Dichter bij de wetenschap, een complementaire visie. Deel 3: Dichter bij een verenigende veldtheorie van de natuur en het bewustzijn.

Civis Mundi Digitaal #27

door Piet Ransijn

 

http://www.engineeringnet.be/belgie/detail_belgie.asp?Id=9922&titel=CERN foto

www.ucd.ie/news/2011/12DEC11/141211-Physicists-focus-in-on-Higgs-boson-the-so-called-God-particle.html

In het centrum een botsing van protonen, waarbij straling en 4 andere deeltjes,elektronen, muonen, vrij komen: de rode lijnen

 

Dichter bij de wetenschap, een complementaire visie

Deel 3 Dichter bij een verenigende veldtheorie van de natuur en het bewustzijn

Door Piet Ransijn                                 

 

Deel 1 Ons incomplete weten: wetenschapsfilosofie en kennissociologie verscheen in nr. 24, 27 juni

Deel 2 Dichter bij de natuurkunde verscheen in nr. 26, 20 aug.

Kwantumfysici over complementariteit van wetenschap, filosofie en religie

 

Inhoud           Deel 3 Dichter bij een verenigende veldtheorie van de natuur en het bewustzijn

 

Relevantie: actuele ontdekkingen

De laatste jaren was de fysica diverse keren in het nieuws:

  • de ontdekking van het Higgs-deeltje, dat de zwaartekracht nader verklaart: waarom deeltjes gewicht of massa hebben. Het is een belangrijk stukje van de legpuzzel van de verenigde veldtheorie.
  • Op TU Delft wordt ‘teleportatie’ experimenteel aangetoond. Dat is het overdragen van informatie, energie of materie op afstand zonder medium. Twee deeltjes kunnen op afstand op elkaar reageren, met elkaar ‘verstrengeld’ zijn en samensmelten. In zekere zin is iets op twee plaatsen tegelijk. Dit tart onze verbeelding, de mogelijkheden doen denken aan science fiction. De kwantumfysica en de verenigde veldtheorie kunnen hier meer licht op werpen.
  • Bij medische en psychofysische experimenten aan het Radboud Universitair Medisch Centrum te Nijmegen blijkt de ‘Iceman’, Wim Hof, het langdurig in ijswater te kunnen uithouden. Hij kan ook zijn immuunsysteem ingrijpend beïnvloeden met meditatie- en ademhalingsoefeningen. Hij leert het ook aan anderen. Onderzoekers constateren dat er mogelijkheden zijn om het fysieke lichaam vanuit het bewustzijn meer ingrijpend beïnvloed kan worden dan mogelijk werd geacht. Toepassingen voor de gezondheid(szorg) worden nader onderzocht. In de Yogasoetra’s van Patanjali en andere geschriften werden eeuwen geleden ook uitzonderlijke vermogens beschreven, die ook de gezondheid en vitaliteit konden bevorderen.

Dit nieuws wijst erop dat er meer mogelijk is dan tot voor kort, vanuit de natuurwetenschap en techniek en vanuit ons bewustzijn. De verenigde veldentheorie kan meer licht werpen op de samenhang van materie, energie, informatie en bewustzijn en een bijdrage leveren tot een wetenschap waarin het bewustzijn is geïntegreerd. De termen verenigde veldtheorie en verenigende veldentheorieën worden zowel in enkelvoud als in meervoud gebruikt in diverse varianten.

 

Inhoud

Inleiding: verruiming van paradigma, veldtheorieën en onderzoeksmethoden

Zijn innerlijke en uiterlijke ervaringen complementair?

Gedicht Paradigma’s: geloof en wetenschap

Sectie 1 Verenigende veldentheorie en bewustzijn

Gedicht Omvattend weten

Een veld dat materie en bewustzijn kan verenigen

Een gelaagd telescoop-model van bewustzijn en materie

            Gedicht Het verenigd veld

Teleportatie, verstrengeling en het uitsluitingsprincipe van Pauli

De vacuüm zee van Dirac als prototype van het verenigd veld

 

Sectie2: Wetenschappelijk onderzoek van innerlijke ervaringen met verruimd empirisme

Onderzoek naar mystiek, yoga en meditatie

Onderzoek naar bijzondere vermogens

Schelling: verruimd empirisme en eenheidservaringen

De intellectuele aanschouwing en de identiteitsfilosofie van natuur en bewustzijn

            Gedicht Eenheid in zicht

Innerlijke scholingswegen, meditatie en intuïtie

Gedicht Intellect en intuïtie

Terreinen voor nader onderzoek

Besluit: wetenschap, filosofie, religie en kunst als complementair

Epiloog: Scheppingshymne uit de Rig Veda

Gedichten De zin van schrijven, De hang naar eenheid en liefde

 

Een paar vragen

  • Zijn de wereld van de materie (wereld 1 van Popper) en die van het bewustzijn of de geest (wereld 2) twee kanten van één wereld, de binnen kant en de buitenkant? In hoeverre komt dit overeen met de visie van filosofen, zoals Plato, Spinoza, Kant en Schelling,?
  • Vraagt dit ook om een fundamenteel onderzoek naar onze geest of bewustzijn en van (mystieke) eenheidservaringen, zoals Frits Staal voorstelt?
  • Kunnen we paradigma’s, wetenschappelijke methoden en onze empirische ervaringsbasis niet aanpassen, zodat deze ook innerlijke, geestelijke ervaringen omvatten? Dit stelde Schelling voor in zijn identiteitsfilosofie van het bewustzijn en de natuur.
  • Welk perspectief biedt uitbreiding van de natuurkundige veldtheorieën naar de dimensie van de geest als bewustzijnsveld, of een veldentheorie die bewustzijn en materie omvat?

 Rembrandt

Faust ziet het teken van de geest de aarde: de geest in de materie

Goethe, Uit Eins und Alles:                        vrij vertaald en herdicht:

Im Grenzenlosen sich zu finden                     In een grenzeloos bestaan

wird gern der Einzelne verschwinden…           wil een afzonderlijk persoon opgaan

Weltseele, komm, uns zu durchdringen!         zich door de wereldziel laten doorstralen

Dann mit dem Weltgeist selbst zu ringen        die hij naar zich toe probeert te halen

 

Uit de Mariënbader Elegie,                  

In unser Busens reinen wogt ein Streben        In ons hart vibreert een streven

sich einem Höhern, Reinern, Unbekannten      ons aan het hogere, zuivere en onbekende

aus dankbarkeit freiwillig hinzugeben             te willen wijden in vrijwillig overgeven

enträtselnd sich den ewig Ungenannten          om het niet te noemen eeuwig onbekende

                                                                  te ontraadselen in dit aardse leven

Uit Vermächtnis:

Kein Wesen kann zu Nichts zerfällen               Geen wezen kan tot niets vervallen

Das Ewige regt sich fort in allen…                   Het eeuwige beweegt zich voort in allen

Das Sein ist ewig: denn Gesetze                    Het zijn is eeuwig; haar wetten vatten

bewahren die lebendige Schätze                    de schoonheid van het Al in levende schatten

aus welchem sich das All geschmückt

 

Inleiding: verruiming van paradigma, veldtheorieën en onderzoeksmethoden

Het vorige artikel eindigde met de vraag: hoe kunnen we subjectieve en objectieve kennis integreren? Om deze vraag te beantwoorden wetenschap, filosofie en religie. Bewustzijn blijkt ook in de fysica een fundamenteel gegeven te zijn. Kwantumfysici kunnen niet om het waarnemende subject, het bewustzijn heen. Dit vraagt een paradigma dat het bewustzijn omvat. Het bewustzijn kan niet meer worden buitengesloten, zoals Jung en Schrödinger eerder opmerkten. Het kan ook niet overtuigend worden afgeleid als bijverschijnsel (epi-fenomeen) van de hersenwerking, dus van de materiële realiteit, zoals het epifenomenalisme, het behaviorisme en latere benaderingen beweren.

Fysische veldtheorieën kunnen worden uitgebreid, door het bewustzijn erbij te betrekken als basisconcept. Het streven naar een ‘theorie van alles’ is wel eens vergeleken met het zoeken naar de steen der wijzen of de heilige graal en meet een spirituele visie omtrent de eenheid van al het bestaande.

In dit artikel wordt evenals in het vorige een verbinding gelegd tussen de moderne fysica, filosofie en religieuze ervaring. De vraag is in hoeverre ook innerlijke ervaringen en belevingen wetenschappelijk gezien betekenis en feitelijke geldigheid kunnen hebben, zoals bij het ‘verruimde empirisme’ van de filosoof Schelling. Dit is empirisme dat ook innerlijke ervaringen kan omvatten. Dit impliceert een uitbreiding van wetenschappelijke methoden met (inter)subjectieve methoden van kennisverwerving.

 

Zijn innerlijke en uiterlijke ervaringen complementair?

Een andere vraag is: in hoeverre er wezenlijk verschil is tussen uiterlijke en innerlijke ervaringen. In hoeverre zijn intersubjectieve innerlijke ervaringen principieel verschillend van de ervaringsbasis van de wetenschap, die berust op intersubjectieve zintuiglijke ervaringen? Zijn alle ervaringen niet innerlijk en subjectief, in de zin dat zij ervaren worden in het innerlijke bewustzijn? En hebben alle ervaringen niet een uiterlijk aspect in de zin dat zij gepaard gaan met activiteit van het zenuwstelsel en hersenwerking? Zijn innerlijke ervaringen in het bewustzijn en uiterlijke waarnemingen van hersenwerking, niet complementair? Mogelijk zijn bijna-dood ervaringen waarbij hersendood is vastgesteld een speciaal geval, waarover ‘de geleerden het nog niet eens zijn’, gezien de discussie over Pim van Lommel en zijn boek Eindeloos bewustzijn. Ervaringen van eenheid en eindeloosheid zijn al duizenden jaren in uiteenlopende culturen vastgelegd en kunnen worden onderzocht.

 

De discussie tussen materialisme versus idealisme wordt al sinds de oudheid gevoerd. De visie varieert in verschillende tijdvakken en culturen. Hoe wij de werkelijkheid zien heeft ingrijpende consequenties. Het theorema van de socioloog W I Thomas luidt: ‘If people define a situation as real, it wil be real in its consequences’. Voor een meer complete visie is een meer integrale benadering nodig. Een verenigende visie heeft andere consequenties dan een visie die subject en object (onder)scheidt en ons scheidt van het andere.

De verenigde veldtheorie kan een betekenis hebben die verder reikt dan de fysica. Dat geldt ook voor de kwantumfysica. Einstein, Heisenberg, Pauli Schrödinger en collega’s hebben een verandering van paradigma teweeg gebracht en hun latere leven aan verenigende veldtheorieën en filosofie gewijd. Zij waren zich bewust van de verstrekkende betekenis hiervan en hadden een complementaire visie die het bewustzijn omvatte. Dat bleek in voorgaande artikelen. Meer geïntegreerd weten stemt overeen met meer geïntegreerd leven. Kennis omtrent het geheel komt overeen met een leven dat meer is afgestemd op het geheel. Albert Schweitzer spreekt van ‘eerbied voor het leven’.

 

Overzicht

Onderwerp van dit artikel is een verenigde veldentheorie die ook het bewustzijn omvat. Als het bewustzijn ontbreekt en wordt buitengesloten is het verenigd veld niet compleet en blijft de scheiding in subject en object. Zo’n verenigende veldentheorie die het bewustzijn omvat, vraagt inzicht in het bewustzijn in termen van een bewustzijnsveld.

In het vorige artikel is het bewustzijn onderscheiden als een onderliggende eenheid achter de veelvuldige bewustzijnsinhouden in de vorm van gedachten, gevoelens, zintuiglijke indrukken enz. Zoals het (computer)scherm de achtergrond is van alle tekens, woorden en beelden, of zoals een watervlak golft in golven en zoals velden en fluctueren vibreren in vibraties.

Sectie 1 betrekt het bewustzijn bij de verenigende veldentheorie met het concept van een of meer bewustzijnsvelden. Sectie 2 geeft een toelichting waarbij de aard en de eenheid van het bewustzijn plausibel wordt gemaakt aan de hand van onderzoek van eenheidservaringen.

 

Golvend waterveld

 

Paradigma’s: geloof en wetenschap               2014 05 16

 

Mensen zitten veelal vast

in hun eigen paradigmata

halen hun ideeën uit de kast

hun theorieën uit de la

van de kast van hun geest

Zo is het steeds geweest

 

Vroeger moest men geloven

op gezag van boven

Er heerste straffe dwang

Men maakte mensen bang

met de dreiging van de hel

dan geloofden ze het wel

 

Sprongen er enkelen uit de band

dan werden ze levend verbrand:

aan het einde van hun aardse leven

een voorproef van de hel gegeven

Dit lot was Giordano Bruno beschoren

Hij heeft de strijd voor vrijheid verloren

 

Hij weigerde zijn leer te corrigeren

onder dwang van hoogwaardige heren

Toen is het grondig misgelopen

Hij moest het met zijn dood bekopen

Ook Spinoza werd later verketterd

Hij hield zich niet aan de wet en letter

 

Die tijd is nu voorgoed geweest

Nu heerst een andere geest

We volgen feiten en verstand

Zien zelden het grote verband

Zien niet het kosmisch perspectief

We hebben de materie lief

 

We zien de waarheid half

Voornamelijk de buitenkant

die te vatten is met ons verstand

We vereren het gouden kalf

Beheerst door werk van eigen handen

Niet geborgen meer in grote verbanden

van de kerk en de gemeenschap

 

Steriele feiten van de wetenschap

geven mensen geen geborgenheid

maar een gevoel van eenzaamheid

Dolend in een zinloos leeg heelal

ontberen wij de eenheid met het Al

Een voedend geestelijk leven

van levend weten is achtergebleven

Men wil er weinig meer van weten

Het wordt verworpen of vergeten

 

In naam van de wetenschap

zetten mensen zich schrap

om god en goden te verbannen

Zij passen niet in de plannen

van een technocratisch paradijs

En men betaalt een hoge prijs

Dolend in een zinloos leeg heelal

verloren wij de eenheid met het Al

 

 

Dolend door een leeg heelal

 

Sectie 1 Verenigende veldentheorie en bewustzijn

Er is nog geen wetenschappelijk toetsbare theorie die bewustzijn integreert in de fysica. Het is niet gelukt de geest of de persoon ergens in de hersenen te lokaliseren of eruit af te leiden. Dat lukt wel met psychische functies. Er is nog geen fysische veldtheorie waarin bewustzijnsinhouden en bewustzijn an sich worden gelokaliseerd, met uitzondering van de non-lokale ruimte. Dit is mogelijk te beschouwen als non-lokaal veld. Dit ‘gebied’ ligt op de grens van fysica en metafysica.

De term ‘verenigde veldtheorie’ is van Einstein. Hij heeft er evenals Heisenberg zijn latere leven aan gewijd. Deze theorie probeert vier fundamentele velden in de fysica te verenigen en wordt ook wel een ‘theorie van alles’ genoemd.

Veld(werking) betreft werking op afstand door de ruimte. Zo wordt geluid gevormd door vibrerende lucht, dus en veld van lucht. Het wateroppervlak is een veld van watergolven. Licht en magnetisme worden  gevormd door een vibrerend elektromagnetisch veld in de ruimte. De zwaartekracht kenmerkt zich door elkaar aantrekkende massa’s en veronderstelt een zwaartekrachtveld.

Ook personen hebben aantrekkingskracht, die ook met magnetisme in verband gebracht wordt. Tegenwoordig maken MRI scans gebruik van magnetische resonantie, een fysisch verschijnsel. De Duitse arts Mesmer is beroemd geworden door zijn ontdekking van ‘dierlijk magnetisme’, dat ook voor mensen geldt. Hij ontwikkelde ook het therapeutisch gebruik van magneten en hypnose, die onder meer door Freud werd toegepast. De term ‘mesmerizing’ is gebaseerd op Mesmer bevindingen en betekent het uitoefenen van een hypnotiserende aantrekkingskracht. Prof. J H van den Berg schrijft hierover in zijn boeken Leven in meervoud en Dieptepsychologie, over de ontdekking van onderbewuste bewustzijnsniveaus door diverse baanbrekende onderzoekers.

De ‘electrodynamic theory of life’ van Harold S. Burr en de psychische fysica van Tromp, zie het vorige artikel in nr 26, veronderstelt een elektromagnetisch veld bij levende wezens. Sheldrake veronderstelt een morfogenetisch veld. Er zijn veldtheorieën die het bewustzijn, de ziel en verschijnselen als bezieling (be)naderen, maar nog niet kunnen verklaren. Mogelijk omdat het bewustzijn zelf, in bovenindividuele, universele zin, volgens onder meer de Indiase filosofie en fysici als Schrödinger de uiteindelijke verklaringsgrond zou zijn. Het idee van een bewustzijnsveld is nog niet geïncorporeerd in de fysische veldentheorie en kan voor velen nog een brug te ver zijn. De wetenschap kan echter het bewustzijn, het subject van het kennen, niet uitsluiten.

De vier basisvelden of krachten zijn: elektromagnetisme, zwakke en sterke kernkrachten en de zwaartekracht, die nog niet in de verenigde veld theorie past. Nobelprijswinnaar Gerard ‘t Hooft heeft bijgedragen tot een verenigende veldtheorie van elektromagnetisme en de zwakke kernkrachten. Een theorie van alles gaat hem te ver. In nr. 25 stond van hem een bijdrage.

Een doorbraak vormt de ontdekking van het higgs-deeltje of Brout-Englert-Higgs-deeltje, genoemd naar de drie voorspellers. De twee nog levenden kregen in 2012 de Nobelprijs. Op 4 juli 2012 was de ontdekking wereldnieuws. Het higgs-boson is van fundamenteel belang om het standaardmodel van de kwantumfysica kloppend te maken. Het is de drager van het higgsveld. Dit is niet het verenigd veld, maar mogelijk een soort zwaartekrachtveld, dat in het hele universum aanwezig zou zijn. Deeltjes zouden hierdoor massa krijgen.

Het higgs-deeltje werd door Nobelprijswinnaar Leon Lederman in zijn gelijknamige boek The God Particle genoemd, omdat zonder dit deeltje de natuur niet begrepen kan worden. Voor collega’s gaat deze naam te ver. Het moet nog blijken of door deze ontdekking de kwantumfysica en de algemene relativiteitstheorie verbonden kunnen worden. Deze twee fundamentele theorieën zijn voor alsnog onverenigbaar. Er is vooruitgang geboekt sinds Einstein, Schrödinger en anderen. De vorderingen lijken meer op wat Thomas Kuhn ‘puzzle solving’ noemt dan op een wetenschappelijke revolutie door verandering van paradigma, zoals door toedoen van de  kwantumfysica plaatsvond.

 

Als het lukt de vier krachten te verenigen, blijft nog het aloude ‘geest-lichaam probleem’: hoe is het verband tussen bewustzijn en materie. Volgens grondleggers van de moderne fysica is materie energie, die gerelateerd is aan krachten en velden, die niet materieel zijn in de zin dat ze geen massa hebben. Massa is het kenmerk van materie. Velden hebben wel uitgebreidheid. Volgens Descartes en Spinoza waren uitgebreidheid het kenmerk van materie. Krachten en velden worden beschreven in formules. Formules zijn immateriële, geestelijke creaties van het denken, abstracte wiskundige concepten en informatie: wereld 3 bij Popper. Neurologen pogen het bewustzijn of de geest uit materiële hersenprocessen te verklaren. Dit streven lijkt in strijd met de bevindingen van de grondleggers van de kwantumfysica. In hun onderzoek naar de materie benaderen zij het bewustzijn als basisgegeven, dat zij niet kunnen afleiden of reduceren tot materie, maar soms als uitgangspunt nemen, zoals bij Eddington en Schrödinger in het vorige artikel.

Brian Josephson heeft het Mind-Matter Unification Project te Cambridge opgezet om de intelligentie in de natuur, de relatie tussen kwantummechanica en bewustzijn en de synthese van wetenschap en mystiek te onderzoeken, kwantum mystiek genoemd. Schrödinger en Pauli worden beschouwd als pioniers op dit gebied. Josephson beoefent transcendente meditatie en begeeft zich buiten de hoofdstroom van de fysica. Hij onderzoekt ook fysische verklaringen voor homeopathie en parapsychologie. Zijn bijdragen zijn controversieel. Artikelen en zijn deelname aan conferenties worden soms geweigerd, ook al kreeg hij de Nobelprijs.

 

Een gelaagd telescoop-model van bewustzijn en materie

De zogenaamde ‘grofstoffelijke’ materie, bestaat uit deeltjes of kwanta die zich als golven gedragen. Anderzijds is er de geest of het bewustzijn. Materie en bewustzijn kunnen een aantal energetische en ‘fijnstoffelijke’ lagen of velden omvatten van levensenergie, geestelijke energie en ‘innerlijk licht’, in gradaties van subtiliteit. De Oepanishaden beschrijven reeds een gelaagd model. De differentiatie tussen geest en materie is meer gedifferentieerd dan een dualistische tweedeling. De Indiase filosofie en psychologie onderscheidt zoals eerder vermeld, zeven niveaus. P T Raju, Oosterse en westerse wijsbegeerte (p 260) gebruikt de metafoor van een telescoop: “wanneer men deze indrukt ziet men het Absolute; trekt men hem dan ziet men de fysische wereld. De mens is de hefboom.”

Bij meditatie, met name transcendente meditatie, schuiven de bewustzijnsniveaus, de zintuigen, de geest en het ik-bewustzijn, als het ware naar binnen, zoals bij een telescoop. Of zoals een schildpad zijn ledematen terugtrekt, aldus de Bhagavad Gita (II-58). Meer grove, manifeste lagen gaan over in meer verfijnde niveaus. Materiële energie gaat over in immateriële psychische of geestelijke energie en omgekeerd. Deze energieën zijn van meer verfijnde aard dan energieën uit de fysica en zijn indirect meetbaar. Hersengolven zijn het indirecte gevolg van denkactiviteit.

“De zintuigen zijn verfijnd; verfijnder dan zintuigen is de [denkende] geest; nog verfijnder dan de geest is het intellect en voorbij het intellect is het Zelf” (Atman of Purusha, Bhagavad Gita III-42).

 

Het volgende schema geeft het basisidee weer. De yoga en sankhya filosofie onderscheiden de volgende niveaus, ongeveer zoals de Oepanishaden:

1. de kosmische geest of transcendente werkelijkheid, Purusha,

2. de oer-substantie waaruit de schepping ontstaat, prakriti,

3. het eerste evolutiestadium waarin ongedifferentieerde oer-substantie, mahat, tot manifestatie komt

4. het principe ahamkara, dat verantwoordelijk is voor de individuatie van 3, mahat

5. de geest, manas, die het object verschaft voor 4.het individuatieprincipe

6. de vijf zintuigen, van waarnemen, de indriya’s en vijf organen van handelen (karmendriya’s)

7. de vijf essenties van de objecten, de tanmatra’s, van 6.de zintuigen,

8. de elementen waaruit de stoffelijke schepping is samengesteld, de vijf mahabhuta’s: ruimte, lucht, vuur, water, aarde, aggregatietoestanden genoemd in de scheikunde.

Zie Maharishi Mahesh Yogi, Bhagavad Gita Commentaar, Appendix (p 388-90).

De niveaus en toelichtingen variëren enigszins in de yoga, sankhya en vedanta filosofie en diverse Oepanishaden, blijkt uit vertalingen van J A Blok, Douwe Tiemersma, voormalig hoogleraar Indiase filosofie te Rotterdam, S. Radhakrishnan, filosoof en voormalig president van India, Swami Ranganathananda van de Ramakrishna Mission en Paul Deussen, een indoloog die met Nietzsche bevriend was.

 

Een vibrerend bewustzijnsveld zoals fysische velden?

Het vraagt enig ‘omdenken’, met een term van Nietzsche, om de Indiase filosofie te vertalen in fysische termen. Sommige elementaire deeltjes zoals fotonen en neutrino’s, hebben geen massa of elektrische lading en zijn daarom moeilijk meetbaar. Ze zijn immaterieel in de zin van gewichtloos. Geestelijke energieën, zoals gedachten, zijn van nog meer verfijnde aard en als zodanig voor alsnog niet direct, maar wel indirect meetbaar als hersenactiviteit. Deze energieën corresponderen met gedachten, maar zijn niet de gedachten, net zomin als de processen en energieën van een computer de informatie op het scherm zijn. Informatie krijgt pas betekenis als wij het waarnemen in ons bewustzijn. Betekenis is een geestelijk fenomeen.

Bewustzijnsinhouden en -niveaus zoals zintuigelijke indrukken en gedachten zijn in het veldmodel vibraties of golven van een bewustzijnsveld in diverse gradaties van verfijning. Deze inhouden zijn mogelijk in frequenties en golflengten, symmetrie en harmonie uit te drukken, zoals bij muziek. Er wordt wel eens gezegd: ‘we zitten op een verschillende golflengte’. Als de wereld wordt waargenomen en herschapen wordt als deze doordringt tot het bewustzijn, vindt een proces van manifestatie plaats van buiten naar binnen. De wereld wordt bij waarneming in beeld en geluid weergeven en herschapen in het bewustzijn. Zoals een computer de wereld digitaal en elektronisch weergeeft, zo geeft het bewustzijn de wereld in een niet fysisch non-lokaal’ ‘veld’ weer. ‘Worldstuff’ wordt omgezet in ‘mindstuff’, in de beeldende taal van Eddington. We zien de wereld niet als ‘Ding an sich’,maar de reflectie ervan in ons bewustzijn, die op wonderlijke wijze overeenstemt met de wereld om ons heen. Om de wereld an sich te benaderen, die volgens Kant onkenbaar is, dienen we het ‘veld’ of gebied te benaderen waar de fysische wereld en het bewustzijn samenkomen en elkaar als het ware raken, het onderliggende veld waarin de wereld wordt gereflecteerd.

De acht lagen van de Indiase filosofie geven eigenlijk bewustzijnsniveaus of -velden weer van de kennis van het object. Zoals de kwantumfysica, volgens Heisenberg niet meer de natuur of de elementaire deeltjes beschrijft, maar onze kennis ervan, zoals in voorgaande artikelen bleek.

“Misschien is de tijd niet veraf dat erkend wordt dat de fysica van elementaire deeltjes en de wetenschap van het menselijk bewustzijn parallelle visies zijn van dezelfde realiteit, met verschillende methoden,” aldus fysicus Lawrence Domash, Scientific Research on the TM Program (p 31).

Deze visie lijkt op die van Eddington, in Space, Time and Gravitation, door Domash geciteerd in de Catalogus van Maharishi International University 1974 (p 151):

“Door de hele wereld loopt een onbekende inhoud, die zeker de stof van ons bewustzijn moet zijn. Hier is een hint van diepe aspecten in de fysische wereld, die onbereikbaar zijn voor de methoden van de fysica. Waar de wetenschap het verst is gevorderd, hebben we ontdekt dat de geest terug heeft gehaald wat hij erin heeft gestopt. We vonden een vreemde voetafdruk op de kust van het onbekende. We ontworpen diepgaande theorieën om deze te verklaren. Tenslotte zijn we erin geslaagd het schepsel te reconstrueren dat de voetafdruk maakte. En zie, het is de onze!”

 

Volgens Störig, Geschiedenis van de filosofie (p 128-30) toonde Kant reeds aan “dat wij het zijn die de ruimtevoorstelling aan de dingen toevoegen.” Hierdoor is volgens hem wiskunde mogelijk. Ervaringen en voorstellingen vinden plaats in de tijd, die een voorwaarde is voor ervaring en a priori, voorafgaat aan de ervaring. Ook de grondvormen van alle begripsvorming, die Kant categorieën noemde, zijn ook voorwaarden a priori. Ze komen overeen met de voetafdrukken van ons intellect bij Eddington. H. Groot wijst op overeenstemming van de visies van Kant, Plato en Spinoza met de Oepanishaden. Dat geldt ook voor Schrödinger en Eddington.

In sectie 2 van dit artikel schrijft Schelling, die in het voetspoor van Kant en Fichte verder ging, dat ruimte en tijd in ons bewustzijn aanwezig zijn: “Niet wij zijn in de tijd, maar de tijd is in ons.” Dat geldt ook voor de ruimte. Dit was voor hem een (innerlijke) ervaring op basis van wat hij intellectuele aanschouwing noemde. Schrödinger verwees in het vorige artikel ook naar dergelijke ervaringen, die onder meer worden weergegeven in Aldous Huxley, Perennial Philosophy.

Deeltjesversneller waarmee men elementaire deeltjes en velden onderzoekt

 

Een meer integrerende, omvattende theorie kan meer verklaren en is meer geavanceerd, maar dient ook toetsbaar te zijn (zie Popper). De eenheidservaringen in sectie 2, die hierna volgt, en ook de invloed en wisselwerking van geest en lichaam of materie bieden indicaties die relevant kunnen zijn voor toetsing. Hierbij is afstemming van onderzoeksmethoden nodig. Een telescoop is nodig voor onderzoek van sterren, een microscoop voor microben, een deeltjesversneller voor elementaire deeltjes. Zo passen methoden om eenheidservaringen te verkrijgen bij onderzoek naar de aard van het bewustzijn en de samenhang ervan met de manifeste realiteit.

De buitenkant-benadering via de materie heeft als complement het onderzoek van binnenuit van het kennende bewustzijn als factor sine qua non. Gedachten, ‘denk-dingen’ of beelden, emotionele energieën en betekenissen zijn ook reëel, maar hebben volgens Popper en anderen een andere realiteit dan materiële dingen. Ze zijn van een andere dimensie of ‘zijnsorde’, wereld 2 in termen van Popper. Ze zijn dus anders reëel dan materiële dingen, die wij kennen via waarnemingen, beelden, denkdingen, begrippen of formules. Bewustzijn kent zijn eigen realiteit.

 

De Egyptische hemelgodin Noet die het universum omvat

 

Omvattend weten                   2014 05 16

 

De drang om te weten*                                 

varieert bij diverse mensen

Velen hebben andere wensen

en zijn de ziel vergeten

 

Ondergedompeld in de stof

is het leven leeg en grof

Gespeend van hogere waarden

exploiteren wij de aarde

 

Toch daagt een hoger weten

in de hele mensheid neer

Mensen geloven weer

in wat zij ooit zijn vergeten

 

Wij willen keer op keer

van hogere waarden weten

We gaan weer in de leer

bij degenen die het weten

 

Die hun weten leven

En die er naar streven

aan anderen door te geven

wat verborgen is gebleven

 

Zo daagt er licht over de aarde

in een streven naar hogere waarden

naar bewustzijn van ons eigen zijn

herwinnen ons verloren terrein

 

Van ons diepste zelf

tot het hele hemelgewelf

en de verste sterrennevel

strekt zich een levend weten

 

Elk bekend en onbekend gegeven

het alomvattend kosmisch leven

en ook wijzelf zijn onderdeel

van een universeel geheel

 

In het aldoordringend licht

dat iedere mens verlicht*                                *Johannes, Proloog 1,9

beloftevol in het Al geborgen

daagt een nieuwe morgen

 

Een veld dat materie en bewustzijn kan verenigen

Het lijkt nodig op zijn minst een ‘bewustzijnsveld’ als een fundamenteel veld aanwezig te veronderstellen.  Gedachten en andere bewustzijnsinhouden zoals gevoelens en waarnemingen zouden dan fluctuaties of vibraties van dit veld zijn. Deze kunnen verschillende frequenties en golflengten hebben, zoals bij fysische velden. Dit past bij de opvattingen van Eddington, Schrödinger en anderen. Het bewustzijnsveld zou van een meer verfijnde aard zijn dan de vier genoemde fysische velden. Het kan ook een samengesteld veld zijn, dat bestaat uit meer velden of ‘lagen’, zoals de fysische verenigde velden theorie vier velden omvat. Energieën en materie als vorm van energie zijn op te vatten als ‘verdichtingen’, vibraties of manifestaties van een verenigend veld. Dit past bij de ‘snaartheoreën’, met elementaire deeltjes als vibraties van snaren, aldus Stijn van Tongeren in zijn  recente dissertatie Quantum field theory through a stringy mirror (p 204) en F A Wolf, Het spirituele universum. Quantumfysica en het bestaan van de ziel. (p 305).

 

Een meer fundamenteel en hypothetisch veld omvat materie en bewustzijn, dus zowel het fysische verenigde veld van de materie en energie, alsook het subject, de geest. Een theorie die niet het bewustzijn omvat, is niet volledig en laat het ‘geest-materie’ probleem liggen. Een veldtheorie die bewustzijn omvat, zou mogelijk ook dichterbij een verklaring kunnen komen van verschijnselen als het trekvogelinstinct, wichelroede lopen, buitenzintuiglijke waarneming (ESP Extra Sensory Perception), zoals S W Tromp beschrijft in Psychische fysica en astronaut Edgar Mitchell in Psychic Exploration, A Challenge to Science, nadat hij bij zijn maanreis een soort mystieke eenheidservaring had. Evenals bij Mitchell relateerde de onlangs overleden fysicus en astronaut Wubbo Ockels zijn maanreis aan een verandering van zijn bewustzijn. Hij gebruikte de technieken van Wim Hof, zie in sectie 2.

 

Het veldbegrip dat materie en bewustzijn omvat, toont overeenkomst met de verenigde veldtheorieën en systeemtheorieën van filosoof Ken Wilber en Ervin Lazlo, oprichter van denktank de Club van Budapest en de Giordano Bruno Universiteit. Zij integreren in hun theorieën  fysica, filosofie, religie en bewustzijn in een soort Theorie van Alles (TOE). De vraag is in hoeverre deze alomvattende theorieën toetsbaar zijn, zoals fysische theorieën, of speculatief blijven. Hun veelomvattend werk valt buiten dit bestek. Omvattende theorieën zijn al eerder door filosofen geformuleerd, maar niet in natuurkundige, experimenteel te verifiëren termen. Deze kunnen mogelijk als referentiepunt dienen met andere benaderingen, genoemd door onder meer Aldous Huxley, Perennial Philosophy en Anne Bancroft, Twentieth Century Mystics and Sages.

 

Andere vragen zijn: is het bewustzijn eigenlijk wel een veld en wat voor veld? Het is van een andere orde of dimensie dan een fysisch veld. Het is geen veld in fysische zin, omdat bewustzijn niet fysisch is; het is geen object of entiteit in de ruimtetijd. Het is van een andere non-lokale, niet-ruimtelijke dimensie dan ruimtetijd. Ruimte en tijd zijn volgens Kant en in overeenstemming met de Indiase filosofie transcendentale ‘vormen’, die aan de waarneming in ruimte en tijd voorafgaan. Met met andere woorden dimensies van het bewustzijn die als het ware ‘plaatsvinden’ of aanwezig zijn in het bewustzijn. Dat geldt ook voor (wiskundige) formules en andere kenvormen en van het bewustzijn, volgens welke waarneming, denken en bewustzijn ‘werken’.

 

Het bewustzijn bevindt zich dus niet als een veld in de fysische ruimte, maar de ruimte bevindt zich in een bewustzijnveld dat geen fysisch veld is maar een non-lokaal veld, waarin informatie en inhouden van bewustzijn, zoals gedachten, een non-lokale plaats hebben. Via een fysisch lichaam kunnen het bewustzijn en de inhouden ervan zich manifesteren. De wijze waarop dit gebeurt, is een onderzoeksgebied van de toekomst. Het werd ook in het verleden al onderzocht. Omdat bewustzijn geen fysisch ‘iets’ is, geldt dat het belangrijk is het bewustzijn van binnenuit te onderzoeken, vanuit de grondtoestand of het ‘basisveld’ van zuiver, inhoudsloos bewustzijn dat zich manifesteert in inhouden, zoals gedachten. Een dergelijk bewustzijn is te ervaren of te benaderen door wat filosofen als Fichte en Schelling, die aansloten bij Kant, ‘íntellectuele aanschouwing’ hebben genoemd en in innerlijke ervaringen waar uiteenlopende tradities naar verwijzen. In sectie 2 wordt hier nader op ingegaan.

Non-lokale verbondenheid, verstrengeling genoemd, en teleportatie, non-lokale overdracht van informatie,  zijn  te vergelijken met non-lokale verbondenheid via het bewustzijn, hetgeen bij telepathie het geval lijkt, zoals in het vervolg wordt toegelicht.

 

Een golvend veld

Het verenigende veld:

verbinding van hemel en aarde

                                                      2014 05 15

We zijn hier geboren

maar voelen ons verloren

als een gevallen ziel

die uit de hemel viel

 

Toch met de aarde verbonden

Die we soms zien als een wonder

dat met de hemel is verbonden

voor wij mensen bestonden

 

Wij hebben aarde en hemel gescheiden

Dit is een reden waarom wij lijden

aan een gebroken gescheiden bestaan

verlangend in eenheid op te gaan

 

Met alles en met iedereen

zijn wij in diepste wezen één

Door een veld verbonden

waaruit de delen ontstonden:

 

Als samenbindend geldt

het verenigende veld

Zo betitelt men profaan

de bron van het bestaan

 

Die ook begrepen wordt

als schepper, godheid, God

Onnoembaar en onzichtbaar

maar het weten waard

 

Teleportatie en verstrengeling

30 mei 2014 kwam in het nieuws dat teleportatie, het overdragen of verplaatsen van informatie, die dan op twee plaatsen tegelijk is, experimenteel was teweeggebracht op de TU Delft. Dit bevestigt eerdere experimenten. De informatie van een atoom was verplaatst naar een atoom op 3 meter afstand, niet via een of ander medium. Op een of andere wijze is er ‘verbinding’ of afstemming tussen de atomen, verstrengeling genoemd.

“Eigenlijk begrijpt niemand wat er bij verstrengeling gebeurt. Het is algemeen aanvaard onder fysici. We begrijpen wiskundig hoe het werkt, we kunnen het uitrekenen. Maar omdat er geen analogie bestaat met iets uit het dagelijks leven, is het niet in woorden te vatten. Het komt er grofweg op neer dat twee deeltjes, ook al zijn ze ver van elkaar verwijderd, op elkaar reageren… Als twee deeltjes verstrengeld zijn, smelten hun identiteiten samen: hun gezamenlijke toestand is exact bepaald, maar de identiteit van elk afzonderlijk is verdwenen,” aldus Prof. Ronald Hanson (o.a. NOS op 3).

 

De deeltjes zijn op elkaar afgestemd, alsof ze van elkaar weten of bewust zijn. Er is ‘iets’ dat ze verenigt, mogelijk via het verenigd veld, een bewustzijnsveld of onbekend medium of veld, voorbij de ruimte of in de ‘non-lokale ruimte’, die alle als verklaringsgrond  kunnen dienen. Ruimte is iets betrekkelijks. Iets kan op twee plaatsen in de ruimte zijn, de ruimte als het ware voorbij(gaan) of transcenderen.

“Wat hier is, is ook daar, wat daar is, is ook hier,” volgens de Oepanishaden. De uiteindelijke realiteit “heeft geen binnen en buiten…is  ruimte-loos en alomtegenwoordig”, aldus Groot (p 101, 110).

Teleportatie, zo werd gezegd, opent de mogelijkheid van snellere, onmiddellijke overdracht van informatie zonder glasvezel met volledige bescherming tegen ‘hackers’. Verplaatsing van materie en op twee plaatsen tegelijk zijn, zoals in science fiction èn in oude bronnen, lijkt nog onmogelijk, maar komt dichterbij.

Teleportatie lijkt verwant met telepathie, bekend uit het dagelijks leven als overdracht van een gedachte. Een gedachte lijkt dan ook op twee plaatsen tegelijk in twee personen tegelijk. We denken op hetzelfde moment hetzelfde, of de ander zegt wat je denkt. Het verschil is dat telepathie overdracht van informatie betreft tussen personen in plaats van tussen atomen. De overeenkomst is dat er onderlinge verbondenheid moet zijn, mogelijk een onderliggend verenigend veld.

 

Het uitsluitingsprincipe van Pauli

Teleportatie lijkt verwant met het uitsluitingsprincipe van Pauli, waarvoor hij op voordracht van Einstein de Nobelprijs kreeg. Het houdt in dat twee elektronen niet dezelfde kwantumtoestand, of energie- en informatiekenmerken kunnen hebben.

“Dit beginsel bepaalt dat de spin die alle deeltjes hebben, hen in staat stelt op een fundamenteel niveau met elkaar verband te houden door middel van een soort helderziende synchronistische kracht… die de atomen stabiliteit geeft en de mogelijkheid chemisch actief te zijn… Door deze ontdekking, die bij hem opkwam als een zuiver getalsmatig visioen… besefte hij dat de stabiliteit van atomen alleen verklaard kon worden door de spin ofwel impulsmoment te postuleren. Op een of andere manier wordt de spintoestand van elk elektron onmiddellijk bekend gemaakt aan alle andere elektronen in het atoom, waardoor die in staat zijn een stabiele waarschijnlijkheidsverdeling rond de kern te vormen. Pauli kwam hierop langs intuïtieve weg,” aldus Fred A Wolf, Het spirituele universum, (p 278). Door dit principe verdwijnen stabiele elektronen niet in de ‘vacuüm zee van Dirac’ of een onderliggend veld en stort de wereld niet in, die opgebouwd is uit atomen.

 

Het verschil van dit principe met teleportatie is dat het binnen het atoom plaatsvindt en dat het geen overdracht van informatie lijkt, maar een soort afstemming van complementaire informatie.

Genoemde verschijnselen wijzen op een onderliggende verbinding, afstemming of veld, zoals door genoemde fysici verondersteld. Pauli veronderstelde zoals Kepler, Bruno, Spinoza, mystici en collega fysici, een soort ‘wereldziel’. Dit is een mystieke term voor een verenigend bewustzijnsveld, waarin natuur en psyche verbonden zijn. Pauli en Jung schreven het boek Naturerklärung und Psyche.

 

Pauli werd geïnspireerd door Kepler, die “dichter bij de moderne wetenschap stond dan al zijn voorgangers,” aldus Motz en Weaver, Geschiedenis van de natuurkunde (p 48). Tevens (aan)schouwde hij als het ware intuïtief de harmonie in de wereld en schrijft hij in Harmonices Mundi volgens Wolf (p 273): “De ziel heeft de structuur van een punt in de actualiteit… en de vorm van een cirkel in de potentialiteit. Zij giet zichzelf van die puntvormige verblijfplaats in een cirkel… de ziel zelf is binnenin verborgen… Zij gaat dan naar buiten, naar het uitwendige volgens dezelfde wetten als die waardoor de omringende lichten van het firmament binnenwaarts gaan naar de ziel, die in een punt verblijft.”

Als de ziel is te beschouwen als een energetische, verbindende ‘substantie’, lijkt er enige beeldende overeenstemming met punten die als het ware in een omcirkelend veld zijn verbonden, zoals de cirkels van Kepler. De cirkel is een symbool voor symmetrie en verbinding en is een volmaakt idee in de zin van Plato. De ziel heeft ook te maken met wat Hanson identiteit noemde. Het onderscheid in potentialiteit en actualiteit doet denken aan de fysica van Aristoteles en de kwantumfysica, waarbij puntvormige elektronen alleen in cirkels rond de kern zijn te lokaliseren. Hun potentiele aanwezigheid wordt actueel bij de waarneming, zoals virtuele of potentiële elektronen in de vacuüm zee van Dirac.

 

Symbolische weergave van verenigende velden in punten en cirkels

 

De vacuüm zee van Dirac als prototype van een verenigd veld

De vacuüm ‘zee van Dirac’ is te beschouwen als een prototype van het verenigd veld. Het is een theoretisch model van het vacuüm als een oneindige zee van deeltjes met negatieve energie. Later is dit anders geformuleerd in de verenigende veldentheorie. Paul Dirac was een Britse collega van Heisenberg, Schrödinger en Pauli. Hij integreerde hun theorieën en (matrix- en golf)vergelijkingen in 1930 in een wiskundig model samen met de speciale relativiteitstheorie en kreeg daarvoor de Nobelprijs. Hij voorspelde het positron, een positief geladen complement van het elektron. Dit is een voorbeeld van symmetrie van deeltjes. Elektronen en positronen kunnen verschijnen en verdwijnen in het vacuüm, dat een oneindige hoeveelheid zogenaamde nulpuntsenergie zou bevatten.

 

“Fysici definiëren het vacuüm in zeer pragmatische termen: dat wat overblijft nadat alle energie en materie uit een gesloten omhulsel of ruimte, verwijderd is… Er lijkt op magische wijze iets overgebleven te zijn: de nulpuntsenergie… die in een vacuüm overblijft… in de vorm van fluctuaties in de energieën van alle atomaire en subatomaire materie… vanwege de onophoudelijke wisselwerking met de nulpuntsenergie van het niets, willekeurige fluctuaties onderworpen aan de wetten van de kwantumfysica… Lege ruimte is in staat spontaan stukjes materie en antimaterie voort te brengen, paren van elektronen en positronen… Materie is dan een tijdelijke toestand van fluctuerende velden die de nulpuntsenergie genoemd worden… Dirac toonde dat het vacuüm een oneindig aantal elektronen met negatieve energieën bevat… als potentiële, maar niet gemanifesteerde energie,” aldus Wolf (p 122-28).

Evenals bij teleportatie rijst de vragen: waar bevinden zich de deeltjes? Waar bevindt zich de zee van Dirac? In een non-lokale ruimte, virtuele of potentiële ruimte? Schrödinger vroeg zich af: waar bevindt zich de geest, ziel of het bewustzijn? Nemen gedachten ruimte in? Welke ruimte? In neuronen en hersencellen? Is er een bewustzijnsruimte of geestelijke ruimte, die vol zit bij een ‘hoofd’ of geest vol gedachten en bewustzijnsinhouden? Dergelijke vragen gaan te ver om hier te beantwoorden.

 

Neutrino’s , die zijn voorspeld door Wolfgang Pauli

 

Nulpuntenergie opent perspectieven van ongekende mogelijkheden, volgens Lazlo en anderen. Teleportatie is een begin van het creëren en teleporteren van materie en energie, zoals fotonen. Vermoedelijk zullen dergelijke mogelijkheden, die in oosterse en andere niet westerse bronnen al eerder vermeld werden pas bewaarheid kunnen worden, als het menselijk bewustzijn ze als mogelijkheden onderkent. Columbus ontdekte Amerika, omdat hij de mogelijkheid zag van een westelijke route naar Indië. Zo zijn nog tal van ontdekkingen mogelijk, als ons bewustzijn zich ervoor opent. Het ontstaan van de moderne fysica is één van de meest ingrijpende wetenschappelijke revoluties, die het mogelijk maakt dat de mensheid zichzelf kan vernietigen, maar ook ongekende positieve mogelijkheden biedt, afhankelijk van ons ethische en geestelijke bewustzijn. Een meer omvattende ontwikkeling van dit bewustzijn is van het groot belang, opdat meer licht en het positieve kan dan dagen over de aarde.

 

 

Sectie2: Wetenschappelijk onderzoek van innerlijke ervaringen met verruimd empirisme

 

Uitbreiding van wetenschappelijke methoden is nodig om het bewustzijn, het subject, te onderzoeken. Dat kan niet alleen door objectieve, empirische of zintuigelijke ervaringen van buiten te laten gelden als bron van ervaring. Ook innerlijke subjectieve ervaringen zijn een ervaringsbron. Dit onderscheid is eigenlijk formeel en gradueel. Zijn alle ervaringen, ook zintuiglijke, niet subjectief en sommige intersubjectief, als we ze delen met anderen? Kunnen innerlijke ervaringen ook intersubjectief en herhaalbaar zijn? Dat wil zeggen dat ze zijn te repliceren, zoals bij wetenschappelijke toetsing?

 

Onderzoek van mystiek, yoga en meditatie

Schrödinger wees op de opmerkelijke onafhankelijke overeenstemming van mystieke ervaringen uit uiteenlopende tijden en plaatsen. Zie ook W T Stace, The Teachings of the Mystics; Philosophy an Mysticism; R.M. Bucke, Cosmic Consciousness; William James, The Varieties of the Religious experience; J van de Lans, Religieuze ervaring en meditatie (Dissertatie), Jan Weima, Reiken naar oneindigheid; R Crookal, The interpretation of Cosmic and Mystical Experiences, en vele anderen.

 

Meditatie in westerse zin betekent meestal overdenken en beschouwen zoals bijv. bij Descartes in zijn Meditationes en bij christelijke vormen van meditatie en overdenking van bijv. teksten. Meditatiemethoden in oosterse zin gaan er eigenlijk om denken en bewustzijnsinhouden voorbij te gaan of te transcenderen. Dus om de geest stil te laten worden, in de woorden van Von Weizsäcker in artikel 1 en 2 in Civis Mundi nr 25 en 26. Het is mogelijk een toestand van ‘zuiver bewustzijn’ zonder inhouden te ervaren. Dit gaat in de richting van een soort eenheidservaring, waarvan ook mystici gewag maken. In de Brihadaranyaka Oepanishad wordt het de vierde bewustzijnstoestand genoemd naast waken, dromen en slapen.

In de Yoga soetra’s van Patanjali staat: yoga chitta vritti niroda. Dat betekent yoga is het verstillen of ophouden van de fluctuaties of wervelingen van de geest of het bewustzijn (chitta).Yoga betekent letterlijk verbinding of vereniging, mogelijk etymologisch verwant met het Engels junction, iunctio in het Latijn. Ni-roda , verwant met het Engelse woord ‘root’, betekent niet wortelen, ontwortelen, geen wortel geven aan, geen aandacht geven. Het gaat erom stil te worden, gedachten te overstijgen.

Meditatiemethoden beschouwd als aanvulling op wetenschappelijke (onderzoeks)methoden door Swami Ranganathananda in Science and Religion en Maharishi Mahesh Yogi in The Science of Creative Intelligence. In meer verstilde toestand is er meer ruimte en ontvankelijkheid voor ingevingen, invallen, inzien, invoelen, intuïtie in de letterlijke betekenis van in-tueri. Dit zou een uitgangssituatie voor het schouwen  kunnen zijn, zoals bij Plato en mystici.

 

Frits Staal schreef Het wetenschappelijk onderzoek van de mystiek. Hij was hoogleraar Indiase filosofie te Amsterdam. Hij citeert (p106-07) E Conze, Buddhist Thougt in India, p 20:

”Al zou ik spreken met een engelentong, zouden mijn ‘empiristische’ vrienden hun schouders ophalen over de bewering dat yoga en andere technieken serieus genomen moeten worden… Als ‘empiristen’ zouden zij een ruimere opvatting van ‘ervaring’ dienen te hebben en als ‘positivisten’ een duidelijker beeld van wat wel en wat geen ‘verifieerbaar’ feit is. Als ‘wetenschapsmensen’ zouden wij enige twijfels moeten hebben… dat de wereld van het aan zintuigen gebonden bewustzijn de gehele werkelijkheid is… De empiristische en positivistische filosofen maken zich in hun exclusief vertrouwen op wetenschappelijke kennis schuldig aan wat Whitehead ‘eng provincialisme’ noemde. Niet vertrouwd met de traditionele niet-wetenschappelijke technieken die de mensheid bezit, zijn zij daar ook niet in geïnteresseerd… Men interpreteert ze als benaderingen van wetenschappelijke technieken, bedacht door onwetende en maar wat aanrommelende inboorlingen die in het duister tasten.”

Teresa van Avila, Michelangelo: St Teresa, Ruusbroec, Yogananda, Ramakrishna

Onderschrift bij Ruusbroec: Maeterlinck vertaalde Ruusbroecs Die gheestelike brulocht in het Frans en schreef in zijn voorwoord: "deze arme, eenzame monnik vangt te midden van het duistere Zoniënwoud, in zijn onwetende, eenvoudige ziel de verblindende weerschijn van de hoogste bergtoppen van het menselijk weten op. Onbewust kent hij het platonisme van Griekenland, het soefisme van Perzië, het brahmanisme van India en het boeddhisme van Tibet. Zijn wonderlijke onwetendheid vindt de wijsheid van begraven eeuwen en voorziet de wetenschap van eeuwen die nog niet geboren zijn."

 

Volgens Roger Bacon 800 jaar geleden, hij is de grondlegger van de moderne empirische wetenschap, zijn er twee manieren om kennis te verwerven: redenering en ervaring. Beide zijn complementair en niet te reduceren tot de andere. Ervaring is volgens hem tweeërlei en sluit innerlijke ervaring in, hetgeen zowel wiskundige als mystieke intuïties dekt (Staal, p 141).

Staal ziet mystiek niet per se als deel van religie (p 42) en niet als irrationeel. In het Oosten gaat het samen met rationeel inzicht, bijv. in de Oepanishaden. Hij noemt Bergson, die opmerkte, dat innerlijke ervaringen herhaalbaar kunnen zijn. Dat gaat soms gemakkelijker dan bij uiterlijke ervaringen, zoals experimenten in de kernfysica (p 66). Het is daarvoor niet nodig een mysticus te zijn (p 151).Een scholingsweg kan wel nodig zijn om bepaalde ervaringen te krijgen, net als in de wetenschap.

Zijn onderzoek eindigt aldus: “De mystieke ervaring kan niet los van de aard van de geest worden begrepen… Geen enkele theorie van de geest die geen verklaring kan geven voor de mystieke ervaring, kan adequaat zijn… De eerste stap zal misschien het contempleren [of mediteren]… moeten zijn... De meeste behoefte bestaat aan… een combinatie van verstand en een onbevangen geest… Naast wetenschappelijke resultaten levert dit op wat Nagarjuna ‘de vreugde van het mediteren’ noemde… Zonder de vreugde van het ontdekken is het zoeken naar waarheid onvolledig. ” (p 234)

 

Maharishi Mahesh Yogi schrijft in The Science of Being and the Art of Living, Appendix 1 dat Transcendente Meditatie een wetenschappelijke methode is: 1. systematisch, 2. niet strijdig met enige methode van wetenschappelijk onderzoek, 3. universeel toepasbaar, 4. open voor verificatie door persoonlijke ervaring en 5. met resultaten die overeen komen.

Er zijn van deze meditatiemethode vijf dikke delen met wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd onder redactie van David Orme Johnson (zie ook zijn website). De methode is niet in het onderwijs en de gezondheidszorg geïnstitutionaliseerd, hoewel onderzoeksresultaten wat betreft gezondheid, ook bij andere vormen van meditatie vrij algemeen worden erkend.

 

Onderzoek naar bijzondere vermogens

Op 4 mei 2014 zijn nieuwe resultaten gepresenteerd van een onderzoek aan het Medisch Centrum van de Radboud Universiteit Nijmegen naar verrichtingen van Wim Hof c.s, die in het Nieuws kwamen en in Nature zijn gepubliceerd. Hof wordt ‘the Ice Man’ genoemd, omdat hij het extreem lang in ijskoud water kan uithouden en blootsvoets bergen beklimt. De ademhalings- en meditatietechnieken die hij toepast, zijn overdraagbaar. Bij het onderzoek is vastgesteld dat ook mensen die Hof heeft getraind, het immuunsysteem kunnen beïnvloeden. In bepaalde gevallen kan ook reuma genezen of kunnen de klachten afnemen. Wubbo Ockels overleefde zijn kanker echter niet met Hof’s technieken.

 

Bijzondere vermogens worden reeds genoemd in de Yoga soetra’s van Patanjali en andere yoga literatuur, zoals De autobiografie van een yogi van Yogananda en in heiligenlevens. Zie ook onder meer S Tromp, Psychische fysica en P A Sorokin, The Ways and Power, Love en Altruïstic Love. A Study of American ‘Good Neighbours’ and Christian Saints; Forms and Techniques of Altruïstic and Spirituel Growth: A Symposium en andere werken over bijzondere mogelijkheden van ‘the supraconscious’, waarin yoga, meditatie en andere methoden aan de orde komen.

Dergelijke vermogens kunnen meer aannemelijk en in beginsel verklaarbaar zijn vanuit de gedachte van samenhang van bewustzijn, informatie, energie en materie en onderliggende verenigende velden. Door deze samenhang zou materie in beginsel vanuit bewustzijn te beïnvloeden zijn en omgekeerd. Maar we weten nog niet hoe. Dergelijke vermogens worden in yoga-literatuur beschouwd als bijverschijnsel van de ‘verlichting’. Het gaat in hoofdzaak om bewustzijn, bewustwording en verlichting, zoals in de filosofie van Schelling en andere wijsgeren en wijzen.

 

Wim Hof, the Iceman, in ijskoud water en ijs en in laboratorium Radboud Universiteit

Schelling: verruimd empirisme en eenheidservaringen

Schelling (1775-1854) was een jeugdvriend, voorloper en opponent van Hegel, die hem heeft overschaduwd. Marx en Kierkegaard hebben filosofie bij Schelling en Hegel gevolgd. Schelling was gepromoveerd in de natuurkunde. Hij was de filosoof van de Romantiek en raakte bevriend met dichters als Goethe, Schiller, Hölderlin, Tieck en Novalis, die verwante ideeën hadden. Nico Schulte schreef een Dissertatie over Schelling, Self and Being. Wat betreft de diverse fasen in zijn denken, beperken we ons tot het basisidee van de identiteitsfilosofie en zijn filosofie van de natuurwetenschap.

Schelling schrijft in Zur Geschichten der neueren Philosophie (p 185): “In plaats van zich te baseren op een onmiddellijke uiterlijke ervaring zou de filosofie zich ook kunnen beroepen op een onmiddellijke innerlijke ervaring, op een innerlijk licht.”

Zou deze ervaring ook niet als basis voor een verruimde natuur- en menswetenschap kunnen gelden? Is iedere ervaring niet subjectief? Alle ervaring en alle begrip en begrippen vinden immers in het subject, het bewustzijn, plaats. Subjectief aanvoelen is een onmisbare verklaringsgrond voor het begrijpen van gedrag en het begrijpen van de betekenis van iets: ‘Verstehen’. Dit is een soort subjectief, intuïtief of invoelend begrijpen van binnenuit, volgens Wilhelm Dilthey, Max Weber en anderen. Deze vorm van begrip zou kenmerkend zijn voor cultuur- of geesteswetenschappen. Schelling gaat echter verder: bij de ‘intellectuele aanschouwing’ vindt een eenheidservaring van subject en object plaats. Dit gaat verder dan ‘verstehen’.

Kant noemt de eenheid van het bewustzijn die a priori aan alle ervaring vooraf gaat ‘transcendentale apperceptie’. Deze is niet kenbaar, evenmin als het fameuze ‘Ding an sich’. Volgens Schelling is deze onderliggende eenheid van het bewustzijn innerlijk te ervaren. Bij Spinoza en mystici is deze onderliggende eenheid identiek met de onderliggende eenheid van de natuur: vandaar de naam identiteitsfilosofie. Dit komt overeen met de visie van Schrödinger, Eddington en andere natuurkundigen en filosofen.

De verruimde vorm van empirisme omvat onmiddellijke verstandskennis en een onmiddellijk schouwen van de natuur en het ontstaan van de dingen. Volgens Schelling geldt dit ook voor mystiek of mysticisme is. Hij onderscheid twee varianten:

1. praktisch of subjectief zonder aanspraak op wetenschap en

2. een objectieve variant die aanspraak op rationele, objectieve wetenschappelijke kennis maakt, maar ook een speculatieve inhoud heeft.

 

Intellectuele aanschouwing en de identiteitsfilosofie van natuur en bewustzijn

Elders schrijft Schelling  dat wij bij deze intellectuele aanschouwing ophouden voorwerp van onszelf te zijn. Het aanschouwende Zelf wordt één met het geschouwde object. In natuurkundige termen lijkt dit op verstrengeling, zie sectie 1. Op dit moment van vereniging verdwijnen tijd en ruimte: “wij zijn niet in de tijd maar van de tijd – of juister: niet de tijd maar de zuiver absolute eeuwigheid in ons.”

Vloemans, Leven en leer der grote denkers (p 484) noemt het een vorm van intuïtief begrijpen. De natuur wordt beschouwd of geschouwd als voortbrengsel van de oneindige geest. Deze drukt zich ook uit in de natuur. Geest en natuur zijn twee kanten van dezelfde realiteit. Dit is de essentie van Schellings filosofie van de identiteit van de natuur en de geest, die ook Bruno, Spinoza en Schrödinger veronderstelden.

Hoe laat zich dit onmiddellijke schouwen toelichten? Schouwen is een klassiek begrip bij Plato, Plotinos, oosterse en westerse mystici en filosofen. Schelling licht zijn bevindingen als volgt toe, maar hij kent diverse varianten volgens Schulte, in Self and Being. De mens is zichzelf bewust en tot zichzelf gekomen. Uit de zelfvervreemding is hij weer in zichzelf, in zijn wezen teruggebracht. Dit wezen is het eind en het begin, de bron van de schepping. Als dat zo is, dan moet ook de hele beweging van het begin tot het eind voor dit bewustzijn doorzichtig kunnen zijn. Het bewustzijn zit als het ware ‘ingebakken’ in de wereld, als inherent weten, in wetmatigheden. Dit stemt overeen met het Logos-idee van de wereldwet of het universele bewustzijn, dat wij ook aantreffen in de gnostiek. Door bewustwording zou een mens zich van dit potentiële weten bewust kunnen worden.

 

“Dan zou het ingeboren wetenschap zijn door het eigen worden van het universeel wetende. Maar zo dient het zich niet aan. Zo’n wetenschap die substantieel in het wezen van de mens wordt gedacht, is niet actueel in hem, maar verduisterd en verzonken in de diepste potentie… De mens is zijn centrale plaats tegenover de dingen verloren en is zelf weer ding geworden…Hij kwam uit de centrale aanschouwing waarin hij oorspronkelijk was… Een dergelijke catastrofe is in een of andere vorm in alle religies aan te treffen; in de christelijke onder de naam van een zondeval… De mens is buiten het centrum geplaatst, waarin hij van alle dingen wetend was. Kan hij zich weer in het centrum van alle dingen plaatsen?.. Als het voor de mensen mogelijk zou zijn weer in het oorspronkelijke wezen, in het centrum te worden geplaatst… dan zou de spraak en de kennis ophouden, die met onderscheiding is verbonden.” (p. 205-07. Schelling vergelijkt dit met Korintiërs I,14.)

Hij gaat uitvoerig in op dit schouwen en op filosofie als ervaringswetenschap, gebaseerd op innerlijke ervaringen en schouwen, als “hoger begrip van empirisme…verruimd empirisme” (p 217, 220-22).

Er is enige overeenstemming met het vervreemdingsbegrip bij Fromm. Ook met de centrale orde van Heisenberg, de identiteit van ‘mindstuff’’ en ‘worldstuff’ bij Eddington en het ene bewustzijn bij Schrödinger. De geest heeft de wereld uit zijn eigen ‘stuff’ gemaakt. Hij is er tevens onderdeel en afgescheiden van als kennend subject. Schelling heeft met zijn verruimde empirisme een aanzet gegeven tot integratie en uitbreiding van wetenschap en filosofie, die nadere beschouwing verdient.

 

Eenheid in zicht               2014 05 26

 

Wanneer iemand verder kijkt

dan de blik van anderen reikt

meent men dat hij fantaseert

of onwaarheden beweert

Tenzij men kan bewijzen

of leert zien op andere wijze

 

Dan wordt het misschien

toch anders gezien

Soms daagt het licht

komt eenheid in zicht

van het hemelgewelf

met de aarde en onszelf*                        *zie afscheidsbrief Wubbo Ockels

 

Wereld en bewustzijn

vormen één omvattend zijn

dat zich in zwijgen hult

en toch het hart vervult

met de uiteindelijke zin

die ooit verloren ging

 

Het scheidend intellect

wordt op zijn plek gezet

bezield en bewogen

door een groter vermogen

als een bijzonder onderdeel

van een groter geheel

 

‘Wij leven bewegen en zijn’                     *Handelingen van de apostelen 17,28

in een ruimer bewustzijn

als licht van binnen schijnt

waar scheiding in verdwijnt

Licht dat ieder mens verlicht*                  *Johannes Proloog 1,9

daagt in een ruimer zicht

 

Plato (Rafael, School van Athene), Giordano Bruno op brandstapel, Spinoza en Schelling               

                                                                       

Innerlijke scholingswegen, meditatie en intuïtie

Bij uitbreiding van paradigma en methoden kunnen we te rade gaan bij westerse en niet-westerse tradities. Volgens Plato zou kennen weer herinneren zijn van wat de ziel in wezen al weet. Vandaar wellicht de ervaring van herkenning en fascinatie bij het opdoen van kennis. Het is mogelijk naast de weg van studie innerlijke scholingswegen te volgen, bijv. door meditatie, zoals Staal voorstelde. We kunnen ook (in) onszelf, onze ziel lezen of horen wat de innerlijke stem en de ziel te zeggen hebben. Iets dergelijks gebeurde wellicht in de Academie van Plato. Daar werd ook de ‘ongeschreven leer’ van Plato eeuwenlang doorgegeven.

Iets dergelijks gebeurde in antieke mysteriescholen, genootschappen en bewegingen die daar enigszins mee verwant zijn. In India zijn er ‘ashrams’, een soort retraitehuizen of geestelijk gerichte gemeenschappen, vaak rond een leraar of heilige. Elders zijn er andere varianten.

We kunnen ook vertrouwd raken met onze intuïtie. Intuïtie is niet zozeer een gevoel of emotie maar innerlijk waarnemen, innerlijk zien: in-tueri. Het is een algemeen menselijk vermogen of psychische functie , aldus Jung, Psychologische Typen, hfst 10, p 400, 434 en S Gawain, Intuïtie.

Sinds de kindertijd lijken we voeling met intuïtie min of meer kwijt te zijn, mede door het onderwijs en onze cultuur die intellect benadrukken. Frederik van Eeden beschrijft dit in De kleine Johannes. Het is belangrijk ons intellect te ontwikkelen, maar niet ten koste van de intuïtie. Beide zijn complementair, zoals eerder wetenschappers te kennen gaven. Kinderlijke intuïtie kan zich verder ontwikkelen in plaats van te worden gesmoord, afgeleerd en overwoekerd door verstand en onverstand.

Tal van scholingswegen, wijzen en wijsgeren zijn de moeite van het onderzoeken waard. Zij lijken in de periferie van onze beschaving terecht te zijn gekomen en worden overstemd door Bekende Nederlanders en massamedia. Naar verhouding hebben deze weinig te zeggen: veel ophef tot weinig lering en matig vermaak. In het prestatiegerichte onderwijs ten dienste van onze kenniseconomie is weinig plek voor wijsheid en weinig rust waardoor intuïtie een kans krijgt, vanwege verplichte stof en toetsen die gehaald moeten worden.

 

 

Intuïtie en intellect                       2014 08 03

 

Intuïtie is onmiddellijk, direct

zonder omweg van het intellect

zonder redeneren

zonder analyseren

zonder te vergelijken

direct in-zien: kijken

met ogen van binnen

voorbij de uiterlijke zinnen

 

Het intellect vergelijkt

De waarneming bekijkt

betast, beproeft en hoort

Maar het gevoel verstoort

weleens het zuivere zicht

vertroebelt het licht

met de commotie

van de emotie

 

Het intellect toetst achteraf

wat voorgevoel te kennen gaf

Er is geen eind aan redeneren

De wijzen van interpreteren

lopen steeds uiteen

bij bijna iedereen

 

Intuïtie duikt erin

en ziet van binnenin

één met het object

Het weten is direct

invoelend begrijpen

Van binnenuit bekijken

Onmiddellijk inzicht

vanuit verenigend licht

 

Soms in een flits gegeven

komt inzicht tot leven

Zelden  wordt iets permanent

in helder licht gekend

Slechts glimpen zijn gegeven

van een breder helder weten

dat aanwezig is van binnen

voorbij de uiterlijke zinnen

 

Een weten dat het Al doordringt

Een weten waarvan elke vogel zingt

Een ongehoord melodisch lied

waarvan geen mens de noten ziet

Wie heeft ze geschreven?

Wie is de bron van al het leven?

 

Een alomvattend wezen

heeft het licht en leven gegeven

dat zich als geheel onttrekt

aan ons beperkte intellect

maar soms een glimp van inzicht toont

dat de wereld van binnen bewoont

 

 

Terreinen voor nader onderzoek

Aan het eind van een artikel is het een goed gebruik om voorstellen voor nader onderzoek te doen. Stel dat innerlijke ervaringen en de filosofische onderbouwing daarvan, zoals Staal en Schelling voorstelden, in de wetenschap worden geïntegreerd, meer dan tot dusver het geval was bij introspectie en dergelijke, wat kan dit dan opleveren aan verdere onderzoeksmogelijkheden? Welke perspectieven biedt dit? Wij beperken ons tot de volgende punten als gebieden voor nadere studie.

  • Een verruimde wetenschap die meer met filosofie en religie wordt geïntegreerd en onderbouwd en die meer gaat over existentiële vragen die er toe doen, dan over specialistische ‘haarkloverijen’.
  • Formuleren van theorieën en filosofieën die innerlijke ervaringen incorporeren in toetsbare hypothesen. Hierbij kunnen de filosofieën van Schelling, Spinoza, Plato, Plotinus en (andere) mystici, gnostici en oosterse en andere niet-westerse filosofieën kunnen worden vertaald. Dit geldt ook voor gnostische en esoterische stromingen, die vroeger meer raakvlakken hadden met wetenschap, bijvoorbeeld bij Kepler en Newton.
  • Filosofieën zoals die van Ken Wilber en Ervin Lazslo nader onderzoeken en toetsen.
  • Pionierswerk van Jung, Sorokin, Maslow, Charles Tart en de transpersoonlijke psychologie, Edgar Mitchell en zijn Institute of Noetic Sciences (bewustzijnswetenschappen), de Society for Psychical Research en vele anderen nader bestuderen.
  • Nadere studie van zieners, wijzen, verlichten, yogi’s, zoals weergegeven in eerdergenoemde werken van Aldous Huxley, Perennial Philosophy, W T Stace, Philosophy and Mysticism, R M Bucke, Cosmic Consciousness, Rudof Steiner en anderen.
  • Bevindingen in verenigende (veld)theorieën onderbrengen, formuleren en interpreteren.
  • Studie van scholingswegen en methoden tot bewustzijnsonderzoek, mede op grond van innerlijke ervaringen.

Een en ander zal veel discussie opleveren en uiteenlopende gezichtspunten, zoals dat ook met de huidige empirische wetenschap het geval is. Genoemde studies wijzen ook op gelijkluidende ervaringen, die persoonlijk, cultureel en religieus ingekleurd en ingekaderd zijn.

Kennis en bewustzijn hangen samen met de wijze van samenleven, zoals Confucius reeds te kennen gaf in het citaat aan het eind van mijn reactie op het artikel van Teule. Samenlevingen zijn niet gemaakt van hout en steen, maar uit de karakters van hun burgers, schreef Plato reeds. Fromm en Wright Mills spreken van het sociale karakter, Durkheim van collectief bewustzijn. De samenhang van kennis, bewustzijn en de wijze van samenleven wordt verder uitgediept door de kennissociologie. Comte en Marx hebben hiertoe een aanzet gegeven. Max Scheler, in Die Wissensformen und die Gesellschaft en Karl Mannheim hebben dit gebied uitgewerkt en velen na hen. Ook dit is een belangwekkend onderwerp voor nader onderzoek.

Meer geïntegreerde kennis kan een basis leveren voor een meer geïntegreerde samenleving en cultuur, aldus Sorokin en anderen, waarin het materiële meer geïntegreerd is met het ideële. Bij voorkeur met meer altruïsme en minder geweld en minder exploitatie van de natuur en van medemensen. Ook mijn reactie op het artikel van Teule over de Oerknal en de evolutie daarna eindigt met een dergelijk evolutieperspectief, met de vraag waarheen?

 

Besluit: wetenschap, filosofie, religie en kunst als complementair

Deze serie artikelen ging over de aanvulling of complementariteit van wetenschap, filosofie, religie en kunst, met name poëzie, maar ook beeldende kunst en andere vormen van afbeelding.

Wetenschap kenmerkt zich door het formuleren en toetsen van hypothesen aan de waarneming: ‘kijken of het klopt’, of het logisch consistent is en past in theorieën en bevindingen van ander onderzoek. Als het ‘klopt’ of juist wordt bevonden, is het wetenschappelijk gezien ‘waar’ en geldig. Waarheid, geldigheid en betrouwbaarheid zijn relevante principes en waarden in de wetenschap.

Wetenschappelijke waarheid is niet zeker, slechts waar-schijnlijk. Wetenschap beperkt zich hoofdzakelijk tot toetsing van hypothesen en theorieën aan de zintuiglijke waarneming als bron en criterium van ogenschijnlijke waarheid. Zintuiglijke waarnemingen blijken zonder rationele analyse betrekkelijk en zelfs bedrieglijk. Ze beperken zich tot een specifiek waarnemingsgebied. Kortom wetenschap is incompleet en onzeker en behoeft enige aanvulling, zoals in artikel 1 in nr. 25 bleek.

 

Filosofie beschouwt kennis in een zingevend wereldbeschouwelijk totaalkader, aldus Störig, en als vermeld in mijn eerste artikel. Kentheorie, metafysica en ethiek zijn belangrijke terreinen van de filosofie die wetenschap de nodige aanvulling en uitgangspunten geven. Filosofie legt vaak een verbinding tussen kennis- en wetenschapsgebieden. Ook met wetenschapsfilosofische, kentheoretische of epistemologisch beginselen en metafysische kennis. Deze beginselen overstijgen de wetenschap en gaan eraan vooraf. Verder zijn er ethische aspecten van kennis en de toepassing ervan in relatie met menselijke waarden en zingeving. Naast het ware, in ruimere zin dan toetsing aan de waarneming, komt hier ook het goede aan de orde, wat goed is, op basis van waarden en beginselen in een breder perspectief van zingeving, zoals ook bij religie. Bij kunst wordt vooral de schoonheid uitgedrukt en verbeeldt in woorden en vormen, beelden en symbolen.

 

Bij religie is er vaak een relatie met geopenbaarde kennis die als waarheid wordt ervaren in religieuze tradities. Deze kennis berust veelal op innerlijke ervaringen van charismatisch begenadigde zieners en profeten, leraren en wijzen, aldus Max Weber in Sociology of Religion en zoals ook anderen leren. Religie berust, evenals wetenschap, uiteindelijk op ervaring, in onderscheid met filosofie, die zich kenmerkt door systematisch doordenken. Dit ervaringsaspect is vaak verdwenen en door dogma’s en leerstellingen vervangen. Deze zijn vaak terug te herleiden tot religieuze ervaringen en openbaringen.

Religieuze ervaring betreft innerlijke, intuïtieve en buitenzintuiglijke ervaring, terwijl wetenschap berust op logische en systematische rationele analyse van zintuiglijke waarneming in theoretische kaders. Intuïtie en innerlijke ervaring of ingevingen zijn ook een bron van wetenschappelijke kennis, die aan de waarneming wordt getoetst. Ook wiskunde en natuurkunde berusten in vergaande mate op intuïtie. Dit blijkt bijv. bij Einstein, Pauli en L E J Brouwer, grondlegger van de intuïtionistische wiskunde.

In religies worden innerlijke ervaringen in het kader van religieuze tradities geplaatst, zoals er ook wetenschappelijk tradities zijn, bijv. The Sociological Tradition, R A Nisbet. Het onderscheid tussen wetenschap, filosofie en religie is niet scherp. Ze vullen elkaar aan. Innerlijke ervaringen en zintuiglijke waarneming kunnen elkaar aanvullen en kunnen beide intersubjectief en herhaalbaar of repliceerbaar zijn, zoals Staal aangaf.

Religie betreft ook eenheidservaring en ‘waarneming van het geheel’, die volgens Von Weiszäcker in Wege in de Gefahr, onontbeerlijk is om gevaarlijke consequenties van wetenschap en techniek het hoofd te bieden, zoals in voorgaande artikelen naar voren kwam. Dergelijke ervaringen kunnen het leven een diepere inhoud en meer integratie en zingeving verlenen, die wetenschap niet bieden kan.

In dit bestek konden we slechts kort ingaan op enkele visies. De visies van vele deskundigen, ook niet-westerse visies, zijn relevant om nader te bespreken. Deze omvangrijke serie artikelen is verre van compleet. Het is slechts een aanzet tot een geïntegreerde visie en een bewustzijnswetenschap. Tot besluit, uit één van de oudste overleveringen:

 

Scheppingshymne uit de Rig Veda                                   X.11.1

 

Destijds was noch het Niet-Zijn, noch het Zijn

Geen luchtruim en geen hemel boven

Wie hoedde toen de wereld, in wie was zij besloten?

De dood bestond niet, noch onsterfelijkheid

De dag was niet geopenbaard en ook de nacht niet

Alleen ademde oorspronkelijk Ene buiten welk geen ander is

Door duister was geheel het Niets bedekt

Een oceaan, van licht gespeend, in nacht verloren

 

Toen werd wat nog verborgen was

Het Ene in een gloed van kracht geboren

Hieruit ontsproot als eerste vrucht

het zaad van alle weten, liefdes kracht

De wortel van de wereld in het Niets werd vorsend

Door de zieners in het hart gevonden…

 

Maar wie is het gelukt om uit te vorsen

waarvandaan de schepping stamt?

De goden zijn aan deze zijde daarvan ontsproten

Wie zegt dan waaruit zij zijn voortgekomen?

Hij die de schepping aan het licht heeft gebracht

En op haar schouwt in het hoogste hemels licht

Die haar gemaakt heeft of ook niet gemaakt

Die weet het – of weet ook hijzelf het niet?

H J Störig, Geschiedenis van de filosofie, p 32, naar de Duitse vertaling van Paul Deussen

 

In het Ene wordt een gloed geboren, omringd door duisternis

Zie Narada Kush, De Veda’s, p 172. Hij refereert naar Ram Mohan Roy, Vedic Physics, Scientific Origin of Hinduïsm: De schepping is de manifestatie van de schepper die één was met de schepping. Schepper en schepping waren geconcentreerd, samengebald in het ‘gouden ei’. De samengebalde energie expandeerde of explodeerde in de schepping bij de oerknal. Ook goden, die natuurwetten en -krachten symboliseren, zijn eruit geschapen als sturende principes. Het scheppende beginsel schiep de schepping uit zichzelf of uit het niets, waardoor het werd omringd als duisternis.

 

 

De zin van schrijven                           2014 05 19

 

Wat is de zin van wat ik heb geschreven?

Dient het om het leven diepere zin te geven?

Is het geboren uit een diep verlangen

de verloren eenheid nader te verklaren?

Er soms een vage glimp van op te vangen

en haar achter ons beperkte weten te ontwaren?

 

Ieder leven eindigt met de dood

Dit mysterie is nog altijd groot

Of is de dood uiteindelijk schijn?

Opent zich een eindeloos bewustzijn?*        

Als de dood geen zin heeft

wat is dan de zin van dat je leeft?*    

 

Kortstondige en fluctuerende momenten

die opgaan in het eindeloze onbekende

waarin wij een verhulde zin vermoeden

ontsproten uit het hoogste Goede*               

de bron van alle ideeën en vormen

van al onze waarden en normen

 

*Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn

* Max Weber, Wetenschap als beroep en roeping:

“Omdat de dood zinloos is, is het geciviliseerde leven zinloos.”

*Plato: de zon achter schaduwen van verschijnselen

 

http://www.natuurkunde.nl/

De hang naar eenheid en liefde                     2014 06 03

De dans van deeltjes en golven

waardoor wij worden bedolven

in veelvuldige manifestaties

concrete subtiele gradaties

van dichtheid en subtiliteit

in de non-relativistische ruimtetijd

is in wezen de weerschijn

van een alom aanwezig bewustzijn

Alleen de liefde is echt

is ooit door wijzen gezegd*

 

Sinds onze zielen ontstonden

zijn wij met alles verbonden

Sinds wij hier zijn geboren

zijn wij die verbinding verloren

Met materie vereenzelvigd

er zelfs door overweldigd

Gevangen in zelfgemaakte techniek

Afkerig van religie en mystiek

 

Alle techniek en wetenschap ten spijt

is er een hang naar de verloren eenheid

in ons beperkte aardse bestaan

verbonden met een tijdelijk lichaam

de tempel en de kerker van de ziel

nadat de eenheid ons ontviel

Door liefdesverlangen gedreven

de kracht die ons doet leven

om met de zee van liefde één te zijn

in een alomvattend bewustzijn

 

Wij willen weer in eenheid leven

als een onvoorwaardelijk gegeven

Niet tegen al het andere in

maar verbonden binnenin

Liefde is een grondgevoel

een grondgegeven in ons wezen

de zin, de bron, het doel

van ons onuitputtelijke leven

 

*Bijv. de Eros bij Plato in Symposion

Bij Dante de liefde die de zon en sterren doet bewegen, slotregel Divina Commedia

Bij Spinoza (en Nietzsche) amor fati, de liefde tot het levenslot

en de ‘amor intellectualis dei’, de geestelijke liefde tot God, het Ene