Electorale praktijk versus democratisch mensbeeld

Civis Mundi Digitaal #35

door Wim Couwenberg

Primaat emoties als uitvloeisel van het algemeen kiesrecht

In de media wordt de PvdA herhaaldelijk verweten dat zij te veel politiek bedrijft vanuit een rationele benadering van de kiezers. Het electorale proces wordt echter, zo werd onlangs nog eens benadrukt aan de hand van een nieuwe Amerikaanse publicatie, veel meer bepaald door emotionele factoren. Het is merkwaardig dat dat opnieuw zo nadrukkelijk gesteld moest worden. Het irrationele karakter van het democratische proces is immers al een heel oud verhaal in de relevante literatuur hierover.

Aan de theorie van de liberale democratie ligt wel het beeld van de autonome en rationeel denkende en handelende mens ten grondslag, die bij verkiezingen op grond van een vergelijking van partijprogram­ma’s en de kwaliteiten van het gevoerde beleid tot een rationele keuze komt. Het is een mensbeeld dat de politieke tegenhanger is van de homo economicus van de klassiek-liberale theorie van de economie. Dit op de Verlichtings­filosofie gebaseerde mensbeeld staat al sinds lang ter discus­sie, vooral na invoering van het algemeen kiesrecht. Het was Max Weber die in 1918 in een veel geciteerde rede voor studenten die later gepubliceerd is onder de titel Politik als Beruf (1926/1964) er al op gewezen heeft dat de politie­ke strijd veel demagogischer zou worden na die invoering, gegeven het feit dat de doorsnee-mens veel meer door een appèl op emoties te beïn­vloeden is dan door rationele argumenten. Op grond hiervan pleitte Weber dan ook voor een plebiscitaire ’Führerdemokratie’ (p. 28).

 

Fortuynrevolte

De scherpste kritiek op het democratische mensbeeld is geleverd door theoretici en aanhangers van het moderne autoritarisme, dat in het interbel­lum gestalte krijgt in verschillende typen van fascistisch bewind. Onder die aanhangers bevonden zich behalve allerlei gefrustreerde lieden, politieke gelukzoekers en strebers ook tal van serieuze intellec­tuelen en auteurs die in democratie een onmogelijke regeringsvorm zagen, omdat zij veel te hoge eisen stelt aan de doorsnee mens. Na de ineenstor­ting van het fascisme in Europa leeft die twijfel aan dat democratische mensbeeld voort[1]. Tijdens de Fortuyn-revolte trad die twijfel aan het politieke oordeelsvermogen van de gemiddelde burger weer manifest aan de oppervlakte. De populariteit van Fortuyn legt een gevaarlijke zwakte van onze democratie bloot, waarschuwde de socioloog J.A.A. van Doorn. Hij verbaasde zich met veel Fortuincritici erover dat zoveel mensen niet in de gaten hadden dat Fortuyn een charlatan was. Het algemeen kiesrecht is een serieuze risicofactor geworden, aldus deze socioloog[2]. Het dédain jegens de achterban van Fortuyn uitte zich op velerlei wijze, onder andere door die aanhang te diskwalificeren als het klootjesvolk in de zin van de provo’s van de jaren ‘60[3] Dat dédain ging zover dat in die dagen zelfs een lans gebroken werd voor de afschaffing van algemeen kiesrecht.[4].

 

Schumpeter

Ook Schumpeter[5] ontmaskert de mythe van de rationele staatsbur­ger. Evenals Weber had hij weinig vertrouwen in het rationele karakter van het democrati­sche proces. De doorsnee-mens reageert in de politiek veel meer emotioneel dan rationeel. Dit inzicht in het weinig rationele karakter van het democrati­sche proces is ook een van de uitgangspunten van zijn kritiek op de klassieke democratietheorie van Rousseau en van de theorie van democratisch gefundeerde eliteheerschappij, die hij daar als alternatief tegenover stelt. De elitegedachte van de burgerlijke elite-theorieën van Pareto, Mosca, Michels e.a. waarin volkssoevereiniteit slechts een juridische fictie is ter verhulling van de politieke realiteit van elitaire machtsvorming en- uitoefening, tracht hij daarin te verzoenen met de democra­tische theorie. Zoals uit een biografie over hem is geble­ken, koesterde Schumpeter zelf privé overigens sterke extreem-rechtse sympathieën en had hij uit dien hoofde veel sympathie voor Nazi-Duitsland. Ook na de oorlog heeft hij die sympathie niet verloochend en relativeerde hij de holocaust als een onderdeel van de Duitse oorlogsinspan­ning.[6]

 

Massapsychologie

In tal van andere publicaties is met een beroep op de inzichten van de massapsychologie eveneens gewezen op het sterk irrationele karakter van het democratische proces. Dit is naar mijn indruk mede de reden geweest waarom in Nederland zolang de politieke lijdelijkheid van kiezers gecultiveerd is.[7] De politieke elite had weinig vertrouwen in het oordeelsvermogen van kiezers.[8] In hun strijd om de kiezersgunst, zo valt in de literatuur hierover veelvuldig te beluisteren, appelleren politici veel meer op het gevoel dan op het verstand en spelen zij doelbewust in op de lagere instincten, het egoïsme, de afgunst en de ijdelheid van de kiezersmassa. In de verkiezingsstrijd gaat het er derhalve niet zozeer om wie de kiezersmassa weet te overtuigen, zoals de theorie van de democratie veronderstelt, maar wie die massa het best weet te manipuleren. Marketingtechnieken spelen daarbij een steeds grotere rol evenals de groeiende invloed van televisie op het democratische proces. Vandaar dat politici hun kracht niet zoeken in rationele betogen en inhoudelijke argumenten, maar in een aansprekende presentatie en makkelijk in het gehoor liggende slogans en verhullende metaforen. Met het kleiner worden van ideologische en beleidsinhoudelijke verschillen wordt de politieke beeldvorming van partijen en politici ook steeds meer een beslissende factor.[9]

 

Wijsheid van de massa

In de sociale wetenschappen is er wel een reactie gekomen op de oude massapsychologische verklaringen van collectief gedrag. In aansluiting op de economische theorie van politieke besluitvorming en het moderne individualiseringsproces gaat men bij die verklaring niet zozeer uit van een irrationeel reagerende massa, maar van individuen die niet opgaan in de massa, maar hun eigen rationeel doordachte keuzes maken. De driftmatige en emotionele kanten van menselijk gedrag laat men zodoende teveel buiten beschouwing hoewel die vooral in politieke kwesties en conflicten vaak de boventoon voeren.

In verband met deze kwestie is enkele jaren geleden een intrigerend boek gepubliceerd over de wijsheid van de massa.[10] Aan de hand van een reeks van voorbeelden meent de auteur te kunnen aantonen dat de massa bij veel beslissingen tot een beter oordeel komt dan de expert. Hij refereert daarbij in het bijzonder aan internet als nieuw medium dat een doorbraak betekent in de democratisering van informatie en kennis en de massa een eigen stem geeft die benut dient te worden bij besluitvorming.[11] Voor dit beroep op de wijsheid van de massa stelt hij wel een aantal voorwaarden. De belangrijkste is dat de massa redelijk geïnformeerd en gemotiveerd dient te zijn en alle vrijheid heeft tot zelfstandige oordeelsvorming. Dat is inderdaad de cruciale opgave waar het bij directe democratie om gaat. Het is een permanente opgave voor een effectief functionerende democratie. In het licht van deze problematiek is in ons tijdschrift al vanaf de jaren ’60 consequent gepleit voor democratische burgerschapsvorming.[12]

In lijn met dit beroep op de wijsheid van de massa ligt ook een recent fenomeen als crowdsourcing, het uitbesteden van de productie van nieuwe ideeën en probleemoplossingen aan de massa via internet. Veel beschikbare kennis en aanwezig talent onder de massa blijven namelijk onbenut en worden op die manier aangeboord en productief gemaakt.[13]



[1]Zie bv. B. Delfgaauw, Democratie,Branding, jrg. 1 2 1959

[2] Zie J.A.A. van Doorn, Waarom niet gewoon ons parlement afschaffen?, Trouw, 5 april 2002

[3] Zie nader S.W. Couwenberg Opstand der burgers, 2004, p. 64

[4] Zie P. Fentrop, Osmose, Stichting Maatschappije en Onderneming 1, 2002

[5] J.A. Schumpeter, Capitalism, Socialism and Democracy, ed. 1954, pp. 261-264

[6] Zie voor een bespreking van die biografie S.W. Couwenberg, De extreem-rechtse sympathieën van J.A. Schumpeter, Civis Mundi, 3/4, 1992

[7] Zie H. Daalder, Leiding en lijdelijkheid in de Nederlandse politiek. Oratie Leiden, 1965.

[8] De massa is nu eenmaal niet tot wikken en wegen in staat, zo werd in KVP-kringen in de jaren ’50 geoordeeld. Zie J.A. Bornewasser, KVP 1945-1980. Band I, 1995. p. 327.

[9] Zie wat Nederland betreft bijvoorbeeld M. Kramer e.a. (red.), Politieke marketing: winst of verlies?, 1997; en K. Brandts en Ph. Van Praag jr. (red.), Verkoop van de politiek, 1997

[10] Zie J. Surowiecki, The Wisdom of the Crowds, 2006

[11] Voor een kritisch tegengeluid op dit punt zie A. Keen, The @ Cultuur. Hoe internet onze beschaving ondermijnt, 2008. Keen vreest namelijk als gevolg hiervan een ondermijning van de positie van experts in het besluitvormingsproces.

[12] Onlangs opnieuw in het Civis Mundi jaarboek 2012, getiteld Wereldgebeuren sinds de jaren ’60, pp. 95-96.

[13] Zie J. Howe, Crowdsourcing, 2008