De website van Civis Mundi is vernieuwd. Werkt de nieuwe site voor u niet goed? Bezoek dan de oude site via oud.civismundi.nl en stuur ons een email: webmaster@civismundi.nl.

Complementaire kennis en de ‘tweeledige waarheid’ van Plato en Aristoteles

Civis Mundi Digitaal #28

door Piet Ransijn

Bespreking van:J. Buve, Liber Universitatis. Aan de Slapende Intellectuelen van de Lage Landen. Deventer Universitaire Pers, 2014.

Plato en Aristoteles. De School van Athene door Rafaël

 

Complementaire kennis en de ‘tweeledige waarheid’ van Jeroen Buve

Reactie op J. Buve, Liber Universitatis. Aan de Slapende Intellectuelen van de Lage Landen

Piet Ransijn.. Op dit artikel volgt later een tweede artikel over Plato en  Aristoteles.

 

Inhoud

Sectie 1 Inleiding, begripsverheldering en terreinverkenning

  • Wat houdt de ‘veritas duplex’ of dubbele waarheid in?

Gedicht Verbindend intellect

  • Rede en ratio
  • Complementair verband tussen Plato en Aristoteles
  • Vormen van rationaliteit bij klassieke sociologen

Sectie 2 Maatschappelijke context: relevantie van de veritas duplex op diverse gebieden

  • Problemen en eenzijdigheden vanwege doorgeschoten instrumentele rationaliteit
  • Toelichting vanuit de kwantumfysica
  • Problemen en nihilisme door gebrek aan metafysische waarheid en waarden

Gedicht Hebzucht

  • Metafysica, ‘wezensinzicht’ en ‘het wezen van de dingen’
  • Inzicht in het ‘wezen’: zeven criteria voor ‘wezensdefinities’
  • Ethische en medische consequenties in het licht van de tweezijdige waarheid

Gedicht Neuropsychologie

  • Actuele maatschappelijke thema’s en de tweezijdige waarheid
  • Complementaire sociologische visies
  • Besluit: maatschappelijke relevantie van geïntegreerde wetenschap en metafysica
  • Samenvatting en enkele conclusies- puntsgewijs overzicht van het artikel

Gedichten Een plek in het geheel; Intuïtief schouwen van de kosmische orde (de Ideeënwereld)

 

Sectie 1 Inleiding, begripsverheldering en terreinverkenning

Dit boek stelt hoge eisen aan de “slapende intellectuelen” tot wie het is gericht. Het lijkt meer geschikt voor wakkere intellectuelen. De cruciale thema’s in dit belangwekkende boek verdienen ruime aandacht. Ze bestrijken diverse kennisgebieden vanuit een integrale visie ontleend aan Plato en Aristoteles. Daarom gaat een aanvullend dieper in op deze meest invloedrijke filosofen. Eerst volgt een overzicht van het boek van Buve, dat beknopt is wat betreft Plato en Artistoteles, vandaar het aanvullende artikel over hen. 

  • Probleemstelling is de eenzijdige ‘doorgeschoten rationaliteit’ van de heersende wetenschap die doorwerkt in velerlei eenzijdigheden en problemen in onze cultuur en samenleving, zie sectie *
  • Oplossing zou de geïntegreerde visie van de veritas duplex zijn, de tweezijdige (benadering van de) waarheid, die onze cultuur en samenleving weer zou kunnen integreren. Buve gaat in op de perspectieven die de vertitas duplex biedt op diverse gebieden.
  • Achtergrond. Buve heeft een katholieke theologische en filosofische opleiding en blijkt onderlegd te zijn op diverse gebieden die in zijn boek aan de orde komen. Hij promoveerde op het proefschrift Macht und Sein (1989), schreef in 1996 het Metafysich manifest, nieuw zicht op wetenschap godsdienst en moraal, in 2012 het boek Plato in het Vaticaan : pleidooi voor gezond verstand in wetenschap, kerk en democratie (zie Civis Mundi, maart 2013) en andere actuele publicaties.
  • Hoofdthema’s in dit boek zijn: 1. Het verband tussen denkwijze, levenswaarden en levenswijze.

2. Twee tegengestelde of complementaire denkwijzen van Plato en de Aristotelische wetenschap.

  • De moderne wetenschap en de visie van Aristoteles zouden problemen geven. Plato zou de oplossing bieden, geïntegereerd met Aristoteles en de wetenschap in de veritas duplex. De bezielde metafysische visie van Aristoteles komt meer overeen met Plato dan met de moderne wetenschap, zoals blijkt in sectie 2. Hij heeft volgens Kuhn een ander paradigma.
  • Taal en stijl zijn kritisch en rationeel, maar ook redelijk, niet gemakkelijk maar niet saai. Gezond verstand heeft de overhand. Buve breekt een lans voor Plato, maar heeft niet diens beeldende, poëtische literaire stijl met retorische vragen en mythische allegorieën. De vaak lange zinnen lijken meer op bijvoorbeeld het maatschappijkritische ‘filosofen-Duits’ van Marx, die overigens geïnspireerd schrijver was.
  • Het boek is verlevendigd en geconcretiseerd met illustratieve voorbeelden, actuele casussen en krantenartikelen, die het hoge abstractieniveau afwisselen. Buve gebruikt steekhoudende, maar soms moeilijk te volgen argumentatie, bijv. over ‘wezensdefinities’, die uitnodigt tot reflectie en toelichting.
  • De titel Liber Universitatis is voor een niet klassiek geschoold lezer niet duidelijk. Betekent dat bevrijding van de universiteit, vrije universiteit of universiteitsboek?
  • Het boek is het ‘basismanifest’ van de Geert Grote Universiteit te Deventer, waarvan Buve grondlegger is. Wat is dit voor Universiteit en wat is de rol van dit manifest?
  • “Dit boek bewijst dat hij de meest fundamenteel vernieuwende denker van Nederland is.” Het lijkt echter veraf te staan van studenten om zich te verdiepen in Plato en Aristoteles op de wijze die Buve voorstaat, voor zover het voor hen te volgen is. Zij zijn niet op filosofie maar op sociale media georiënteerd. Ook Buve wijst op “de macht van internet, Twitter en Facebook” (p 37).
  • Uitgangspunt is de ‘veritas duplex’, de dubbele waarheid, “die hij als het enige wetenschappelijk verdedigbare tegenwicht tegen het doorgeschoten eenzijdige rationalisme poneert… Het legt de grondslag voor een moraal, die daartegen bestand is en die de cultuur kan veranderen, niet alleen van het mondiale geldwezen, maar evenzeer van de… politiek en het bedrijfsleven… De kracht van dit boek ligt niet alleen in de waterdichte theoretische argumentatie, maar evenzeer in de toelichting met algemeen overtuigende en aansprekende alledaagse voorbeelden.” Dit klinkt veelbelovend.

 

Wat houdt de ‘veritas duplex’ of dubbele waarheid in?

Veritas duplex kan ook worden vertaald als tweeledige waarheid. Dubbel wil zeggen: twee keer hetzelfde. Tweeledig betekent tweezijdig: twee kanten of geledingen, die niet hetzelfde zijn, maar elkaar kunnen aanvullen of complementeren.

Waarheid is in de wetenschap en filosofie een pretentieus en veelbetekenend begrip. De lange geschiedenis ervan voert hier te ver. Meer gangbaar in de wetenschap zijn begrippen als waarschijnlijkheid, verisimilitude, betrouwbaarheid en validiteit of geldigheid. Bij de dubbele waarheid wordt waarheid niet gedefinieerd. Het lijkt een omvattende, complementaire waarheidsbenadering, die een wetenschappelijk rationele en metafysisch complement heeft. Wat waarheid is blijft hierbij moeilijk te vatten en onvoorstelbaar.

De dubbele waarheid betreft “de herontdekking van de contradictoire verhouding tussen ‘rede’ en ‘ratio’. Dat zijn volgens Buve geen synoniemen maar “elkaar wederzijds uitsluitende begrippen: wat redelijk is kan niet rationeel zijn” en omgekeerd. Is dat zo? En waarom? Is de verhouding niet veeleer complementair? Dit was het thema van mijn artikelen in vorige nummers van Civis Mundi.

Complementair betekent in de natuurkunde dat een deeltje, bijv. een foton of een elektron, tegelijk een golf is, maar zich ofwel als golf ofwel als deeltje manifesteert. Buve laat dit in Appendix 1 toelichten. Het golfdeeltje heeft twee kanten, zoals een munt. In ruimere zin betekent complementair dat twee kanten elkaar aanvullen als complementen of een soort ‘wederhelften’. Rede en ratio, Plato en Aristoteles zijn meer complexe complementen.

“De redelijkheid waar Plato voor pleit en de rationaliteit waar Aristoteles bij zweert, staan alleen samen aan de wieg van de democratie.”

Dus complementair? Plato en Aristoteles hebben zo’n 2000 jaar het westerse denken om beurten min of meer gedomineerd. Vullen zij elkaar niet veeleer aan als complementair dan elkaar uit te sluiten als contradictoir? Sectie 2 gaat hier nader op in. Daar blijkt dat Aristoteles niet ‘zweert’ bij de ratio.

 

 

Verbindend Intellect               2014 09 29

 

Menig intellectueel

leeft in zijn hoofd

een harteloze plek

Toch is het intellect

nog niet geheel

van hart beroofd

 

Verbindend vermogen

en kunnen begrijpen

wat anderen beogen

Daar komt meer bij kijken

Het scheidende verstand

ziet niet het grote verband

 

Synthetisch intellect

zet dingen op hun plek

ziet ieder onderdeel

in het grotere geheel

Analyse splitst het wezen

dat gezien wordt bij synthese

 

Het synthetische vermogen

kijkt met andere ogen

dan het analytische verstand

Vanuit het grotere verband

van integraal bewustzijn

waarin wij leven bewegen en zijn*      *Handelingen van de apostelen 17.28

 

 

Rede en ratio

Rede lijkt een vertaling van ratio, een overeenkomstig begrip met een andere nuance. Buve heeft een eigen omschrijving waarin beide begrippen tegengesteld zijn. Hij omschrijft de rede als onvoorstelbaar en ratio als voorstelbaar en pragmatisch. Rede en ratio betreffen bij Buve respectievelijk onvoorstelbare en voorstelbare zaken.

Het voorstelbare heeft te maken met zintuiglijke waarneming of empirie en met beelden en vormen. Het onvoorstelbare is buitenzintuiglijk, bovenzinnelijk of transcendent, metafysisch, het ‘wezen’ van de dingen. De filosofie van Plato is gericht op het onvoorstelbare. Maar geldt dit ook niet voor de metafysica van Aristoteles? Is hij een complementair denker, die Plato aanvult? In sectie 2 blijkt dat het onvoorstelbare meer te maken heeft met de geest, de ‘nous’ dan met de rede, die de intuïtieve, synthetische vermogens betreft.

Gaat het onvoorstelbare en boven-zintuiglijke niet boven de rede uit, die niet alleen boven-rationeel maar ook transcendent is, en mogelijk alleen met intuïtief schouwen te benaderen is? Als de rede te maken heeft met het onvoorstelbare, dan heeft de rede ook te maken met het boven-rationele, metafysische, transcendente aspect van de geest, dat nog voorbij de ‘nous’ gaat, een ongebruikelijke omschrijving. Sectie 2 gaat hier nader op in.

 

Complementair verband tussen Plato en Aristoteles

In sectie 2 wordt nader onderzocht of de tegenstelling tussen Plato en Aristoteles complementair opgevat kan worden. Bevindingen van Buve worden aangevuld met die van Plato-kenner H Groot, Schrödinger, Thomas Kuhn, Störig, Vloemans en Sorokin.

Buve heeft een voorkeur voor Plato boven Aristoteles. De dubbele waarheid lijkt een superieure Platoonse en inferieure Aristotelische kant te hebben. Dit kan te maken hebben met het idee dat mystieke of geestelijke kennis of gnosis hogere, meer wezenlijke kennis zou zijn dan rationele kennis, die weer hoger zou zijn dan zintuigelijke kennis van de ‘schaduwen’. Dit geldt in de filosofie van Plato en de Indiase filosofie, zie mijn artikel in nr 25.

Een andere reden voor de voorkeur voor Plato en zijn ideële visie kan zijn dat deze visie in onze tijd ondergeschikt is en meer nadruk nodig heeft, omdat de rationeel-empirische wetenschap is ‘doorgeschoten’, zoals Buve schrijft. Er is een een meer evenwichtige visie nodig voor een meer geïntegreerde cultuur en samenleving. Met een dergelijke argumentatie, ontleend aan Sorokin, is een voorkeur voor Plato en het ideële te onderbouwen. Het ideële is echter ook bij Aristoteles aanwezig, maar in het moderne ‘doorgeschoten rationalisme’ verder verwijderd.

Het verband tussen Plato en Aristoteles is essentieel voor begrip van de dubbele waarheid, die Buve op hen baseert. Hun relatie lijkt een niet doorzichtig soort verbinding of ‘verstrengeling’. Dat geldt evenzeer voor het verband tussen Plato en Socrates, die geen geschriften heeft nagelaten. Het geldt ook voor ons. Veel van onze ideeën, ook de ‘eigen mening’ zijn ontleend aan anderen, zonder dat we dat beseffen.

Na een sociologische terreinverkenning volgt eerst een overzicht van het boek van Buve. Het gaat in op de maatschappelijke relevantie van de tweeledige waarheid en beweegt zich op het terrein van de sociologie en andere kennisgebieden. Daarna gaat Sectie 2 in op de filosofie van Plato en Aristoteles.

 

Het onderscheid in vormen van rationaliteit bij klassieke sociologen

Een onderscheid zoals bij Buve in ratio en rede of ‘Verstand’ en ‘Vernunft’ vinden we bij meer filosofen en sociologen. De samenhang van onze wijze van denken en kennen en onze wijze van leven en samenleven is een grondthema van de sociologie sinds grondleggers als Comte en Marx.

  • Marx ging in op het verband tussen het maatschappelijk zijn en het bewustzijn in zijn theorie van de economische onderbouw en de culturele bovenbouw. Hij legde de nadruk op de economie, maar ontkwam niet aan een wisselwerking met de bovenbouw, waarvan de maatschappijvisie deel uitmaakt, ook zijn eigen visie die grote invloed had. Onder- en bovenbouw zijn complementair.
  • Bij Emile Durkheim vinden we de ‘homo duplex’, met enerzijds een fysieke en anderzijds een geestelijke, morele en sociale kant, te vergelijken met de dualistische visie van Plato en Aristoteles.
  • Max Weber kent grote invloed toe aan kennis, cultuur en moraal in zijn studies. Hij onderscheidt doel-rationeel en waarde-rationeel, gericht op waarden, charismatisch en traditioneel handelen
  • Max Scheler in Die Wissenformen und die Gesellschaft, dat aansluit bij Plato, en Karl Mannheim in zijn Sociology of Knowledge, zijn grondleggers van de kennissociologie. Buve beweegt zich ook op dit terrein door de maatschappelijke relevantie van de veritas duplex aan te tonen.

Mannheim onderscheidt zoals Weber instrumentele en substantiële rationaliteit.

  • Von Weizsäcker noemt de rede het vermogen om het geheel waar te nemen. Volgens Jung is dit een kenmerk van intuïtie. Het verstand is meer analytisch.
  • Sorokin gebruikt de complementaire termen ‘sensate’, zintuiglijk en ’ideational’, of ideëel. Idealistisch betreft het samengaan van beide. Hij gebruikt ook de term integraal. Sorokin gebruikt deze termen voor cultuurtypen, die in Civis Mundi nr 24 en 25 zijn aangeduid.
  • Bij filosofen worden de termen intellect, rede, ratio, ‘Vernunft’ en ‘Verstand’ gebruikt in variërende betekenissen, die dit bestek te buiten gaan.
  • De Indiase filosofie onderscheidt diverse ‘bewustzijnslagen’, onder meer de grote of kosmische rede of ‘mahat’, de ‘buddhi’, een meer integrerend inzicht, en de ‘manas’, verwant met ons woord mentaal.

Meervoudige waarheid of complementaire kennis, is dus een kernthema bij filosofen en sociale wetenschappers. Ze beweren niet allemaal hetzelfde, maar het heeft wel veel met elkaar te maken. Bij Buve is het wederzijds uitsluitende karakter van rede en ratio typerend. Zoals genoemde sociologen schrijft hij dat beide nodig zijn voor een meer geïntegreerde samenleving en cultuur. Onze wijze van denken en kennen, hoe wij werkelijkheid definiëren en beschouwen, hangt integraal samen met onze wijze van leven en samenleven, blijkt ook bij de visie van Buve.

 

Sectie 2 Maatschappelijke context: relevantie van de veritas duplex op diverse gebieden

Na een filosofische toelichting aan de hand van Plato en Aristoteles laat Buve zien dat de eenzijdige instrumentele doel-rationele visie doorslaat in eenzijdige, onethische en problematische repercussies in onze wijze van leven en samenleven. Sectie 2 geeft uitvoerig commentaar op zijn filosofische visie.

 

Problemen en eenzijdigheden vanwege doorgeschoten instrumentele rationaliteit

Buve noemt onder meer de volgende eenzijdigheden:

  • Winstmaximalisatie, winstbejag, geldt als economisch doel bij uitstek, waarbij men over lijken gaat. “Hedge-fondsen plunderen probleemloos bedrijven onder de ogen van betrokken werknemers;… banken verliezen elke moraal.” Buve (p 24, 25) geeft treffende voorbeelden van bedrijven die ongezonde, kanker verwekkende producten op de markt brengen. Zie ook het recente schandaal bij Defensie met kankerverwekkende verf, kankerverwekkende E-middelen in voedsel en bijwerkingen van medicijnen. De farmaceutische industrie wordt door Trudy Dehue onderzocht, onder meer in Betere mensen. Gezondheid als keuze en koopwaar.
  • Politiek is geld verdelen”; en wel zo dat inkomensverschillen toenemen en kapitaal zich concentreert bij superrijken. De rijken worden steeds rijker en de armen steeds armer, schreef Marx. In
  • Topfuncties kennen onevenredig hoge salarissen: 70 tot 500 maal de laagste schaal (p 34).
  • Kapitaalconcentratie bij een klein aantal superrijken met een enorme, weinig transparante macht, aldus C Freeland, Plutocrats. The Rise of the New Global Super-Rich and the Fall of EveryoneElse en andere studies, zoals de bestseller van Pikety, Kapitaal in de 21e eeuw, die in dit verband vermeldenswaard zijn.
  • De macht van het Militair Industriële Complex werd indertijd onthuld door Eisenhower. De socioloog Wright Mills beschreef de The Power Elite. Daarna kwamen vele andere studies. Kennedy wilde de CIA en de FED, particuliere banken die de dollar drukken en de overheid financieren, aan banden leggen. You Tube vermeld veronderstelingen dat dergelijke machten sporen naar de moord op Kennedy niet hebben kunnen uitwissen. Geen wonder dat vrij internet wordt bedreigd. Wie zich erin verdiept, komt terecht in een meedogenloos moeras en netwerk van leugens, publiek bedrog en verdoezeling, corruptie, hebzucht, machtwellust en belangenverstrengeling, dat voor niets lijkt terug te deinzen. Mundus vult decipi, ergo decipiatur: de wereld wil bedrogen worden en laat zich dus bedrogen worden.

Dit zijn aanvullingen bij de gecviteerde bevindingen van Buve.

  • Fraude lijkt tegenwoordig een soort Zeitgeist. Ze komt overal voor: binnen de overheid, economische en maatschappelijke sectoren” (p 29). Niet alleen in het bankwezen is er verval van normen en waarden. Banken zouden debet zijn aan de crisis en deze mede veroorzaakt hebben. Zij krijgen meer macht als bedrijven en regeringen meer afhankelijk worden.
  • “Bedrijven stoppen behoorlijke hoeveelheden geld in opzichtige activiteiten ten behoeve van een beter milieu. Tegelijkertijd gaven ze een veelvoud uit om… strenger milieubeleid te verhinderen” (p 28).
  • Wetenschap is verworden tot publicatiefabriek, volgens het gelijknamige boek van Ruud Abma. Zie financiering en belangenverstrengeling in de wetenschap mijn artikel in Civis Mundi nr 24. De verstrengeling van de farmaceutische en de medische wetenschap doet Trudy Dehue uit de doeken. Wetenschap lijkt steeds meer in dienst te komen van multinationals en ‘superrijken’.
  • Over de “stapeling van crises” citeert Buve Couwenberg in Civis Mundi (juni 2013).“Er is een milieu-energie-, klimaat-, grondstoffen- en voedselcrisis. Er is een economische crisis… En er is voorts een religieus-culturele, politiek-ideologische en nationale identiteitscrisis.”
  •  “Het vermogen tot kritisch denken bleek afgenomen” bij afgestudeerden. “Er werd ook een zekere oppervlakkigheid geconstateerd… Dat laatste kan ook een resultante zijn van de algemene vluchtigheid van onze hypertrofisch-materialistische cultuur… door de verslavende uitdagingen van wereldwijd over elkaar buitelende technische ontwikkelingen” (p 29).
  • Overal lijkt een soort run op de moraal te ontstaan om de eenzijdigheid van onze cultuur… enigszins te contra-balanceren. Maar de fundering van deze moraal lijkt gedoemd te zijn om vast te lopen, zolang de ratio het als enige voor het zeggen heeft. Daarom viert voorlopig de wijsheid van het pragmatisme hoogtij… Men zweert bij praktische oplossingen… Maar men ziet niet of nauwelijks, dat veel van die nieuwe initiatieven uiteindelijk een andere manier van denken veronderstellen, die haaks staat op het rationalisme, waarop niet alleen de universiteiten en de overheid het monopolie hebben, maar die diep geworteld is in alle haarvaten van de samenleving. De dubbele waarheid probeert ons daarvan bewust te maken.” (p 24-25)
  • Van “visieloos onderwijs” (p 31) en belangenverstrengelde universiteiten valt weinig te verwachten “om op een hoger en dieper niveau de oorzaken bloot te leggen van maatschappelijke tendensen die om bijsturing vragen… De geesten worden rijp voor een genuanceerder manier van denken… Overal ontstaan nu nieuwe initiatieven… Maar de universiteiten verkondigen nog met veel aplomb dat eenzijdig rationalisme van ‘meten is weten’ als alleenzaligmakend. Ze beschikken niet over een kader, waarin redelijkheid een plaats heeft zonder de rationaliteit tekort te doen… Dat is mogelijk in een intellectueel klimaat dat de metafysica met haar mogelijkheid het wezen van de dingen te doorgronden, toelaat tot het domein van de wetenschap: het domein dat nu ten onrechte door het heersende rationalisme bezet is…” (p 33-36).

Het doorgronden van het wezen van de dingen, krijgt enige toelichting in volgende paragrafen.

  • “De problemen hangen direct samen met het wederzijds uitsluitende karakter van beide werkelijkheidsopvattingen…” Buve doelt op het (instrumentele) rationalisme en de metafysica. Dat is “geen vies woord meer, maar niemand weet nog wat het is.”
  • Nieuwe initiatieven komen ook aan de orde. “Zingeving wordt een modewoord en meditatie en bestseller. Er ontstaat een nieuw milieubewustzijn en de kritische onderzoeksjournalistiek beleeft hoogtijdagen… Er ontstaan weer kleinere verbanden… en zelfsturende teams… Er is, kortom, iets gaande in de maatschappij dat dwingt tot reflectie. Maar juist daarvoor ontbreekt nu de tijd, want die tijd is in de macht van internet, Twitter en Facebook.” (p 37).

 

 

 

Hebzucht                                  2014 10 27

 

Een hebzuchtige geest

kan het geluk niet vinden

Weelde kan verblinden

heel veel geld het meest

 

De rijkdom van de aarde

met alle materiële waarde

kan het hart niet vullen

maar kan geluk verhullen

 

Alleen de vrede van geest

die zegt: genoeg geweest

kan ware vreugde geven

en brengt de ziel tot leven

 

De grote heerser Alexander

ging heen met lege handen

Alles wat hij had veroverd

ontglipte hem ontgoocheld

 

Met wijd geopende handen

liet hij zich begraven of verbranden

om iedereen deze les te geven

dat je aan het einde van je leven

wat je hebt weer af moet geven

Bij  lezing Chrystia Freeland, Plutocrats: The Rise of the New Global Super-Rich and  the Fall of Everyone Else

http://stadvanmorgen.wordpress.com/2012/09/06/wat-is-dan-sustainocratie/

Toelichting vanuit de kwantumfysica

De werkelijkheidsopvattingen van de metafysische rede en de wetenschappelijke ratio hebben volgens Buve een wederzijds uitsluitend karakter. Rationeel gezien lijkt dat zo. De heersende rationele wetenschap sluit metafysica en bewustzijn buiten. Hij noemt de veritas duplex echter ook niet-uitsluitend, vanwege de “absolute gelijkwaardigheid van beide werkelijkheidsopvattingen… De fysische benadering… mag de metafysische niet in de weg staan” (p 45).

Dit noemt hij een parallelle werkelijkheidsopvatting. Is dit niet hetzelfde als complementair, intuïtief en redelijk gezien? Is het uitsluiten of niet uitsluiten, dus integreren en complementeren, niet afhankelijk van de benadering: of de werkelijkheid wordt bezien vanuit de ratio of vanuit de rede en de intuïtie.

Uitsluiten lijkt kenmerkend voor de ratio. ‘Vernunft’, rede is inclusief, integrerend. Bij Von Weizsäcker is de rede het vermogen om het geheel waar te nemen. Dit geldt volgens Jung ook voor intuïtie. In de kwantumfysica sluiten complementaire werkelijkheden deeltje en golf elkaar enerzijds uit: het ‘golfdeeltje’ verschijnt, gedraagt zich of doet zich voor als deeltje of als golf. Anderzijds ìs het beide tegelijk.

“Van vele kanten wordt tegenwoordig gesteld, dat het kwantummechanische denken met zo’n dubbele, elkaar wederzijds uitsluitende werkelijkheidsopvatting werkt. ‘Het enige probleem,’ zegt de Nijmeegse wiskundige Landsman ‘is de intuïtie hoe een deeltje twee identiteiten tegelijk kan hebben, is nu eenmaal moeilijk voorstelbaar.’ Maar hij noemt dat ‘vooral een probleem voor filosofen’. Want in de praktijk is er goed mee te werken.” (p 39)

Het is een probleem voor de ratio, niet voor de intuïtie. De ratio sluit uit en onderscheidt. Intuïtie omvat en integreert. Het begrip foton van Einstein integreert deeltje en golf. Het komt voort uit een intuïtief inzicht, evenals de relativiteitstheorie. De visie van de kwantumfysica is complementair, volgens het complementariteitsprincipe van Bohr. Dit is niet geformuleerd in termen van elkaar wederzijds uitsluitende werkelijkheidsopvattingen. De oude, strikte, deterministische rationele vorm van causaliteit wordt vervangen door een statistische vorm. Deze  gaat dit bestek te buiten, zie Motz en Weaver, Geschiedenis van de natuurkunde (p 331).

In de kwantumfysica worden meer meta-fysisch aandoende onvoorstelbare verschijnselen weergegeven zoals non-lokaliteit, verstrengeling, teleportatie en superpositie, dat is op twee plaatsen tegelijk zijn van deeltjes, energie of informatie. Zie Civis Mundi nr 27. Kruijtzer licht deze verschijnselen toe in Appendix 1 van het boek van Buve. Hij noemt deze begrippen “tegen-intuïtief voor het verstand, maar intuïtief voor de ‘Vernunft’” (p 123) in de metafysische betekenis van intuïtie, die verder niet wordt gedefinieerd.

 

Problemen en nihilisme door gebrek aan metafysische waarheid en waarden

Metafysica en rationaliteit sluiten elkaar niet uit maar complementeren elkaar. Dat leren Plato, Aristoteles en vele westerse en oosterse wijsgeren. In sectie 2 wordt dit nader toegelicht. Metafysische waarheid gaat voorbij de fysica en is absoluut in de zin van los gemaakt van relatieve veranderlijke zintuiglijke impressies.

 

Nietzsche door  Edvard Munch

Het ontbreken van metafysische waarheid hangt direct samen met het ontbreken van absolute, algemeen geldige waarden. De consequentie hiervan is moreel relativisme en verval van waarden, nihilisme en de problematiek die Buve weergeeft.

Nihilisme omschrijft Nietzsche als “de ontwaarding van de hoogste waarden. Het doel ontbreekt… het antwoord op het ‘waarheen?’”, aldus Goudsblom, Nihilisme en cultuur (p 11). Het ontbreken van waarheid en waarden hangen samen.

Dostojevski laat zien in zijn romans Misdaad en straf en De gebroeders Karamazow waartoe doorgeschoten rationele logica leidt: “als niets waar is, is alles geoorloofd.” Goudsblom (p 42-43) gaat uitvoerig in op deze problematiek, die uiteindelijk berust op het ontbreken van een metafysische waarheid, die niet relatief is maar absoluut.

Een relativistische, hedonistische, utilitaire ethiek gericht op geluk, genot en nut is typerend voor het zinnelijk gerichte Sensate cultuurtype volgens Sorokin, Social and Cultural Dynamics (p 415). Een ethiek van absolute waarden is typerend voor het ideële Ideational cultuurtype. De ethiek van de liefde, als absolute waarde, is daarvan een variant. Er is ook een geïntegreerde ethiek van deugd, geluk en welzijn, die aards en geestelijk gericht is, bij het gemengde idealistische cultuurtype bij bijv. Plato en Aristoteles.

De problematiek die Buve schetst, is typerend voor ons eenzijdig rationeel, materieel en zinnelijk gerichte cultuurtype. Sorokin beschrijft dit onder meer in The Crisis of Our Age, The Reconstruction of Humanity. Een alternatief ziet hij in een meer geïntegreerd, meer geestelijk gericht cultuurtype met een meer geïntegreerde visie of waarheid. Deze komt overeen met de veritas duplex. een relativistische, hedonistische, utilitaire ethiek gericht op geluk, genot en nut typerend voor het zinnelijk gerichte Sensate cultuurtype

Eenzijdig ‘doorschieten’ van een ideële visie in blind geloof, ‘fideïsme’, dogmatisme en fundamentalisme heeft volgens Sorokin ook bezwaren in de vorm van godsdienstoorlogen en verkettering, zoals de actualiteit laat zien.

 

Metafysica, ‘wezensinzicht’ en het wezen van de dingen

Het wezen van de dingen zou met metafysica zijn te doorgronden volgens Buve. Dit wezen is niet zintuiglijk waarneembaar of voorstelbaar, maar met de intuïtie is te benaderen. Plato sprak over schouwen; Fichte en Schelling over intellectuele aanschouwing, zie Civis Mundi nr 27. Buve gaat hier niet op in en legt niet uit wat intuïtie is. Hij verwijst wel naar de psychoanalyse en dieptepsychologie van Jung als voorbeeld voor de veritas duplex in de psychologie (p 73). Bij Jung is intuïtie, letterlijk innerlijk zien, voelen of waarnemen, een van de vier psychische functies van ons bewustzijn, naast waarneming, intellect en emotie. Deze indeling omvat meer dan het onderscheid in rede en ratio.

Het wezen of het zijn, de essentie, van ‘esse’ = zijn is via het bewust-zijn te benaderen in ideële termen van bewustzijn. Het is immaterieel, gaat voorbij de zintuigen. In die zin is het transcendent of bovenzinnelijk. Benadering van het ‘wezen’ vraagt intersubjectieve, innerlijke waarnemingsmethoden. Het wezen kan niet door uiterlijke zintuiglijke waarneming worden waargenomen. Mijn artikel in nr 27 wijst op het belang van uitbreiding van onderzoeksmethoden naar innerlijke vormen van waarneming zoals intuïtie, meditatie en intellectuele aanschouwing. Misschien wordt daardoor duidelijker wat het wezen eigenlijk is.

“De eenzijdige rationaliteit van die werkelijkheidsopvatting,.. het gevestigde denken… maakt elke diepere analyse van wat er op dit ogenblik in de maatschappij gaande is, vrijwel onmogelijk. Daarvoor is nodig, dat weer op een realistische manier over het wezen van de dingen kan worden nagedacht… De Geert Grote Universiteit wil een vrijplaats zijn, waar met dit denken kan worden geëxperimenteerd, want er is nog veel te ontwikkelen,” aldus Buve (p 40).

Het metafysische ‘wezensinzicht’ zou kenmerkend voor de metafysische benadering. De metafysica richt zich volgens Buve op ‘het wezen van de dingen’. Dit heeft te maken met het wezen van het bewustzijn volgens de Duitse en Indiase idealistische filosofie, bijv. de identiteitsfilosofie van Schelling, en (kwantum)fysici, zoals Schrödinger, Eddington en Wigner.

Kruijtzer schrijft hierover in Appendix 1 (p 123, zie ook mijn eerdere artikelen hierover):

“In de kwantummechanische wereld spelen het beginsel van de superpositie en het beginsel van de verstrengeling… dezelfde rol als de ideeën van Plato. Het lijkt erop dat ons bewustzijn onderdeel is van een metafysisch bewustzijn… waartoe we slechts beperkt toegang hebben.”

Het is een bewustzijn dat ons te boven en te buiten gaat en in die zin transcendent is.

Stel dat een bovenindividueel bewustzijn een soort verenigend veld het ‘wezen’ of het integrerende grondveld van de werkelijkheid zou zijn. Dan zou het in principe mogelijk kunnen zijn om via dit bewustzijn een onderdeel van de werkelijkheid met de intuïtie in te voelen, in te zien of er zelfs één mee te worden op het non-lokale niveau van het bewustzijn, dat via dit veld met alles is verbonden en heel veel informatie zou bevatten. Intuïtie betekent letterlijk inzien of invoelen, innerlijk waarnemen. Dit strookt met het principes van non-lokaliteit, superpositie en verstrengeling die tot uiting komt in teleportatie. Volgens Kruijtzer (p 123) vormen deze “het onvoorstelbare wezen van kwantumsystemen”. Van daaruit zou wellicht intuïtief kennen en schouwen verhelderd kunnen worden, waar Plato naar refereert.

Het wezen is enkelvoud, evenals zijn, ‘esse’ in het Latijn en ‘sat’ in het Sanskriet. Het wezen van iets deelt in het wezen van het geheel, waar het in wezen één mee is. Zoals in een golf het wateroppervlak golft als een vibrerend veld. Zoals in een hologram (het beeld van)  het geheel aanwezig is in ieder deel, zo zouden wij leven in een holografisch universum. Een algemeen begrip of idee van iets is niet het wezen, maar een algemeen kenmerk, waardoor het wordt gekend door het bewustzijn, of dat eraan wordt toegekend.

Bij Plato vinden  de ideeën hun bron in de hoogste idee van het Goede, waaraan zij hun wezen en hun wezenlijke kwaliteiten ontlenen. Zoals alle wezens ontloken zijn in het licht van de zon, zo vinden alle ideeën hun oorsprong in het bewustzijn. Volgens Schrödinger in  Mind and Matter en volgens de Oepanishaden is het bewustzijn één geheel, dat zich reflecteert in ieder deel en individueel bewustzijn, zoals bij een hologram. Dichterlijk gezegd: “in ieder stukje van het bestaan, kijkt de scheppingsgrond ons aan” (naar het lentegedicht in Civis Mundi nr 24, over Schrödinger, zie Civis Mundi nr 26; over Plato in volgend artikel).

 

Inzicht in het ‘wezen’: zeven metafysische criteria voor ‘wezensdefinities’

Buve beperkt zich tot “zeven criteria voor wezensdefinities” (p 46-48, zie de bijlage aan het eind van dit artikel). Deze criteria worden niet geïntegreerd en uitgewerkt in een soort wetenschappelijke benadering of methode, zoals bij de fenomenologie of de identiteitsfilosofie van Schelling.

De belangrijkste criteria zijn: 1. onvoorstelbaar en 2. contradictoir met een beschrijfbare empirische aanduiding, 3. absoluut (letterlijk los gemaakt van het tastbare, waarneembare), 4. maar wel overdraagbaar in woordtaal en 5.intuïtief in te zien, ‘evidence (based)’ op basis van intuïtief inzicht en evidentie. Omdat ze een ideeële, niet zintuiglijke en transcendente realiteit betreffen, is een andere benadering nodig dan bij de empirische wetenschap, zie Plato in sectie 2.

De vraag is hoe iets te definiëren is dat onvoorstelbaar, absoluut en transcendent is. Gaat dat niet alle intellectuele begrip(pen) te  buiten en te boven? Bij Plato is een idee als het wezen van iets niet onmanifest en volkomen absoluut. In moderne fysische termen kan het worden opgevat als een subtiele nonlokale realiteit, die mogelijk te definiëren en te benaderen is, zoals Kruijtzer eerder aanduidde.

Buve voegt eraan toe dat “het geven van een wetenschappelijk verdedigbare wezensdefinitie verre van eenvoudig is”. Wat dit betreft is nog veel uit te werken en is de bedoeling nog niet duidelijk.

Contradictoire, onvoorstelbare, logisch absurde, maar intuïtief te volgen begrippen in de kwantumfysica, die ov er l,ijkt te  gaan in metafysica, komen in de buurt van deze criteria. Een beroemd voorbeeld is de kat van Schrödinger, die tegelijk levend en dood kan zijn in zijn gedachtenexperiment. De kat is een metafoor voor een deeltje dat op twee plaatsen is of kan zijn. Contradicties in de filosofie van Aristoteles, die in sectie 2 aan de orde komen, hebben hiermee te maken.

De ‘wezensschouwing’ in de fenomenologie van Edmund Husserl en Max Scheler, die aansluit bij Plato, zou interessant zijn om de visie van Buve toe te lichten en mee te vergelijken. In Fenomenologie en empirische menskunde geeft Strasser een tweezijdige wetenschappelijke benadering, die interessant kan zijn voor de tweeledige waarheid. Dit valt echter buiten het bestek van dit artikel.

 

Ethische en medische consequenties in het licht van de tweezijdige waarheid

Wat betreft de ethische consequenties schrijft Buve (p 48) “de dubbele waarheid geeft aan de normen hun oorspronkelijke absolute karakter terug”. Dit stemt overeen met de visie van Plato en Scheler. Bij hen geldt dit echter voor waarden. Normen zijn volgens de sociologie concrete en specifieke gedragsregels: wat wel en niet mag of hoort. Waarden zijn algemene principes zoals vrijheid, gelijkheid, vriendschap, enz., warop normen berusten. Normen kunnen ook een absoluut karakter hebben zoals de tien geboden.

Op normverval, verwatering van het oorspronkelijke normbegrip en op het nihilisme biedt de dubbele waarheid biedt een antwoord. “Absolute norm is alleen mogelijk op basis van… inzicht in het absolute wezen van iets.” (p 49) Met andere woorden een metafysische waarheid of werkelijkheid, die uit onze doel-rationale cultuur lijkt verdwenen.

Ethische beginselen die Buve onderbouwt met de veritas duplex zijn democratie, tolerantie en vrijheid (van kiezen, van meningsuiting en godsdienst), die door democratie begrensd wordt. Democratie berust op de (absolute) principes van keuze-vrijheid en tolerantie, die verder gaan dan de pragmatische ratio.

Buve wijst hierbij op de onredelijke intolerantie van de reguliere medische wetenschap ten opzichte van alternatieve geneeskunst, omdat deze niet rationeel zou zijn. Deze intolerantie is in strijd met democratie en keuzevrijheid.

Dit geldt ook voor belangenverstrengeling tussen de medische wetenschap, overheid en farmaceutische industrie, waardoor “maatschappelijke correctiemogelijkheden niet functioneren en noodzakelijke veranderingsprocessen onvoldoende kans krijgen,” aldus Aakster, Medische sociologie (p 211).

De intolerantie berust “op de eis dat ook alternatieve en complementaire geneesmethoden moeten voldoen aan de experimentele vorm van bewijsvoering… Gaandeweg is echter nogal wat kritiek geformuleerd op de eenzijdige eis” (p 213).

Deze eis berust op een eenzijdig paradigma of werkelijkheidsopvatting, die gecomplementeerd kan en dient te worden door een alternatief paradigma te respecteren en daarmee het democratische beginsel van de keuzevrijheid.

Wat geldt voor de medische wetenschap, geldt in principe voor de hele wetenschap, die verstrengeld is met financierende instanties. Bovendien kan monopolisering van de ene wetenschappelijke waarheid zonder rivaliserende paradigma’s kan uitgroeien tot een dogmatische kerk van de ratio, zoals Dessaur in De droom der rede laat zien, zie mijn artikel in nr. 25. Volgens Buve (p 59) kan dit leiden tot een heksenjacht op alternatieve vormen van geneeskunde. De veritas duplex ondersteunt een democratische, tolerante en pluriforme, complementaire wetenschaps- en gezondheidsbenadering, waar ook Trudy Dehue voor pleit in Betere mensen. Gezondheid als keuze en koopwaar.

 

 

Neuropsychologie                2014 10 14

                                         Bij diploma uitreiking psychologie

Het wezen is verdwenen

Wat is overgebleven

zijn genen en neuronen’

die tot leven komen

op mysterieuze wijze

die niet is te bewijzen

 

De zon lijkt nu verdwenen

die eeuwen heeft geschenen

De transcendente werkelijkheid

verdween in de vergetelheid

 

Men implanteert nu chips en genen

Eerbied voor het leven lijkt verdwenen*                  *De ethiek van Albert Schweitzer

Men creëert nu nieuwe wezens

Meent zo ziekten te genezen

Zieke genen kan men transmuteren

en gezonde cellen genereren

 

Maar we weten slechts een deel

Zien niet het grotere geheel

Of het effect op langere termijn

helend en gezond zal zijn

 

De tweezijdige waarheid en diverse kennisgebieden

Buve vervolgt de aanvulling en het belang van de veritas duplex voor diverse kennisgebieden.  Hij beperkt zich tot de volgende gebieden en gaat niet in op de biologie en andere wetenschappen.

  • De theologie, waar deze in strijd was met (andere) wetenschappen, kan weer een wetenschappelijke basis krijgen als metafysica en reguliere wetenschap worden geïntegreerd als complementaire wetenschapsvisies. Dit geldt ook voor God of het absolute godsbeginsel in ruimere zin, omdat de werkelijkheid ruimer is dan de fysische of de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid en ook intuïtief toegankelijk is. Buve gaat niet in op Oosterse en andere religies, die verwant zijn met Plato.
  • De rechtswetenschap dient volgens Buve weer aan te sluiten bij het voor-juridische beginsel van de rechtvaardigheid, zoals het door ‘gezond verstand’ wordt ervaren, als tegenbeweging voor de toenemende bureaucratie van steeds meer (rechts)regels.
  • Voor de economie bepleit hij onder meer morele standaarden, onder meer bij winstmaximalisatie en topinkomens, die te onderbouwen zijn met de veritas duplex.
  • Bij de geschiedwetenschap pleit hij voor een verhalende en metafysische geschiedschrijving van bijv. Huizinga, die ‘betekenissamenhangen’ in de zin van Max Weber onthult en zich niet (alleen) richt op causale verbanden. De historisch-sociologische studies van Elias en Goudsblom tonen verwantschap met die van Huizinga en Weber, zie Goudsblom, De sociologie van Norbert Elias.
  • Bij de psychologie heeft Buve reeds gewezen op de psychoanalyse en de dieptepsychologie van Freud, Jung en anderen, die niet goed passen in de mainstream psychologie. De humanistische psychologie van Maslow, Fromm en anderen kan hieraan worden toegevoegd. De psychologie zoekt nu aansluiting bij de neurowetenschap en de genetica, niet bij de metafysica.

 

Emile Durkheim 1858-1917    Max Weber 1864-1920                    Karl Mannheim 1893-1947     Pitirim Sorokin 1879-1968

  • Voor de sociologie wijst Buve op de verstehende sociologie van Max Weber die affiniteit toont met de fenomenologie. Weber wil de idiografische methode (beschrijven van het eigene, het wezen) van de cultuurwetenschappen te combineren met de nomothetische (wetten-stellende) methode van de natuurwetenschappen, in het voetspoor van de wetenschapsfilosofen Dilthey, Rickert en Windelband.

Weber definieert sociologie als “wetenschap die sociaal handelen interpreterend (deutend) wil begrijpen (verstehen) en daardoor het verloop en de werkingen oorzakelijk wil verklaren”. Dus een soort complementaire oorzakelijke en ‘verstehende’ benadering vanuit de betekenis die mensen aan hun handelen geven en de gevolgen die dat heeft.

 

Complementaire sociologische visies

Een complementaire wetenschapsvisie die aanknopingspunten heeft met de veritas duplex, vinden we bij sociologen als Durkheim, Simmel, Mannheim, Scheler, Sorokin, Elias, Goudsblom en anderen, zoals het fenomenologisch georiënteerde symbolisch interactionisme van Berger en Luckmann, dat aansluit bij de sociale psychologie van George Herbert Mead in Mind, Self and Society. Bij de Frankfurter Schule van Horkheimer, Adorno, Habermas en anderen staan rationaliteit en repercussies ervan cruciaal, zoals bij Buve, zie onder meer Jacob Klapwijk, Dialektiek der verlichting: de omkering van de rationalisme. Deze sociologen raken het ideële gebied van de metafysische filosofie, religie, of het (onder)bewustzijn.

Het werk van Sorokin gaat uit van twee (metafysische) werkelijkheidsopvattingen, ideëel en zintuigelijk gericht, als uitgangspunt die de hele cultuur en samenleving doordringen, zoals de twee vormen van rationaliteit, rede en ratio, die Buve onderscheidt. Het werk van Sorokin is verwant met dat van Weber en anderen die als uitgangspunt kunnen dienen voor een meer uitgewerkte geïntegreerde sociale wetenschap, die reikt naar de tweevoudige waarheid. Als voorbeeld een citaat van Max Weber uit zijn Gesammelte Aufsätze zur Wissenschaftslehre inJ Thurlings Max Weber een keuze uit zijn werk (p 80).

“Op het gebied van de empirische sociale cultuurwetenschappen kunnen we zinvolle kennis verwerven over wat voor ons in de oneindige rijkdom van het gebeuren wezenlijk is. Daarbij zijn we gebonden aan gezichtspunten die in laatste instantie georiënteerd zijn op waarde-ideeën. Deze kunnen empirisch geconstateerd worden,.. maar niet op grond van empirisch materiaal als algemeen geldig worden beschouwd. De ‘objectiviteit’ van sociaalwetenschappelijke kennis is eerder een kwestie van instelling…

Het bewijs dat deze waarde-ideeën algemene geldigheid zouden bezitten is empirisch onmogelijk. In een of andere vorm koesteren we allemaal wel geloof aan fundamentele hoogste waarde-ideeën, die supra-empirische geldigheid bezitten, en waarin de zin van ons bestaan verankerd ligt. Dit sluit verandering in gezichtspunten niet uit, die aan de empirische werkelijkheid betekenis verlenen. De werkelijkheid van het leven is irrationeel en onuitputtelijk in de mogelijkheden tot zingeving, zodat de concrete vorm van de waarde-gezichtspunten vloeiend blijft en ook in de duistere toekomst van de menselijke cultuur steeds aan verandering onderhevig zal zijn. Het door deze hoogste waarde-ideeën verspreide licht valt dus op een voortdurend wisselend en eindig aspect van de geweldige chaotische stroom van gebeurtenissen die voort golft in de tijd.”

Dit doet denken aan het licht van de ideeën van Plato, door wie Weber is beïnvloed. Hij probeert vanuit algemene niet-empirische waarde-ideeën licht te werpen op de empirische werkelijkheid. Volgens Buve (p 76) zou Weber het “wederzijds uitsluitende karakter van de Platoonse ideeënleer en de Aristotelische teleologie” niet vermelden, die Buve met de wetenschap verbindt. Het wederzijds uitsluitende karakter lijkt echter complementair te zijn, geeft Buve te verstaan in 3.3 “Veritas duplex als niet uitsluitend” (p 45). De dubbele waarheid lijkt beide werkelijkheidsvisies te willen omvatten en antithetisch te willen integreren. Dit wordt echter niet helemaal duidelijk.

Weber erkent echter dat wetenschap zingeving en de geldigheid van waardeoordelen uitsluit en dat dit een zaak is van religie of speculatieve beschouwing, zoals Buve (p 76) weergeeft in een citaat. Daarmee erkent Weber het beperkte en complementaire karakter van wetenschap, religie en filosofie. Zie ook mijn artikel in Civis Mundi nr 25, dat begint met Weber.

 

Actuele maatschappelijke thema’s en de tweezijdige waarheid

Het laatste hoofdstuk 5 betreft de veritas duplex en de volgende actuele thema’s.

 

  • Atheïsme: “Technische vooruitgang werd geleidelijk de eigenlijke religie, die als kerktorens wolkenkrabbers heeft…”.“’Door aan de ontwikkeling van de fysische werkelijkheid maximale kansen te geven, kan de mensheid op den duur haar welzijn realiseren’, was en is het intellectuele credo.”

Dit komt overeen met Sorokin. Complementaire metafysische kennis en waarden zijn nodig. Een mens leeft niet van brood en materie alleen. Voor zingeving zijn wij aangewezen op waarde-ideeën.

  • Skepticisme: Buve pleit voor “Openstaan voor alle waarheden”. Hij verwijst naar een boek van Klukhuhn. Skepis “verhindert niet overal vraagtekens bij te zetten…, maar de veritas duplex verhindert niet… overal uitroeptekens bij te zetten: er is iets absoluuts en het is overal in het wezen van de dingen, dat we kunnen verwoorden, ofschoon wij er ons niets bij kunnen voorstellen.”
  • De massa: “Vanaf de Grieken… heeft de democratie zich moeten indekken tegen de massa… die niet noodzakelijk de draagster is van redelijkheid… De massa heeft vaak wel de juiste intuïtie om de juiste mensen te kiezen.” Hitler en anderen laten zien dat dit niet altijd opgaat.

Uit studies blijkt dat democratie correleert met onderwijs en ontwikkeling, die ook verondersteld worden als voorwaarden voor het functioneren ervan. Democratische waarden als tolerantie en wederzijds respect dragen ook hiertoe bij. ‘Volksopvoeding’, bewustwording, ‘verlichting’ enz. hebben mede door het “burgerlijk beschavingsoffensief’’ democratie en algemeen welzijn dichterbij gebracht. Uiteindelijk berusten democratische waarden op waarde-ideëen, die Weber als boven rationeel aanduidde: de ideële kant van de tweezijdige waarheid.

  • Man, vrouw en seksualiteit . Wat dit betreft wijst Buve op de waarde gelijkwaardigheid, die niet hetzelfde is als gelijkheid, en op het wezen van de liefde. Bij Plato en in het Christendom gaat dit verder dan fysieke aantrekkingskracht, maar doelt het op de aantrekkingskracht van ‘het goede’ in de ander. Ook hier zien we een complementair verband tussen het fysieke en geestelijke.
  • De Islam. Buve wijst op de spanning tussen absolutistische overtuigingen en het respecteren van de vrijheid van anderen en van de democratie en wetten die daarin gelden. Universele principes voor diverse gemeenschappen zoals gelijkheid en vrijheid dienen principes van één geloofsgemeenschap te overstijgen als deze er strijdig mee zijn.
  • Nationalisme berust op het subjectieve nationale gevoel samen een natie of volk te vormen, aldus Weber. Bij een dubbele nationaliteit kan dit tegenstrijdigheden veroorzaken. Als etnische identificatie met een andere natie voorrang krijgt boven nationale identificatie met het land waar men woont, vermindert dit de nationale consensus. Dit geldt ook wanneer een land of de EU “weigert te erkennen dat de cultuur van de ontvangende samenleving de overhand zou moeten hebben. Boven de cultuur van de immigranten. (De Volkskrant 10.5.14)”. Dit gevoel kan men echter niet afdwingen, ogelijk wel bevorderen, Het inzicht in de tweezijdige waarheid kan ook de dubbele nationaliteit verhelderen.
  • Over diversiteit laat Buve laat zich kritisch uit, als deze metafysica en absoluutheid uitbant.

“Echte diversiteit strekt zich ook uit tot de mogelijkheid van absolute begrippen, die iets over het wezen van de dingen zeggen.”

De tweezijdige waarheid omvat als zodanig deze vorm van diversiteit in het uni-versum. De veelvuldigheid van de zintuiglijke werkelijkheid wordt voor alsnog hypothetisch verenigd in een verenigende basis, het ‘absolute’ dat in fysische termen door het verenigd veld wordt benaderd.

  • Europa. De diversiteit van naties met hun culturen en talen is karakteristiek voor de pluriforme identiteit van Europa. Maar er is ook een gemeenschappelijke eigen geschiedenis en een Grieks, Romeins, Germaans, Keltisch, Slavisch en Joods-Christelijk cultureel erfgoed.

Buve benadrukt democratie en Christendom als kenmerkend voor Europa.

  • Wetenschappelijk onderzoek. Buve wijst op de “ongelofelijke energie die er in wetenschappen vaak aan detailstudies werd gestoken, waarvan de bruikbaarheid… tot het onderzoek beperkt bleef.” Op grond daarvan wijst hij op noodzakelijke relativering van het rationalisme (van de wetenschap).

Het thema complementaire kennis en specialisatie is aan de orde gekomen in mijn artikel in Civis Mundi nr 25. Wetenschap dient te worden aangevuld met filosofische en religieuze kennis, zoals ook de theorie van de tweezijdige waarheid impliceert. Plato en Aristoteles waren generalisten.

Buve excelleert in kritisch analytisch redeneren. Wat betreft een meer intuïtieve ‘verstehende’ geïntegreerde visie als voorbeeld en voorwerk voor de veritas duplex, hebben Weber, Sorokin en vele anderen, maar vooral ook Aristoteles baanbrekend werk verricht.

Het is de vraag in hoeverre Aristoteles verantwoordelijk geacht kan worden voor de eenzijdig doorgeschoten wetenschap, omdat hij zou gelden als de meest invloedrijke grondlegger van de wetenschap. In de huidige vorm is deze echter ver van hem verwijderd. Niemand heeft zo geëxcelleerd in de integratie van kennisgebieden als Aristoteles. Meer dan wie ook heeft hij op Plato voortgebouwd. Op wetenschappelijk gebied overtreft hij Plato op vrijwel alle gebieden verre. Dit is een reden tot nadere verdieping in de filosofie van Plato en Aristoteles en de invloed van Plato op hem in het volgende artikel.

 

Besluit: maatschappelijke relevantie van geïntegreerde wetenschap en metafysica

Het boek gaat over metafysica met betrekking tot actuele maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen. Dat lijkt een verrassende combinatie. Als men nog weet wat metafysica is, wordt het vaak geassocieerd met zweverig, onwerkelijk, onaards. Buve toont de maatschappelijke relevantie en onmisbaarheid van metafysica en impliciet ook van religie. Hij sluit hiermee aan bij Plato, Aristoteles en het Christendom en vele filosofen en bij sociale wetenschappers. Het boek raakt een wezenlijke onderhuidse kwestie in onze cultuurgeschiedenis, die Buve actualiseert.

Dit vraagt vaak enig doordenken, filosofische en sociologische visie: het vermogen om uiteenlopende maatschappelijke actualiteiten in verband te brengen met het ‘wezen van de dingen’ en van onszelf en ons af te vragen wat dat is en waarom dat belangrijk is. De integrale metafysische visie gaat verder dan de sociologische visie van C Wright Mills, waarmee mijn artikelenserie in nr 25 begon en vult deze aan. Het heeft te maken met verval van geestelijke waarden en de consequenties. Om er enkele te noemen:

  • Winstmaximalisatie, ofwel winstbejag. Als deze niet gestuurd wordt door waarden, blijken er vaak geen scrupules te zijn om letterlijk over lijken te gaan.
  • Toenemende ongelijkheid en de zelfverrijking van leidinggevenden met top-inkomens, die in strijd zijn met democratische grondwaarden van onze samenleving en het principe van gerechtigheid en vaak met frauduleuze praktijken gepaard gaat.
  • Bedenkelijke oneerlijke concurrentie en het monopolie van de medische wetenschap, die verstrengeld is met de medische industrie en in strijd is met onze democratische keuzevrijheid.
  • Met Couwenberg wijst hij op de oppervlakkigheid waarmee mensen leven in een soort integrale crisis die zich uitstrekt op allerlei gebieden. Visieloos onderwijs en de ‘publicatiefabriek’ van de wetenschap geven geen adequaat antwoord en de pragmatische moraal heeft geen diepgang.

Dergelijke problemen kunnen niet pragmatisch worden opgelost vanuit instrumentele doel-rationaliteit, die de wortel niet raakt maar in stand houdt. Er is een fundamentele heroriëntering nodig op de uit het oog verloren onvoorstelbare metafysische werkelijkheid van waarheden en waarden, die een aanvullend complement biedt aan de wetenschap en onze aards gerichte oriëntatie. Deze oriëntatie wordt geboden door integratie van wetenschap, die de voorstelbare werkelijkheid benadert, met de onvoorstelbare metafysische dimensie in een tweeledige benadering van een meer omvattende waarheid.

Buve integreert maatschappelijke betrokkenheid met een ideeële metafysische gerichtheid. Hij laat zien dat dit een noodzakelijke combinatie is voor een wezenlijke oplossing van onze problemen. In de jaren zestig en ook daarvoor en daarna was er vaak een eenzijdige belangstelling voor één van beide: maatschappelijke hervorming of spiritualiteit, maar het gaat om de integratie. Hierbij is intuïtieve innerlijke waarneming, zoals bij Plato, een noodzakeijk complement bij rationele en empirische kennis.

 

Samenvatting en enkele conclusies- puntsgewijs overzicht van het artikel

  • De huidige probematiek op allelei gebieden en de ‘stapeling van crises’ heeft gemeenschappelijke wortels: een eenzijdige visie en het ontbreken van ideële waarden en waarheden
  • Er is een integrale visie en aanpak nodig, die zich uitstrekt tot het terrein van de metafysica
  • Het onderscheid in ratio en rede vraagt nuancering. Ze zijn te beschouwen als twee aspecten van ons intellectuele vermogen, nl. onderscheidend analytisch en integrerend of synthetisch’Het onderscheid in voorstelbaar en onvoorstelbaar is ongebruikelijk en lijkt meer gerelateerd aan verstand en intuïtie.
  • Intuïtie en schouwend bewustzijn en de ‘nous’, ziel of geest gaan verder dan het intellect
  • ‘Wezensdefinities’ vragen ook nadere nuancering en zijn intellectueel en rationeel moeilijk te geven
  • ‘Wezenschouwing’ in de fenomenologie, en filosofische richtingen zoals die van Plato, Aristoteles, Plotinus, Spinoza, Kant, het Duitse idealisme bij bijv. Schelling en de Indiase filosofie kunnen bijdragen tot nuancering en uitwerking
  • Het ‘wezen van de dingen’ is onvoorstelbaar en niet te vatten voor het intellect, eerder door intuïtief schouwen te benaderen, aldus Plato. Als de geest in de rede blijft steken wordt Plato niet begrepen
  • Intellectuele discussies hierover lijken op die van de sofisten met Socrates, die het eigenlijk niet wist en hebben wellicht meer te maken met ‘doxa’ of meningen dan met ‘epistemè’ of kennis en gnosis
  • Het ‘wezen van de dingen’ heeft te maken met het wezen van het bewustzijn, zoals fysici en filosofen aangeven

 

Bijlage: criteria voor metrafysische ’wezensdefinities’

  1. Omkeerbaar: “als het wezen van een stoel is, dat men erop kan zitten, dan zou alles waar open je kan gaan zitten ook een stoel zijn
  2. Contradictoir met elke beschrijfbare aanduiding dus definitie en beschrijving of voorstelling sluiten elkaar uit, dus ook
  3. Onvoorstelbaar en als gevolg daarvan logisch absurd
  4. Absoluut. “omdat zij de grens is tussen zijn en niet-zijn”
  5. Alleen door woordtaal overdraagbaar. Valt wiskundige taal daar ook onder? In principe en ten dele is wiskunde ook in woordtaal weer te geven. Taal, begrippen en ideeën gaan voorbij de realiteit van “de mainstream wetenschap” die direct of indirect berust op het zintuiglijke waarneembare.
  6. Toetsingscriteria voldoen niet “aan de eis van zintuiglijke waarneembaarheid zoals die in het ‘evidence based’  is neergelegd.”
  7. “‘Evidence’ (based) kan alleen intuïtief zijn, omdat ze op ‘inzien’ moet en niet op ‘zien’ kan berusten. Intuïtie en inzien wordt hier niet gedefinieerd.

 

Socrates, met opgeheven vinger,  door Jacques Louis David 1787

 

Een plek in het geheel                     2014 11 21 

 

Een meer op geest gerichte maatschappij

maakt meer mensen meer vervuld en vrij

zodat zij weer op eigen benen kunnen staan

in het centrum van hun eigen bestaan

 

Het inzicht in ons geestelijke wezen

kan een zieke maatschappij genezen

De afstemming op het grotere geheel*

geeft een gepaste plek aan ieder deel

 

Wanneer de onderdelen voortbewegen

zonder een verband met het geheel

kunnen deze onderling obstructie plegen

Gebeurt dat al niet veel te veel?

 

Zo doet een systeem zichzelf teniet

als niemand het geheel meer ziet

Het woekert allemaal door elkaar

Te weinig zorg meer voor elkaar

 

Is iets of iemand niet meer productief

dan wordt dat gauw gezien als ongerief

Als consument en producent

wordt een mens vooral gekend

 

Daarvoor komen mensen hier op aarde

Productie en consumptie zijn de waarden

die aan het maatschappelijk leven

nu richting en bestemming geven

 

Waar is de diepere zin gebleven

waar wij eigenlijk voor leven?

Wat is de wezenlijke waarde

van ons leven hier op aarde?

 

Ons verstand ziet alom onderscheid

Toch zijn wij de eenheid nog niet kwijt

die gaat voorbij de aardse ruimtetijd

en  ook voorbij verscheidenheid

 

Het is de bron van de waarden

die zin aan het leven geven op aarde

De hoogste idee van  het Goede, het Ene

lijkt te lang uit ons leven verdwenen

 

Bewuste verbinding is te loor geraakt

Het leven is gefragmenteerd gemaakt

Dit vraagt verbinding met het Ene zijn

Een veld van ongedeeld bewustzijn

Waarin wij leven, bewegen en zijn*                          * Handelingen van de apostelen 17,28

 

*”De totale samenhang van al het zijnde is uitsluitend thema van de filosofie… Deze trek naar het geheel en het alomvattende onderscheidt filosofie van de wetenschappen. .. Aan de filosofie is het streven eigen de afzonderlijke verschijnselen van het leven in een groot allesomvattend geheel onder te brengen, een gemenschappelijke zin erin te ontdekken, en ook de resultaten van wetenschappen in een synthese tot een omlijnd wereldbeeld, een wereldbeschouwing samen te voegen… Deze trek naar het geheel deelty de filosofie met name met de religie en de kunst. Beide richten zich op de tota;liteit van het Zijn. .. Filosofie kan overgaan in godsdienstig schouwen. Feitelijk zijn reliigie en filosofie gedurende lange tijdperken in hun geschiedenis onafscheidelijk samengeweven geweest… Van de oude Indiërs bijvoorbeeld zijn ons grote religieus-wijsgereige geschriften overgeleverd.”

H.J. Störig, Geschiedenis van de filosofie,  p 24-25

 

 Plato

 

Intuïtief schouwen van de kosmische orde*                        2014 05 03

 

Veel van geleerden en wijzen hebben beweerd

dat de mens in een kosmische orde existeert

waarop een levend wezen zich afstemmen kan

We zijn er deelgenoot of participator* van                          

 

De zintuigen zien de wetten aan het werk

Het menselijke intellect maakt zich sterk

de rationele orde te begrijpen en te verklaren

maar kan het kosmisch intellect niet evenaren*

 

Intuïtie is een meer verfijnd subtiel vermogen

dan menselijk verstand en menselijke ogen

Een ‘innerlijk zintuig’ waarmee wij inzien

wat ons verstand noch onze ogen zien

 

In ons woont een wonderlijk vermogen

om in te zien: te zien maar zonder ogen

Zieners hebben dit schouwen genoemd

Zij hebben dit weten hogelijk geroemd

 

Als een innerlijk weten door vereniging

met een eenheidsveld, niet met een ding

Kenner en gekende zijn in de kern hetzelfde

verenigde veld van verschillende velden*

 

De wereld is objectief, bewustzijn subjectief:

twee zijden van hetzelfde diepteperspectief

Als wij weer als zieners leerden schouwen

het intuïtieve weten konden vertrouwen

 

Wat mensen op grond van intuïtie beweren

konden verifiëren, falsificeren en repliceren

dan zou dat een basis zijn voor wetenschap

niet alleen voor kunst en dichterschap

 

In de moderne wetenschap is heuristiek:

het vermogen tot vinden niet excentriek

Het speelt een belangrijke rol bij hypothesen

zoals door velen is aangetoond en bewezen*

 

Het intuïtieve inzicht gaat vooraf aan het rationele

dat wordt gecamoufleerd gerapporteerd bij velen

Zij doen zich rationeel en intellectueel voor

maar krijgen veel van wat zij vinden via intuïtie door

 

*De verbinding (dat isn de letterlijke betekenis van re-ligie) met de kosmische orde is de essentie van religie, aldus Mircea Eliade en Peter Berger, in The Sacred Canopy. Deze kosmische orde heeft ook te maken de ideeën(wereld) van Plato, als ordenend(e) beginsel(en).

*Term van Niels Bohr in W Heisenberg, Physics and Beyond, p 247

*Albert Einstein: Het kosmische religieuze gevoel is het sterkste motief voor wetenschappelijk onderzoek… een diepe overtuiging van de rationaliteit van het universum en een hunkering om een zwakke reflectie te begrijpen van de geest die zich in de wereld onthult… en neemt de vorm aan van een bevlogen verwondering over de harmonie van de natuurwetten, die een intelligentie openbaren van zo’n superioriteit, dat al het systematische denken en handelen van mensen een uitgesproken onbeduidende reflectie is.” Ideas and Opinions over Science and Religion, p 49-50, 55. Hij refereert ook naar Spinoza.

*Einstein en andere fysici deden  tientallen jaren onderzoek naar dit veronderstelde verenigde veld. Zie ook Heisenberg, p 233

*Zie o.m. P A Sorokin, Bohr, Heisenberg, zie boven, p 38, C A van Peursen, De opbouw van de wetenschap, p 132: “De heuristiek is de leer van het vinden van wegen om tot een wetenschappelijke aanpak te komen. Als zodanig gaat heuristiek aan de wetenschap vooraf.”

Beroemd is de uitroep van Archimedes, toen hij de wet van Archimedes ontdekte terwijl hij in bad zat: “[H]eureka! Ik heb het gevonden!

*Einstein had zijn intuïtieve gevoel voor natuurkunde te danken aan zijn superieure intellecten, dit maakte flitsen van inzicht mogelijk die zouden leiden tot de relativiteitstheorie…[volgens Max Born] de meest verbazingwekkende combinatie van filosofische diepgang, natuurkundige intuïtie en wiskundig vernuft. L Motz en J H Weaver, Geschiedenis van de natuurkunde, p 323, 293, 290.