatie van het nostalgisch perspectief heb ik een paar opmerkingen gemaakt over de Nederlandse journalist Gerry van der List.

Als tweede is daar de multiculturalistische reactie die, eveneens vanuit een geïdealiseerd concept van religie, het vreedzaam naast elkaar leven van verschillende richtingen in het geloof predikt, zonder daarbij het maatschappelijk-politiek arrangement te verschaffen dat zulk vreedzaam samenleven mogelijk maakt. Dit multiculturalisme, inmiddels afgezworen door politici als Cameron, Merkel en Sarkozy,[98] werd in Nederland vertegenwoordigd door de Amsterdamse burgemeester Cohen (en daarvóór door Ed van Thijn). Dit multiculturalisme heeft weliswaar inmiddels als lonkend perspectief afgedaan maar omdat het volgens de aanhangers "ontbreekt aan alternatieven" (wat niet juist is overigens, maar zo wordt dat nu eenmaal gezien) leidt het een hardnekkig voortbestaan bij de Nederlandse intelligentsia en beleidsmakers.

De derde reactie op religiekritiek is de cultuurchristelijke. Daarbij probeert men het Christendom als dominante traditie hoog te houden en worden privileges bepleit voor één traditie, louter op basis van historisch verworven rechten en de vermeende vaststelling dat wat van invloed is geweest, ook zijn invloed maar moet houden (Spruyt).

Deze drie taboes op religiekritiek zijn naar mijn idee schadelijk omdat religie in een fundamentalistische en gewelddadige vorm terrein wint. Het zou dus juist nodig zijn dat religie aan een kritische toets wordt onderworpen. Maar dat is om allerlei redenen heel moeilijk, zoals ik heb proberen te illustreren aan de hand van het incident in het programma van Knevel & Van den Brink rond Monique Samuel. In dat incident kunnen we zien dat de opleving van radicaal gedachtegoed in de vorm van gewelddadig islamisme in de Nederlandse media (maar ook de politiek) nauwelijks adequaat kan worden besproken in de Nederlandse media (waarbij ik ervan uitga dat de reactie van Knevel eerder representatief dan atypisch is voor wat men kan verwachten bij andere programma’s).

Tot slot nog een enkele opmerking bij de vraag die ik hiervoor heb opgeworpen: of Couwenberg een "atheïst" is geworden? Dat lijkt mij zeker het geval in de zin dat hij het traditionele theïstische godsbeeld heeft verworpen. Hij is daarmee een "a-theïst".

Nu begint hij ongetwijfeld te protesteren dat hem dat "te negatief" is, maar dat helpt hem niets. Je kunt ook wel beteuterd in je portemonnee kijken en constateren dat daar "te weinig" geld in zit. Het verandert niets aan de situatie.

Ook zal Couwenberg tegenwerpen dat hij wel in "iets" gelooft. Maar dat "iets", antwoordt de atheïst dan, is niet de god van Jodendom, Christendom of Islam. Met andere woorden hij blijft nog steeds "a" als het op "theïsme" aankomt.

Maar is het niet aan hemzelf om zijn eigen situatie te definiëren, zal nu menigeen vragen? Als hij zichzelf niet als atheïst beschouwt, wie ben ik dan om hem als zodanig aan te duiden?

Ook dat is niet zo’n goed argument. Het vooronderstelt namelijk dat als het op religieus geloof aankomt een soort semantisch anything goes geldt. Dat iedereen zich maar mag tooien met de etiketten die hem of haar goeddunken. Dat standpunt kan je innemen. Maar erg verstandig is het niet. Net als voor een "stoel" en een "tafel" of een "Amerikaan" geldt dat je woorden niet maar alles kunt laten betekenen wat je goeddunkt, zo geldt dat ook voor "socialisme", "theïsme" en "atheïsme". Wie mij zou zeggen dat "atheïst" is wie zichzelf als zodanig beschouwt, die antwoord ik: "dan ben ik Napoleon".

[1] Buve, Jeroen, Plato in het Vaticaan: Pleidooi voor gezond verstand in wetenschap, kerk en democratie, Onder auspiciën van het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica, Deventer Universitaire Pers, Deventer 2012, p. 5.

[2] Uitvoeriger over het werk van Couwenberg heb ik geschreven in: Cliteur, P.B., "Macht en vrijheid - Een reflexie over het werk van S.W. Couwenberg", in: Couwenberg, S.W., Geschiedenis als noodlot, Kok/Agora, Pelckmans 1995, pp. 117-140; Cliteur, Paul, "Modern constitutioneel recht en emancipatie van de mens", in: Acta Politica, April 1985, pp. 229-240; Cliteur, Paul, "Modern constitutioneel recht en emancipatie van de mens: Over het werk van S.W. Couwenberg", in: Rekenschap, December 1985, pp. 210-213.

[3] Een vroeg werk van Couwenberg waarin dit naar mijn idee mooi tot uitdrukking komt is: Couwenberg, S.W., De omstreden staat: Ontwikkeling en problematiek van de staatstheorie in de 20ste eeuw, Samsom Uitgeverij, Alphen aan den Rijn 1974. Het programma voor de staatsrechtbeoefening van de toekomst volgens Couwenberg wordt uiteengezet in zijn Rotterdamse oratie: Couwenberg, S.W., Democratische rechtsstaat en het emancipatiestreven. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar in het staat- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 17 februari 1977. Een toegankelijke en beknopte inleiding in zijn werk is: Couwenberg, S.W., Gezag en vrijheid: Inleiding in de constitutionele rechts- en ontwikkelingstheorie, W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1991.

[4] Fourest, Caroline, La dernière utopie: menaces sur l’universalisme, Éditions Grasset, Paris 2009.

[5] Baudet, Thierry, The Significance of Borders: Why Representative Government and the Rule of Law require Nation States, E.J. Brill, Leiden 2012; Baudet, Thierry, De aanval op de natiestaat, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2012; Baudet, Thierry, Oikofobie: de angst voor het eigene, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2013.

[6] Couwenberg, S.W., "Staatsrecht en ideologie", in: S.W. Couwenberg, Hoe wordt de samenleving het best ingericht? Opstellen over constitutionele en ideologische strijdvragen, Van Gorcum, Assen/Maastricht 1987, pp. 52-64; Couwenberg, S.W., "Staatstheorie in Nederland - terugblik en actuele situatie", in: Civis Mundi, 21 jg., mei 1982, pp. 81-89.

[7] Onder andere in: Couwenberg, S.W., Katholiciteit en vrijzinnigheid: Zoektocht naar een nieuwe geloofsoriëntatie, Kok/Agora, Kampen 1990.

[8] Ik realiseer me dat velen dit geen goede vergelijking zullen vinden. Ik vind van wel! Neem verantwoordelijkheid voor je keuzes. Verdedig wat je vindt. Of het nu gaat om een keuze voor een religie of voor een vakantieland.

[9] Of van "verlichtingsfundamentalisme". Zie daarover: Bruckner, Pascal, "Fundamentalismus der Aufklärung oder Rassismus der Antirassisten?", in: Thierry Chervel, Anja Seeliger, hrsg., Islam in Europa: Eine internationale Debatte, Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main 2007, pp. 55-75.

[10] Een mooi voorbeeld van deze mentaliteit is overigens het boek van de apen-deskundige Frans de Waal die denkt dat moraal bij de apen voorkomt en niet zijn oorsprong vindt in het Oude Testament, maar die tegelijkertijd ons regelmatig verzekert dat hij toch niets van dat "militante atheïsme" moet hebben. De Waal realiseert zich niet dat zijn eigen boek een manifestatie is van atheïsme. Hij staat op hetzelfde standpunt als de door hem zo verafschuwde Dawkins. Alleen: Dawkins weet waar hij staat, De Waal ontbreekt het aan inzicht in zijn eigen positie. Zie: Waal, Frans de, The Bonobo and the Atheist: In Search of Humanism among the Primates, W.W. Norton & Company, New York, London 2013. Als je "humanism among the primates" denkt te vinden dan kan je niet tevens de monotheïstische God te vriend houden, zoals De Waal zo wanhopig probeert te doen in zijn boek.

[11] Seidenfaden, Tøger, "Hard secularism as intolerant civil religion: Denmark and the Cartoon Case", in: Helle Porsdam, ed., Civil Religion, Human Rights and International Relations: Connecting People Across Cultures and Traditions, Edward Elgar, Cheltenham, UK, Northampton USA 2012, pp. 178-192.

[12] Verhofstadt, Dirk, Atheïsme als basis voor de moraal, Houtekiet, Antwerpen 2013.

[13] Verhofstadt, Dirk, In gesprek met Etienne Vermeersch, Houtekiet, Antwerpen/Utrecht 2011.

[14] Zie bijvoorbeeld: Lewis, C.S., Mere Christianity, A revised and amplified edition, with a new introduction, Harper, SanFrancisco, 2001 (1952); Lewis, C.S., The Abolition of Man. Or Reflections on Education with special Reference to the teaching of English in the Upper Forms of Schools, Harper, San Francisco 2001 (1944). Ik ben het niet eens met Beversluis die zich bijzonder ergert aan de heldere stijl van Lewis en aan diens krachtige stellingnames. Zie: Beversluis, John, C.S. Lewis and the Search for Rational Religion, William B. Eerdmans Publishing Company, Grand Rapids, Michigan 1985.

[15] Er zijn een paar woorden die men met een zekere argwaan moet benaderen tegenwoordig. Inderdaad: "respect", vaak aangeroepen wanneer het om niet zulke respectabele zaken gaat. Als iemand dus "respect" eist, hou dan altijd je verstand erbij. Net als iemand zegt dat je de "dialoog" moet voeren. Dan is dat vaak omdat hij iets onbespreekbaar wil maken.

[16] Zie Cliteur, Paul, The Secular Outlook: In Defense of Moral and Political Secularism, Wiley-Blackwell, Chicester 2010, pp. 69-172.

[17] Zie: Cliteur, Paul, "Reïncarnatie en atheïsme", in: S.W. Couwenberg, red., Karma, reïncarnatie en de roep om zingeving, Kok Agora, Kampen 1997, pp. 24-50. Ook de vrijdenker Edwards heeft daarover geschreven: Edwards, Paul, Reincarnation: A Critical Examination, Prometheus Books, Amherst, New York 1997. Zie ook van hem: Edwards, Paul, God and the Philosophers, Introduction by Timothy J. Madigan, Prometheus Books, Amherst, New York 2009.

[18] Küng, Hans, Erkämpfte Freiheit: Erinnerungen, Piper, München, Zürich 2004 (2002).

[19] Een verwijt dat ongetwijfeld ook Dirk Verhofstadt zal krijgen op basis van zijn boek: Verhofstadt, Dirk, Atheïsme als basis voor de moraal, Houtekiet, Antwerpen 2013.

[20] Cliteur, Paul, "God houdt niet van vrijzinnigheid", in: Civis Mundi, 41e Jg., oktober 2002, pp. 214-225. Later heb ik ook mijn verzamelde columns die titel meegegeven: Cliteur, Paul, God houdt niet van vrijzinnigheid: Verzamelde columns en krantenartikelen 1993-2004, Bert Bakker, Amsterdam 2004.

[21] Paine, Thomas, The Age of Reason, 1794, in: Thomas Paine, Collected Writings, The Library of America, New York 1995, pp. 665-885.

[22] Het is een argumentatie die ook doet denken aan wat daarover door Karel van het Reve is gezegd in: Reve, Karel van het, "De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen", in: NRC Handelsblad, 20 juli 1985, ook in: Karel van het Reve, De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen, Van Oorschot, Amsterdam 1987, pp. 7-20.

[23] De kritiek op het godsbeeld van het monotheïsme zoals men die aantreft in het werk van Voltaire of Holbach is wezenlijk niet anders. Zie: Voltaire, Examen important de Milord Bolingbroke ou le tombeau du fanatisme, (1736), in: Voltaire, Mélanges, Préface par Emmanuel Berl, Texte établi et annoté par Jacques van den Heuvel, Gallimard, Paris 1961, pp. 1001-1099 en Holbach, Baron d’, Histoire Critique de Jésus Christ ou Analyse raisonnée des Evangiles, Edition critique par Andrew Hunswick, Librairie Droz S.A., Genève 1997 (1770).

[24] "Britons become less religious", in: Agence France-Presse, 10 September 2013.

[25] Dit was de stelling van: Gellner, Ernest, "Islam and Marxism: Some Comparisons", in: International Affairs, Vol. 67, no. 1 (January 1991), pp. 1-6.

[26] Zoals vader en zoon Revel toelichten in: Revel, Jean-François, & Ricard, Matthieu, Le moine et le philosophe: Le bouddhisme aujourd’hui, NiL éditions, Paris 1997.

[27] Deïsme gebruik ik ter aanduiding van de bevestiging van het bestaan van God, maar dan ontdaan van vele eigenschappen die aan die God in de vermeende openbaringsgeschriften worden toegeschreven. Voor Voltaire is God wel almachtig en volkomen goed, maar hij heeft geen Zoon. God is ook niet de schrijver van een boek en hij heeft dat boek ook niet gedicteerd aan een speciale kaste van middelaars tussen hemzelf en de mensen. Zie voor het godsbeeld van Voltaire: Voltaire, "Théiste", in: Dictionnaire Philosophique, avec introduction, variantes et notes par Julien Benda, texte établi par Raymond Naves, Éditions Garnier Frères, Paris z.j. (1764), pp. 399-400 en Voltaire, Lettres philosophiques. Derniers écrits sur Dieu, Présentation, notes, choix de variantes, chronologie, bibliographie et index par Gerhardt Stenger, GF Flammarion, Paris 2006.

[28] Bakas, Adjiedj, "‘Groene Kerk’ duldt geen tegenspraak’, in: De Volkskrant, 11 september 2013. Bedenkelijke kanten aan sommige vormen van ecologische denken constateerde ook: Ferry, Luc, Le nouvel ordre écologique: L’arbre, l’animal en l’homme, Grasset, Parijs 1992 en Vink, Jaffe, Het gifschip, Prometheus, Amsterdam 2011.

[29] Zie voor pogingen om tot een zinvolle afbakening van het concept "religie" te komen: Fox, Jonathan, An Introduction to Religion and Politics, Routledge, London and New York 2013, p. 5.

[30] Dit onderwerp wordt besproken in: Bruce, Steven, Secularization: In Defense of an Unfashionable Theory, Oxford University Press, Oxford 2011 en in Stark, Rodney, "Secularization, R.I.P.", in: Sociology of Religion, Vol. 60, No. 3 (1999), pp. 249-273. Bruce onderschrijft de secularisatie-these, Stark en Rodney kritiseren deze.

[31] Dit wordt verdedigd door: Cliteur, Paul, The Secular Outlook: In Defense of Moral and Political Secularism, Wiley-Blackwell, Chicester 2010 en door Berlinerblau, Jacques, How to be Secular: A Call to Arms for Religious Freedom, Houghton Mifflin Harcourt, Boston, New York 2012 maar bestreden door: Nazir-Ali, Triple Jeopardy for the West: Aggressive Secularism, Radical Islamism and Multiculturalism, Bloomsbury, London 2012. Let op het woord "agressief". Totaal ongegrond en louter retorisch, zou ik zeggen. Hier volgt Nazir-Ali de gewoonte, ook vaak gepraktiseerd door het Vaticaan, een standpunt waarmee je het oneens bent te typeren als "agressief". Zie: Cliteur, Paul, "Por qué hablan de laicismo ‘agressivo’", in : El País, 2 Junio 2009.

[32] Zie voor een introductie: Levy, Leonard W., Karst, Kenneth L., and Mahoney, Dennis J., eds., The First Amendment, With an introduction by  Kenneth L. Karst, McMillan Publishing Company, New York 1990 (1986).

[33] Cliteur, P.B., "Onbegrip en misverstand over de laïcité", in: Marcel ten Hooven & Theo de Wit, Ongewenste Goden: De publieke rol van religie, SUN, Amsterdam 2006, pp. 252-266. In september 2013 heeft de Franse minister van educatie, Vincent Peillon, een nieuw manifest over de laïcité uitgebracht dat op elke Franse school toegelicht zou moeten worden: Charte de la Laïcité à l’École, La Ferté-sous-Jouarre, Lundi 9 septembre 2013, Ministère éducation national, dossier de presse 2013.

[34] White, A.D., A History of the Warfare of Science with Theology in Christendom, Two volumes, Dover Publications, New York 1960 (1896) en Draper, John William, History of the Conflict between Religion and Science, D. Appleton and Company, New York 1897 (1874) zijn in feite pleidooien voor wetenschappelijk secularisme. Dit wetenschappelijk secularisme wordt tegengesproken door: (1) fundamentalisten, (2) theoretici die menen dat tussen wetenschap en religie geen spanningsrelatie bestaat. Zie voor 2: Gould, Stephen Jay, Rocks of Ages: Science and Religion in the Fullness of Life, Random House, London 2002 (1999), maar weerlegd (naar mijn smaak) door: Dawkins, Richard, The God Delusion, Paperback edition, Black Swan, Transworld Publishers, London 2006, pp. 77-85. Het standpunt van Dawkins werd veel eerder ook al verdedigd door: Russell, Bertrand, Religion and Science, Oxford University Press, London New York Toronto 1935. Zie voor het actuele debat: Mooney, Chris, The Republican War on Science, Basic Books, New York 2005.

[35] Zie daarover: Einstein, Albert, Mein Weltbild, Querido Verlag, Amsterdam 1934.

[36] Waartegen Darwins leerling T.H. Huxley zich verzette. Zie over hem: Desmond, Adrian, Huxley: From Devil’s Disciple to Evolution’s High Priest, Helix Books, Perseus Books, Massachusetts 1994.

[37] En waartegen nu Dawkins, de twintigste eeuwse Huxley, zich verzet in onder andere: Dawkins, Richard, The Greatest Show on Earth: the Evidence for Evolution, Bantham Press, London 2009.

[38] Een pleidooi daarvoor vindt men in: Cliteur, Paul, Moreel Esperanto: naar een autonome ethiek, De Arbeiderspers, Amsterdam 2007 en in: Berg, Floris van den, Philosophy for a better World, Prometheus Books, Amherst, New York 2011, p. 187.

[39] Dat wil zeggen: Belinfante, Burkens, Kummeling, Vermeulen, A.M. Donner, De Lange en vele andere schrijvers van handboeken van het positieve staatsrecht protesteren niet tegen wat zij als de heersende leer beschrijven.

[40] Een staatsrechtgeleerde die daarbij overigens wel in de buurt komt is naar mijn idee Matthijs de Blois. Zie: Blois, Matthijs, "De staat is niet neutraal! Afsluitende bespiegelingen", in: F.T. Oldenhuis, red., Een neutrale staat: kreet of credo?, Protestantse Pers Heerenveen 2009, pp. 116-125, in reactie op: Cliteur, Paul, "De religieus neutrale staat: voor en tegen", in: F.T. Oldenhuis, red., Een neutrale staat: kreet of credo?, Protestantse Pers, Heerenveen 2009, pp. 27-77. Mijn antwoord op De Blois is: Cliteur, Paul, "Een nawoord bij een nawoord", in: F.T. Oldenhuis, red., Een neutrale staat: kreet of credo?, Protestantse Pers Heerenveen 2009, pp. 125-129.

[41] De klassieke tekst waarnaar in dit kader vaak verwezen wordt is: Böckenförde, E.-W., "Die Entstehung des Staates als Vorgang der Säkularisation", 1967, in: E.-W. Böckenförde, Staat, Gesellschaft, Freiheit: Studien zur Staatstheorie und zum Verfassungsrecht, Suhrkamp, Frankfurt am Main 1976, pp. 65-93, p. 60 die uitloopt op de stelling: "Der freiheitliche, säkularisierte Staat lebt von Voraussetzungen, die er selbst nicht garantieren kann". Het is een orakelachtige, bijna bedwelmende formulering. Leest men echter wat Böckenförde daar dan zelf mee wil dan blijkt: niets. Hij blijkt gewoon een aanhanger van de secularisatie-these en hij verdedigt volgens mij ook gewoon secularisme. Ik heb hem althans niet kunnen betrappen op het bepleiten van multiculturalisme, religieuze Leitkultur of theocratie (wat de alternatieven zouden zijn voor de geseculariseerde staat).

[42] Willem I probeerde de Nederlands Hervormde Kerk tot staatsgodsdienst te maken. Hij had daarbij het Britse model voor ogen.

[43] Veel verwarring over dit onderwerp vindt men bij: Trigg, Roger, Religion in Private Life: Must Faith be Privatized?, Oxford University Press, Oxford 2007; Viteritti, Joseph, The Last Freedom: Religion from the Public School to the Public Square, Princeton University Press, Princeton and Oxford 2007. Helderheid bij: Grayling, A.C. The God Argument: The Case against Religion and for Humanism, Bloomsbury, London 2013; Grayling, A.C., "Keep God out of public affairs", in: The Observer, August 12, 2001;

Grayling, A.C., "Multiculturalism", in: A.C. Grayling, Ideas that Matter: A Personal Guide for the 21st Century, Weidenfeld & Nicholson, London 2009, pp. 246-249.

[44] Mijn eigen opvattingen zijn sterk beïnvloed door: Nielsen, Kai, "Ethics without Religion", in: Michael Peterson, William Hasker, Bruce Reichenbach, David Basinger, eds., Philosophy of Religion. Selected Readings, Oxford University Press, New York / Oxford 1996, pp. 536-544; Nielsen, Kai, "On being a Secularist all the Way down", in: Philo, Vol. 1 No. 2, Fall/Winter 1998, pp. 6-21.

[45] Deze toevoeging maak ik, omdat ik natuurlijk niet de stelling wil verdedigen dat moraal niet beïnvloed is door religie. Ik verdedig ook niet de stelling dat moraal nooit door religie zou mogen worden beïnvloed. (Waarom zou ik: als het tot iets goeds leidt, is daar toch niets mis mee?). Wat ik verdedig, is morele autonomie of moreel secularisme in de zin dat moraal niet overtuigend kan worden gerechtvaardigd door een beroep op religie. Wanneer iemand dus goede daden verricht in de veronderstelling dat hij dat moet doen van zijn religie of van zijn God (Martin Luther King of Moeder Theresa) dan ben ik niet tegen die goede daden maar ik denk alleen wel dat mensen die goede daden kunnen verrichten zonder hun religie. Het probleem met Martin Luther King is dus niet dat hij de rassensegregatie wil beëindigen (integendeel!), maar dat hij denkt dat te moeten doen met vergelijkingen tussen de zwarte bevolking in de Verenigde Staten in de tweede helft van de twintigste eeuw en het Joodse volk dat zucht onder de onderdrukking van de Farao’s in de bijbelse verhalen. In King, Martin Luther, "Speech at Mason Temple", Memphis, 3 April 1968, in: American Speeches: Political Oratory from Abraham Lincoln to Bill Clinton, The Library of America, New York 2006, pp. 681-692, p. 681 geeft King aan wat hij het liefste zou doen, namelijk: "watch God’s children in their magnificent trek from the dark dungeons of Egypt through, or rather, across the Red Sea, through the wilderness, on toward the Promised Land". Hij fulmineert tegen de farao die "wanted to prolong the period of slavery in Egypt" (p. 683). Omdat we natuurlijk allemaal tegen slavernij zijn en tegen rassendiscriminatie zijn we het verleerd kritische vragen te stellen bij de argumentatie van King. Want wat een onzinnige argumentatie! Niet alleen de Egyptenaren kenden slavernij, ook de Joden. De slavernij werd ook helemaal niet afgewezen door de God van het Oude Testament. Was King dat even vergeten? Zie voor slavernij in het Oude Testament: Leviticus 24:44-46. En voor de legitimatie van slavernij in het Nieuwe Testament: Efeziërs 6:5. Zie ook het verhelderend commentaar op deze kwestie bij: Verhofstadt, Dirk, Atheïsme als basis voor de moraal, Houtekiet, Antwerpen 2013, pp. 91, 96, 134. Ook de beschouwingen hierover door Christopher Hitchens zijn wat mij betreft voorbeeldig. Zie: Hitchens, Christopher, God is not Great: How Religion Poisons Everything, Twelve, New York, Boston 2007, pp. 173-180. Het zou wel heel droevig zijn wanneer we geen betere argumenten tegen rassensegregatie en slavernij zouden kunnen bedenken dan door aan te knopen bij deels historische, deels fantasie-verhalen over het Joodse volk van duizenden jaren geleden.

[46] Zie daarover: Weinrich, Michael, Religion und Religionskritik, 2. Auflage, Vandenheock & Ruprecht, Göttingen 2012 (2011).

[47] Zie daarover: Bury, J.B., A History of the Freedom of Thought, Thornton Butterworth, London 1932 (1913); Robertson, J.M., A Short History of Freethought. Ancient and Modern, Russell & Russell, New York 1957.

[48] Zie hierover: Cliteur, Paul, "Integratie via de islam", in: P.B. Cliteur & H.-M.Th.D. ten Napel, red., Rechten, plichten, deugden, Ars Aequi Libri, Nijmegen 2003, pp. 83-97; Cliteur, Paul, "Islam en integratie. Kritische kanttekeningen bij de plannen van Job Cohen en Margreeth de Boer", in: Bestuurskunde, december 2003, pp. 332-342.

[49] Gibbon, Edward, The History of the Decline and Fall of the Roman Empire, 1776, 1781, 1788, Abridged Edition, Edited and abridged by David Womersley, Penguin Books, London 2005 (1776-1788), p. 35 (Vol. 1, Chapter II).

[50] Vandaar dat Leo Strauss, hoewel geen gelovig Christen, wel dicht aanschurkt tegen de cultuurchristelijke positie: "Christianity may not be as useful as other religions, nevertheless it is the dominant religion of the West, and as such it is both foolish and cruel to undermine it publicly as Machiavelli does", zoals Shadia B. Drury het standpunt van Strauss parafraseert in: Drury, Shadia B., The Political Ideas of Leo Strauss, Updated Edition, with a new introduction by the author, Palgrave, Macmillan 2005 (1998), p. 123.

[51] Voor een bespreking, zie: Hasan, Rumy, Multiculturalism: Some Inconvenient Truths, Politico’s Publishing Ltd 2010; Cliteur, Paul, "Multiculturalism: Some inconvenient truths", Review of Rumy Hasan, in: Journal of Contemporary Religion, 2012, 27:2, pp. 331-333; Waldron, Jeremy, "Minority Cultures and the Cosmopolitan Alternative", in: University of Michigan Journal of Law Reform, Vol. 25, 1992, pp. 751-793.

[52] Dat is strikt genomen overigens niet juist. Zie: Goldberg, Michèlle, Kingdom Coming: the Rise of Christian Nationalism, W.W. Norton & Company, New York/London 2006; Linker, Damon, The Theocons: Secular America under Siege, Doubleday, New York 2006.

[53] In zijn boek Triple Jeopardy for the West (2012) licht hij dat toe. Zie: Nazir-Ali, Triple Jeopardy for the West: Aggressive Secularism, Radical Islamism and Multiculturalism, Bloomsbury, London 2012.

[54] Zie: Storme, Matthias, Tussen God en Caesar: Levensbeschouwelijke visies op staat, recht en civil society, Pelckmans, Kapellen 2011; Storme, Matthias, "Moslimlanden en internationale instrumenten inzake mensenrechten", in: Sam van Rooy en Wim van Rooy, red., De Islam: Historische Essays over een Politieke Religie, ASP Academic and Scientific Publishers NV, Brussel 2010, pp. 643-661.

[55] Spruyt, Bart Jan, Lof van het Conservatisme, Balans, Amsterdam 2003, p. 50.

[56] Van Dale omschrijft "twijfelmoedig" als onzeker, wankelmoedig, aarzelend om een besluit te nemen.

[57] Het werk van Bolkestein bespreek ik in: Verhofstadt, Dirk, Dirk Verhofstadt in gesprek met Paul Cliteur, Houtekiet, Antwerpen/Utrecht 2012, pp. 69-72, 321-323. Zie het register onder "Bolkestein".

[58] Ik heb de opvattingen van Heldring op dit punt verschillende keren becommentarieerd in: Cliteur, Paul, God houdt niet van vrijzinnigheid: Verzamelde columns en krantenartikelen 1993-2004, Bert Bakker, Amsterdam 2004, pp. 124, 136, 142-145, 275-276. Heldring en Bolkestein behoren tot wat ik wel eens genoemd heb de "Spijtoptanten van de Verlichting". Het hele boek is hier full tekst te vinden:

http://media.leidenuniv.nl/legacy/cliteur-god-houdt-niet-van-vrijzinnigheid-2004.pdf

[59] Marshall, Paul A., ed., Religious Freedom in the World, Rowman & Littlefield Publishers, Lanham 2008, p. 286.

[60] Marshall, Ibid., p. 261.

[61] De term stamt van Bassam Tibi, zoals geintroduceerd in zijn boek: Tibi, Bassam, Europa ohne Identität? Leitkultur oder Wertebeliebigkeit, 2e Auflage, Siedler, München 2001 (1998). Zie ook: Lammert, Nobert, Verfassung, Patriotismus, Leitkultur: Was unsere Gesellschaft zusammenhält, Hoffman und Campe Verlag, Hamburg 2006.

[62] Marshall, Ibid., p. 115.

[63] ECHR, "Lautsi and others v. Italy", 18 March 2011. Zie: Zoethout, C.M., "Rethinking Adjudication under the European Convention", in: Jeroen Temperman (ed.), The Lautsi Papers: Multidisciplinary Reflections on Religious Symbols in the Public School Classroom, Martinus Nijhoff Publishers, Leiden 2012, p. 413-427.

[64] List, Gerry van der, in: Brands Boeken (tv), uitgezonden op zaterdag 7 januari 2012.

[65] En heeft ook wel iets moois. Zie daarover: Pearce, Joseph, Literary Converts: Spiritual Inspiration in an Age of Unbelief, HarperCollins Publishers, London 1999.

[66] Bendegem, Jean-Paul van, De vrolijke atheïst, Houtekiet, Antwerpen 2012; Berg, Floris van der, De vrolijke veganist, Houtekiet, Antwerpen 2013.

[67] Wij redigeerden bijvoorbeeld: Cliteur, P.B., en List, G.A. van der, (red.), Filosofen van het hedendaags liberalisme, Kok/Agora, Kampen 1990; Cliteur, P.B., Kinneging, A.A.M., List, G.A. van der, red., Filosofen van het klassieke liberalisme, Kok/Agora, Kampen 1993.

[68] Cargile, James, "Pascal’s Wager", in: Philosophy, Vol. 41, No. 157, (Jul., 1966), pp. 250-257.

[69] Haag, Ernest van den, The Jewish Mystique, Stein and Day, New York 1969.

[70] Iets meer intellectuele varianten van deze benadering van atheïsme vindt men in: Eagleton, Terry, Reason, Faith, and Revolution: Reflections on the God Debate, Yale University Press, New Haven and London 2009; Botton, Alain de, Religion for Atheists: A non-believer’s Guide to the uses of Religion, Hamish Hamilton, Penguin Books, London 2012; Dalrymple, Theodore, "What the New Atheists Don’t See: To regret Religion is to regret Western Civilization", in: City Journal, Autumn 2007, pp. 1-7. Baggini toont naar mijn idee overtuigend aan dat de negatieve beeldvorming rond atheïsme een residu is uit de tijd dat de kerk onze wereldbeschouwing bepaalde. Zie: Baggini, Julian, Atheism: A Very Short Introduction, Oxford University Press, Oxford 2003, pp. 1-2.

[71] Hoewel hij specifiek over het Jodendom schrijft heb ik enorm veel geleerd van de psychologische beschouwingen over geloof en secularisme van: Haag, Ernest van den, The Jewish Mystique, Stein and Day, New York 1969.

[72] Dennett, Daniel C., Breaking the Spell, p. 200 ff. See also: Dawkins, Richard, The God Delusion, Paperback edition, Black Swan, Transworld Publishers, London 2006, p. 20: "These people may not be religious themselves, but they love the idea that other people are religious."

[73] Dat vindt men bijvoorbeeld bij: Nazir-Ali, Triple Jeopardy for the West: Aggressive Secularism, Radical Islamism and Multiculturalism, Bloomsbury, London 2012.

[74] Een scherpe analyse van deze kwestie geeft ook: Ellian, Afshin, "Solidariteit met Islam komt voort uit angst voor radicale moslims", in: Blog Elsevier, 12 Augustus 2013.

[75] Zie: http://www.youtube.com/watch?v=2Oy4wnWQYC0&hd=1 (laatst bezocht op 21 augustus 2013).

[76] http://www.eo.nl/tv/knevelenvandenbrink/artikel-detail/monique-samuel-3/ (laatst bezocht op 22 augustus 2013).

[77] Bouazza, Hafid, "Kunstenaars, angst is geen reden tot zelfcensuur", in: NRC Handelsblad, 31 juli 2013.

[78] Zijn video-columns zijn wel in eigen beheer uitgegeven als: Condell, Pat, Godless and Free: The Video Transcripts, www.lulu.com, 2010.

[79] Een mogelijke beantwoording van de vraag van Bouazza wanneer we hier in het konijnenhol zijn gevallen, is overigens: 23 februari 1987. Toen belde minister Hans van den Broek live op tijdens een uitzending van Achter het Nieuws om de omroep ervan te overtuigen een persiflage op Khomeini niet uit te zenden vanwege vrees voor geweld. De omroep zond niet uit. Zie hierover: Cliteur, Paul, "The Rudi Carrell Affair and its Significance for the Tension between theoterrorism and religious satire", in: Ancilla Iuris, 2013: 15, pp. 15-41, full text: http://www.anci.ch/paul_cliteur

[80] Zie ook: Bouazza, Hafid, "Bij steniging past de lach van een leeuw", in: De Volkskrant, 28 augustus 2010.

[81] Zie: Heera, Sooreh, Adam & Ewald: zevendedagsgeliefden, Met een introductie door Joost Zwagerman, Xtra, Amsterdam 2008; Zwagerman, Joost, "Gesmoord in feilbaarheid", (recensie van Geert Mak, Gedoemd tot kwetsbaarheid), in: Vrij Nederland, 12 maart 2005; Zwagerman, Joost, De schaamte voor links, Querido, Amsterdam/Antwerpen 2007; Zwagerman, Joost, Het wilde westen. Nederland 2001-2003, De Arbeiderspers, Amsterdam / Antwerpen 2003; Zwagerman, Joost, Hitler in de polder & Vrij van God, De Arbeiderspers, Amsterdam 2009; Zwagerman, Joost, Hollands welvaren: Nederland 2004-2008, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 2007.

[82] De Winter heeft zoveel geschreven over dit onderwerp, ik kan nog niet beginnen met het noemen van zijn artikelen. Ik beperk mij tot: Winter, Leon de, VSV of Daden van onbaatzuchtigheid, De Bezige Bij, Amsterdam 2012.

[83] De vindplaats van dit citaat moet ik nog opzoeken.

[84] In 2011 werd een van de mensen die een aanslag op Kurt Westergaard had voorbereid veroordeeld. Zie: "Cartoon trial: Kurt Westergaard’s attacker convicted", BBC News, 3 February 2011.

[85] Dit vindt men bij: Hedges, Chris, I don’t believe in atheists, The Free Press, New York and Sydney 2008.

[86] Reve, Karel van het, Het geloof der kameraden, G.A. van Oorschot, Amsterdam 1969.

[87] Op basis van de anticommunistische roman: Koestler, Arthur, Darkness at Noon, Penguin Books, Harmondsworth 1982 (1940).

[88] Orwell, George, Animal Farm: A Fairy Story, Penguin Books, Harmondsworth 1976 (1945).

[89] In hanteer de frase "waar die zich ook maar mogen bevinden" in aansluiting op de bekende fatwa van Khomeini over Rushdie. Khomeini spoorde zijn gelovigen aan Rushdie en zijn uitgevers te vermoorden "wherever they may be found, so that no one else will dare to insult the Muslim sanctities". Zie: Ruhollah al-Musavi al-Khomeini, 14 February 1989, quoted in: Pipes, Daniel, "Two Decades of the Rushdie Rules", in: Commentary, October 2010, pp. 30-35 and Pipes, Daniel, The Rushdie Affair: The Novel, the Ayatollah, and the West, Second Edition with a postscript by Koenraad Elst, Transaction Publishers, New Brunswick (USA) and London (UK) 2003, p. 27. Ayatollah Khomeini "knew no English and had apparently never read the novel", schrijft Bernard Lewis in: Lewis, Bernard, "Religion and Murder in the Middle East", in: Bernard Lewis, From Babel to Dragomans: Interpreting the Middle East, Weidenfeld & Nicolson, London 2004, pp. 100-108, p. 105. Dit is, afgezien wat men daar verder nog over moge zeggen, ook een aanslag op het principe van de nationale soevereiniteit.

[90] Armstrong, Karen, The Battle for God: Fundamentalism in Judaism, Christianity and Islam, HarperCollins, London 2000; Fernandes, Edna, Holy Warriors: A Journey into the Heart of Indian Fundamentalism, Portobello Books, London 2007; Jansen, Johannes J.G., The Dual Nature of Islamic Fundamentalism, Cornell University Press, Ithaca, New York 1997.

[91] Actieplan polarisatie en radicalisering 2007-2011, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Augustus 2007.

[92] Cliteur, Paul, Het Monotheïstisch Dilemma: of de theologie van het terrorisme, De Arbeiderspers, Amsterdam 2010, een titel geïnspireerd door: Ellian, Afshin, "Het monotheïstisch probleem", in: D.A.A. Loose, A.JA. de Wit, red., Religie in het publieke domein: fundament en fundamentalisme, Damon, Budel 2007, pp. 212-258.

[93] Ellian, Afshin, "Monotheism as a Political Problem: Political Islam and the Attack on Religious Equality and Freedom", in: Telos 145 (Winter 2008), pp. 87-102.

[94] Cliteur, Paul, Het Monotheïstisch Dilemma: of de theologie van het terrorisme, De Arbeiderspers, Amsterdam 2010.

[95] Het ligt het voor de hand dat religiekritische auteurs als Voltaire de meeste aandacht hebben voor de gewelddadige kanten van het monotheïsme, maar het komt ook voor dat religieus-gelovige auteurs zelf dit onderkennen. Dat is het geval bij: Seibert, Eric A., The Violence of Scripture: Overcoming the Old Testament’s Troubling Legacy, Fortress Press, Minneapolis 2012.

[96] Niet bij: Berg, Floris van den, Philosophy for a better World, Prometheus Books, Amherst, New York 2011; Philipse, Herman, Atheïstisch Manifest: Drie wijsgerige opstellen over godsdienst en moraal en De onredelijkheid van religie: Vier wijsgerige opstellen over godsdienst en wetenschap, vermeerderde uitgave, met een woord vooraf van Ayaan Hirsi Ali, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2004; Philipse, Herman, Verlichtingsfundamentalisme? Open brief over Verlichting en fundamentalisme aan Ayaan Hirsi Ali, Mede bestemd voor Piet Hein Donner, minister van Justitie en coördinerend minister in de strijd tegen terreur, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2005.

[97] Vaak ook "geromantiseerd" in de zin dat het wordt gepresenteerd in romans, autobiografische bespiegelingen, mijmeringen en memoires. Dat was ook bij Van der List het geval, zie: List, Gerry van der, Altijd November, Prometheus, Amsterdam 2011.

[98] "State multiculturalism has failed, says David Cameron", in: BBC News, 5 February 2011; "Merkel erklärt Multikulti für gescheitert", in: Spiegelonline, 16 Oktober 2010.