Verwantschap Islamproblematiek met de problematiek van het christelijk confessionalisme in Europa. Een korte toelichting

Civis Mundi Digitaal #22

door Wim Couwenberg

Verwantschap Islamproblematiek met de problematiek van het christelijk confessionalisme in Europa. Een korte toelichting[1]

Wim Couwenberg

Overeenkomsten

Wat opvalt in discussies over de islamproblematiek in Europa is dat de parallellen daarvan met de christelijk-confessionele problematiek van de 19e en eerste helft van de vorige eeuw meestal niet opgemerkt worden. Toch zijn die er onmiskenbaar. Gemeenschappelijk in beide antiliberale tegenstromingen is tweeërlei: enerzijds het streven naar handhaving of herstel van de centrale positie van de godsdienst als inspiratiebron en richtsnoer van politiek en maatschappelijk handelen en derhalve fors verzet tegen de religieus neutrale staat van het westers-liberale beschavingstype, anderzijds een moeizame aanpassing aan de principes en instituties van dit beschavingstype. Het christelijk confessionalisme loopt daarin voorop. Zoals dat in de 19e eeuw ontstaan is uit principieel verzet tegen de moderne liberale geest van die eeuw en met het politieke katholicisme en protestantisme als politieke arm in eerste instantie streefde naar kerstening van de geseculariseerd rakende moderne samenleving onder leuzen als “Voorwaarts Christenstrijders”, zo zet het moslimfundamentalisme met de radicale of politieke islam als politieke arm zich op zijn beurt in voor een islamisering van de moderne samenleving. De onderlinge politieke en vaak gewelddadige strijd tussen soennieten en sjiieten in de Moslim wereld is vergelijkbaar met de interconfessionele spanningen en strijd tussen de roomskatholieke en de reformatorische geloofsrichting in het christendom sinds de zestiende eeuw, waarvan het interconfessionele en gewelddadige conflict in Noord-Ierland tot voorkort nog een kwalijk uitvloeisel was.

Is de islam een religie of een politieke ideologie? Die vraag is de laatste tijd in de Nederlandse politiek inzet van onderlinge strijd geworden als gevolg van de stellingname van PVV-leider Geert Wilders. Die ontwaart in de islam uitsluitend een agressieve politieke ideologie, waarop hij zelfs een fascistisch stempel drukt om daarmee zijn radicale anti-islampolitiek een legitiem karakter te kunnen geven. Eerder was dat trouwens al gedaan in HP/De Tijd in het kader van een reeks artikelen over de islam. In het openingsartikel, getiteld ‘Er is iets mis met de islam’ van de hand van de publicist Paul Fentrop werd de islam zonder meer op één lijn gesteld met nationaal-socialisme.[2] Fascisme duidt echter op een politiek stelsel van de moderniteit als antipode van de liberale democratie en was derhalve in premoderne culturen non-existent evenmin als de liberale democratie.

Evenals het christendom is de islam zowel een godsdienst als een politieke ideologie, of, zo men wil, een politieke religie.[3] Zij koesteren beide een eigen visie op de grondslagen van de samenleving. Zoals Europa eeuwenlang christelijke staten gekend heeft, waar christelijk geloof staatsgodsdienst was, en nadien christelijke partijen, die met een christelijke staats- en maatschappijleer als grondslag streefden naar herkerstening van de samenleving, zo zijn er in de islamitische wereld nog altijd staten, waar de islam als zodanig erkend wordt (o.a. in Algerije, Marokko, Tunesië, Pakistan, Saoedi-Arabië en Iran), en waar staat en religie dus niet gescheiden zijn. Tegen die scheiding heeft het christelijk confessionalisme zich in eerste instantie ook verzet, en die ten slotte in gematigde vorm aanvaard.*

Toen Pim Fortuyn de islam bij zijn revolte in 2002 een achterlijk religieus-cultureel fenomeen noemde, stuitte dat op grote verontwaardiging en werd dat zelfs als een nieuwe uiting van racisme bestreden. Het katholicisme is door niet-katholieken echter ook lange tijd als zodanig gekritiseerd, in dit geval vanwege de sterke nawerking van middeleeuwse opvattingen en tradities in katholieke kring. In menig opzicht hadden die veel gemeen met die van de orthodoxe islam zoals verwerping van de scheiding van kerk en staat, een rigide seksuele moraal (o.a. geen seks voor het huwelijk, geen voorbehoedsmiddelen en verwerping van homoseksualiteit) en een patriarchale geesteshouding met ondergeschiktheid van de vrouw aan de man als consequentie. Zo werd in de jaren vijftig in Nederland vanwege de snelle groei van het katholieke volksdeel nog gewaarschuwd tegen het dreigende roomse gevaar en was antipapisme in niet-katholieke kringen een bekend fenomeen. De kreet: ‘liever Turks dan paaps’, was daarvan een opmerkelijke uitdrukking. Sinds het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) heeft de RK kerk zich in bepaalde opzichten aangepast aan de principes van de moderne cultuur. En daarna heeft het principiële verzet van katholieken in steeds meer landen in Europa, ook in Nederland, tegen de liberale geest van de moderniteit in snel tempo plaats gemaakt voor een vergaande aanpassing.

Staat modernisering christelijk confessionalisme model voor modernisering orthodoxe islam?

 Het liberale project van de moderniteit is er langs democratische weg in geslaagd dat christelijk-confessionele verzet, georganiseerd in eigen politieke en maatschappelijke organisaties, geleidelijk aan terug te dringen. Mentaal is men in oorspronkelijk christelijk-confessionele kringen om pragmatische redenen steeds meer in de pas gaan lopen van de seculariserende geest van de moderne cultuur. In feite heeft men gekozen voor zelfhandhaving en succes in die cultuur. Confessioneel-christelijke motieven dienen meestal alleen nog als middel om zich als organisatie althans uiterlijk te onderscheiden. Wel is er in de christen-democratie een principiële stroming, die tegenover de toonaangevende pragmatische en machtspolitieke richting nog probeert die motieven enigszins overeind te houden als leidraad van politiek handelen. Maar veel politiek effect heeft dat niet meer.

Zal de orthodoxe moslimwereld in Europa op termijn een soortgelijke weg gaan? Vooralsnog staat de daar heersende denk- en leefwijze op fundamentele punten haaks op principes van de moderniteit, in het bijzonder op het terrein van de relatie tussen kerk/godsdienst en staat en de mensenrechten. Islamhervormers die proberen de islam op belangrijke punten aan te passen aan de geest van de moderniteit, hebben het nog altijd heel moeilijk. Een bekend voorbeeld hiervan is de Iraanse geleerde A. Soroush die zichzelf presenteert als de “Erasmus van de islam” en een aantal jaren geleden in Nederland de Erasmusprijs ontvangen heeft. Ik herinner voorts aan een moedige islamhervormer uit Soedan als Mahmoed Taha. Die heeft zich in zijn leven onbevreesd ingezet en sterk gemaakt voor een nieuwe interpretatie van de Koran. Daarin staan namelijk verzen, zo betoogde hij onvermoeibaar, die evident in strijd zijn met de moderne idealen van mensenrechten en democratie. Dat geldt vooral voor de rechtspositie van de vrouw en van niet-moslims. Hij heeft die strijd voor een hervormde en gemoderniseerde islam wel met de dood moeten bekopen. Op aandrang van de invloedrijke Saoedische Moslim Wereld Liga is hij in 1985 op grond van het in 1983 door president Nimeiri om politieke redenen in Sudan ingevoerde sjaria-strafrecht als geloofsafvallige berecht en door ophanging om het leven gebracht.[4]

De orthodoxe islam, aldus critici ervan, is bezig aan een snelle opmars. In tal van westerse landen is dat geloof na het christendom al de grootste godsdienst. En wat in hun ogen in zijn voordeel speelt, is ook de snel teruglopende invloed van het christendom, dat meer en meer geneigd is zijn uit een premoderne context stammende religieuze en morele beginselen prijs te geven en daardoor minder in staat is weerstand te bieden tegen de opmars van de islam als alternatief en krachtiger beleefd geloof. Niettemin wordt de laatste tijd ook gewag gemaakt van post-islamistische bewegingen onder moslims die hun geloof niet langer beleven als een belemmering voor het aanvaarden van democratische vrijheden en waarden, dus ook het principe van de scheiding van religie en staat, en zich daarmee in meer liberale richting bewegen.[5]  De volksopstanden, die begin 2011 in de islamitische wereld in het Midden-Oosten tot uitbarsting zijn gekomen, zijn daarvan een nieuw teken geweest. Maar spoedig is gebleken dat moslim fundamentalistische krachten nog de overhand hebben.


[1] Zie P. van Tongeren en G. Steunebrink (Red). Vreemde verwanten? Overeenkomsten en verschillen tussen islam en christendom. Thymgenootschap, 2003

[2] Zie P. Fentrop, Er is iets mis met de islam, HP/De Tijd, 40, 2001, pp 38-43

[3] Zie hiervoor nader S. en W. van Rooy, De islam. Kritische essays over een politieke religie, 2010

[4] Zie M. Hoebink Hervormer krijgt de strop, Trouw, 18 januari 2005

[5] Zie P.J. Dijkman, De opkomst van het post-islamisme, CDV zomer 2010