België haalt 2019, en dan verder op weg naar België als confederaal relict?

Civis Mundi Digitaal #36

door Rik Gysels

Papieren gordijn

Tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden bestaat er sinds jaar en dag vrij verkeer van personen en goederen, krachtens de Europese akkoorden en de nog jaren eerder gesloten Benelux-akkoorden. Wie daaruit afleidt dat er tussen Noord en Zuid, uit de aard van de zaak, ook een onbelemmerde informatie-uitwisseling bestaat, heeft het verkeerd voor.

Scherpe waarnemers, maar even goed oppervlakkige figuren “aan de zijlijn” hebben al meer dan eens gewezen op het bestaan van een Papieren Gordijn tussen Nederland en België, ipso facto tussen Nederland en Vlaanderen. Prof. Ludo Simons heeft het met een andere metafoor nog wat krasser uitgedrukt : hij heeft gewag gemaakt van Het Ravijn tussen Essen en Roosendaal.

Jaak Peeters is een van de weinige Vlamingen ( en Nederlanders ) die zich van het bestaan van het Gordijn èn van het Ravijn terdege bewust is. Daaraan is het te danken dat hij in Civis Mundi Digitaal 35 alvast een voortreffelijk beschouwend overzicht gemaakt heeft van één van de huidige pijlers van de huidige Belgische binnenlandse politiek, op zodanige wijze dat ook de Nederlandse lezer deze voor hem quasi-ontoegankelijke materie in grote lijnen kan begrijpen.

We hoeven hier dus niet in herhaling te vervallen betreffende de puur Belgische achtergonden en oorzaken, aspecten en consequenties van die politiek. Maar met in het achterhoofd steeds het Gordijn en het Ravijn, volgen hier eerst nog enkele geheugensteuntjes.

 

Confederatie voorwaarde om uit de wurggreep van Belgisch-Brusselse establishment te geraken

In de nationale verkiezingen van twee jaar geleden heeft de Nieuw-Vlaamse Alliantie ( NVA ) een overtuigende overwinning behaald, waarmee ze de grootste poltieke partij werd van Vlaanderen en zelfs van België. Voor het eerst in de geschiedenis was een Vlaams-nationalistische partij aan zet om een Belgische regering te vormen. Dat lukte met de Vlaamse alsook met de Franstalige liberalen.

Voorwaarde voor de liberale deelname was dat het regeerakkord een rechts-progressief programma zou omvatten, met als voornaamste objectieven een sociaal-economisch herstel en een sanering van de begrotingscontrole van de staat. De NVA wou daarmee aantonen dat ze niet langer alleen maar een “zweeppartij” was, maar een volwassen en gedegen partij die in de komende vijf jaar het land kon besturen, even goed als een andere, traditionele Belgische partij. Maar ze moest in die hele regeerperiode rigoureus haar mond houden, over welke van haar  eisen dan ook in het kader van de communautaire problemen.

Bart De Wever, de onbetwiste en bezielende voorzitter van NVA, was zo verstandig geweest zich niet te engageren in een regeringszitje, maar had zich laten verkiezen tot burgemeester van Antwerpen, de grootste stad van Vlaanderen. Nu voor het eerst, na twee jaar, morrende geluiden opklonken vanuit het radicale, ( grote ) deel van zijn Vlaams-nationale achterban, kon hij het zich veroorloven rustig te verzekeren dat de NVA in alle ernst en voortvarend, achter de schermen aan haar communautair programma verder werkt.

De NVA houdt dus wel degelijk haar belofte aan haar liberale regeringspartners, vijf jaar lang geen regel over haar communautaire aspiraties te berde te brengen. Maar ze zal ervoor zorgen dat er tegen 2019 een kant en klare blauwdruk zal klaarliggen voor de meest ingrijpende staatshervorming – de zevende – die het land sedert 1963 doorgemaakt heeft.

Het gaat om niet meer of niet minder dan de omvorming van België tot een confederale staat. ( Voor een radicale splitsing van het land is wellicht geen politieke meerderheid te vinden, althans niet op korte termijn ). Volgens de NVA is het confederalisme de enige manier om eindelijk uit de wurggreep van het Belgisch-Brussels establishment te geraken. Dat heeft sedert 1830 onafgebroken en tot in den treure, zowel de Vlamingen als de Walen gedomineerd en in tal van hun aspiraties gekortwiekt, tot op de dag van heden. Dit kan en zal niet veranderen, zolang de grendel-grondwet in voege blijft, waarvan een aantal artikels door middel van allerlei toegevoegde belemmeringen de Vlamingen beletten hun politieke, democratisch gestemde meerderheidsbesluiten uit te voeren. 

 

Naar België als symbolische koepel over twee de facto onafhankelijke staten

Voorspellen wat er gaat gebeuren als het zo ver komt, schrijft Jaak Peeters terecht, staat gelijk met koffiedik kijken. Maar de kans is wel reëel dat er na 2019 van België niets anders overblijft dan een symbolische, of zo men wil ceremoniële koepel over twee de facto onafhankelijke staten, een situatie dus waarbij tenminste het koningshuis niet gebroodroofd wordt.

Bij een totale scheuring zonder koepel, de “ultieme clash”, gaat Peeters verder, lijkt de kans groot dat de Europese Unie zal aansturen op een bemiddelingspoging. “In ieder geval lijkt het er sterk op, dat de buurlanden een cruciale rol zullen moeten spelen. Zodoende doet Nederland er goed aan, zich ten gronde voor te bereiden”, besluit Jaak Peeters.

Hiermee slaat hij de spijker op de kop. Nederland zou de hoofdrol kunnen spelen. Als Vlaanderen als confederale staat de handen vrij krijgt, kan het net zo goed in een confederatie stappen met Nederland, als met Wallonië. Hier ligt met andere woorden een buitengewone kans om  een Benelux-confederatie in het leven te roepen, oneindig veel beter dan te blijven leven met een te diepe breuk in België en een ravijn tussen Nederland en Vlaanderen. Meteen zou een drietalige Lage Landen Confederatie ( andermaal ) een lichtend voorbeeld kunnen zijn voor een zich moeizaam verenigend Europa. Daar zou die confederatie eindelijk de plaats kunnen innemen waar ze krachtens haar inwonertal en economisch potentieel normaal zou recht op hebben.

Terwijl we dit schrijven loopt een binnenlands bericht binnen, dat in het verenigingsproces van onze landen een enorme impact zou kunnen hebben. De Vlaamse Regering neemt zich voor, de eindtermen te herzien voor het Lager en het Middelbaar Onderwijs. Als de Nederlandse Regering daar ook zou toe overgaan, dan zouden de vakken Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde dezelfde eindtermen kunnen hanteren in de beide landsdelen. Aldus zou een volgende generatie automatisch anders gaan denken dan in de loop van de laatste 180 jaar in Noord en Zuid gebruikelijk is geweest : niet meer in wij / zij termen, maar in een gemeenschappelijke wij relatie.

Om in dit verband te eindigen met een anecdote, Jaak Peeters heeft in zijn beschouwing ter verduidelijking een voorbeeld gegeven waarmee de doorsnee-Nederlander beter kan begrijpen, hoe diep de huidige positie van de Belgische deelstaten verschilt van de Nederlandse staatkundige realiteit. Peeters maakt een vergelijking : stel dat de Generaliteitslanden, binnen het bestaande staatkundig verband, een eigen regering zouden hebben die een eigen buitenlandse politiek kan bedrijven. Zoiets klinkt in Nederlandse oren absurd, maar toch is het in België / Vlaanderen realiteit.

Jaak maakt daarbij een kleine uitschuiver : hij noemt als generaliteitslanden Zeeland, Brabant en Limburg, omdat hij in zijn geografische verbeelding deze provincies als één zuidelijk, beneden-Moerdijks gebied ziet. Fout natuurlijk. Zeeland is nooit een generaliteitsland geweest. Integendeel : het waren juist de Staten van Holland en Zeeland die als eersten de Zwijger ( die normaal in Antwerpen of in Brussel woonde ) verwelkomden en erkenden als onbetwistbaar leider van de Opstand. Iedere Nederlandse scholier wist dat, tenminste in de tijd dat Jaak Peeters op de schoolbanken zat. Maar in Vlaanderen wist geen hond wat generaliteitslanden waren, enkele vakhistorici en Heel-Nederlandse randfiguren niet te na gesproken.

Het is dus een verdienste van Jaak dat hij de Generaliteitslanden als voorbeeld aanhaalde, het schoonheidsfoutje over Zeeland weze hem ruimschoots vergeven. Maar deze anecdote illustreert tenslotte wel afdoende de stelling, dat alleen een gezamenlijke aanpak, bijvoorbeeld bij de invoering van nieuwe eindtermen als juist genoemd, ertoe kan leiden dat het Papieren Gordijn eindelijk opgeheven, en het Ravijn tussen Essen en Roosendaal eindelijk gedempt zou kunnen worden.

 

* Hendrik Gysels is em. hoogleraar Biologie en ecologie aan de Universiteit Gent, en lid van het Platform Benelux