Afscheidsrede Paul van Tongeren: Dankbaarheid als levenshouding

Civis Mundi Digitaal #35

door Sid Lukkassen

“Paul van Tongeren is je ideale vader – je kunt je zo heerlijk tegen hem afzetten.” Met deze hilarische quote sloot Marcel Becker de afscheidsrede van professor Paul van Tongeren. De professor is een bekend ethicus die lange tijd aan de Radboud Universiteit verbonden was en op vrijdag 11 december in de Nijmeegse Stevenskerk zijn afscheidsrede hield. De afscheidsrede was goed bezocht: de ruime kerkzaal zat zo goed als vol. Van Tongeren sprak zijn dank uit aan alle collega’s, familieleden en studenten die hem tot de leraar hadden gemaakt die hij uiteindelijk was. Precies dit was het gespreksonderwerp: dankbaarheid.

 

Hij opende de rede met het voorbeeld van geboortekaartjes. Zijn ouders waren vroeger “dankbaar dat ze van God een kind mochten ontvangen”, zo stond op een kaartje te lezen. Vandaag staat er alleen nog maar “geboren:” plus een naam en tijdstip. Het geloof in een persoonlijke God maakte het voor zijn ouders mogelijk om dankbaar te zijn voor iets dat ze zelf maakten. Ook haalde hij het voorbeeld van een hersenwetenschapper aan. “Het brein laat zien dat het universum zo verfijnd en complex in elkaar steekt… Dat is wonderlijk… Nee, ‘dankbaarheid’ zou daarvoor een raar woord zijn…” aldus een breinspecialist op televisie.

 

In de huidige situatie voelt dankbaarheid onwaarachtig, aldus Van Tongeren; wanneer we dankbaarheid voelen dan kunnen we daarin niet oprecht geloven. Hoe is dankbaarheid problematisch geworden?

 

Hier ging hij in op de anamnese: zoals een historicus een palimpsest afkrabt om de eerdere tekstlagen zicht- en tastbaar te maken, zo moet de filosofie volgens Van Tongeren voorheenbestaande duidingen van een begrip weer zichtbaar maken. Zo bevrijdt de filosofie de werkelijkheid van een gangbaar begrip van die werkelijkheid, en ontsluit aldus nieuwe ‘ingangen’ tot de werkelijkheid: nieuwe denkramen.

 

Deze historische excursie voerde hem al gauw tot Friedrich Nietzsche (1844 – 1900). Als je een gift ontvangt dan geef je een groter geschenk terug om wraak te nemen, aldus Nietzsche. Overigens schreef Machiavelli al in De heerser (1532): “Wraak word sneller vergolden dan een bewezen dienst, omdat men wraakneming als een winst beleeft, terwijl dankbaarheid als een plicht wordt ervaren.” Inmiddels zou een fase van nihilisme aanbreken waarin we ofwel onszelf afschaffen, ofwel onze idealen, omdat we weten dat dit ‘constructies’ zijn waarin we niet oprecht kunnen geloven. Dit maakt de mens tot een triest dier. Immers, uiteindelijk kúnnen we niet zonder idealen. Het leidt al met al tot een ironische levenshouding, die zich niet goed met dankbaarheid verdraagt.[1]

 

Op dit vlak leek Paul van Tongeren echter buiten de “massamens” te rekenen. Want precies de Spaanse filosoof Ortega y Gasset (1883 – 1955) maakte duidelijk dat de massamens “existentieel ondankbaar is” – existentiële ondankbaarheid is daarom kenmerkend voor het tijdvlak van de kosmopolitische metropool en het massaconsumentisme. “Massamens” slaat op het menstype dat een zeker naïef techniek-optimisme kent: de huidige tijd is beter en wetenschappelijker dan eerdere tijden – daarom is hij niet bereid om de lessen uit eerdere tijden serieus te nemen. Hij of zij is niet bereid om een dialoog over de tijd te voeren, om naar stemmen te luisteren uit het verleden. De massamens is klein omdat hij niet op de schouders van reuzen staat: welvaart wordt als vanzelfsprekend beleefd en men meent daar ‘recht’ op te hebben. Het leven van de massamens is makkelijk en aangenaam en in diens beleving hoort dat zo te zijn. Tegenover de massamens stelt Ortega y Gasset de excellente en selecte mens, die zichzelf voortdurend hogere uitdagingen voorlegt, en anders niet met zichzelf tevreden is. Het doet denken aan wat Oswald Spengler als de “faustische ziel van Europa” omschreef: a spirit of restless striving.

 

Maar zo ver ging Van Tongeren niet. Wél ging hij in op het christendom, mijns inziens nog belangrijker dan Nietzsche. Want het christelijke schuldbesef is anders dan de ongedwongen vrijgevigheid van de Antieke polis. Dit schuldbesef betekent dat mensen zich door giften afhankelijk gemaakt voelen en daarom teruggeven. Maar tussen het geven en het teruggeven zit het moment van ontvangen. Daarom moet God de gelovige niet verplichten tot dankbaarheid, nee, de gelovige moet God vinden in zijn dankbaarheid. “Dankbaarheid is de handeling die ons opneemt binnen een groter verband waarbinnen de werkelijkheid een geschenk is.”

 

De dankbaarheid als deugd laat ons het geluk doorgeven en uitstralen – een deugd is een karakterhouding waarin een zekere natuurlijke aanleg tot perfectie is gebracht. De professor benadrukte dit middels het kunstwerk ‘de drie gratiën’ (1504-5).[2] Daarin houden drie vrouwen appels vast die volgens hem de kracht van de eeuwigheid zouden verbeelden. Wederkerigheid is anders dan dankbaarheid, want wederkerigheid stopt na enkele uitwisselingen. Naar analogie van deze cirkelvormige vrucht heeft dankbaarheid dan geen begin- en eindpunt, geen eerder of later. Maar zoals er drie gratiën waren, waren er drie Erinyen… De appel van eeuwige dankbaarheid kan maar zo de appel van Eris zijn, de vrucht die aan de mooiste godin was voorbehouden. De Trojaanse prins Paris moest kiezen tussen drie godinnen en vervolgens stortten zij – zeer ondankbaar – Troje al ruziënd in de afgrond.

 

Terwijl mijn blik zich op nachtelijk ontij richtte liet ik alles wat Van Tongeren die namiddag had gezegd nog eens goed door me heengaan. Is dankbaarheid vandaag eerder een ‘slaappil’? Wie enkele feiten optelt komt al gauw tot andere conclusies. Precies die oude generatie – van de geboortekaartjes waarin God werd bedankt – zij hadden een noest arbeidsethos en leefden sober. Er werd welvaart opgespaard, opgebouwd en opgepot. Toen kwam de achtenzestig-generatie. Zij troffen een rijkelijk gedekte tafel en maakten die helemaal leeg. Toen ze het verleden hadden opgesmuld begonnen ze aan de toekomst. Vandaag bedraagt de staatsschuld per Nederlander 27.700 €.[3] Wie nu wordt geboren komt ter aarde met een aanzienlijke schuld, in een Europa dat tegelijkertijd sterk vergrijst. Afrika, Turkije en het Midden-Oosten bulken ondertussen met groeiende bevolkingen: die bestaan uit jongeren in de ‘vechtleeftijd’ met in hun thuisland weinig toekomst. Wie wél op de schouders van reuzen staat – en de geschiedenis kent – weet dat dit niet (lang) goed kan gaan.

 

Het woord ‘migrant’ komt anders binnen dan ‘vluchteling’ of ‘gelukszoeker’, aldus Van Tongeren, die er op wees dat het marktdenken inmiddels alle relaties binnensluipt. Vijf jaar geleden las ik Atlas Shrugged (1957) en constateerde daarna heel tevreden dat onze publieke voorzieningen best behoorlijk functioneren. Wie het boek las moet eigenlijk verbaast zijn dat niet-marktgerichte voorzieningen überhaupt blijven draaien. Maar inmiddels is ook hier het verval voelbaar: het Fyra-debacle, vijf jaar geen trein tussen Groningen en Bremen, overig regionaal spoorverkeer waarin men niet meer investeert. Voortdurend haperingen en wisselstoringen maar de prijzen van treinkaartjes gaan niet omlaag.

 

Dat betrekt ‘dankbaarheid’ slechts op het materiële vlak, maar neem ook het geestesleven. Toen Van Tongeren aantrad waren de tradities rond Aristoteles en Nietzsche levenskrachtig, terwijl er vandaag fel geknokt moet worden om dit te laten overleven. Van Tongeren zelf maar ook andere sprekers wezen hierop. We maken daaruit op dat maar weinigen de universiteiten danken voor de politieke correctheid en het management-denken. Hun hele leven lang vielen postmodernen de begrippen ‘waarheid’, ‘goedheid’ en ‘schoonheid’ aan met sofistische technieken – zij verdienden daarmee dikbelegde boterhammen terwijl een filosoof vandaag moet bedelen om een halfjaarcontract. Onder het mom van “dekolonisatie” zijn Randstadse actiegroepen alvast in verzet gekomen tegen het Westers cultureel erfgoed omdat deze tradities minderheden zouden kwetsen.[4] Dankbaarheid zou daarentegen juist moeten betekenen dat de schoonheid die we in onze nabijheid aantreffen, de duistere zijde van dit leven bedekt.

 

“Filosofie is jezelf op het spel durven zetten,” aldus Becker. Jean-Pierre Wils droeg een prachtig gedicht voor en omschreef Van Tongeren als “conservatieve nonconformist.” In een era van oprukkend postmodernisme hield hij de deugdethiek in ere – hij zocht naar ware kennis en verwierp het relativisme. Bij de afsluiting sprak ook een afgevaardigde uit Leuven over zijn waardering voor de voortdurende samenwerking. Helaas maakte Van Tongeren’s vakinteresse de naamkeuze van het vriendenboek tot een lastig onderwerp: men kon het toch moeilijk “nihilisme” noemen.



[1]              Meer over het ironische zelfbewustzijn: http://doorbraak.be/nl/nieuws/narcistisch-hedonisme

[2]              Linkje ‘De drie gratiën’, Rafaël.

[3]              aldus eu.debtclock.org

[4]              Zaterdag 24 oktober was er een conferentie hierover op de VU. “How did our curriculum become so white, so eurocentric”, aldus de organisatie.