Geest en ziel als de binnenzijde van materie en lichaam

Civis Mundi Digitaal #23

door Ruud van Wees

Bespreking van: Gerrit Teule, Hebben we een ziel? Zo ja, waar dan? Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 2013

Geest en ziel als de binnenzijde van materie en lichaam

 

Ruud van Wees*

 

Bespreking van: Gerrit Teule, Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 2013

 

Vroeg of laat zullen de kernfysica en de psychologie van het onbewuste elkaar naderen als ze allebei, onafhankelijk van elkaar en vanuit tegenovergestelde richtingen, vooruitstoten naar het gebied van het buitenzintuiglijke. (Carl Jung, Aion, geciteerd uit Hebben wij een ziel…? p. 116)

 

Doel van de evolutie: toename van bewustzijn

 

Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Aspekt het boek Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? Van de werktuigbouwkundige, voorheen werkzaam in de ict, en onafhankelijk auteur Gerrit Teule. Al vele jaren volg ik Teule ‘op de voet’ en lees ik zijn (concepten voor) boeken en artikelen. Deze betrokkenheid maakt mij mogelijk minder geloofwaardig in mijn aanprijzing van zijn werk. Maar ik kan niet anders zeggen dan dat ik me elke keer weer verbaas over de originaliteit van deze auteur en zijn vaardigheid om filosofische vragen, met name die omtrent de relatie tussen materie, lichaam of hersenen enerzijds en geest, ziel of bewustzijn anderzijds, met informatie uit vele wetenschappelijke disciplines te lijf te gaan en geanimeerd en helder voor geïnteresseerde lezers uiteen te zetten. De centrale gedachte van eerdergenoemd boek, maar eigenlijk van al zijn publicaties, is dat geest en ziel de binnenzijde zijn van materie en lichaam en  –omgekeerd- materie en lichaam vormen de buitenzijde van geest en ziel. De motor van alle (chemische, biotische en humane) evolutie is de wil tot bewustzijn, wat tegelijk het doel van de evolutie impliceert, namelijk de toename van bewustzijn. Evolutie is wezenlijk bewustzijnsevolutie. Deze gedachten ontleent Teule aan de Franse paleontoloog, priester en mysticus Pierre Teilhard de Chardin, van wie vooral het boek Het verschijnsel mens bekend is geworden.

 

Via eonenhypothese naar vijfdimensionaal universum

 

Een medebewonderaar van Teilhard de Chardin, de Franse natuurwetenschapper en informaticus Jean Emile Charon, wees in zijn boek The unknown Spirit de elektromagnetische kracht, met als dragende deeltjes de elektronen en fotonen, aan als de spil, het trefpunt, van geest en materie. Dat was een logisch vervolg op zijn mathematisch-fysische theorie over de bijzondere aard van elektronen, de Complex Relativity Theory (1977). Het elektron is volgens deze theorie het fysisch waarneembare punt (de buitenkant) waarachter een kleine tijdruimte (de binnenkant, vergelijkbaar met een miniem zwart gat) schuilgaat. Charon noemde deze kleine tijdruimte een ‘eon.’ Daarbinnen vinden geestelijke processen plaats in een superhete plasma van virtuele fotonen, ergo: licht. Het voor ons waarneembare elektron vormt zo de toegang tot een geestelijke of imaginaire tijdruimte buiten de voor ons toegankelijke tijd en ruimte, dus non-lokaal. Daar huist volgens de eonenhypothese de zetel van informatie, ervaring, bewustzijn, geheugen, liefde, communicatie, wil en daadkracht, waarop de evolutie vanaf het begin is gebaseerd. Om meerdere tijdruimten theoretisch-fysisch te kunnen overzien en berekenen, gebruikt Charon een toegevoegde ‘imaginaire’ dimensie, gebaseerd op de complexe getallenleer, vandaar de naam van zijn theorie: Complex Relativity.

 

Teule noemt de psychologie op basis van deze theorie ook wel de eonische psychologie. Bewijsbaarheid van deze imaginaire dimensie is met directe waarnemingen van de materiële natuur niet mogelijk, maar beredeneerbaar is het wel, zeer nauwkeurig zelfs. Volgens Teule, ‘bestaan dimensies slechts in onze geest als ‘actieve metaforen.’’ Voor een beter begrip van deze wereld mogen we daarom zelf bepalen, hoeveel dimensies we daarvoor willen gebruiken c.q. nodig hebben. Charon kiest voor vijf dimensies en zo komt hij tot het vijfdimensionale universum, waarbinnen de evolutie van deze wereld zich afspeelt. Elke entiteit (atoom, molecuul, cel, plant, dier of mens) bevat enkele of myriaden eonen, maar altijd één eon, het zelf-eon, waarin alle informatie is gecumuleerd om deze entiteit als geheel te vormen en enige tijd in stand te houden. Dit zelf-eon noemen we de onvergankelijke ziel van deze entiteit, want elektronen, en dus ook eonen, zijn stabiele constructies, ontstaan in de eerste seconden van dit heelal.

 

Materie is dus in wezen bezielde materie ofwel: psychomaterie, een term van Charon en Teule die inhoudt dat we pas een compleet plaatje van de werkelijkheid kunnen krijgen als we die benaderen vanuit zowel de natuurkundige als vanuit een psychologische invalshoek. Dit maakt begrijpelijk dat Teule het bovenstaande citaat van de bekende psychiater en dieptepsycholoog Carl Jung aanvoert. Al gaat het wat betreft de psychologische invalshoek niet slechts om het onbewuste maar ook om het terrein van bewuste ervaringen, dus om het verschijnsel van het bewustzijn in brede zin. Waarbij het non-lokale karakter van bewustzijn ook kan leiden tot waarnemingen die niet aan de eigen fysieke zintuigen zijn gebonden en als zodanig buitenzintuiglijk zijn. Geheel in lijn met de voorzegging van Jung in het bovenschrift.

 

Overzicht inhoud

 

In deel één, Licht en bewustzijn, benadert Teule geest en bewustzijn vanuit wat de natuurkunde met haar experimenten ons zegt over licht. Om u een korte indruk van dit deel te geven noem ik hier de titel van de hoofdstukken in dit deel: Elektronen uit licht, Theorieën over bewustzijn, Bewustzijn en intelligentie, De mechanica van geest en bewustzijn en Een elektromagnetische visie op leven en geest.

 

Deel twee, Begrippen en theorie, gaat over begrippen zoals die o.a. door Jung naar voren zijn gebracht: synchroniciteit en archetypen. Teule brengt deze Jungiaanse begrippen in verband met begrippen als membraan en actieve metaforen uit zijn eonische psychologie in de hoofdstukken Archetypen en het begrip ‘actieve metafoor,’ Over membranen, eonen en ordening en Synchroniciteit en non-lokale causaliteit.

 

Bewustzijn in werking, deel drie, is een schets van de praktische werking van het bewustzijn, bedoeld om meer inzicht te geven in de weergaloze complexiteit ervan, via de weg van de subjectieve introspectie door Teule van zichzelf. Hoofdstukken: Tussen denken en doen, Het heldere bewustzijn en het onbewuste en Schema’s over het bewuste en (collectief) onbewuste.

 

Vervolgens behandelt Teule in deel vier, Toepassingen van de eonische psychologie, een aantal gevolgen en toepassingen van zijn eonische psychologie. Deze theorie geeft namelijk veel ruimte aan geestelijke processen die vanwege de non-lokale aard van de imaginaire dimensie min of meer losstaan van de tijdruimtelijke materie. Dit betekent eveneens dat de ziel (het zelf-eon) onvergankelijk is en na de lichamelijke dood of naast het fysieke lichaam kan voortbestaan en ‘voortervaren.’ Dit schept ruimte voor bijna-doodervaringen en buitenlichamelijke ervaringen (ook wel uittredingservaringen geheten), die volgens de eonische psychologie misschien wel bijzonder, maar verder normaal zijn in die zin dat ze kunnen voorkomen bij gezonde mensen.  Hoofdstukken: Buitenlichamelijke en bijna-doodervaringen, Geestelijke configuraties, Had Sigmund (Freud, RvW) toch gelijk?, Snelheden in de hersenen, Stilstaande tijd en vrije keuze.

 

In het laatste deel, deel vijf: Toekomst en Verleden, waaieren de theorieën en hypothesen uit naar toekomstverwachtingen over directe verbindingen tussen hersenen en elektronische circuits, computers en allerlei andere randapparatuur. Bovendien, vanwege de veronderstelling dat het zelf-eon onvergankelijk is kan men ook verwachten dat het diep van binnen onbewuste sporen met zich meedraagt van vroegere historische tijden, en zelfs van vroegere evolutionaire fasen, tot aan de oerknal toe. Dan wordt het ook waarschijnlijk dat de huidige mens in zijn collectieve geheugen oude trauma’s meetorst van ervaringen met grote wereldrampen, zoals deze ettelijke malen in de evolutie zijn voorgekomen. Teule gaat in het bijzonder in op de psychische en andere gevolgen tot op heden van een grootschalige meteorieteninslag die mogelijk 9500 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Hoofdstukken: Computers en onze hersenen, Amnesia en de apocalyps.

 

Na een Samenvatting en besluit volgt dan o.a. nog een bijlage met daarin de levensbeschrijvingen van de vier hoofdpersonen die Teule hebben geïnspireerd bij het schrijven van dit boek: Carl Gustav Jung, Pierre Teilhard de Chardin, Jean Emile Charon en (de psychiater en vader van de psychosynthese) Roberto Assagioli.

 

Evaluatie

 

Evaluatie: Teule beoogt als een technicus een aantal grote filosofische problemen rondom de ziel aan te pakken, want hij wil weten ‘hoe iets werkt.’ Dit leidt tot vele verrassende, heldere en gedetailleerde beschrijvingen van hypothetische samenhangen tussen niet rechtstreeks waarneembare, imaginaire zielenruimten (eonen) en -processen enerzijds en fysische deeltjes en fysieke lichamen anderzijds. Eonen bestaan uit een superdichte kluwen van wervelende, virtuele - Teule bezigt ook wel het woord noumenale - fotonen die een minuscuul zwart gaatje als een verdwijnmantel creëren, waardoor ze voor onze zintuigen onwaarneembaar zijn. Zijn identificatie van deze fotonenkluwen als zijnde onze ziel maakt dat hij een natuurkundig en objectief aandoende (hypothetische) beschrijving kan geven van de werking van deze ziel. Ondanks dit blijft er iets wringen, omdat de stap van hier naar subjectiviteit en andere specifieke kwaliteiten van geestelijke processen onverklaard blijft. Gelukkig onderkent de auteur zelf ook deze (ik vrees: onuitwisbare) kloof tussen een derde en een eerste persoonsbeschrijving en schuwt hij de introspectie niet als methode om de innerlijke werkingen van de geest bloot te leggen. Deze kloof niet te erkennen zou weer een vorm van reductionisme zijn, wat Teule juist probeert te vermijden.

 

In navolging van Teilhard De Chardin en Charon hanteert Teule een complexe, brede en genuanceerde materie-opvatting, waarin geest en materie, ziel en lichaam, bewustzijn en hersenen twee zijden van één medaille lijken. Dat is althans de strekking van het begrip psychomaterie. Maar naast deze twee-aspectenleer gebruikt hij ook causale termen en analyse en ook wel een multi-dimensionale benadering om de relatie tussen beide ‘gebieden’ te beschrijven. Evenals hiervoor blijkt ook op deze wijze dat –ondanks de vele vergezichten en alle verheldering op talloze details die dit boek biedt- de precieze samenwerking tussen het geestelijke en het materiële toch net buiten de horizon van het objectieve begrip blijft liggen - en moet blijven liggen. Teule is weer de eerste om dit te erkennen, want volgens hem is alle kennis gebonden aan de actieve metaforen die je kunt vergelijken met de Jungiaanse archetypen of Kantiaanse categorieën, die als voorwaarden voor coherente ervaring, waarneming en kennis aan de subjectkant fungeren, al gaat het bij Teule’s metaforen wel om culturele en veranderbare voorwaarden.

 

Ook zijn geest- of bewustzijnsbegrip is complex en breed en kent meerdere snelheden en verdiepingen. Vandaar dat hij zich ook verwant voelt met Jung (psychoanalyse) en Assagioli (psychosynthese) voor wie beiden de menselijke geest en identiteit samengestelde, veelvormige en evoluerende gehelen zijn. Deze complexe en brede basisbegrippen staan op gespannen voet met de vaak reductionistische  behandeling van levensverschijnselen en menselijke (en dierlijke) ervaringen in de huidige wetenschappen, die in al deze verschijnselen en ervaringen ‘niet meer dan’ producten van materiële entiteiten en processen wil zien. Teule keert zich dan ook verscheidene malen expliciet tegen dit reductionisme. Geldt dit al voor de gewone verschijnselen op de gebieden van leven en geest, des te meer knelt het reductionisme bij de bijzondere menselijke ervaringen, zoals ervaringen die door sommigen buitenzintuiglijk worden genoemd, dan wordt het zelfs ongerijmd (en daarom door de meeste universitaire wetenschappers genegeerd). Teule laat in deel vier zien hoe zijn eonische psychologie recht zou kunnen doen aan bijna-doodervaringen en buitenlichamelijke ervaringen, waardoor dergelijke ervaringen zinvol worden, als piek- of groei-ervaring kunnen worden gezien of zelfs als richtingwijzer voor toekomstige menselijke evolutie kunnen fungeren.

 

Catastrofistische evolutie

 

Een kort slotwoord wil ik wijden aan de catastrofen-theorie in deel vijf. Teule betoont zich in dit hoofdstuk geen aanhanger van een (neo-)Darwinistische geleidelijke evolutie, maar juist van een catastrofistische evolutie zoals deze sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw (opnieuw) in opgang is. Hij deelt de opvatting van sommige wetenschappers dat zich zelfs in historische tijden zulke mondiale natuurcatastrofen hebben voorgedaan en dat deze rampen diepe trauma’s hebben achtergelaten in ons collectieve geheugen, van waaruit zij onbewust nog steeds opspelen en ons individuele en collectieve lot op negatieve wijze mede bepalen.   Met deze visie schaart Teule zich –met mij- ook onder een groep mensen die de mogelijkheid onder ogen zien dat de mensheid vroegere hoogstaande beschavingen heeft gekend waarvan –op enkele verspreide artefacten na- de sporen door natuurgeweld op mondiale en zelfs kosmische schaal zijn uitgewist of bedolven.

 

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?

Uitgeverij Aspekt

ISBN 9789461533487

380 blz. Prijs: 19,95

Zie ook www.elektromagnetischekracht.nl

 

*Ruud van Wees is psycholoog en heeft onderzoek gedaan naar bijna-doodervaringen,  waarover hij met Pim van Lommel en anderen heeft gepubliceerd in The Lancet (2001). Hij is medeoprichter en oud-bestuurder van stichting Merkawah (BDE) en voormalig secretaris van de wetenschappelijke vereniging SPR (Parapsychologie in NL).