In Kort Bestek: Invloed liberale denktank op praktische politiek beperkt

Civis Mundi Digitaal #33

Het Nederlandse liberalisme wordt niet zelden vereenzelvigd met de VVD. Dat doet ook de productieve en flink aan de weg timmerende schrijver Arnon Grunberg. Zo stelde hij onlangs terloops dat het Nederlandse liberalisme arm is aan ideeën, terwijl hij de VVD bedoelde. En dat is nog een eufemisme, voegde hij daaraan toe. Het intellectuele gehalte van die partij slaat hij kennelijk niet hoog aan. Gemakshalve gaat hij daarbij wel voorbij aan de Teldersstichting, die kan bogen op een indrukwekkende lijst van veelal goed doordachte publicaties, die deze stichting sinds haar oprichting in 1954 publiceerde. Zij presenteert zich ook als de liberale think tank van Nederland, als zodanig ten dienste staande van het liberalisme in het algemeen, maar tevens fungerend als het wetenschappelijk bureau van de VVD. Nadere informatie hierover vinden we uitgebreid in het fraai uitgegeven jubileumboek dat verscheen bij de viering van het 50-jarig bestaan van deze denktank onder de Latijnse titel: Aurea Libertas (Gouden Vrijheid).

 

Benign neglect

In het Ten Geleide van dat boek wordt gesproken van een wetenschappelijk instituut op vrijzinnige grondslag, in de eerste bijdrage door Patrick van Schie nader toegelicht. De vrijzinnige grondslag van die beginselen is later vervangen door liberale beginselen. Waarom dat is gebeurd, wordt niet uitgelegd. De Teldersstichting wordt in die bijdrage ook opgevoerd als een Nederlandse variant van het internationaal ingeburgerde fenomeen think tank. Een relevante vraag in dit verband is wat de invloed van die stichting is geweest op de liberale politiek. In het voorwoord van juist genoemd jubileumboek wordt gesteld dat de invloed van die stichting op de ontwikkeling van het liberale gedachtegoed in Nederland tamelijk beperkt is geweest. Daarbij wordt herinnerd aan een bekend citaat van de grote econoom Keynes, te weten dat politici in de praktijk teren op de economische theorie uit hun studiejaren. De scepsis van liberalen in zake de bijdrage van de wetenschap aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken wordt in dat voorwoord gesteld als een verklaring voor de beperkte aandacht (benign neglect, staat er letterlijk) die de stichting nogal eens ten deel is gevallen van de zijde van politici in de praktijk.

Hoe valt die scepsis van liberalen te verklaren? Het lijkt me dat vooral de pragmatische aard van onze liberale burgercultuur met de Hollandse koopmanstraditie op de achtergrond daar debet aan is. Die pragmatische oriëntatie kenmerkt trouwens ook het Nederlandse staatsrecht dat sinds 1848 primair op de liberale staatstheorie gebaseerd is. Die toont een soortgelijke theoretische zwakte als de Nederlandse liberale politiek, zoals in dit nummer onder thema 6.2 nader wordt toegelicht.

 

SWC