Pleidooi voor wetenschappelijk omstreden traditionele essentialia van ons menszijn

Civis Mundi Digitaal #23

door Wim Couwenberg

Bespreking van: H.M. van Praag, Het verstand te boven. Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2013.

Pleidooi voor wetenschappelijk omstreden traditionele essentialia van ons menszijn

Wim Couwenberg

Bespreking van: Herman M. van Praag, Het verstand te boven Uitgeverij Boom Amsterdam, 2013

De bekende psychiater Herman M. van Praag heeft een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt die ook in dit nieuwe boek van hem ten uiting komt. Zo’n vijftig jaar geleden stond de biologische psychiatrie in zijn leven centraal als ambitie en verrichtte hij hierin in Nederland pioniersarbeid. Maar naast wetenschap neemt hij inmiddels religiositeit en religie serieus, ook in zijn vak. Dat heeft ermee te maken dat hij niet alleen aan verstand en vernuft (verstand + een creatief moment) grote waarde hecht, maar ook aan verbeeldingskracht, het vermogen dingen te verbeelden, die niet waarneembaar of meetbaar zijn. En in samenhang hiermee werpt hij zich nu op ter verdediging van entiteiten die vroeger vanzelfsprekend waren, maar nu onder invloed van wetenschappelijk materialisme en neurobiologisch determinisme als extreme uiting daarvan sterk omstreden zijn geraakt zoals de menselijke geest, de vrije wil en de behoefte aan zingeving.

Indrukwekkend en glashelder is de wijze waarop hij dat doet, heel systematisch en met duidelijke begripsomschrijvingen. Hij gaat met andere worden volop de intellectuele strijd aan met de onverbiddelijke reductionisten in de nu toonaangevende hersenwetenschappen, in Nederland aangevoerd door Dick Swaab en V. Lamme. Wij zijn ons brein en dat bepaalt ons leven, zo is hun boodschap. Een nieuwe, maar nu neurobiologisch onderbouwde predestinatie leer, zo reageert Van Praag hierop. Dat de geest afhankelijk is van het brein is uiteraard geen punt van discussie, maar wel dat de geest daartoe te reduceren zou zijn. Dat brein – monisme en – fetisjisme wijst hij vierkant af. Wat is die geest dan wel? Daar heeft hij een eigen kijk op. Die geest openbaart zich in ons unieke zelf, in wie wij al uniek wezen zijn en als zodanig herkenbaar uit onze levens - en ontwikkelingsgang, ons karakter, onze bijzonder interesses en ambities. Hij specificeert dat op een gegeven moment nader als de meest nobele en creatieve kanten van dat unieke zelf. Hij erkent wel dat we hier stuiten op iets mysterieus van dezelfde orde als dat het geval is met het ontstaan van de levende materie. Het neurobiologisch determinisme dat hij bestrijdt reduceert hij op zijn beurt tot een heel armoedig mensbeeld.

Wie voor een verlicht mens wil doorgaan, moet zich in onze moderne wereld uitsluitend door de rede laten leiden en dus alles afzweren wat zweemt naar religieus geloof. Als verlicht in deze zin geldt tegenwoordig de secularist. In de ogen van de auteur is verlicht daarentegen iemand die alle verstandelijke en emotionele kwaliteiten waarover hij beschikt ontwikkelt en dus ook de religieuze dimensie van ons bestaan serieus neemt. Als dat niet gebeurt dan is er een van echte verlichting geen sprake, hoogstens van schemer verlichting. In lijn hiermee ziet hij in religiositeit, dat is de ontvankelijkheid voor een andere wereld dan die we kennen, een wereld met ongekende mogelijkheden, ook een bron van verlichting. Hierin ziet hij een normaal bestanddeel van de mens dat beantwoordt aan elementaire psychologische behoeften. Weten en geloven vullen elkaar aan in ons streven om enige greep te krijgen op ons bestaan. Religiositeit situeert hij in het irrationele domein van onze ziel. Rationaliteit en irrationaliteit, mits in evenwicht, brengen ons leven pas goed op smaak. De strijd van atheïsten tegen religiositeit is in zijn ogen tot mislukking gedoemd. Zij vechten tegen krachten, waartegen de ratio niet opgewassen is.

Tot die krachten behoort ook de behoefte aan zingeving, de behoefte dus om ergens voor te leven dat inhoud en betekenis geeft aan ons leven. Dat behoort eveneens tot de essentie van het menselijke bestaan. De auteur wijdt hier ook een uitvoerig hoofdstuk aan waarin hij opnieuw in klare taal stelling neemt. Zingeving is een kernbehoefte in zijn ogen en zinverlies een reëel menselijk probleem dat in de psychiatrie serieus genomen behoord te worden. Maar de diagnose van zindeficiëntie is in de huidige psychiatrie onbekend. Dat acht hij een blinde vlek. Een bekende psychiater als B. Chabot interpreteert de behoefte aan zingeving zelfs als een uiting van psychische onvolwassenheid, een nodeloze en nutteloze zelfkwelling.

Suïcide, zelfdoding is een van de meest emotioneel beladen gebeurtenissen. Depressie die zo frequent voorkomt dat zij als volksziekte wordt aangemerkt, is een belangrijke voorloper van zelfdoding. Ook dit onderwerp komt uitvoerig in dit boek aan de orde waarbij de auteur opnieuw het belang van religiositeit onderstreept. Dat kan namelijk door stressreductie onze geestelijke weerbaarheid verhogen.

De auteur sluit zijn boek af met een slotbeschouwing over het joodse volk dat in de staat Israel een eigen politiek huis heeft gevonden met alle daarmee samenhangende problemen, waaronder Jodenhaat, zionshaat en joods zelfhaat. Wat heeft joden bewogen zion zo te gaan haten en het van binnenuit openlijk te gaan bedreigen, vraagt hij zich af. Ook in dit onderdeel komt de auteur tot een duidelijke, in dit geval politieke stellingname. Opneming van dit slotdeel in een boek met een heel andere probleemstelling is een keuze die alleen te verklaren valt uit de bewust beleden joodse achtergrond van de auteur die hem kennelijk noopte tot deze politieke stellingname in dit boek.