Nathan de Wijze wegwijzer naar tolerantie en wereldvrede

Civis Mundi Digitaal #35

door Helena Bloem

Bespreking van Nathan de Wijze, geschreven door Gotthold Ephraïm Lessing in 1779. Uit het Duits vertaald, geannoteerd en ingeleid door Jaap van Vredendaal. Amsterdam, Boom, 2013.

Inleiding
De nieuwe geactualiseerde vertaling van het toneelstuk Nathan de Wijze van de Duitse schrijver Gotthold Ephraïm Lessing (1729-1781) door Jaap van Vredendaal (JvV) is vlot geschreven, plezierig leesbaar en voorzien van een zeer verhelderende inleiding, annotaties en commentaar. Hij geeft het verhaal zodanig weer dat je niet het gevoel hebt dat je een vertaald Duits literair werk leest dat bijna 250 jaar oud is. Dit nog altijd actuele ‘Hooglied van de tolerantie’ (1) met het thema van verdraagzaamheid van andere (religieuze) visies is daardoor zeer toegankelijk.
Het boek is niet alleen voor Duitse literatuurlessen bedoeld, maar ook voor vakken als culturele en kunstzinnige vorming, maatschappijleer en godsdienst. Door de blijvende actualiteit en het eigentijdse taalgebruik is deze versie van Nathan de Wijze ook voor de geïnteresseerde lezer de moeite van het lezen meer dan waard.

1. Lessing en de Verlichting in cultuurhistorische context

Gotthold Ephraïm Lessing was een beroemd Duitse schrijver en dichter uit de tijd van de Verlichting. Hij wordt beschouwd als de eerste moderne schrijver in de Duitse literatuur, omdat zijn werk een breed publiek aanspreekt en een geweldige aantrekkingskracht heeft door zijn moderne ruime wijze van denken. Volgens de literatuurhistoricus Fritz Martini was Lessing misschien wel “de meest vrije geest onder de Duitsers, als men onder vrijheid de voor niets terugdeinzende moed tot zelfinzicht en de keuze voor een doorleefde waarheid mag verstaan”(2).
Lessing had grote moeite met de intolerantie ten opzichte van de Joden en andere godsdiensten, die ook in onze tijd weer hevig de kop op steekt. Hij heeft in zijn leven zijn visie over godsdienstige kwesties dan ook niet onder stoelen of banken gestoken en vocht voor eerlijkheid, nuchterheid en menselijkheid. Hij deed dat op twee fronten: via de polemiek en via het toneel. De wijsheid en actualiteit van Nathan de Wijze is van alle tijden. Lessing is een typische representant van de Verlichting en was een ongeëvenaard voorvechter van de vrije meningsuiting. De openbare meningsvorming is mede door zijn toedoen met horten en stoten doorgebroken tegen de verdrukking en onderdrukking in van het absolutistische en theocratische gezag.
Een aantal kernthema’s van de Verlichting, zoals het zoeken naar waarheid, de vrijheid om zelf te denken, het bestrijden van religieuze vooringenomenheid en het bevorderen van verdraagzaamheid vindt men in Nathan de Wijze terug. Op de vraag Wat is verlichting? gaf de filosoof Kant, tijdgenoot van Lessing in 1784 het beroemde antwoord: “het opheffen van de onmondigheid waar wij zelf schuldig aan zijn”. De weg daartoe was de ontwikkeling van de rede, de ratio. Dit centrale begrip omvat meer dan alleen het analytische verstand. Onredelijkheid is een stap naar onethisch, immoreel en onmenselijk gedrag. (3)

2. Levensbeschrijving: Lessing en Nathan de wijze in biografische context

Lessing werd op 22 januari 1729 geboren als derde kind van een Lutherse predikant en een domineesdochter in Kamenz (Saksen) en zou eerst in de voetsporen van zijn vader treden. Na zijn gymnasiumopleiding ging hij vanaf 1746 in Leipzig theologie studeren. Daar maakte hij kennis met een theatervereniging. In 1748 werd Lessings eerste toneelstuk opgevoerd, de komedie Der junge Gelehrte, die meteen een succes was. Hij stopte de theologiestudie en studeerde nog een poosje geneeskunde. Omdat zijn interesse steeds sterker uit ging naar de literatuur, brak hij deze studie af en vestigde zich als freelance schrijver in Berlijn. Hij scheef onder meer toneel- en literatuurrecensies.


Gotthold Ephraïm Lessing (1729-1781); Moses Mendelssohn (1729-1786);Friedrich Nicolai (1733-1811) Portretten van Anton Graff, 1771

In Berlijn raakte hij bevriend met de joodse filosoof Moses Mendelssohn (1729-1786; de grootvader van de componist Felix Mendelssohn Bartholdy) en de schrijver Friedrich Nicolai (1733-1811). Zij waren geestverwanten wat betreft hun streven naar tolerantie en vrijheid van meningsuiting. Mendelssohn stond later model voor de hoofdpersoon in Lessings toneelstuk Nathan de Wijze.

Daarna schreef hij de toneelstukken Die Juden (1749), Der Freigeist (1749) en de eerste Duitse burgerlijke tragedie Miss Sara Sampson (1755) voor een breed publiek, niet alleen de elite. Die Juden wordt als de voorloper gezien van Nathan der Weise. Ook hier verschijnt voor de eerste keer een moderne, gecultiveerde Jood ten tonele. Dat was nieuw in de Duitse toneelgeschiedenis. In 1752 studeerde hij in Leipzig af als Magister in de Vrije Kunsten. In deze periode schreef hij bijdragen voor de door Nicolai uitgegeven Briefe, die neueste Litteratur betreffend, evenals zijn vriend Mendelssohn. Daarnaast publiceerde hij onder meer fabels.
In de Derde Silezische Oorlog tussen Oostenrijk en Pruisen (1756-1763) werd hij van 1760 tot 1765 gouvernementssecretaris van de Pruisische generaal Von Tauentzien in het door Pruisen bezette Breslau (Silezië). Om gezondheidsredenen ging hij vanaf 1765 weer in Berlijn wonen, waar hij Laokoon schreef, een essay over de dichtkunst. In 1767 werd hij dramaturg aan het nieuwe Nationaltheater in Hamburg, voltooide Minna von Barnhelm oder das Soldatenglück en publiceerde een bundeling van zijn toneelrecensies. Hij maakte kennis met de familie Reimarus en de familie König. Na het mislukken van zijn theaterproject en zijn initiatief om een eigen drukkerij op te richten, dreigde Lessing in armoede te vervallen. Dit werd voorkomen door zijn aanstelling in 1770 als bibliothecaris van de hofbibliotheek in Wolfenbüttel in dienst van de hertog van Braunschweig. Dit stelde hem in staat een regulier burgerlijk leven te leiden. Het daaropvolgende jaar trad hij toe tot de Vrijmetselaarsloge “Zu den drei Rosen” in Wolfenbüttel. De vrijmetselaarsleer boeide hem vooral door het denkbeeld van een gemeenschap van vrije, broederlijke geesten die alle beperkingen van geloof, nationaliteit en klasse hadden overwonnen (4).
Lessings ideaal was een menselijk bestaan van begrip, liefde en vrede. In 1772 ging zijn treurspel Emilia Galotti in première. Hij huwde in 1776 met Eva König. Hun zoontje werd eind december 1777 geboren, maar stierf een dag later. Tien dagen later overleed Eva, een zware slag. Lessing is niet meer hertrouwd. In 1778-1780 schreef hij de vrijmetselaarsgesprekken, Ernst und Falk.

   
Eva König (1736–1778), Lessings vrouw, 1776 tot haar dood; Mendelssohn (l), Lessing (m) en Lavater (r) door Mauritz Oppenheim 1856.                                                                        

Nathan de Wijze als Lessings antwoord op de censuur
Als bibliothecaris van de Herzog August-Bibliothek in Wolfenbüttel bij Braunschweig schreef hij in de Beiträge aus den Schätzen der Herzoglichen Bibliothek zu Wolfenbüttel regelmatig over bijzondere handschriften en boeken uit de collectie. Vanaf 1774 publiceerde hij een reeks fragmenten van zijn vriend, de Hamburgse oriëntalist Hermann Samuel Reimarus (1694 –1768), onder de titel Fragmente eines Ungenannten.

   
De vrije geest Hermann Samuel Reimarus (1694-1768); Uitgave uit 1781 van Lessings Fragmente en Antifragmente                                 
Herhaaldelijk herdrukt. Vanaf 1813  als verzamelwerk uitgegeven onder naam van Reimarus. Eerste volledige uitgave in 1972

Lessing had het manuscript na diens overlijden van zijn kinderen gekregen. Reimarus hield er voor die tijd zeer revolutionaire ideeën op na, waarbij hij de Bijbel niet letterlijk opvatte, maar als een uiting van morele boodschappen. De Bijbel werd vanuit het verlichte standpunt gedemystificeerd en met een wetenschappelijke blik bekeken. (5).De publicaties leidden vooral onder de theologen tot een storm van verontwaardiging. Hierdoor raakte Lessing in een hetze verwikkeld met de Hamburgse pastor Johann Melchior Goeze (1717- 1786). Deze nam het Lessing kwalijk dat hij deze geschriften met hun verwerpelijke inhoud voor een groot publiek toegankelijk maakte.


  
De orthodoxe theoloog Johann Melchior Goeze (1717–1786); Lessing, portret toegeschreven aan Georg Oswald May, 1768

Lessing verdedigde zich in een aantal artikelen, gepubliceerd onder de titel Anti-Goeze. Daarmee benadrukte hij dat men over kritiek op het Christendom openlijk moest kunnen discussiëren. Volgens Lessing is religie niet gebaseerd op teksten en dogma’s, maar op het in de mens aanwezige besef van het wezenlijke, de ‘innere Wahrheit’. Volgens Goeze echter tastte deze visie het Bijbelse fundament van het Christendom aan. Voor Goeze was de Bijbel als Gods Woord de enige bron van het christelijke geloof en was het Christendom de steunpilaar van de maatschappelijke orde. Een aanval op de godsdienst stond voor hem gelijk aan een aanval op het maatschappelijk bestel. (6)
Nadat Goeze in zijn stukken wees op de politiek gezien gevaarlijke parallellen tussen aantasting van de religieuze en van de wereldlijke autoriteit werd op 13 juli 1778 de openbare strijd tussen Lessing en Goeze aan banden gelegd door een censuurdecreet door de Hertog van Braunschweig. Daarin werd Lessing verweten dat hij door het openbaar maken van geschriften openlijk ergernis uitgelokt had. Gesteld werd: “Deze geschriften hebben het doel…..”het geloof in de diepste grondbeginselen aan het wankelen te brengen, belachelijk en verwerpelijk te maken.”(7)
Lessing liet zich niet uit het veld slaan en reageerde in mei 1779 met zijn drama Nathan der Weise, waarin hij de godsdienstige meningsverschillen op literaire wijze voortzette en verplaatste naar het toneel. Tijdens zijn eerste verblijf in Berlijn van 1748 tot 1751 hield Lessing zich al bezig met de antisemitische vooroordelen van zijn tijd. Hij had toen al het plan om in een toneelstuk de verschillende godsdiensten met elkaar te vergelijken. Hij schrijft hierover aan zijn broer Karl in een brief op 11 augustus 1778:
“Ik heb jaren geleden eens een toneelstuk opgeschreven, waarvan de strekking nogal overeenkomt met de strijdpunten waarin ik nu verwikkeld ben en waarvan ik toen nog geen enkel idee had……Ik zou niet graag willen, dat de feitelijke inhoud van het te verschijnen toneelstuk te vroeg bekend zou worden. Maar als jullie, jij of Moses [Mendelssohn] deze zouden willen weten, kijk dan eens in Boccaccio’s Decamerone, Dag 1, 3e verhaal, Melchisedech Giudeo. Ik denk dat ik daarin een interessante episode heb gevonden dat heel vlot leest en waarmee ik zeer zeker de theoloog een nog grotere tegenslag kan toedienen dan nog eens tien fragmenten zouden doen.” (8)
Deze brief gaat ook over de ‘strijdpunten’ met betrekking tot de actuele moeilijkheden die Lessing had in zijn confrontaties met Goeze en de censuur op zijn theologische werken. In de parabel van de ring uit Boccaccio ziet Lessing een mogelijkheid om zijn stellingname op het podium naar voren te brengen, ondanks de censuur. Aan Elise, de dochter van Reimarus schrijft hij: “ik wil proberen of men mij nog op mijn oude kansel, het theater, ongestoord wil laten prediken.” (9)
Nathan de Wijze
is het op een na laatste werk dat hij aan het eind van zijn leven geschreven heeft als een soort conclusie van de fragmentenstrijd. In 1780 publiceerde hij zijn laatste theologisch-filosofische werk Die Erziehung des Menschengeschlechts. Na toenemende verslechtering van zijn gezondheid na een beroerte in januari 1780 overleed Lessing op 15 februari 1781 in Braunschweig, 52 jaar oud. (10)

In 1783, twee jaar na zijn dood, ging Nathan de Wijze in Berlijn in première. In de 18e eeuw werd het stuk slechts enkele keren opgevoerd. Dat was te wijten aan de voor die tijd wat moeilijke boodschap, maar ook aan de lengte en het minder gebruikelijke theatrale karakter ervan. Nathan de Wijze beleefde een ware doorbraak nadat Friedrich Schiller in 1801 een ingekorte toneelversie had gemaakt, waarbij hij de scherpe kantjes van Lessings boodschap er afgehaald had. Ook nu nog wordt Nathan veelvuldig opgevoerd. De ensceneringen sluiten aan bij recente gebeurtenissen, zoals de IS, het Islamitische fundamentalisme, Syrië, Libië, maar ook de aanslagen in New York in 2001, en de Israëlisch-Palestijns conflicten.(11)

3. Het verhaal van Nathan de Wijze
De redding van Recha en Nathans terugkeer naar Jerusalem
Het toneelstuk speelt zich af aan het einde van de derde kruistocht in 1192. Tijdens een wapenstilstand in Jeruzalem. De rijke jood Nathan komt terug van een zakenreis en verneemt van zijn huishoudster Daja, dat een christelijke tempelier zijn pleegdochter Recha uit zijn brandende woning heeft gered. De tempelier weerde alle lofprijzingen af en wilde geen dank. Bovendien schijnt deze tempelier, die overigens zijn eigen leven te danken heeft aan de heerser over Jerusalem, sultan Saladin, een afkeer van Joden te hebben. De sultan liet hem als enige van 20 gevangenen in leven, omdat hij veel gelijkenis vertoonde met zijn gestorven broer, Assad. Daardoor was de tempelier in staat Nathans dochter te redden.

     Recha begroet haar vader Nathan in bijzijn van Daja, 1877, M. Gottlieb

De schulden van sultan Saladin: het begin van de intrige
Sultan Saladin heeft financiële moeilijkheden. Hij bespreekt deze met zijn schatbewaarder de derwisj Al-Hafi, een goede vriend en schaakpartner van Nathan. Dit brengt Sittah, de zuster van Saladin, op de gedachte haar broer de raad te geven om de vermogende, joodse zakenman Nathan bij zich te roepen. Saladin moet deze maar eens om zijn veelgeprezen vrijgevigheid op de proef gaan stellen! De sultan volgt haar adviezen op en ontbiedt Nathan in zijn paleis. Hij vraagt Nathan niet rechtstreeks om financiële hulp, maar wendt voor zijn wijsheid te willen testen. Saladin vraagt hem welke godsdienst volgens hem de enige Ware Godsdienst is.
“- Jij, met al je wijsheid: zeg mij nu toch eens -
wat voor een geloof, wat voor een leer vind jij
uiteindelijk het overtuigendst?...
Welaan! Deel mij je inzicht
mee. Laat de argumenten horen, daar
ik zelf de tijd niet had me daarin te
verdiepen. Zeg -  natuurlijk in vertrouwen -
tot welke keus je argumenten leidden.
Dan maak ik jouw keus tot de mijne…” (12)
Nathan herkent de valstrik van de sultan en antwoordt met het verhaal van de drie Ringen. Saladin vat deze ringparabel op als een verborgen boodschap naar gelijkberechtiging van de drie grote monotheïstische godsdiensten. Hij is diep geraakt en verzoekt Nathan zijn vriend en vertrouweling te worden. Nathan stemt daarmee in en leent hem bovendien een royaal geldbedrag.

Klaus Wagner (l) als Nathan, Stadttheater Idar Oberstein, toneelvoorstelling 2008 Nathan de Wijze
De tempelier en de patriarch
Intussen wordt de tempelier verliefd op Recha na een korte ontmoeting met haar en Nathan. Hij wil haar op stel en sprong trouwen. Nathan aarzelt, omdat hij vanwege de naam van de tempelier verwantschap met Recha vermoedt. De tempelier reageert ontstemd. Kort daarna verneemt hij van Daja, dat Recha niet Nathans eigen dochter is, maar afkomstig is van een christelijke familie. Zij is dus een christen, maar joods opgevoed. De tempelier gaat naar de corrupte patriarch van Jeruzalem, een dogmatische christelijke fundamentalist, die geen enkel begrip en tolerantie kan opbrengen. De tempelier legt de kwestie aan hem voor alsof het een fictieve situatie is. De patriarch reageert meteen met oordelen en dreigt met de doodstraf wegens apostasie (geloofsafvalligheid). De tempelier verraadt Nathans naam niet, maar belooft de kwestie te onderzoeken. (13) Inmiddels heeft de tempelier spijt van zijn gang naar de fanatieke patriarch en ziet na een lange tweestrijd in, dat Nathan barmhartig en menslievend gehandeld heeft

Oplossing van de familieverhoudingen.
In de laatste akte van het stuk komen alle belangrijke personen samen. Dochter Recha bevindt zich inmiddels bij sultan Saladin en zijn zuster Sittah, als Nathan met de tempelier het paleis betreedt. Recha heeft gehuild en wendt zich ogenblikkelijk tot Nathan, die haar geruststelt door haar te verzekeren dat ongeacht wat er gebeurt, zij nooit haar vader zal verliezen. Als de sultan en Sittah zich ermee gaan bemoeien treedt Nathan naar voren. Op basis van het gebedenboek met de aantekeningen, dat hij met behulp van de kloosterbroeder gevonden heeft, verklaart hij dat de broer van Saladin, Assad, niet alleen Saladins broer was, maar ook de vader van Recha en de tempelier. De joods opgevoede Recha en de christelijke tempelier blijken dus broer en zus te zijn. De bedenkingen van Nathan tegen een eventueel huwelijk worden nu duidelijk. Assad was namelijk korte tijd met een Duitse vrouw getrouwd en uit dit huwelijk stammen Recha en de tempelier. Na de dood van haar moeder is Recha door de kloosterbroeder naar Nathan gebracht. Deze nam haar op als zijn eigen kind, nadat hij zijn zeven zonen kort daarvoor verloren had door een aanslag op zijn huis door de christenen.
Deze nauwe familiebetrekkingen tussen Recha, de tempelier en Assad symboliseren de directe verbindingen tussen de christelijke, islamitische en joodse godsdienstgroepen. Recha en de tempelier zijn verheugd hun verwantschap te vernemen en stemmen toe in hun adoptie door Nathan. Aan het slot van het stuk erkent sultan Saladin dat hij de oom is van Recha en de tempelier. Iedereen is blij en omhelst elkaar als een grote familie.
Lessing laat hier het godsdienstconflict een gelukkig einde krijgen. Het centrum van dit conflict is Recha, die als dochter van een christelijke moeder en een islamitische vader door een Jood werd opgevoed. In haar zijn de drie monotheïstische wereldgodsdiensten verenigd. Nathan heeft Recha geleerd tolerant te zijn en alle godsdiensten te accepteren. Lessings boodschap is dat ieder mens, ongeacht welke godsdienst hij heeft en tot welke stand hij behoort, getolereerd dient te worden.

4. De belangrijkste personen, hun interacties en achtergronden
Nathan
is een rijke, mensvriendelijke joodse koopman die gelooft in tolerantie, medemenselijkheid en het goede in de mens. Hij wordt door de bevolking als een wijs man beschouwd. Nathan heeft in het drama een beslissende rol: hij bemiddelt, spreekt met de verschillende partijen en probeert met iedereen in dialoog te blijven. In de gesprekken met Recha, Daja, de tempelier en de sultan komt Nathans religieuze tolerantie naar voren.
‘Ik weet hoe goede mensen denken; weet
dat ieder land zijn goede mensen voortbrengt’
“De groten eisen overal veel grond;
staan ze te dicht opeen, dan breekt de een
de takken van de ander. Middelmaat,
als wij, die vind je overal in massa’s.
Maar laat de een niet op de ander vitten.
En laat de knoest de kwast gewoon verdragen.
En laat een kruin zich niet verbeelden dat
alleen hij aan de aarde is ontsproten….’ (14)
Zijn geloof in menselijkheid en tolerantie maakt hem niet alleen tot leraar van Recha en de tempelier, maar ook van de sultan, nadat hij diens valstrik heeft kunnen ontwijken door het vertellen van de ringparabel. (15) Nathan is de spreekbuis van Lessing. Hij heeft zich losgemaakt van zijn orthodoxe geloof en stelt zich tolerant op ten opzichte van andere godsdiensten.
Recha is de adoptiefdochter van Nathan. Ze laat door haar vermogen rationele argumenten aan te dragen zien dat ze door Nathan is opgevoed. Terwijl Nathan zijn gevoelens onder controle heeft, zet zij ze openlijk en doelbewust strategisch in om haar belangen te behartigen. Zij is in staat zelf belangrijke beslissingen te nemen.
Daja is de weduwe van een kruisridder die omkwam tijdens de kruistochten onder Keizer Barbarossa. Ze is nu huishoudster van Nathan en gezelschapsdame van Recha. Ze is een fundamentalistisch christen en probeert de christelijke leer aan Recha over te dragen, want ze kan het niet verdragen dat Recha door Nathan volgens de joodse leer wordt opgevoed. Ze verraadt Nathan door aan de tempelier te verklappen dat Recha een christen is.(16) Daja is het typische beeld dat Lessing schetst van een onverlichte vrouw. Ze is bekrompen en volledig gefixeerd op haar eigen godsdienst. Ze sluit zich af van Nathans leer van tolerantie en medemenselijkheid. (17).
Al-Hafi is derwisj, bedelmonnik en schaakvriend van Nathan. Hij werd tijdens de afwezigheid van Nathan schatbewaarder van Saladin. Hij hoopte vanuit deze functie armoede en nood bij de bevolking te kunnen bestrijden. Als hij echter inziet dat het hof van de Sultan bijna bankroet gaat, trekt hij zich terug en neemt afscheid, omdat hij zijn verdere leven als bedelmonnik in zijn Perzische geloofsgemeenschap, de Parsi’s (volgelingen van Zarathustra) aan de Ganges, wil voortzetten.
Sittah, zuster van Saladin, geeft kredieten aan haar broer, zonder dat hij het weet. Ze is een gewiekst strateeg, een goede schaakster en heeft een nuchtere kijk op de realiteit. Vanwege haar slimheid, takt en loyaliteit is zij een zeer geëmancipeerde vrouw. In tegenstelling tot Recha speelt zij haar troeven niet openlijk uit, maar houdt alle touwtjes achter de hand. Lessing heeft zowel haar als Recha neergezet als verlichte vrouwen, die ieder op eigen wijze opkomt voor hun belangen.
Saladin is sultan van Jeruzalem en het voorbeeld van een verlicht heerser met in principe een menselijke instelling. Hij heeft een wat tegenstrijdig karakter, maar bekeert zich uiteindelijk tot humaniteit en tolerantie. Hij is vrijgevig, vandaar dat hij ook steeds in financiële nood verkeert. Hij is ook behoorlijk tolerant in zijn religieuze opvattingen. (18)
De tempelier is een christen en een dappere kruisridder. Hij heeft veel religieuze vooroordelen, maar bekeert zich later tot medemenselijkheid en tolerantie. In eerste instantie gedraagt hij zich in de gesprekken met Nathan onhoffelijk en arrogant. Naarmate het stuk vordert wordt hij milder, komt tot inkeer en begint langzaamaan de verlichte denkwijze van Nathan te begrijpen en maakt zich deze eigen. Hij is de enige in het stuk die in de korte tijdspanne van het verhaal (enkele dagen) een behoorlijke positieve, persoonlijke ontwikkeling doormaakt.
De patriarch is de christelijke kerkvader van Jeruzalem. Hij is machtsbelust, intolerant, wreed en wraakzuchtig en is de achterbakse tegenspeler van Nathan en Saladin. Hij gelooft in zijn eigen onfeilbaarheid en is zeer fundamentalistisch. Lessing zal hierbij zijn tegenstander Goeze in gedachten hebben gehad.
De Kloosterbroeder wasvoorheen in dienst bij Saladins broer Assad. Nu is hij als kloosterling in dienst van de patriarch en moet van hem spioneren en intrigeren, ofschoon hij dit verafschuwt. Hij is degene die destijds Recha als baby redde toen haar moeder stierf, door haar onder de hoede te brengen van Nathan. Zijn rol lijkt onbeduidend, maar is toch van cruciaal belang voor de afloop. Hij is immers degene die het gebedenboek met de aantekeningen van Assad, Recha’s vader, bewaard heeft en aan Nathan laat zien, waardoor hij uiteindelijk het sleutelstuk aanreikt van de oplossing van het verhaal.

5. Biografische verwijzingen in Nathan der Wijze
Het stuk verwijst ook naar de levensomstandigheden waarin Lessing zich in zijn persoonlijk leven bevond ten tijde waarin het hij stuk heeft geschreven. De geloofsperikelen met Goeze en het censuurdecreet hebben de thematiek van Nathan der Weise ingrijpend beïnvloed. We zien ook in de geschiedenis van Nathan het verlies van zijn gezin terug. Dit is een verwijzing naar de pijnlijke ervaringen in Lessings persoonlijk leven. Het verdriet om het verlies van familie en het maatschappelijk isolement als gevolg van de fragmentenstrijd, het censuurdecreet en tenslotte ook zijn eigen ziekte, bepaalden in hoge mate de biografische context van Nathan der Weise. Lessings levensloop laat zien dat tolerantie niet geaccepteerd werd door de gevestigde macht, want zijn werkgever de hertog van Braunschweig heeft hem censuur opgelegd.
In die zin spiegelt dit ook wat in onze tijd gebeurt als klokkenluiders misstanden aantonen, waardoor ze ogenblikkelijk hun baan verliezen, beroepsverbod krijgen of zelfs in de gevangenis belanden. (19) Op dat punt laat Lessings levensverhaal heel duidelijk zien dat er in deze tijd, zo’n 250 jaar later, in wezen weinig veranderd is. Nu hebben we niet meer de controverse tussen Christenen en Joden, maar tussen de Christenen en de Moslims. De intolerantie is vaak groot.
Met de persoon van Nathan voelt Lessing zich verwant vanwege het gemeenschappelijke lot dat hen beide getroffen heeft. Evenals Nathan richt Lessing zich tegen absolute pretenties van godsdiensten. Zo schrijft hij in zijn inleiding tot Nathan: “Nathans overtuiging ten opzichte van ieder geloof is van meet af aan ook de mijne geweest.” (20)
Een tweede voorbeeld voor de figuur van Nathan is ook ongetwijfeld Lessings goede vriend, de Joodse filosoof Moses Mendelssohn geweest. Ook hij had een dochter, genaamd Recha. (21)

6. De ringparabel
Centraal in het stuk staat de ringparabel, een gelijkenis die Nathan vertelt in antwoord op de vraag van sultan Saladin welke godsdienst in zijn rijk nu de ware is. (22) 
De ringparabel verhaalt van een stervende vader die niet weet aan wie van zijn drie zonen hij zijn ring met bijzondere krachten moet geven. De ring maakt de bezitter tot een aangenaam en liefdevol mens. De vader laat twee kopieën maken. Na zijn dood krijgen de zoons ruzie over de vraag wie van de drie nu de echte ring bezit. Zij komen er niet uit en gaan tenslotte naar een rechter om een oordeel te vragen. De rechter antwoordt, onder verwijzing naar de bijzondere kracht die de ring bezit, dat een wijzer man dan hij over duizenden jaren zijn eindoordeel over de ringen zal uitspreken.
“Laat ieder om het hardst proberen uit
zijn ring de kracht te halen die de steen
bevat. En ondersteun die kracht dan met
zachtmoedigheid, oprechte verdraagzaamheid,
met goeddoen, met het innigste vertrouwen
op God. Als dan de kracht der stenen zich
bij jullie kindskindskinderen zal uiten,
daag ik hen over duizend maal duizend jaar
opnieuw voor deze rechterstoel. Dan zal
een wijzer man dan ik mijn stoel bezetten;
en hij zal spreken. Ga nu!” (23)
De figuren die in de parabel voorkomen staan symbool voor de liefhebbende God (nl. de vader die zijn drie zonen even liefheeft); de drie ringen staan voor de drie monotheïstische godsdiensten, het Jodendom, Christendom en de Islam. De drie zoons symboliseren de gelovigen van de respectievelijke godsdiensten. De duizend keer duizend jaar (dus een miljoen jaar!) verwijst naar de Rechter van het Laatste Oordeel, dus God, die de uiteindelijke Beslissing zal vellen.
De belangrijkste boodschap van de parabel is, dat mensen zich niet moeten vastbijten in het bezitten van “het enige en ware geloof”, want dit maakt hen liefdeloos en fundamentalistisch. De vraag naar de waarheid van de godsdiensten valt voor Lessing samen met de vraag naar welk geloof het meeste bijdraagt aan vrede, geluk en liefde in de wereld. Zoals eerder vermeld was voor Lessing de belangrijkste bron voor het verhaal van Nathan de Decamerone van Giovanni Boccaccio (1313-1375). Lessing heeft het verhaal over de drie ringen wat veranderd in details en verder uitgewerkt, waarbij bij het hem vooral om de volgende kernvraag ging: de echtheid van de ring zou zich moeten bewijzen door de drager ervan in het dagelijks leven naastenliefde, vriendelijkheid en tolerantie te laten beoefenen. In Middeleeuwse historische en literaire geschriften was het gebruikelijk om ringen als allegorie te gebruiken voor godsdiensten. Op grond van een reeks historische geschriften kon Lessing een goed beeld schetsen van de kruistochten en van de legendarische sultan Saladin. (24) Om de censuur van zijn werken te ontlopen situeerde hij Nathan in een ver verleden en in een verafgelegen plaats, Jeruzalem.

Slot
Nathan de Wijze is een weerspiegeling van wat Lessing zijn hele leven heeft bezighouden. In zijn eerdere toneelstukken Der Freigeist en Die Juden schreef hij al over het destructieve effect van vooroordelen en hoe deze relaties tussen mensen in de weg kunnen staan. (25) Bijzonder bij Lessing is ook dat juist hij in zijn werken de aandacht vestigde op de positie van de joden in het Duitsland en Europa van de 18e eeuw, terwijl hij afkomstig was uit een Luthers domineesgezin dat niet echt positief stond ten opzichte van de Joden. Nathan de Wijze gaat vooral over de zoektocht naar hetgeen de mensheid verbindt. In zijn eerste gesprek met de tempelier drukt Nathan dit als volgt uit:
“Komaan,
wij moeten, moeten vrienden zijn! – Veracht
mijn volk zoveel u wilt. We hebben beiden
ons volk niet uitgekozen. Zijn wij soms
ons volk? Wat wil dat zeggen: volk? Zijn soms
een jood en christen eerder jood en christen
dan mens?” (26)
Met de gelukkige afloop van het drama wil Lessing vooral het thema van de ringparabel benadrukken, namelijk dat alle godsdiensten aan elkaar verwant zijn, zoals Recha, de tempelier en de Sultan aan elkaar verwant zijn. Er bestaat geen goed en geen slecht geloof. Daarom is het ook helemaal niet belangrijk tot welk geloof men behoort. Het enige dat telt zijn medemenselijkheid en naastenliefde als basis voor een vredige samenleving, onafhankelijk van iedere godsdienst.
Lessings werk is ontstaan in een periode waarin veel Joden in Europa woonden. Vaak waren de Joden niet geïntegreerd binnen de Europese samenleving en waren ze overal zichtbaar. De integratie en emancipatie van de Joden werd door de Christenen tegengehouden, waardoor de controverse tussen de Joden en de Christenen zeer actueel was. Na de Tweede Wereldoorlog speelt het Jodendom in Europa vrijwel geen rol meer. Bovendien zijn zij inmiddels geïntegreerd. Nu komen vooral veel Islamieten naar Europa. De controverse die zich eerst tussen de Christenen en de Joden afspeelde verplaatst zich naar het Christendom en de Islam. De geschiedenis lijkt zich te herhalen: de intolerantie lijkt niet minder te worden.


Sultan Saladin en Nathan der Weise / Lehr-und Wanderbühne Überlingen.
Als Lessing zijn toneelstuk in onze tijd geschreven zou hebben, dan zou hij bovengenoemde woorden van Nathan uitspreekt naar de tempelier als volgt kunnen wijzigen als leermoment voor de mensen van nu: (vers 1305 – 1311)
“ Komaan,
wij moeten, moeten vrienden zijn! – Veracht
mijn volk zoveel u wilt. We hebben beiden
ons volk niet uitgekozen. Zijn wij soms
ons volk? Wat wil dat zeggen: volk? Zijn soms
een Islamiet en een Nederlander
eerder Islamiet en Nederlander
dan mens?”
Jaap van Vredendaal is er zeer goed in geslaagd op een heldere manier Lessings tijdloze stuk Nathan de Wijze zodanig in het Nederlands weer te geven dat het lezen van deze prachtige vertaling (27) de lezer uitnodigt en prikkelt meer te willen weten over de achtergronden en de personen en over de tijd van Lessing waarin dit verhaal is ontstaan. Het motto van het toneelstuk Nathan de Wijze is de oproep aan iedere wereldburger om verdraagzaam met elkaar om te gaan, waardoor het terecht het Hooglied van de tolerantie wordt genoemd (28). De persoon Nathan heeft een voorbeeldfunctie voor iedereen: om - ongeacht geloofsovertuigingen, rangen en standen - vredelievend en tolerant naar elkaar te zijn. Nathan de Wijze kun je zien als een wegwijzer naar wereldvrede.

Bibliografie
Zie ook de noten voor verdere verwijzingen.
Boterman, F., Cultuur als Macht. Cultuurgeschiedenis van Duitsland 1800-heden. Arbeiderspers Utrecht 2013
Ester, H., ‘Gotthold Ephraïm Lessing contra Johann Melchior Goeze’, in: Maatstaf 1983(10-11), themanummer Polemiek en Pamflet, 31ste jrg. p 41-48
Grote Nederlandse Larousse encyclopedie, deel 15 over Lessing, p 121 en deel 16 over Nathan der Weise, p 686
Kluge, M., Radler, R., (Hg.), Hauptwerke der deutschen Literatur, p. 140-142 (over Nathan der Weise)
Martini, F., Duitse Letterkunde, Spectrum 1969, p 211 – 220.
Möbius, Th., Textanalyse und Interpretation zu Gotthold Ephraïm Lessing Nathan der Weise,
Königs Erläuterungen, Band 10, Bange Verlag, Hollfeld, 2011.
Tiesema, H.D., Der rote Faden, Apeldoorn, 1974
Veenbaas, J., interview met Jabik Veenbaas, www.boomfilosofie.nl/product/173/Nathan-de-wijze?h=230
Vloemans, A., Cultuurgeschiedenis van Europa. Den Haag, Leopold, 1954, p 224-268, vanaf p 261 over Lessing).
Vredendaal, J. van, Lessen van Lessing, Nathan de Wijze, artikel d.d. 2 april 2015 op de website van uitgeverij Boom, www.boomfilosofie.nl/actueel/artikelen/magazine_artikel/119/Lessen-van-Lessing-Nathan-de-Wijze 
Vredendaal, J. van, Nathan de Wijze en (de) ware godsdienst, artikel d.d. 19 februari 2014 op de website van uitgeverij Boom, www.boomfilosofie.nl/actueel/artikelen/magazine_artikel/36/Nathan-de-Wijze-en-de-ware-godsdienst
Vredendaal, J. van, Gotthold Ephraïm Lessing Nathan de Wijze, uit het Duits vertaald, geannoteerd en ingeleid, uitgeverij Boom, Amsterdam 2013
Zubke, F. Motive moralischen Handelns in Lessings “Nathan der Weise”, Universitätsverlag Göttingen, 2008.

Noten

  1. Ester, H., in Maatstaf, p 47
  2. Martini, F., p 211-220, JvV p 7.
  3. Ester, H., in Maatstaf, p 41
    Vloemans, A., p 224-268, over Lessing: “De levensregel van de Verlichting luidt: zelfstandig te denken en de rede als beslissende toetssteen van de waarheid te gebruiken… Zij stelt zich ten doel de waardigheid van de menselijke persoon te verzekeren… Verdraagzaamheid wordt gepredikt als… de onmisbare voorwaarde voor het geluk in de mensenmaatschappij… Met Lessing heeft de Duitse Verlichting haar hoogtepunt beklommen. Onder de groten van die tijd was hij ongetwijfeld de stoutmoedigste en in zijn rationalisering is hij verder gegaan dan één van dezen had aangedurfd... Van Lessing dient te worden gezegd dat hij beter dan wie ook het beste deel van de Verlichting weergeeft. Lessing was een strijder met de pen, die nooit een gevecht uit de weg ging, maar ook nimmer met onedele middelen streed.” De Grieken, Europese en Indiase filosofen zagen de rede en het geweten als het onderscheidingsvermogen in respectievelijk waar en onwaar, goed en slecht als een soort verlengstuk van het goddelijke in ons, waardoor wij mens zijn. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de gelijkenis van de wagenmenner in de Indiase Katha Oepanishad en de dialoog in Phaedrus van Plato.
  4. Andere bekende Duitse vrijmetselaars uit de 18e eeuw zijn onder meer de componisten
    Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), Ludwig von Beethoven (1770-1827) en Joseph Haydn
    (1732-1809), de schrijver Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) en de koning van Pruisen, Frederik de Grote (1712-1786)  
  5. JvV, p 10. De meest controversiële stelling van Reimarus was dat het verhaal van de 
  6. opstanding van Christus een verzinsel was. Ook de Bijbelse Genesis van het Christendom en van de kerk werd aangepakt. Zie ook Ester, H., in Maatstaf, p 42-45 over Reimarus en de inhoud van de fragmenten.
  7. JvV, p 9-11
  8. Möbius, Th., p 22; Ester, H., in Maatstaf, p 47
  9. Möbius, Th., p 18,19.
  10. Möbius, p 22-24. Zie ook over de polemiek tussen Lessing en Goeze het artikel van Hans Ester in Maatstaf 1983(10-11), p. 41-48
  11. JvV, p 225-226; Martini, F., p 211-220; Möbius, Th., p 9-10; Ester, H., p. 48;
  12. JvV, p 7, 8 en 19 Behalve in de jaren 1933 tot 1945 (toen het stuk verboden werd door de   
    Nationaalsocialisten) werd het stuk regelmatig in de Duitse theaters opgevoerd. De opvoeringen
    lokten vaak felle debatten uit tussen joden en antisemieten. Zeker in de periode na de eerste
    wereldoorlog lag het accent op verzoening en verdraagzaamheid. Na de censuur door de Nazi’s
    was na 1945 Nathan in veel Duitse theaters te zien als reactie op al het oorlogsgeweld van de
    voorafgaande decennia. Zie ook: http://dekluizenaar.mimesis.nl/?paged=255 en www.cinema.nl Het stuk is herhaalde malen verfilmd. Het eerst als stomme film uit 1922 geregisseerd door Manfred Noa (1893-1930).
  13. JvV,  p 117,118 vers 1838 e.v. en vers 1849 e.v.
  14. JvV, p150, v. 2546
  15. JvV: vers 1800, p 115; JvV: vers 1066-1070, p 78; vers 1271-1274, p 89
  16. JvV: derde bedrijf, scene 7 III7, p 120-129 vers 2057 e.v.
  17. JvV: vers 2327,  p 140
  18. JvV: vers 2375 e.v., p 142. Zie ook Zubke, F., hoofdstuk 5.1., p 134-138 waarin hij uitvoerig
    ingaat op het functioneren van de drie vrouwen in Nathan de Wijze: Recha, Sittah en Daja; Möbius, Th., p 65-69
  19. JvV: vers 1985, e.v. p 123, 124
  20. Voorbeelden hiervan komen aan de orde in het artikel van Piet Ransijn in Civis Mundi 35 in zijn
    boekbespreking van Peter Gøtzsche, Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad.
  21. Möbius, Th., p 23
  22. JvV: p 14, Möbius, Th., p 24. Zie ook Boterman, F., m.n. het hoofdstuk De invloed van Kant op Herder, Schiller und Fichte. Mendelssohn was een Joods-Duitse verlichtingsfilosoof. Hij was
    autodidact en schrijver van de bestseller Phaidon (1767), die hem in Europa beroemd heeft
    gemaakt. Mendelssohn is in 1769 in een ernstig conflict geraakt met de theoloog Johann
    Kaspar Lavater (1741-1801), die hem uitdaagde een beslissing te nemen over welke
    godsdienst nu de enige echte godsdienst is: de christelijke of de joodse. Dit leidde tot de zgn.
    Pantheïsmestrijd, die geldt als de grootste Centraal-Europese intellectuele botsing van de late 18e eeuw.
  23. JvV: p 12-14, Niet alleen is de ringparabel de centrale kern waarom het stuk draait, maar ook
    bevindt de parabel zich precies in het midden van het toneelstuk, derde bedrijf, zevende scène.
  24. JvV: p 125, vers 2029 e.v.
  25. JvV: p 14-16, over m.n. de verschillen tussen de versie van Boccaccio en die van Lessing;
    Möbius,Th., p 24-26: De oudste overlevering van ringen als allegorisch symbool is de Anecdotes Historique, Légendes et Apologues van de dominicaner monnik Etienne de Bourbon, gestorven 1261. Het christelijke geloof werd hierin gesymboliseerd door een ring met wonderbaarlijke krachten. Drie ringen als symbolen voor de drie monotheïstische religies komen voor in de Gesta Romanorum (14e eeuw), die Lessing vanwege zijn functie als Hofbibliothecaris gekend moet hebben. Historische bronnen die Lessing gebruikt heeft zijn onder meer Voltaire, Geschichte der Kreuzzüge uit 1751, die hij zelf naar het Duits heeft vertaald; Marin, Geschichte Saladins Sultans von Egypten und Syrein (1761) en A. Schulte, Vita et res gestae Saladini auctore Bohadina nec non excerpta ex historia Abulfedae, 1732.
  26. JvV: p 16-18
  27. JvV: p 17, en vers1305 – 1311, p 90
  28. Hieronder volgen enkele voorbeelden van de wijze waarop JvV met Lessings taal te werk is gegaan en dikwijls een hele speelse, treffende vertaling heeft gegeven.
  29. Ester, H, in Maatstaf, p 47

 

 

3e bedrijf, 10e scene vers 2254 – 2259
Daja:
…Denn versichert, mein
Geheimnis kann Euch gar nichts nutzen, wenn
Ich nicht zuvor das Eure habe. Nur
Geschwind! Denn frag ich’s Euch erst ab
: so habt Ihr nichts vertrauet. Mein Geheimnis dann 
Bleibt mein Geheimnis; und das Eure seid
Ihr los…

3e bedrijf, 10e scene JvV p 136
Daja:
…Want ik verzeker u
dat u aan mijn geheim niets hebt als ik
niet eerst het uwe ken. Dus voor de dag
ermee! Ontfutsel ik het u,
dan hebt
u mij niets toevertrouwd. En mijn geheim
blijft mijn geheim; het uwe bent u kwijt…

 

3e bedrijf, 4e scene
Saladin:
…Und soll das alles, ah, wozu?
Wozu? Um Geld zu fischen; Geld! Um Geld,
Geld einem Juden abzubangen
; Geld!...

3e bedrijf, 4e sceneJvV p 112 vers 1741-1743
Saladin:
…En waartoe dient dat allemaal?
Waartoe? Om Geld te bietsen; geld! Om geld,
een jood geld af te troggelen;
om geld!...

Helena Bloem is kunsthistorica, met als specialisatie middeleeuwse verluchte handschriften, m.n. Frankrijk rond 1500, waarbij zij zich vooral bezighield met het ontsluiten van manuscripten en archiefmateriaal betreffende de dood en begrafenis van de Franse koningin Anna van Bretagne (†1514). Zij heeft een Duitse moeder en een Nederlandse vader. Zij woonde en werkte enkele jaren in Duitsland. In die periode is haar belangstelling gewekt voor de Duitse dichtkunst. Samen met haar partner Hans Komen is zij auteur van de boeken Ziel en Geest en Gevangen door het Ego.