Kern Belgische problematiek: Belgisch staatsnationalisme versus Vlaams volksnationalisme

Civis Mundi Digitaal #25

door Wim Couwenberg

Kern Belgische problematiek: Belgisch staatsnationalisme versus Vlaams volksnationalisme

Wim Couwenberg

 

De poging van de NV-A voorzitter Bart de Weever tot vorming van een nieuwe federale regering in België is mislukt. En daarmee, zo meldt de Volkskrant, dreigt België opnieuw in een politieke crisis te geraken, die de eenheid van het land net als in 2007 en 2010 opnieuw bedreigt. Hoe komt het dat dit land zo labiel is? Dat heeft te maken met de kern van de Belgische problematiek. Politici van de Franstalige minderheid gedragen zich in feite alsof zij een culturele meerderheid vertegenwoordigen, Vlaamse politici daarentegen alsof zij de spreekbuis zijn van een culturele minderheid. Dat is uiteraard een zwakke stee in de Vlaamse opstelling bij onderhandelingen met Franstalige politici over de toekomst van België.

In 1950 bracht een Waalse nationalist met een Nederlandse naam dat kort en krachtig tot uiting met de woorden ‘La belgique sera latine ou ne sera pas’. Vlamingen mogen nu ongetwijfeld volop meespelen in dat Latijnse België, maar wel op voorwaarde dat zij dansen naar de pijpen van de Francofone minderheid. Wie het als Vlaming ver wil schoppen in de Belgische staat, die moet het eigen volk zijn rug toekeren, zo constateert een Vlaamse commentator.  Dat klopt. Vlaanderen is een natiestaat in wording. Maar dat wordingsproces stuit op een aantal obstakels. Een belangrijk obstakel is het niet tot ontwikkeling komen van een volwaardige Vlaamse politieke en culturele elite als draagvlak van dat proces. Dat wordt doelbewust afgeremd en tegengewerkt door het Belgische establishment. Dat is er namelijk op uit ontluikend politiek en cultureel talent in Vlaanderen spoedig in te kapselen in de belgicistisch-gezinde bovenlaag.

In België speelt er continu een strijd om de voorrang tussen het Germaanse en het romaanse/Latijnse bestanddeel. Het romaanse ziet zichzelf als verre superieur in cultureel en politiek opzicht. Zoals ik in Civis Mundi eerder betoogd heb, is de kern van de Belgische problematiek dat de Belgische Franstaligen hun taal en cultuur verre superieur achten boven die van Vlamingen en Vlamingen daarom niet als gelijkwaarde partner beschouwen, al druist dat uiteraard in tegen de socialistische overtuiging van veel Franstalige Belgen.

In die onderlinge strijd is men er van Franstalige zijde in geslaagd het Vlaamse nationalisme te voorzien van conservatief-rechtse, zo niet een extreem rechtse signatuur. Dat nationalisme heeft zich ook te lang in die hoek laten manoeuvreren. Wat hier in het geding is, is de botsing tussen twee uitingen van nationalisme: het Belgische staatsnationalisme dat uitgaat van het primaat van de Belgische staatsnatie en haar gevestigde belangen; en daartegenover het Vlaamse etnisch culturele (volks)nationalisme dat opkomt voor de politieke belangen van de Vlaamse cultuurnatie. In die strijd staat het Vlaams nationalisme veel meer aan de progressieve kant. Men verzuimt dat alleen met het nodige lef en nadruk te vertolken. Het is juist ook het staatsnationalisme dat nu de belangrijkste conservatieve rem is op het Europese integratieproces.